100ProcentLizette
Ik ben Lizette Colaris - aangenaam!
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Altijd 100Procent op de hoogte blijven? Abonneer je hier!

Passievrucht

In 2016 publiceerde Lizette Colaris haar eerste dichtbundel met het thema 'Passie'. Een kleurrijke collectie warme en meertalige fragmenten van passie!

MO

In 2016 debuteerde Lizette met een korte thriller: MO. Geschreven in het Sittards, in dezelfde uitgave staat ook de Nederlandstalige versie.

Meer informatie: www.zittesjethriller.nl

In de Rotterdamse haven draait men een proef met geautomatiseerde systemen. Het lossen van de vracht van grote schepen is deels nog wel mensenwerk, maar vanaf het moment dat de trossen vastgelegd zijn door de ruwe mensenhand, komt er geen mannetje meer aan te pas. Nou: ééntje dan. Die zit met de joystick in de hand in een leren zetel in de stuurkamer. Beneden, buiten, gebeurt alles verder geheel automatisch. Vlekkeloos glijdt de kraan naar het schip, takelt de containers er één voor één vanaf en zet ze neer op een vrachtwagen die (zonder bestuurder) gladjes de weg zoekt naar de opslagplek. Daar aangekomen doet weer een automatisch aangestuurde kraan de rest en tilt de container op de opslagplek. Glad en zonder hobbels verloopt het proces. Onder aansturing van één meneer. Prachtige vooruitgang, mogelijk gemaakt door de techniek. Toch?

Maar: waar zijn de andere havenwerkers gebleven? De haven van Rotterdam was in het verleden toch een bron van inkomsten voor vele arbeiders die, hoewel ongeschoold, zeker wel van wanten wisten? Waar zijn ze gebleven, de mannen met armen als staalkabels? Ik probeer mij een voorstelling te maken van wat er gebeurt als de techniek het overgenomen heeft en de arbeider overbodig geworden is.

In het eerste, meest onwaarschijnlijke scenario hebben de arbeiders een flinke bonus gekregen. Flink genoeg om het gezin eens in de vier maanden te trakteren op een prettige vakantie, een beduidend grotere woning aan te schaffen, elk volwassen lid van het gezin van een Audi te voorzien, de studies van de kinderen geheel te betalen en de vrouw des huizes te fêteren op een plastische behandeling die haar zo goed als nieuw maakt. Vanaf de dag dat de techniek zijn intrede deed heeft het de levens van de arbeiders werkelijk mooier gemaakt.  In dit fantastische scenario dan toch. Overigens lijkt dit scenario aardig op wat er gebeurt als bankdirecteuren de zaak noodgedwongen moeten verlaten. Dat terzijde.

Het tweede, meer waarschijnlijke scenario is helaas anders. De arbeiders zijn er met een jodenfooi uitgewerkt, hebben zogenaamde jobcoaching gehad die nergens toe geleid heeft en zitten over een paar jaar in de bijstand. Moeders zal een baantje er bij moeten zoeken, dan heeft ze er twee, als schoonmaakster. De kinderen hoeven niet eens te dénken aan doorstuderen. Dat wordt hamburgers bakken bij de MacDonalds of kiphormonenburgers bij de KFC. Een eigen auto zit er voorlopig niet in voor het gezin, laat staan voor de jongeren.  Vaders is zijn rol als kostwinnaar kwijt en vraagt zich dagelijks én nachtelijks af hoe het zo ver heeft kunnen komen. En ziet geen uitweg maar alleen robots om zich heen als hij een poging doet in de nacht tot rust te komen.

Laten we dan eens nadenken over een derde scenario. Hoe het óók kan. Mét technologische ontwikkelingen. In het derde scenario heeft elke Nederlander een basisinkomen. Laten we zeggen, 1000 euro per maand. Daar hangen geen voorwaarden aan vast zoals sollicitatieplicht of verantwoording. Dat geld krijgt elke Nederlander maandelijks op zijn rekening. Daarmee kan de huur betaald worden, voeding of kleding, elke Nederlander mag zelf beslissen waar hij dat geld aan spendeert. Te gek voor woorden, hoor ik u roepen. Onmogelijk! Toch zou dit betekenen dat de basisbehoeften (vandaar: basisinkomen) afgedekt zijn. Geen zorgen betreffende de primaire behoeften, al is het nog steeds geen vetpot als het bij 1000 euro per maand blijft. Een gemiddelde student heeft in Nederland zo’n 1200 euro per maand nodig om rond te komen. Zonder bachanale toestanden: gewoon rondkomen. Wil de arbeider uit de haven dus meer dan 2000 euro (want zijn vrouw krijgt ook het basisinkomen) per maand, of heeft hij meer nodig, dan zal hij in actie moeten komen. Laat die arbeider nou bedacht hebben dat hij samen met zijn vrouw een mobiel restaurant wil beginnen? Of een groententuin, waarvan hij de oogst gebruikt om potten pastasaus te maken die hij wil verkopen? Of een kleine auto wil aanschaffen om pakjes rond te brengen? Of.. of.. of…? Hij zal in elk geval mogen kijken naar wat hij wíl en wat hij kan doen, en daarnaast ook de rust hebben om bijvoorbeeld het gras van de lokale voetbalclub elke week te maaien. Ik noem maar iets. Ik hoop dat u, mijn lezer, zelf in staat bent positief te kijken naar de talloze mogelijkheden die onze arbeider heeft in deze constellatie.

