100ProcentLizette
Ik ben Lizette Colaris - aangenaam!
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Altijd 100Procent op de hoogte blijven? Abonneer je hier!

Passievrucht

In 2016 publiceerde Lizette Colaris haar eerste dichtbundel met het thema 'Passie'. Een kleurrijke collectie warme en meertalige fragmenten van passie!

MO

In 2016 debuteerde Lizette met een korte thriller: MO. Geschreven in het Sittards, in dezelfde uitgave staat ook de Nederlandstalige versie.

Meer informatie: www.zittesjethriller.nl

Perrongeluk

Vanuit haar ooghoek had ze hem al gezien. En weer verbaasde het haar, ze had het gevoel dat hij haar ook al gezien had. Ondanks de drukte op het station. Een mensenmenigte haastte zich richting de treinen. Er was een ongeluk geweest ter hoogte van het voorliggende station, waardoor al het treinverkeer flink ontregeld was. Ze vond dat geen bezwaar. Het gaf haar de kans de tijd te nemen voor een observatie. Waarom had deze man haar aandacht getrokken? Hij was nou niet bepaald haar type. Fysiek gezien geen overdreven aantrekkelijke man. Maar toch. Iets aan hem of in hem was onvermijdelijk aantrekkelijk. Een karaktervolle kop. Ogen met een lichtbruine doordringende blik, een twinkeling erin.  Haar telefoon ging af. “Ha Moos, met mij. Waar ben je? Ik hoorde dat er iets aan de hand was met de treinen en dacht aan jou. Ga je het nog halen?” ‘Klopt ja, het is hier een heksenketel. Maar ik neem de eerstvolgende richting Luik, ik zal wel later zijn ja. Wacht maar niet op mij, ik hoor anders morgen wel hoe het was.’ “Goed, dan beginnen wij gewoon alvast. Zou wel fijn zijn als je nog kwam, Moos. Zonder jou valt er niets te lachen!” ‘Haha, ik weet het, maar ik beloof je dat als ik het niet haal, ik de schade nog wel zal inhalen. Zaterdag of zo, oké?’ “Goed, lieverd, veel succes met je reis. En de groeten alvast aan Erwin.” Erwin. God ja, ze had er totaal niet aan gedacht hem te laten weten dat ze het vandaag niet zou halen. Nou ja, het interesseerde haar eigenlijk ook niet. Hij had haar zo vaak laten wachten om dan uren te laat een sms-je te sturen met zijn afmeldingssmoes. En hij flikte het haar elke keer wanneer ze elkaar spraken om binnen twee zinnen de meest onomwonden, directe geile praat uit te kramen. Iets waar ze best voor in was, maar niet zonder inleiding of aanleiding. Erwin bleek steeds meer een op sex beluste, gefrustreerde ziel te zijn. Ze kreeg weer kramp in haar buik als ze eraan dacht wat er mogelijk zou gaan gebeuren als ze eindelijk de moed zou vatten hem te vertellen dat ze hem niet meer wilde zien.

“Hee, ook de trein gemist? Enig idee hoe laat de volgende naar Luik vertrekt?” Ze draaide zich schichtig om en keek recht in zijn lichtbruine ogen. Hij raakte haar linkerarm lichtjes aan met zijn rechterhand. Ze voelde hoe haar hart een slag oversloeg en haar hartritme accuut versnelde. ‘Nee, nog niet, ik wilde net even gaan informeren bij de reisinformatie. Loop anders even mee, dan weet jij het ook meteen.’ Hij stemde in en samen liepen zij tegen de mensenstroom in, richting de informatiebalie waar een drom mensen stond te dringen. Ze zochten samen naar de informatie over bestemming Luik op de grote informatieborden die in de centrale hal van het station waren opgehangen. “Aha,”zei hij, “om 19.23 uur vertrekt er één vanaf spoor 5a. Dat betekent nog anderhalf uur wachten.” ‘Ja,’ dacht ze. ‘Anderhalf uur die ik best met jou zou willen doorbrengen.’ Als een flits ging het door haar hoofd, ze kon in die anderhalve seconde dat het duurde zijn kus op haar lippen voelen. En het beangstigde haar niet. Het was alsof de regie overgenomen werd, en alles wat daarna volgde leek achteraf een droom. “…Amsterdam en ik heb nog niet gegeten. Jij wel?” Ze had maar half gehoord wat hij daarvoor gezegd had, maar antwoordde snel met ‘Ja. Of ik bedoel: nee, ik heb nog niet gegeten maar ik heb inderdaad wel honger.’ “Goed, dan gaan wij samen even iets lekkers eten. Ik trakteer.” Normaalgesproken hield ze daar helemaal niet van, getrakteerd worden. Ze was een zelfstandige dame en had het niet nodig verzorgd te worden. Niet door haar moeder, niet door een man. Maar deze keer was het anders. Deze man liet geen ruimte voor protest.‘Nee’ zou hij niet accepteren, dat was voelbaar. “Ik heet overigens Norbert.”Hij stak zijn hand uit en zij gaf hem de hare. Een stevige handdruk, precies zoals ze dat prettig vond. Zijn geur kwam heel even voorbij. Heerlijk. Een geur waar ze in kon verdrinken.

