100ProcentLizette
Ik ben Lizette Colaris - aangenaam!
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Altijd 100Procent op de hoogte blijven? Abonneer je hier!

Passievrucht

In 2016 publiceerde Lizette Colaris haar eerste dichtbundel met het thema 'Passie'. Een kleurrijke collectie warme en meertalige fragmenten van passie!

MO

In 2016 debuteerde Lizette met een korte thriller: MO. Geschreven in het Sittards, in dezelfde uitgave staat ook de Nederlandstalige versie.

Meer informatie: www.zittesjethriller.nl

In de Rotterdamse haven draait men een proef met geautomatiseerde systemen. Het lossen van de vracht van grote schepen is deels nog wel mensenwerk, maar vanaf het moment dat de trossen vastgelegd zijn door de ruwe mensenhand, komt er geen mannetje meer aan te pas. Nou: ééntje dan. Die zit met de joystick in de hand in een leren zetel in de stuurkamer. Beneden, buiten, gebeurt alles verder geheel automatisch. Vlekkeloos glijdt de kraan naar het schip, takelt de containers er één voor één vanaf en zet ze neer op een vrachtwagen die (zonder bestuurder) gladjes de weg zoekt naar de opslagplek. Daar aangekomen doet weer een automatisch aangestuurde kraan de rest en tilt de container op de opslagplek. Glad en zonder hobbels verloopt het proces. Onder aansturing van één meneer. Prachtige vooruitgang, mogelijk gemaakt door de techniek. Toch?

Maar: waar zijn de andere havenwerkers gebleven? De haven van Rotterdam was in het verleden toch een bron van inkomsten voor vele arbeiders die, hoewel ongeschoold, zeker wel van wanten wisten? Waar zijn ze gebleven, de mannen met armen als staalkabels? Ik probeer mij een voorstelling te maken van wat er gebeurt als de techniek het overgenomen heeft en de arbeider overbodig geworden is.

In het eerste, meest onwaarschijnlijke scenario hebben de arbeiders een flinke bonus gekregen. Flink genoeg om het gezin eens in de vier maanden te trakteren op een prettige vakantie, een beduidend grotere woning aan te schaffen, elk volwassen lid van het gezin van een Audi te voorzien, de studies van de kinderen geheel te betalen en de vrouw des huizes te fêteren op een plastische behandeling die haar zo goed als nieuw maakt. Vanaf de dag dat de techniek zijn intrede deed heeft het de levens van de arbeiders werkelijk mooier gemaakt.  In dit fantastische scenario dan toch. Overigens lijkt dit scenario aardig op wat er gebeurt als bankdirecteuren de zaak noodgedwongen moeten verlaten. Dat terzijde.

Het tweede, meer waarschijnlijke scenario is helaas anders. De arbeiders zijn er met een jodenfooi uitgewerkt, hebben zogenaamde jobcoaching gehad die nergens toe geleid heeft en zitten over een paar jaar in de bijstand. Moeders zal een baantje er bij moeten zoeken, dan heeft ze er twee, als schoonmaakster. De kinderen hoeven niet eens te dénken aan doorstuderen. Dat wordt hamburgers bakken bij de MacDonalds of kiphormonenburgers bij de KFC. Een eigen auto zit er voorlopig niet in voor het gezin, laat staan voor de jongeren.  Vaders is zijn rol als kostwinnaar kwijt en vraagt zich dagelijks én nachtelijks af hoe het zo ver heeft kunnen komen. En ziet geen uitweg maar alleen robots om zich heen als hij een poging doet in de nacht tot rust te komen.