Welk scenario  is het meest kansrijk, denkt u? De documentaire van VPRO’s Tegenlicht (zondag 26 april 2015) heeft de mogelijkheden van de automatisering mooi in beeld gebracht. Ik wacht op de sequel: Over-leven na het werk. En dan?

 

Reacties

Een dierbare vriend stelt mij een boek ter hand. Hij weet van mijn queeste, mijn zoektocht naar wat de mannen dan toch bezielt. Het boek gaat gehuld in een glanzende kaft, wit, met daarop een afbeelding van mooie damesbenen, gestoken in zwarte naaldhakken. Geschoten van achteren, met op de achtergrond, klein, ter hoogte van haar enkels, een lange speelgoedtrein. ‘ABSOLUT DARYA’, prijkt als titel op haar blote benen. Geschreven door een man:  Aaron Hetzler. Nog geen grote naam in de literaire wereld. Nog niet.

De kaft doet vermoeden dat er een reis beschreven gaat worden. Een reis naar aantrekkelijke damesbenen die genot beloven. Damesbenen die iemand toebehoren die het afleggen van een lange reis meer dan waard is. Ik begin te lezen. En eerlijk gezegd neemt het boek mij meteen in volle vaart mee. Tot ik vijf uur later de laatste pagina bereik en noodgedwongen afscheid moet nemen van het verhaal. De schrijver heeft besloten de lezer in verwarring achter te laten. Confuus en met slechts één vraag.

Maar voordat ik het over het einde ga hebben, eerst de reis die de woorden in het boek mij laten maken.  De schrijver neemt zichzelf als uitgangspunt. De vrienden die met hem in de kroeg zitten noemen hem bij zijn naam, Aaron. Dus dat doet vermoeden dat er autobiografische elementen verwerkt zijn in het boek. En wat er daarom meteen gebeurt, is dat er sympathie ontstaat tussen hem en mij. Ik kijk mee in zijn leven, en als onderzoekster van de mannelijke gedachtengang vind ik dat een genot.

Al vrij snel heb ik de indruk dat we hier te maken hebben met een (in goed Duits) Einzelgänger. Iemand die er (min of meer) bewust voor kiest zonder metgezel door het leven te gaan. Waarom? Bang geworden door ervaringen in de liefde die uitliepen op teleurstellingen, die diepe krassen in zijn hart hebben achtergelaten. De sympathie wordt alweer groter. Herkenbaar, meevoelbaar. Ik lees. En bedenk dat, als deze man als voorbeeld voor de mannelijkheid mag dienen, er dus mannen bestaan die net als sommige vrouwen, bang geworden zijn voor de liefde. Dat geeft vreemd genoeg hoop.

De hoofdpersoon leeft in de moderne tijd, de onze. Dus beschikt hij over internet en, u raadt het al, ondanks zijn angst voor de liefde, leeft de hoop op een gelukkig makend partnerschap toch nog in hem. Al doet hij pogingen dit te ontkennen. Aangespoord door familie en vrienden die hem eraan blijven herinneren dat hij, op 45-jarige leeftijd, nog steeds geen vaste partner heeft, begint hij aan zijn solistische bestaan te twijfelen. Herkenbaar? Uiteraard. Datingsites, wordt er dan geroepen. Probeer dat eens, er zijn voorbeelden genoeg van koppels die elkaar langs die weg hebben leren kennen en nu mateloos gelukkig zijn. Getrouwd en wel. Persoonlijk griezel ik er van. Een moderne vleesmarkt, waar de koopwaar glanzend uitgestald ligt maar ontegenzeggelijk niet vers meer is. Zo ook Aaron. Hem gebeurt wat schijnbaar veel mannen gebeurt: er verschijnen mails in zijn inbox die helemaal vanuit Rusland komen. En afkomstig zijn van mooie Russische dames, die op zoek zijn naar de ware en het Westerse geluk.

Heerlijk om als vrouw mee te kijken over Aaron’s schouder. Hij sleept me mee in zijn twijfels, zijn zoektocht naar de ware identiteit van Darya (de titel kwam niet uit de lucht vallen). Hij neemt mij mee als zijn gevoelens voor haar toenemen en onbedwingbaar worden. Passioneel omschrijft  hij de vele gevoelens die bezit van hem nemen.  Ik twijfel  nu. Ga ik u, mijn lezer, nog meer  vertellen? Bent u een man, dan is het boek ruimschoots de moeite waard lijkt mij. Om de reden dat er een ervaring omschreven wordt die voor velen van u bij een fantasie zal blijven. Of om de reden dat er meer dwazen zijn, behalve uzelf,  die zich steeds opnieuw verliezen in de mooie belofte van de liefde. En dat is ook meteen de reden waarom vrouwen dit boek zouden moeten lezen.

 

‘ABSOLUT DARYA’ werd uitgegeven in eigen beheer, zie www.aaronhetzler.nl voor verkoopadressen. 