Alsof ze al jaren samen door het leven liepen, liep ze naast hem richting het centrum van de stad. Ze was niet bekend met de stad en had geen idee waar ze een restaurantje zouden kunnen vinden dat de moeite waard was. Gelukkig was Norbert al vaak in deze stad geweest. Terwijl ze liepen vertelde hij dat hij een eigen bedrijf had en veel onderweg was. Deze stad lag nou eenmaal op het knooppunt van het spoorwegennet en zo was hij al tientallen keren hier gestrand. Zoals nu. Hij keek terwijl hij sprak af en toe aandachtig naar Moos. Ze voelde zijn blik en vond de manier waarop hij naar haar keek alleszins strelend. “Kijk, daar is het,“ zei hij, “La Primavera, de beste Italiaan die ik ken op loopafstand van het station. Ik hoop dat je van Italiaans eten houdt?” ‘Godzijdank,’ dacht ze. ‘Ja hoor, prima’, zei ze. Door de grote ramen van het restaurant waar met sierlijke, ouderwetse letters La Primavera op geschilderd was, zagen ze dat het niet erg druk was. Er was nog een mooi gedekte tafel voor twee vrij aan de rechterkant van het etablissement. Even daarna bestelden ze allebei Fettucini Primavera, op aanraden van Norbert. Ze hadden een witte wijn laten inschenken die soepel gedronken werd. Gek genoeg voelde ze zich op haar gemak bij deze vreemde. Alsof ze hem al jaren kende. Ze hadden een geanimeerd gesprek gevoerd, het gesprek liep vanzelf. Hij keek haar even in stilte aan vanachter zijn glas en vroeg: “Hoe kan het dat zo’n mooie vrouw als jij geen ring draagt?” ‘Hoezo?’, vroeg ze,’Is dat zo verkeerd dan?’ “Nee nee,”zei hij. “Niets is verkeerd aan jou, echt niets. Maar er moet toch wel iemand in jouw leven zijn die van je houdt?” Even schoot Erwin door haar gedachten. De man die volgens sommigen toch zoveel van haar hield, maar waar zij het andere gezicht al te vaak van gezien had.  Ze vond het van de ene kant een absurd persoonlijke opmerking, maar van de andere kant kon deze Norbert overal mee wegkomen. Hij had nou eenmaal het soort persoonlijkheid die men niets kon weigeren. Dat verklaarde ook meteen zijn succes in zaken, nam ze aan. ‘Nee,’ hoorde ze zichzelf zeggen, ‘Er is niemand in mijn leven.’ Dat had ze nog niet eens zo slecht geformuleerd, vond ze. Het was waar. ‘Ik heb mijn werk, ik heb mijn huis en ik heb mijn honden. Meer is er niet en meer hoef ik ook niet. Een relatie staat me in de weg, ik moet mijn eigen ding kunnen doen.’ Sprak ze dapper, dacht ze er achteraan. Want ze wist maar al te goed dat ze wel degelijk behoeftes had. Niet alleen de behoefte om gewoon iemand naast zich te hebben. Ook de dierlijke behoefte en drang naar heftige sex staken bij tijd en wijle hardnekkig de kop op. Erwin had daar altijd meteen op gereageerd, maar de laatste maanden had ze hem ontweken. Sinds ze hem betrapt had met Jenna was haar gevoel voor hem geblokkeerd. En de geilheid daarmee ook.  “Natuurlijk. Je eigen ding, je werk is je identiteit en die ga je niet opgeven. Dat zou ook niet nodig moeten zijn. Maar ik herken het wel.” sprak Norbert met zijn fluwelen stemgeluid. ‘Man, wat ben jij aantrekkelijk’ dacht ze terwijl hij sprak. Norbert was een goed verzorgde man met een eigen stijl. Geen maatkostuum, maar wel een mooi jasje en een vlotte maar nette jeans. Eigenwijze schoenen, met een kleine gouden driehoek op de neus. Cowboylaarzen? Zo leek het wel.  Ze hield wel van een man met lef genoeg om een wat afwijkende stijl te hebben. “Ik heb zelf ook helemaal geen tijd voor een relatie. Maar ik ben wel een man met behoeftes, dat is nou eenmaal de natuur.” De kelner zette haar het gerecht voor. De geur van knoflook en basilicum drong in haar neus. Nu merkte ze pas dat ze eigenlijk barstte van de honger. Het was een goed restaurant, smaakvol ingericht en warm.  Er brandde zelfs een haardvuur twee tafels verderop. Een restaurant waar je graag een hele avond zou blijven zitten, rustig genietend van weldadig voedsel en meer van die soepele wijn. Er werd alweer een nieuw glas voor haar ingeschonken. “Ik heb wel relaties gehad met vrouwen, maar uiteindelijk werden ze zo veeleisend. Ze begrepen gewoonweg niet dat ik nou eenmaal moet reizen voor mijn werk en veel onderweg ben. De jaloezie kwam elke keer weer  om de hoek kijken, zelfs als ik werkelijk als een monnik leefde. Dus ik heb het eigenlijk ook maar afgezworen, dat idee van vaste relaties.” ‘Waarom vind ik dat nou jammer?’, dacht ze. Het verbaasde haar zelf dat deze gedachte in haar opkwam. Maar Norbert keek steeds naar haar op een manier die bijzonder aangenaam was. Geruststellend en eigen. En ze had gemerkt dat haar lichaam daarop reageerde. Haar borsten leken te zwellen. Ze wist wat dat betekende. “Dus wij lijken op elkaar wat dat betreft. Mooi. Nu weten we ook dat we geen relatie kunnen beginnen. Allebei geen tijd voor, nietwaar. Maar Moos.. Ik wil je wel zeggen dat ik jou te mooi vind. Te boeiend ook. Te intrigerend. Ik kan je niet zomaar weg laten lopen. Dus ik geef je nu mijn telefoonnummer.” Ze hoorde het hem zeggen terwijl de kelner de rekening kwam brengen. Hij had daar om gevraagd, de tijd begon te dringen. Hij zette zijn handtekening op de creditcardnota en maakte meteen van de gelegenheid gebruik zijn telefoonnummer op zijn visitekaartje te schrijven. “Dit is mijn privénummer, hier kun jij me altijd op bereiken. Niemand heeft dit nummer nog, behalve ik. En nu jij. Bel me, al is het pas over een jaar.” Verbouwereerd nam Moos het kaartje aan. Plotseling voelde ze haar hoofd rood worden. Er stroomde een energie door haar lichaam die ze lang niet had gevoeld. ‘Bedankt, erg bedankt ook voor het eten..’ hoorde ze zichzelf zeggen. Ze vond het  vreselijk dat het etentje nu afgelopen moest zijn. Alsof haar lievelingsspeelgoed werd weggenomen en ze naar bed gestuurd werd, omdat er belangrijk bezoek was voor haar ouders.