Laten we dan eens nadenken over een derde scenario. Hoe het óók kan. Mét technologische ontwikkelingen. In het derde scenario heeft elke Nederlander een basisinkomen. Laten we zeggen, 1000 euro per maand. Daar hangen geen voorwaarden aan vast zoals sollicitatieplicht of verantwoording. Dat geld krijgt elke Nederlander maandelijks op zijn rekening. Daarmee kan de huur betaald worden, voeding of kleding, elke Nederlander mag zelf beslissen waar hij dat geld aan spendeert. Te gek voor woorden, hoor ik u roepen. Onmogelijk! Toch zou dit betekenen dat de basisbehoeften (vandaar: basisinkomen) afgedekt zijn. Geen zorgen betreffende de primaire behoeften, al is het nog steeds geen vetpot als het bij 1000 euro per maand blijft. Een gemiddelde student heeft in Nederland zo’n 1200 euro per maand nodig om rond te komen. Zonder bachanale toestanden: gewoon rondkomen. Wil de arbeider uit de haven dus meer dan 2000 euro (want zijn vrouw krijgt ook het basisinkomen) per maand, of heeft hij meer nodig, dan zal hij in actie moeten komen. Laat die arbeider nou bedacht hebben dat hij samen met zijn vrouw een mobiel restaurant wil beginnen? Of een groententuin, waarvan hij de oogst gebruikt om potten pastasaus te maken die hij wil verkopen? Of een kleine auto wil aanschaffen om pakjes rond te brengen? Of.. of.. of…? Hij zal in elk geval mogen kijken naar wat hij wíl en wat hij kan doen, en daarnaast ook de rust hebben om bijvoorbeeld het gras van de lokale voetbalclub elke week te maaien. Ik noem maar iets. Ik hoop dat u, mijn lezer, zelf in staat bent positief te kijken naar de talloze mogelijkheden die onze arbeider heeft in deze constellatie.

Welk scenario  is het meest kansrijk, denkt u? De documentaire van VPRO’s Tegenlicht (zondag 26 april 2015) heeft de mogelijkheden van de automatisering mooi in beeld gebracht. Ik wacht op de sequel: Over-leven na het werk. En dan?

 

Reacties

Zeker, ik ben me er van bewust dat iedere generatie hetzelfde zegt over de jongeren. Elke generatie heeft iets te klagen over de jongeren. Tenslotte herhaalt de geschiedenis zich. Traditioneel zeggen ‘oudere’  mensen dat de jeugd lui is, niks nuttigs doet, en zich nergens iets van aantrekt. Toen ik een puber was hoorde ik ‘oudere’  mensen zulke dingen ook zeggen maar eerlijk gezegd dacht ik dan altijd dat ze het over de anderen hadden, want ik herkende mijzelf niet in hun kritiek.

Inmiddels ben ik zelf op weg een ‘oudere’  te worden, en ik kan het niet ontkennen: ook ik begin een mening te ontwikkelen over de zogenaamde Jeugd van Tegenwoordig. Jammer vind ik het. Echt heel jammer. Ik had zo graag afgeweken van de norm. Ik had zo graag willen zeggen dat de nieuwe generatie verfrissend anders is, vernieuwend en verbazingwekkend gemotiveerd om iets te veranderen, iets bij te dragen aan onze vileine wereld.

Helaas. Ik krijg er buikpijn van als ik hoor wat ze zeggen, als ik zie wat ze doen en als ik lees wat ze schrijven – met name op de ‘sociale’ media.. Deze mensen zijn op weg onderdeel te gaan uitmaken van onze maatschappij, ze moeten de in verval geraakte economie gaan opvijzelen, onze pensioenen enigszins veilig stellen en de wereld leefbaar houden en maken voor de alweer volgende generatie. In plaats daarvan maken ze zich met name druk om de materiele dingen die volgens hen nog ontbreken aan hun geluk. Talloze voorbeelden ken ik van jongere dames die echt niet gelukkig kunnen zijn als ze hun nagels niet elke week laten bijwerken en zich alleen maar druk lijken te maken om de kleur van hun haar. Ik zie en hoor jongens die het belachelijk vinden, een bijbaan, werken voor een minimumloon en doen wat de baas vraagt. Ronduit dom hoor, als je dat doet. Blijkbaar hebben zij een manier ontdekt om geld te krijgen die ik nog niet ken, want zij rijden rond in een te dure auto, dragen dure zonnebrillen en hebben niks zinnigers te doen dan op stap gaan, dronken worden en uitslapen. Heb ik toch ergens iets gemist en doe ik toch blijkbaar iets helemaal verkeerd. En ze gedragen zich op een bepaalde manier als peuters. Ze willen iets en ze willen het NU. Niet straks, niet later. NU. En als dat niet kan, dan wordt er een flink drama uit de kast getrokken waar ouders dusdanig van schrikken dat ze dan toch maar heel snel tegemoet komen aan de oh zo dringende wens van de dreinende puber.