Reacties

Zeker, ik ben me er van bewust dat iedere generatie hetzelfde zegt over de jongeren. Elke generatie heeft iets te klagen over de jongeren. Tenslotte herhaalt de geschiedenis zich. Traditioneel zeggen ‘oudere’  mensen dat de jeugd lui is, niks nuttigs doet, en zich nergens iets van aantrekt. Toen ik een puber was hoorde ik ‘oudere’  mensen zulke dingen ook zeggen maar eerlijk gezegd dacht ik dan altijd dat ze het over de anderen hadden, want ik herkende mijzelf niet in hun kritiek.

Inmiddels ben ik zelf op weg een ‘oudere’  te worden, en ik kan het niet ontkennen: ook ik begin een mening te ontwikkelen over de zogenaamde Jeugd van Tegenwoordig. Jammer vind ik het. Echt heel jammer. Ik had zo graag afgeweken van de norm. Ik had zo graag willen zeggen dat de nieuwe generatie verfrissend anders is, vernieuwend en verbazingwekkend gemotiveerd om iets te veranderen, iets bij te dragen aan onze vileine wereld.

Helaas. Ik krijg er buikpijn van als ik hoor wat ze zeggen, als ik zie wat ze doen en als ik lees wat ze schrijven – met name op de ‘sociale’ media.. Deze mensen zijn op weg onderdeel te gaan uitmaken van onze maatschappij, ze moeten de in verval geraakte economie gaan opvijzelen, onze pensioenen enigszins veilig stellen en de wereld leefbaar houden en maken voor de alweer volgende generatie. In plaats daarvan maken ze zich met name druk om de materiele dingen die volgens hen nog ontbreken aan hun geluk. Talloze voorbeelden ken ik van jongere dames die echt niet gelukkig kunnen zijn als ze hun nagels niet elke week laten bijwerken en zich alleen maar druk lijken te maken om de kleur van hun haar. Ik zie en hoor jongens die het belachelijk vinden, een bijbaan, werken voor een minimumloon en doen wat de baas vraagt. Ronduit dom hoor, als je dat doet. Blijkbaar hebben zij een manier ontdekt om geld te krijgen die ik nog niet ken, want zij rijden rond in een te dure auto, dragen dure zonnebrillen en hebben niks zinnigers te doen dan op stap gaan, dronken worden en uitslapen. Heb ik toch ergens iets gemist en doe ik toch blijkbaar iets helemaal verkeerd. En ze gedragen zich op een bepaalde manier als peuters. Ze willen iets en ze willen het NU. Niet straks, niet later. NU. En als dat niet kan, dan wordt er een flink drama uit de kast getrokken waar ouders dusdanig van schrikken dat ze dan toch maar heel snel tegemoet komen aan de oh zo dringende wens van de dreinende puber.

Eerlijk is eerlijk: er zijn natuurlijk uitzonderingen. Godzijdank zijn er uitzonderingen! Jongens en meiden die wel lid zijn van een vereniging, die daar ook nog echt tijd voor vrij maken en meehelpen zonder dat daar geld tegenover moet staan. Jongeren die wel een baantje als vakkenvuller hebben (en dat in het gezelschap van andere jongeren liever niet vertellen – sinds wanneer mogen we er niet meer trots op zijn dat we werken voor ons geld?), die sparen voor zoiets als een opleiding voor het rijbewijs. Ouderwets, bijna. Maar is het daarom minder cool? Een bepaald deel van de generatie NU lijkt dat te denken. Zij leven vooral in het NU en helemaal nog niet in het LATER. En LATER zullen we dan wel zien hoe het verdergaat. En wat deze generatie, die dan weer de ‘oudere’  generatie is, van mening zal zijn over de dan weer aanstormende jongere generatie. Ik hoop het nog te mogen meemaken en dan te kunnen verzuchten tegen de klagende generatie: ‘De geschiedenis herhaalt zich, mensen, de geschiedenis herhaalt zich. En dat is alles.’ 

Reacties

Do not close the door

if life is at your doorstep

Open wide 

Let it in

Caress its tender words

Hear its whispering

Believe it's there

And it is yours

If not for ever

It's yours today

 

24-05-2013

Reacties

Laat mij dan een prediker zijn. Een prediker van liefde. Laat mij u vertellen over dat leven liefde is.

Ik zag een documentaire over de Japanse onderwijzer Kanamori. Hij geeft les aan groep 6. Rekenen, Taal, karakters schrijven. Het bekende werk. Maar veel belangrijker dan dat is wat hij bovenaan zijn lesprogramma heeft staan: een band laten ontstaan tussen alle leerlingen van zijn klas. Vijfendertig in totaal. En hen laten zien wat liefde is. Liefde voor zichzelf, voor anderen en voor het leven.

De Japanse kinderen lijken in alles op onze kinderen. Hun gedrag in de klas, hun onstuimigheid, hun egoïsme, hun spontaniteit, hun bravoure. Hun meester echter lijkt niet op de onze. Hij observeert en geeft kinderen naast alle andere taken een bijzondere taak: dagelijks schrijven drie kinderen een brief aan de klas over wat zij ervaren hebben de dag ervoor. En in die brief schrijven ze wat hen geraakt heeft, waar ze boos van werden, of juist blij. Waar ze trots op zijn of zich juist voor schamen. Naar aanleiding van de brieven ontstaan er discussies in de groep. Kinderen herkennen zichzelf in de tekst, of juist niet. Spreken naar elkaar uit wat zij ervaren, niet als feit maar als gevoel. Spreken uit wat hen bezighoudt en terughoudt, wat het leven hen op deze jonge leeftijd al aan uitdagingen biedt. Zoals het verlies van een vader. Regelmatig vloeien er tranen. Maar één ding is wel erg opvallend: de klas is tijdens deze momenten muis, maar dan ook muisstil. Iedereen richt zijn aandacht op het gezegde, en op de gevoelens die het met zich meebrengt. Iedereen kijkt naar zijn of haar eigen hart en dat van de ander.