Samen liepen ze terug naar het station. Ze moesten nog flink doorstappen, anders zouden ze de trein opnieuw missen. Op het perron aangekomen, waar de trein al klaarstond, werd Norbert plotseling aangesproken (of beter gezegd aangevlogen) door een blonde dame die zich zichtbaar en hoorbaar verheugde dat ze hem daar zag. “Norbert, wat enig! Jij hier, nu.. dat kan geen toeval zijn!” Moos lachte als een boer met kiespijn naar Norbert. Ze voelde de grond onder haar voeten wegzakken. Ze had zo gehoopt dat Norbert en zij samen de reis naar Luik zouden afleggen. Maar Norbert nam de blonde vrouw in zijn armen en riep: “Saskia! Dát is lang geleden! Mooi mens! Laat me je zoenen!” Het duizelde Moos. Ze besloot zichzelf dan maar af te zonderen, excuseerde zich bij Norbert – die duidelijk in de ban van de blonde vrouw was - en zei snel “Nog eens bedankt, tot ziens!” tegen hem waarna ze in de trein stapte en op zoek ging naar een zitplek in de volle wagons . Ze had geen zin nu tegenover andere mensen te zitten die mogelijk een gesprek met haar zouden willen beginnen. Nu niet. Norbert zat nog in haar systeem en ze kon gewoon niet geloven dat hun tijd samen zo abrupt verbroken werd en er nu al op zat. Ze wilde het niet geloven. Ze voelde het visitekaartje in haar hand. Ze had het de hele weg vanaf het restaurant in haar hand gehouden, omdat ze gewoonweg geen plek wist waar ze het kon opbergen zodat het zeker niet kwijt zou raken. Ze bekeek het kaartje aandachtig: ‘Norbert Vellema, CEO’ stond er, en daarboven een geelgroen logo en de naam van het bedrijf: ECOFRAMES.