Eerlijk is eerlijk: er zijn natuurlijk uitzonderingen. Godzijdank zijn er uitzonderingen! Jongens en meiden die wel lid zijn van een vereniging, die daar ook nog echt tijd voor vrij maken en meehelpen zonder dat daar geld tegenover moet staan. Jongeren die wel een baantje als vakkenvuller hebben (en dat in het gezelschap van andere jongeren liever niet vertellen – sinds wanneer mogen we er niet meer trots op zijn dat we werken voor ons geld?), die sparen voor zoiets als een opleiding voor het rijbewijs. Ouderwets, bijna. Maar is het daarom minder cool? Een bepaald deel van de generatie NU lijkt dat te denken. Zij leven vooral in het NU en helemaal nog niet in het LATER. En LATER zullen we dan wel zien hoe het verdergaat. En wat deze generatie, die dan weer de ‘oudere’  generatie is, van mening zal zijn over de dan weer aanstormende jongere generatie. Ik hoop het nog te mogen meemaken en dan te kunnen verzuchten tegen de klagende generatie: ‘De geschiedenis herhaalt zich, mensen, de geschiedenis herhaalt zich. En dat is alles.’ 

Reacties

Laat mij dan een prediker zijn. Een prediker van liefde. Laat mij u vertellen over dat leven liefde is.

Ik zag een documentaire over de Japanse onderwijzer Kanamori. Hij geeft les aan groep 6. Rekenen, Taal, karakters schrijven. Het bekende werk. Maar veel belangrijker dan dat is wat hij bovenaan zijn lesprogramma heeft staan: een band laten ontstaan tussen alle leerlingen van zijn klas. Vijfendertig in totaal. En hen laten zien wat liefde is. Liefde voor zichzelf, voor anderen en voor het leven.

De Japanse kinderen lijken in alles op onze kinderen. Hun gedrag in de klas, hun onstuimigheid, hun egoïsme, hun spontaniteit, hun bravoure. Hun meester echter lijkt niet op de onze. Hij observeert en geeft kinderen naast alle andere taken een bijzondere taak: dagelijks schrijven drie kinderen een brief aan de klas over wat zij ervaren hebben de dag ervoor. En in die brief schrijven ze wat hen geraakt heeft, waar ze boos van werden, of juist blij. Waar ze trots op zijn of zich juist voor schamen. Naar aanleiding van de brieven ontstaan er discussies in de groep. Kinderen herkennen zichzelf in de tekst, of juist niet. Spreken naar elkaar uit wat zij ervaren, niet als feit maar als gevoel. Spreken uit wat hen bezighoudt en terughoudt, wat het leven hen op deze jonge leeftijd al aan uitdagingen biedt. Zoals het verlies van een vader. Regelmatig vloeien er tranen. Maar één ding is wel erg opvallend: de klas is tijdens deze momenten muis, maar dan ook muisstil. Iedereen richt zijn aandacht op het gezegde, en op de gevoelens die het met zich meebrengt. Iedereen kijkt naar zijn of haar eigen hart en dat van de ander.