Kanamori leert de kinderen de belangrijkste les van het leven: ze leren kijken naar zichzelf, kijken naar hun hart. En niets is moeilijker dan dat. Het is niet makkelijk om in je eigen hart te kijken. Maar je zult je eigen kwetsbaarheid moeten ontdekken om een band met anderen aan te kunnen gaan. Je kwetsbaarheid tonen. In de Japanse schuldcultuur, waar harakiri toch vanuit de traditie het antwoord was op gemaakte fouten, staat er nu een onderwijzer op die tegen de leerling zegt: toon je kwetsbaarheid. En tegen de groep: aanvaard de kwetsbaarheid van je vrienden en steek een helpende hand toe. Pas wanneer je je kwetsbaarheid hebt getoond zullen je naasten het voor je opnemen en je beschermen. Getuige van deze stelling is het moment waarop een leerling door meester Kanamori gestraft wordt wegens het voortdurend kletsen en giechelen tijdens de les (dat komt de Nederlandse onderwijzer beslist bekend voor). De leerling mag niet deelnemen aan het middagprogramma, wat een absolute beloning voor hard werken zou worden. De leerlingen hadden hier erg naar uitgekeken. De gestrafte leerling, Yo, zou in de klas moeten blijven terwijl zijn vrienden vlotten gingen bouwen. Yo barstte in tranen uit. Meester Kanamori wachtte zwijgend de reacties af. Schoorvoetend ontstond er een protest. Eén leerling nam het voortouw, een ander vulde het aan.  De klasgenoten vonden de straf niet passen bij de zonde. En uit protest tegen deze straf zouden zij zelf dan ook niet deelnemen aan de vlottenrace. De advocaten van de gestrafte leerling huilden zelf terwijl zij spraken. De pijn van Yo was daarmee ook hun pijn. Meester Kanamori’s hart moet beslist sneller geslagen hebben toen hij de reacties hoorde. Zijn doel was bereikt, de band was ontstaan. De groep was belangrijker dan het individu. Maar zonder het individu was er ook geen groep. De kracht van ‘samen’.

Zijn dit belangrijke lessen voor leerlingen van 10 jaar? Lijkt mij wel. Behalve alle tafeltjes van voren naar achteren te kunnen opdreunen, lijkt mij zeker in de huidige tijd, dat het laten zien en voelen wat echt leven inhoudt nu belangrijker is dan ooit. Dat liefde en het delen daarvan noodzaak is om te kunnen overleven. Dat kwetsbaarheid niet betekent dat je hulpeloos bent. Dat niets in dit leven zeker is, dat je geen garanties krijgt. En dat het goed is na te denken over het leven en jouw rol daarin. Dat vriendschap ontstaat door elkaars gevoelens te respecteren. Oog hebben voor elkaar is het geheim om gelukkig te worden. Gelukkig zijn vanuit het diepst van je hart.

Ik vertel niets nieuws. Het is een eeuwenoud verhaal dat veel te vaak verkeerd geïnterpreteerd wordt. De wereld heeft predikers nodig. Laat mij er dan één zijn. Geef de draad door, dan breekt het lijntje niet.

Reacties

Een bezoek aan een bioscoop is op zich niets bijzonders. We weten allemaal hoe dat gaat. Maar als er dan een jongen ongemerkt vermoord wordt in de zaal, en het is niet duidelijk wie dat gedaan heeft, dan is de toon gezet voor een thriller.

Ik heb niet veel ervaring met het lezen van thrillers. Eerlijk gezegd ging ik dat genre uit de weg, bang voor slapeloze nachten en beelden in mijn hoofd die mij zouden najagen. Maar dit boek heeft veel meer te bieden dan dat. De hoofdpersoon Marion, rechercheur bij de politie, blijkt een bijzondere jeugd gehad te hebben, gekenmerkt door TBC en de behandeling daarvan in sanataria waar wij geen weet van hebben. De schrijver weet het te omschrijven op een dusdanige manier dat ik welhaast kon voelen hoe de naald in zijn ingeklapte long werd ingebracht. Ik zag de vergezichten die de jongen vanuit zijn ziekbed zag: de kuststreek van IJsland, ook zo’n gebied waar ik nauwelijks iets van weet. Maar de prachtige verteltechniek stelde het beeld in mijn hoofd scherp.

Wat betreft de moord op de jongen in de bioscoop: het verhaal is prachtig verweven met het schaaktoernooi tussen Spasski en Fischer, een historisch gegeven waarvan ik eerst niet begreep waarom juist deze anekdote zo belangrijk zou zijn voor het verhaal. Laat ik de clou nu niet weggeven: doe de schrijver eer aan, koop het boek. Ik waarschuw wel voor de Scandinavische benamingen. Het leest in het begin niet eenvoudig weg, maar het went wel. Wat mij betreft had de vertaler ook geen toevoegingen hoeven te  doen, maar dat is mijn persoonlijke visie.

