100ProcentLizette
Ik ben Lizette Colaris - aangenaam!
Abonneren

Altijd 100Procent op de hoogte blijven? Abonneer je hier!

Passievrucht

In 2016 publiceerde Lizette Colaris haar eerste dichtbundel met het thema 'Passie'. Een kleurrijke collectie warme en meertalige fragmenten van passie!

MO

In 2016 debuteerde Lizette met een korte thriller: MO. Geschreven in het Sittards, in dezelfde uitgave staat ook de Nederlandstalige versie.

Meer informatie: www.zittesjethriller.nl

Kijk naar je kind en zie wie het is. 

Kijk niet naar wat je van jezelf herkent.

Kijk wat er van de ander in het kind aanwezig is.

Kijk naar hoe het zich gemengd heeft, alles van de èèn met dat van de ander.

Kijk, en zie en laat het dan los.

Laat los wat jij denkt dat het kind zou moeten zijn

Laat los wat jij herkent en pijnlijk vindt

Laat los wat jij negatief vindt maar positief kan zijn

Laat los wat jouw goedbedoelde verwachtingen zijn 

Laat los, want het is niet van jou

Het kind is de volgende in de rij van twee geslachten

Het kind zal altijd lijken op iemand van hen

Het kind zal gedrag laten zien dat herkenbaar is

Het kind zal niet altijd doen wat jij wenst

Het kind is wat het is

Zoals jij jezelf wilt zijn

Zoals jouw ouders dat zijn

Zoals jouw opa’s en oma’s dat waren

Zoals alles is wat het is

Zoals alles is wat het moet zijn.

 

Elk kind dat jij durft los te laten 

ondanks de pijn van de leegte

die het achterlaat

krijgt van jou 

de kans om te groeien

en volledig te worden

wat het moet zijn.

 

Heb vertrouwen. 

Heb alle vertrouwen. 

Vertel het kind elke dag 

dat jij vertrouwen hebt

in het kind

in het leven

in jouw leven en

in dat van het kind

Zo geef jij het kind de bodem

waarop het kan groeien

en alles kan worden

wat het moet zijn

 

 

* Lizette Colaris 09032018

Reacties

De smartphone bestaat sinds 1992. Dankzij internet is het een onmisbaar item geworden, voor iedereen is er wel een reden waarom een smartphone een uitkomst is. Communiceren en bereikbaar zijn is er veel eenvoudiger door geworden, we kunnen er mee navigeren en eten bestellen. Maar oei, wat is het moeilijk om dat ding weg te leggen.. De ontwikkeling van apps ging razendsnel en voordat we het wisten konden we middels Whatsapp en een internetverbinding oneindig veel met elkaar communiceren – praktisch gratis.

Het valt me op dat veel mensen sindsdien moeite hebben met –letterlijk-  afstand nemen. Ze ontvangen en verzenden berichten en foto’s aan de lopende band, zijn zich niet meer bewust van hun gedrag. Overal, maar ook echt óveral, is de smartphone te vinden in de hand. Als iemand het verzonden bericht gezien heeft (af te lezen aan de blauwe vinkjes in de app), dan wordt er vanuit gegaan dat er ook meteen gereageerd wordt. Oh wee als dat niet direct gebeurt. Groot ongeduld. Maar ook ontzettende ongerustheid. Hoe dan ook: onrust, in het algemeen. Tussen geliefden (die willen weten wat de ander aan het doen is, en vooral wat die doet op de ‘foon’), tussen werkgevers en werknemers (‘jij bent altijd bereikbaar wanneer ik jou nodig heb’) , tussen vrienden (‘hee, waarom geef je geen antwoord…!!’), en tussen ouders en kinderen (‘lieverd, gaat het wel goed daar?’). De blauwe vinkjes kunnen ook uit gezet worden, dan is dus niet waarneembaar of het bericht gelezen is. Dat verschaft de ontvanger wat respijt. Maar de zender krijgt er soms een punthoofd van. “Waarom antwoord je nou niet?!”

Hoe rustig was het in de jaren dat ik opgroeide, merk ik op. Op de middelbare school had ik wat vrienden, we praatten in de pauzes de oren van elkaars hoofd. Na school fietsten we naar huis, gingen daar onze eigen dingen doen. De volgende dag kwamen we dan weer naar school en daar waren onze vrienden dan ook weer. Als we thuis waren en we wilden even contact met die vrienden, dan moesten we onze ouders vragen of we even mochten bellen. Dat mocht, maar ‘hou je gesprek kort en bondig, de tikken kosten veel geld!’. Toen ik later ging studeren (in de periode kort vóór de introductie van internet en smartphones), was er op de gang in mijn studentenflat een gemeenschappelijke keuken, gemeenschappelijke toiletten, een gemeenschappelijke wasmachine én een gemeenschappelijke telefoon. Daar hing een blocnote naast en een potlood aan een touwtje, en op de blocnote stond een rijtje voornamen met daarachter een getal: de verbruikte tikken. De tikkenmeter hing in de meterkast, en daar las je vooraf het startgetal af, en na je gesprek het eindgetal. Aan het einde van de maand kwam de telefoonrekening, en één van de bewoners die als beheerder was aangewezen, ging dan met ieder afrekenen. Behalve dat het relatief duur was, was de privacy ook gering: de telefoon hing open en bloot in de gang, dus iedereen kon (als die daar interesse in had) meeluisteren met jouw gesprek. Zo ging dat, en dat was normaal. Eens per week belde ik naar huis, op woensdag om 20.00 uur stipt. Dan praatte ik mijn moeder snel even bij en hing weer op. Ik moest mijn problemen zelf zien op te lossen en kon niet voor elk wissewasje mijn ouders benaderen. Dat heeft me een zekere mate van zelfstandigheid opgeleverd, die me later vaak goed van pas is gekomen. Dat besef ik nu pas, hoor. Op dat moment vond ik de vrijheid en onafhankelijkheid werkelijk waar heerlijk. Even geen moeder die over mijn schouder meekeek of mijn spullen nakeek. Dat kon op die manier, omdat ik geen noemenswaardige problemen had, dat besef ik.