De trein kwam hortend en stotend in beweging. Waarom regende het nou niet?

 

Dit verhaal werd onlangs gepubliceerd in 'Passievrucht' - een bundel van Lizette Colaris. ISBN 9789402152623

Reacties

„De liefde is een kwestie van vertrouwen in de ander, het gezicht van de liefde dient altijd bedekt te worden door het laken van het mysterie.” Paolo Coelho refereert in zijn boek ‚De Spion’ naar de Griekse mythe van Psyche. We moeten niet altijd op zoek zijn naar de geschiedenis van de ander, naar de redenen van hun liefde voor ons. We mogen vertrouwen op de aanwezigheid van de liefde. Het mysterie dient te blijven bestaan, zodat ook de liefde kan blijven bestaan. ‚Als we ons niet bang laten maken, zullen we steeds in een paleis wakker worden omdat de magie verdwijnt zo gauw we de liefde proberen te ontraadselen en te begrijpen.’ Zoals Psyche de verleiding niet kon weerstaan om het gezicht van de man die haar werkelijk en onvoorwaardelijk liefhad, te zien - waarop de man (die beeldschoon bleek te zijn) onmiddellijk uit haar leven verdween. Voor eens en voor altijd. En hoe Psyche de liefde ook zocht in anderen, ze zou haar niet meer kunnen vinden.

Om de Ware Liefde te kunnen beleven, mogen we dus niet aan haar bestaan twijfelen. Het is van levensbelang voor de Liefde dat we geloven dat ze tussen twee mensen bestaat, zondermeer.

In een menselijk, niet-mythisch leven verloopt de volgorde helaas vaak andersom: wat werd aangezien voor liefde, blijkt geen Ware Liefde te zijn maar een leugen. Een goed doordacht toneelspel dat weliswaar leek op de liefde, er alle kenmerken van had, maar geen werkelijke liefde was. Als iemand een dergelijke ervaring eenmaal gehad heeft, is het moeilijk om het vertrouwen te houden in het bestaan van de Ware Liefde. De eerdere ervaring werd al die tijd voor Waar aangenomen, en alle signalen die erop wezen dat het niet Waar was, werden omgedacht en rechtgepraat zodat ze wel Waar moesten zijn. Hoe hard dan de dag en het moment waarop het laken weggetrokken werd en bleek dat de Liefde een leugen was. Onwaar.

Daarna begint dan de lange weg naar het hervinden van het vertrouwen in het bestaan van Ware Liefde. Volharding, doorzettingsvermogen, de bereidheid het hart vele malen te (laten) breken totdat de dag aanbreekt dat de zoektocht gestaakt kan worden. Omdat uiteindelijk de Ware Liefde ook in onszelf schuilt. Kunnen we van onszelf houden, met vertrouwen in het leven staan, dan is de kans aannemelijker dat ook de Ware Liefde zich kan aandienen. Maar dan, wanneer de magie van de Ware Liefde zich genesteld heeft tussen twee mensen, is het dus de kunst om het laken het gezicht van de Liefde te laten bedekken, en te vertrouwen op de schoonheid die onder het laken verborgen gaat zonder haar ooit te hebben gezien.

Misschien draagt de bruid daarom een sluier, op weg naar het altaar waar ze haar Ware Liefde gaat betuigen voor de man van haar leven? En wordt de sluier opgelicht voordat de man zijn definitieve Ja-woord heeft gegeven, zodat hij zich nog zou kunnen bedenken en verdwijnen zoals de Liefde in Psyche’s mythe?

Ik wens u veel Liefde. En wel de Ware!

Reacties
..en meer!

Mens&Taal

Mens-en-taal

Sittard
E-mailadres: menstaal@gmail.com
Mens: coaching, begeleiding & Taal: tekst, voordracht, opinie