Slapeloze nachten heb ik wel gehad door dit boek. Niet vanwege de bloedstollende beelden in mijn hoofd, maar omdat ik het boek niet kon wegleggen en pagina na pagina moest verslinden. Het boek is uit, ik kan weer slapen – met een gerust hart? Was dat maar waar. Mijn kinderen willen morgen graag naar de bioscoop. Slik.

 

Bezoek ook www.thrillerboek.nl voor deze en meer recensies!

Reacties

Zo was het dus, toen ik als Limburgs meisje opgroeide. Zo zag de wereld van mijn toen nog jonge ouders er uit. De angst voor meneer pastoor en de kerk zat er nog goed in. Angst, hel en verdoemenis regeerden. Het noodlot wachtte eenieder die niet zuiver volgens het gebod van de Kerk leefde. En dat is generaties lang zo geweest. Ziedaar de verklaring voor het fenomeen ‘Limburgse baasangst’ dat ik jaren geleden voor het eerst hoorde. Een Brabander sprak het uit. Hij wees mij erop dat Limburgse werknemers zo bang zijn voor hun baas dat ze over hun klachten en ontevredenheid alleen met collega’s spraken. Nooit met hun baas. Uit angst dat hel en verdoemenis dan zouden neerdalen en er direct een ontslag zou volgen. De angst van de moeder voor baas en pastoor en het geloof dat bidden alle problemen zou verhelpen, het is zo herkenbaar dat ik er bang van word.

In den beginne was God Liefde. Het thema van de film wordt ontroerend mooi in beeld gebracht. De onmogelijke opgave die de 13-jarige Bart zichzelf oplegt, te leven volgens de regels van de Katholieke Kerk (in de persoon van zijn oom Sef, de pastoor van het dorp) om op die manier een Hemel op aarde te creëren, wordt pas echt onmogelijk als Peter in het dorp verschijnt. Zoon van een ondernemer in video’s, die de erotische sector een prominente plek in zijn bedrijf heeft gegeven. En broer van de ontzettend mooie en iets oudere Moniek.. wat een casting! Een engel op aarde… maar volgens de toen heersende normen een duivelskind. Ze rookt, heeft zelfvertrouwen en schaamt zich nergens voor. Ze legt zichzelf en haar wereld vast met een Polaroid-camera. Misschien om het vergankelijke tastbaar te maken, voor als ze er niet meer is. Flamboyante Peter laat Bart zien dat er meer is op aarde, dat het leven niet alleen maar veilig en goed is. Peter is de ondeugd zelf, en Bart laat zich steeds meer en steeds liever door hem meeslepen. Carjacking, winkeldiefstal, drinken en roken.. het maakt zijn entree in het leven van Bart.

Het beginsel dat God Liefde zou zijn, en dat daarom geen kwaad kan geschieden als de mens maar braaf binnen de lijntjes kleurt, strookt natuurlijk niet met de realiteit van ziekte en dood. De mooie Moniek is ziek en wordt zelfs zo ziek dat ze gaat sterven.  Onbegrijpelijk voor de jonge gelovige Bart. Die tot over zijn oren verliefd is geworden op de mooie deerne. Zijn eerste sexuele hoogtepunt mag hij met haar beleven. Mooi en respectvol in beeld gebracht, leven we met de jonge mensen mee, die beiden geen idee hebben van wat er gebeurt. Maar lust is zonde, dus Bart moet boete doen. Hij biecht het op en dat had hij niet moeten doen. Zijn biechtvader is tevens zijn oom, en het biechtgeheim wordt bij de eerste gelegenheid geschonden. Bewonderenswaardig hoe Bart het toch blijft proberen en uiteindelijk zijn vriendin de Bijbel kado doet. Ze leest het boek en als ze uiteindelijk in de laatste fase van haar ziekteproces komt, schraapt ze al haar energie bij elkaar en gaat met rolstoel en al naar de kerk. Bart ziet als misdienaar zijn liefde de kerk binnen komen, hij is de enige in de kerk die dit met liefde ziet. Voor de aanwezige gelovige katholieken is zij niet meer dan uitschot, heidens en onfatsoenlijk. Maar zij stelt de cruciale vraag: “Waarom wil jouw God dat ik doodga? Als jouw God Liefde is, waarom straft hij mij dan?” En het antwoord van meneer pastoor: “Misschien heb je dat verdiend!”

 

'n Hemel op Aarde - Regie Pieter Kuijpers, Cast Bram van Schie, Jeroen van Koningsbrugge, Huub Stapel, Lies Visschedijk

Reacties

De smartphone bestaat sinds 1992. Dankzij internet is het een onmisbaar item geworden, voor iedereen is er wel een reden waarom een smartphone een uitkomst is. Communiceren en bereikbaar zijn is er veel eenvoudiger door geworden, we kunnen er mee navigeren en eten bestellen. Maar oei, wat is het moeilijk om dat ding weg te leggen.. De ontwikkeling van apps ging razendsnel en voordat we het wisten konden we middels Whatsapp en een internetverbinding oneindig veel met elkaar communiceren – praktisch gratis.