Tegenwoordig raken ouders al in paniek als hun studerende kind niet binnen 12 uur online is geweest en geen virtueel teken van leven geeft. Terwijl dat kind gewoon bezig is zijn of haar eigen leven te leiden. Tenslotte zijn ze dan al 18, 19 jaar oud.. dus een bepaalde mate van zelfstandigheid en onafhankelijkheid mag wel aanwezig zijn. Kinderen moeten zich nou eenmaal losmaken van het ouderlijk nest, uitvliegen om af en toe weer binnen te vallen. Uitpuffen en opnieuw vliegen.

Mensen hebben de rare neiging hun kinderen te willen vasthouden tot ze meer dan volwassen zijn. Begrijpelijk, wanneer dat kind ondersteuning nodig heeft. Maar in het geval dat uw kind eigenlijk reëel gezien geen zorgondersteuning behoeft: doe hem/haar en uzelf een plezier. Laat ze (ook per sociale media) met rust. U geeft ze de kans om te leren, vooral van hun fouten. En dat is echt ergens goed voor. U heeft het tenslotte zelf toch ook overleefd?

Reacties

Wat een ongelooflijk goed leven hebben wij, hier in Nederland. Kijk nou eens om je heen. Is het dan allemaal zo erg? Natuurlijk zijn er ziektes waardoor mensen erg moeten lijden - maar we hebben wel de mogelijkheden om hen zorg te bieden en hen de kans te bieden op genezing. Al lijken die mogelijkheden minder toegankelijk en duurder te worden: vergeleken met de zorg in andere landen, gaat het in Nederland nog goed. En mogen we daar blij mee zijn? Ja, daar mogen we blij mee zijn. Want in sommige zogenaamd welvarende landen kunnen mensen niet eens de benzine voor hun auto betalen die nodig is om naar het ziekenhuis te reizen voor hun chemo-behandeling. Wij bellen een taxi en dat wordt vergoed door de (weliswaar steeds duurdere) verzekering. In veel andere landen is een zorgverzekering gewoonweg onbetaalbaar. En dan houdt alles op.

Natuurlijk zijn er in Nederland mensen die balanceren op de rand van de afgrond, door armoede en gebrek aan mogelijkheden om daar uit te stappen. Maar nog steeds is het sociale systeem zo dat er een vangnet is. De situatie kan escaleren, maar als zwerver op straat landen - daar komt nog wel wat bij kijken in ons land. De financiële basis lijkt wel steeds dunner te worden, maar vergelijk het eens met een land als Amerika en je komt tot de conclusie dat het hier nog niet zo slecht geregeld is. Wij denken na over een basisinkomen, waardoor armoede bestreden kan worden. Het is een luxe als een land het zich kan permitteren haar minder kansrijke burgers een basisinkomen te gunnen. Met de aantekening dat ook de meest kansrijke burgers datzelfde basisinkomen zullen krijgen, volgens het principe.

Middelbare scholieren klagen over hun leraren en school in het algemeen. Dat is geen nieuws, dat is al decennia lang zo. Maar is het geen luxe dat ze allemaal de kans hebben om naar school te gaan? De tijd van de kolenmijnen is voorbij, jongens van veertien hoeven nu niets anders te doen dan hun kont elke werkdag naar de schoolbanken te verslepen. Maar soms is zelfs dat te veel gevraagd en klagen ze steen en been over de martelgang naar school. Landen genoeg in de wereld waar jongens van die leeftijd het vuilste werk moeten doen voor een ampel (of geen) loon. Kiezen? Liever niet.

Het is Kerstvakantie. Zelfs de hele week na Oud en Nieuw hoeft de helft van Nederland niet naar school of werk. Zich verheugend op de vakanties die dit jaar nog gaan volgen: voorjaar, zomer, herfst. We beseffen niet genoeg hoe bijzonder dat is. Ga maar werken in het beloofde land, Amerika. Dan heb je geen verlofdagen, alleen dagen dat je zonder betaald te worden ‚vrij’ neemt.

Het hoeft wat mij betreft niet anders. Wat er anders moet is dat we wat meer bewust mogen zijn van het enorme voorrecht dat we hier hebben op vrijwel elk gebied. Wij kunnen ons druk maken over of we wel ‚gelukkig’ zijn. Wij kunnen ons druk maken over of we onszelf wel zijn, of we ons optimaal ontwikkelen en alles uit het leven halen wat er in zit. Wij kunnen het ons zelfs permitteren om in bed te blijven liggen, zwelgend in zelfmedelijden, als het even tegen zit. We zijn depressief temidden van ontelbare mogelijkheden en weelde. En misschien veroorzaakt de weelde nou juist het gros van de depressies die Nederland rijk is. Waren we maar wat minder verwend, dan konden we misschien tevreden zijn. 

Het gegeven dat er schoon water door onze kranen stroomt als we ze open draaien, zou ons moeten doen dansen van geluk.

Reacties
..en meer!

Mens&Taal

Mens-en-taal

Sittard
E-mailadres: menstaal@gmail.com
Mens: coaching, begeleiding & Taal: tekst, voordracht, opinie