Het valt me op dat veel mensen sindsdien moeite hebben met –letterlijk-  afstand nemen. Ze ontvangen en verzenden berichten en foto’s aan de lopende band, zijn zich niet meer bewust van hun gedrag. Overal, maar ook echt óveral, is de smartphone te vinden in de hand. Als iemand het verzonden bericht gezien heeft (af te lezen aan de blauwe vinkjes in de app), dan wordt er vanuit gegaan dat er ook meteen gereageerd wordt. Oh wee als dat niet direct gebeurt. Groot ongeduld. Maar ook ontzettende ongerustheid. Hoe dan ook: onrust, in het algemeen. Tussen geliefden (die willen weten wat de ander aan het doen is, en vooral wat die doet op de ‘foon’), tussen werkgevers en werknemers (‘jij bent altijd bereikbaar wanneer ik jou nodig heb’) , tussen vrienden (‘hee, waarom geef je geen antwoord…!!’), en tussen ouders en kinderen (‘lieverd, gaat het wel goed daar?’). De blauwe vinkjes kunnen ook uit gezet worden, dan is dus niet waarneembaar of het bericht gelezen is. Dat verschaft de ontvanger wat respijt. Maar de zender krijgt er soms een punthoofd van. “Waarom antwoord je nou niet?!”

Hoe rustig was het in de jaren dat ik opgroeide, merk ik op. Op de middelbare school had ik wat vrienden, we praatten in de pauzes de oren van elkaars hoofd. Na school fietsten we naar huis, gingen daar onze eigen dingen doen. De volgende dag kwamen we dan weer naar school en daar waren onze vrienden dan ook weer. Als we thuis waren en we wilden even contact met die vrienden, dan moesten we onze ouders vragen of we even mochten bellen. Dat mocht, maar ‘hou je gesprek kort en bondig, de tikken kosten veel geld!’. Toen ik later ging studeren (in de periode kort vóór de introductie van internet en smartphones), was er op de gang in mijn studentenflat een gemeenschappelijke keuken, gemeenschappelijke toiletten, een gemeenschappelijke wasmachine én een gemeenschappelijke telefoon. Daar hing een blocnote naast en een potlood aan een touwtje, en op de blocnote stond een rijtje voornamen met daarachter een getal: de verbruikte tikken. De tikkenmeter hing in de meterkast, en daar las je vooraf het startgetal af, en na je gesprek het eindgetal. Aan het einde van de maand kwam de telefoonrekening, en één van de bewoners die als beheerder was aangewezen, ging dan met ieder afrekenen. Behalve dat het relatief duur was, was de privacy ook gering: de telefoon hing open en bloot in de gang, dus iedereen kon (als die daar interesse in had) meeluisteren met jouw gesprek. Zo ging dat, en dat was normaal. Eens per week belde ik naar huis, op woensdag om 20.00 uur stipt. Dan praatte ik mijn moeder snel even bij en hing weer op. Ik moest mijn problemen zelf zien op te lossen en kon niet voor elk wissewasje mijn ouders benaderen. Dat heeft me een zekere mate van zelfstandigheid opgeleverd, die me later vaak goed van pas is gekomen. Dat besef ik nu pas, hoor. Op dat moment vond ik de vrijheid en onafhankelijkheid werkelijk waar heerlijk. Even geen moeder die over mijn schouder meekeek of mijn spullen nakeek. Dat kon op die manier, omdat ik geen noemenswaardige problemen had, dat besef ik.

Tegenwoordig raken ouders al in paniek als hun studerende kind niet binnen 12 uur online is geweest en geen virtueel teken van leven geeft. Terwijl dat kind gewoon bezig is zijn of haar eigen leven te leiden. Tenslotte zijn ze dan al 18, 19 jaar oud.. dus een bepaalde mate van zelfstandigheid en onafhankelijkheid mag wel aanwezig zijn. Kinderen moeten zich nou eenmaal losmaken van het ouderlijk nest, uitvliegen om af en toe weer binnen te vallen. Uitpuffen en opnieuw vliegen.

Mensen hebben de rare neiging hun kinderen te willen vasthouden tot ze meer dan volwassen zijn. Begrijpelijk, wanneer dat kind ondersteuning nodig heeft. Maar in het geval dat uw kind eigenlijk reëel gezien geen zorgondersteuning behoeft: doe hem/haar en uzelf een plezier. Laat ze (ook per sociale media) met rust. U geeft ze de kans om te leren, vooral van hun fouten. En dat is echt ergens goed voor. U heeft het tenslotte zelf toch ook overleefd?

Reacties

Kiezen voor een opleiding is kiezen voor een beroep. Een keuze die al vroeg in de schoolcarrière gestuurd wordt: door middel van Cito-scores wordt zo rond het elfde of twaalfde (!) levensjaar bepaald welke voortzetting het onderwijs zal krijgen. Ouders hopen op een qua niveau zo hoog mogelijk vervolg, want hun kroost dient maatschappelijk succesvol te worden. Hierover kunnen we nog eens een boompje opzetten, want wat is dat: ‘maatschappelijk succes’?

Los daarvan: na het basisonderwijs wordt de opleiding vervolgd op een niveau dat aansluit op de Cito-scores. Niet lang daarna wordt de beroepskeuze-vraag gesteld. ‘Wat wil jij worden? Weet je dat nog niet?’ De scholier is een jaar of 14 als dit antwoord opgehoest moet kunnen worden. Je weet het niet? Dan volgen testen en gesprekken en onderzoeken. Want er móet iets gekozen worden als vervolg op het inmiddels voortgezette onderwijs. Uiterlijk op 18-jarige, maar vaak ook al op 16-jarige leeftijd, moet bekend zijn in welke richting deze adolescent zich wil gaan ontwikkelen. Een beroep ‘naar keuze’. Lukt het om met succes de eindstreep van het voortgezet onderwijs te behalen, dan kan begonnen worden met het kiezen van een Middelbare, maar liever nog een Hogere Beroepsopleiding.

Nu is de trend binnen de beroepsopleidingen geworden de volgende eis te stellen aan de vers binnengekomen studenten: een ‘professionele houding’. Een houding waarvan wordt aangenomen dat het bedrijfsleven deze wenst te zien van haar werknemers.

 

Valt u iets op in dit verhaal? Nee? Dan zal ik een parallel proberen te leggen met iets dat er op lijkt.

Als jong meisje, opgroeiend in een Limburgs gezin met een vader die zeer actief spelend lid was van fanfares en harmonie-orkesten, ging ik een Algemeen Muzikaal Vormende opleiding (kortweg: AMV)volgen. Dat kon al op 9-jarige leeftijd, en bestond uit twee jaar leren noten lezen en blokfluit spelen. Aan het einde van die twee jaren werd de inzet beloond met een diploma en werd mij een instrument overhandigd: een trompet. Niets had mij treuriger kunnen stemmen, want mijn zus speelde al trompet. En ik wilde graag saxofoon spelen, maar daar had de fanfare op dat moment geen oren naar. Ik wist niets af van het bespelen van een trompet, noch van een saxofoon of een xylofoon wat dat betreft. Ik had nog nooit een instrument aangeraakt (behalve de blokfluit), en er werd aan mij geen keuze gelaten. Er werd van mij verwacht dat ik een jaar of drie hard ging oefenen om dan in het orkest te mogen gaan meespelen op de trompet.  Later heeft mijn vader er voor gezorgd dat ik alsnog een saxofoon in handen kreeg, aangezien het tranendal van frustratie waarin ik terecht gekomen was, te diep was geworden. Daarnaast dreigde ik mijn motivatie om überhaupt nog een instrument te leren bespelen, te verliezen. Maar dit terzijde.

Mijn zoon heeft, de traditie voortzettend, óók AMV les gehad. Maar: deze opleiding duurde slechts 1 jaar, bestond uit zowel blokfluit- als keyboardles, en hij mocht elke twee maanden instrumenten beluisteren en bespelen. Hij mocht praten met ervaren spelers en beginnende spelers over hoe wel of niet moeilijk het bespelen van dit instrument was, enzovoort. Zo kreeg hij een duidelijk beeld van wat hij wel en niet interessante instrumenten vond. Zijn keuze mocht hij aangeven, een drietal, en daaruit werd in overleg met de vereniging bepaald op welk instrument hij zich verder zou gaan bekwamen. Nooit een traan gezien, nooit spijt gehad, nooit opnieuw hoeven te beginnen. Hij speelt nog steeds, en fanatiek ook.

Wat is nou de parallel die ik bedoel? Wel, dat is de volgende: als we van (zeer) jong volwassenen verwachten dat ze een beroepshouding laten zien, waarom geven we ze dan niet eerst de kans kennis te maken met dat beroep, in de praktijk? Zodat ze een beeld hebben bij wat er dan bedoeld wordt met die ‘houding’? En niet alleen dat: kennis maken met wat dat woord ‘manager’ in de praktijk aan werk met zich meebrengt. Bijvoorbeeld. Naar mijn mening heeft een scholier die net het diploma HAVO op zak heeft, nog niet echt een concreet beeld van de praktijk in het bedrijfsleven: tot dat moment heeft hij/zij hopelijk wel een bijbaantje gehad, maar of daarmee al voldoende duidelijk is wat er nou precies van ze verwacht wordt in het HBO? Dat betwijfel ik. Ten zeerste. Vaak weten ze niet eens wat het werk van hun ouders precies inhoudt.

Studiekeuzetwijfels, studieswitch, studiestress.. Te vroeg wordt er een zelfkennis verlangd die er gewoonweg nog niet is. Zelfs neurologisch valt dat te verklaren: het brein is op die leeftijd nog niet zo ver ontwikkeld dat het dit zou kunnen. Maar de oplossingen moeten de jonge studenten zelf maar bedenken, want de trein rijdt gewoon verder en niemand wacht tot je een ervaring hebt opgedaan die helpend kan zijn. En dan ligt er tegenwoordig nog een sausje van het sociaal leenstelsel overheen.

Ik hoop dat we kunnen nadenken over een nieuwe inrichting van het systeem, het keuzemoment kan verlegd worden. Door invoering van een schakeljaar, een oriëntatiejaar, een reeks snuffelstages of andere manieren die de scholier (dus de aanstaande student) de kans kunnen geven aan beeldvorming te doe. En te komen tot keuzes die niet alleen meer succesvol zullen zijn, maar hopelijk ook bij kunnen dragen aan het persoonlijke levensgeluk in de nabije toekomst.

Reacties

De apenmaatschappij is door de heldere hiërarchie relatief rustig. Iedereen weet waar hij of zij als aap aan toe is. Normaalgesproken kabbelen de dagen lekker door. Er wordt gezocht naar bladeren en fruit, de jonge aapjes krijgen les in het leven als aap, mannetjes en vrouwtjes hebben elkaar nodig maar ieder doet zijn ding. Alles verandert echter, als er een dreiging van buitenaf komt. Dat kan van alles zijn, laat ik het deze keer erop houden dat het mooie oerwoud waarin ze wonen door brute, brullende, grote machines gesloopt wordt. De waarde van het regenwoudhout is vele malen belangrijker dan de woning van de apen.

Stelt u zich eens voor wat dat met uzelf zou doen. U leeft, met of zonder vrouw of kinderen, een redelijk rustig bestaan. U gaat buitenshuis werken, elke zaterdag boodschappen doen, u onderhoudt uw voortuintje, u geeft misschien zelfs feestjes in uw achtertuin om het leven te vieren. Want het leven is best mooi, als alles een beetje vanzelf loopt. Al gaat het natuurlijk nooit helemaal vanzelf, dat zou te saai zijn. Maar dan, op een dag, wordt u zonder verdere aankondiging uw bed (of noem het ‘nest’) uitgedenderd door het brullende lawaai van sloopmachines. Die zonder vraag of twijfel meteen beginnen. Een dikke sloopkogel ramt de voorgevel van uw woning, die meteen half instort. Want ook uw huis had hier even geen rekening mee gehouden.

Iemand in de wereld, die ook de uwe is, had blijkbaar een besluit genomen. Uw woning stond in de weg, en de grond waarop het huis staat is vele malen meer waard dan de woning zelf. Dus wordt er gesloopt. Wat dat verder voor u, uw partner, kinderen en de buren, betekent, daar heeft zo iemand geen boodschap aan. Slopen die handel, het volk verdrijven, opnieuw bouwen en verkopen. De portemonnee van de opdrachtgever lijkt al gevuld. Niemand die zich afvraagt hoe de portemonnee van de haveloze achterblijvers zich nog gaat vullen. Geen dak boven het hoofd. Stel het u even voor. Dat is pijnlijk.

Zo ook voor onze apen. Apen leveren echter in zo’n geval luidruchtig protest! Ze schreeuwen het uit, rennen door elkaar en tonen hun paniek met lijf en leden. Ze grijpen hun kleine apenkindjes bij de kladden, die zich ook direct intuïtief vastklampen aan het moederapenlijf.  Mensen hebben dit soort gedrag afgeleerd. Ik weet niet of ik daar zo blij mee ben. Want door de paniek niet te uiten, raken we gefrustreerd. En dat is vele malen erger. Vele psychologen hebben er baat bij, want vroeg of laat komt de frustratie boven en neemt het functioneren over. Dan worden mensen depressief, willen het leven dan maar verlaten omdat ze het allemaal niet meer aankunnen. Erover  praten, lang nadat de situatie zich heeft voorgedaan, lijkt dan de enige oplossing te zijn. Te laat, zeg ik. Veel te laat.

Naar mijn mening zouden we gewoon af en toe, als er in ons leven iets ingrijpends verandert, een rondje moeten rennen. Hard schreeuwend, huilend, en zwaaiend met alle ledematen. Het ongeremd loslaten van de intens pijnlijke gevoelens. Het uiten van de angst, de reddeloosheid. Daarmee ook meteen een duidelijk signaal afgevend naar de mensen en de maatschappij om ons heen. Die dan duidelijk kunnen zien dat hulp dringend noodzakelijk is. Hulp hoeft geen psycholoog te zijn. Een arm om iemand heen kan als een dikke pleister zijn op de mentale wonden.

In de apenmaatschappij wordt intuïtief direct uiting gegeven aan de panische gevoelens. Een kakofonie aan geluid overstemt de brullende motoren van de zaagmachines. Daarna bedaren de apen weer. Zoeken elkaar op, nasnikkend van de inspanning, en gaan elkaar geruststellend zitten vlooien. Ze lijken samen na te denken over oplossingen. Hoe gaan we dit aanpakken? Weet iemand nog een ander bos, met hoge bomen, waar we naartoe kunnen? Rustig maar. Alles komt goed. Als ze dan vermoeid tegen elkaar aankruipen en in slaap vallen, lijkt het inmiddels al niet zo erg meer. Morgen is er weer een dag, en er gloort alweer hoop aan de horizon. Soms is verandering, hoe pijnlijk ook, nou eenmaal nodig om tot een hoger plan te komen. Of een betere, hogere en hopelijk veiligere boom te kunnen vinden. De apenmaatschappij wordt opnieuw ingericht, en na een tijdje kunnen ze concluderen dat de verandering een verbetering teweeg gebracht heeft die niet tot stand zou zijn gekomen als alles eeuwig bij hetzelfde was gebleven. Laten we daar dan maar eens een voorbeeld aan nemen.

Reacties
..en meer!

Mens&Taal

Mens-en-taal

Sittard
E-mailadres: menstaal@gmail.com
Mens: coaching, begeleiding & Taal: tekst, voordracht, opinie