Kanamori leert de kinderen de belangrijkste les van het leven: ze leren kijken naar zichzelf, kijken naar hun hart. En niets is moeilijker dan dat. Het is niet makkelijk om in je eigen hart te kijken. Maar je zult je eigen kwetsbaarheid moeten ontdekken om een band met anderen aan te kunnen gaan. Je kwetsbaarheid tonen. In de Japanse schuldcultuur, waar harakiri toch vanuit de traditie het antwoord was op gemaakte fouten, staat er nu een onderwijzer op die tegen de leerling zegt: toon je kwetsbaarheid. En tegen de groep: aanvaard de kwetsbaarheid van je vrienden en steek een helpende hand toe. Pas wanneer je je kwetsbaarheid hebt getoond zullen je naasten het voor je opnemen en je beschermen. Getuige van deze stelling is het moment waarop een leerling door meester Kanamori gestraft wordt wegens het voortdurend kletsen en giechelen tijdens de les (dat komt de Nederlandse onderwijzer beslist bekend voor). De leerling mag niet deelnemen aan het middagprogramma, wat een absolute beloning voor hard werken zou worden. De leerlingen hadden hier erg naar uitgekeken. De gestrafte leerling, Yo, zou in de klas moeten blijven terwijl zijn vrienden vlotten gingen bouwen. Yo barstte in tranen uit. Meester Kanamori wachtte zwijgend de reacties af. Schoorvoetend ontstond er een protest. Eén leerling nam het voortouw, een ander vulde het aan.  De klasgenoten vonden de straf niet passen bij de zonde. En uit protest tegen deze straf zouden zij zelf dan ook niet deelnemen aan de vlottenrace. De advocaten van de gestrafte leerling huilden zelf terwijl zij spraken. De pijn van Yo was daarmee ook hun pijn. Meester Kanamori’s hart moet beslist sneller geslagen hebben toen hij de reacties hoorde. Zijn doel was bereikt, de band was ontstaan. De groep was belangrijker dan het individu. Maar zonder het individu was er ook geen groep. De kracht van ‘samen’.

Zijn dit belangrijke lessen voor leerlingen van 10 jaar? Lijkt mij wel. Behalve alle tafeltjes van voren naar achteren te kunnen opdreunen, lijkt mij zeker in de huidige tijd, dat het laten zien en voelen wat echt leven inhoudt nu belangrijker is dan ooit. Dat liefde en het delen daarvan noodzaak is om te kunnen overleven. Dat kwetsbaarheid niet betekent dat je hulpeloos bent. Dat niets in dit leven zeker is, dat je geen garanties krijgt. En dat het goed is na te denken over het leven en jouw rol daarin. Dat vriendschap ontstaat door elkaars gevoelens te respecteren. Oog hebben voor elkaar is het geheim om gelukkig te worden. Gelukkig zijn vanuit het diepst van je hart.

Ik vertel niets nieuws. Het is een eeuwenoud verhaal dat veel te vaak verkeerd geïnterpreteerd wordt. De wereld heeft predikers nodig. Laat mij er dan één zijn. Geef de draad door, dan breekt het lijntje niet.

Reacties

Wat ben ik blij met deze Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen. Ze gaat het Bindend Studieadvies ter discussie stellen in het najaar. Maar ik kan verder gaan. Bijvoorbeeld: het bekostigingssysteem van het hoger onderwijs veroorzaakt de prestatiedruk en stress onder studenten én ook onder docenten. De student wordt geacht in vier jaar tijd de HBO-Bachelor te behalen. Wanneer er bijzondere omstandigheden een rol spelen in die vier jaren, mag de student er een jaar langer over doen. Maar dan? Duurt het (helaas) langer dan vijf jaar? Dan krijgt het opleidingsinstituut (!) een boete voor het langstuderen van de student. De omstandigheden van de student zijn echter in de meeste gevallen helemaal niet verwijtbaar. Het is namelijk niet zo dat het leven van studenten gedurende vier levensjaren stilstaat, dat er niets gebeurt in hun 'Umfeld'. Ouders scheiden, (stief-)vaders of moeders overlijden, vrienden plegen zelfmoord, er wordt een functionele beperking geconstateerd (tijdens de HBO periode wordt vaak pas duidelijk dat bv. ADD al die eerdere jaren dwars gezeten heeft), en ze zijn vatbaar voor depressies (goh hoe kan dat nou?) - ik noem maar wat voorbeelden uit de praktijk. Is dat verwijtbaar? Nee. Is het begrijpelijk dat deze student tijd nodig heeft om iets te verwerken en misschien hulp te zoeken? Opleidingen doen naar mijn ervaring hun uiterste best om studenten te begeleiden bij deze Levensschool-ervaringen die zich naast hun Hogeschoolervaring voordoen. Maar de tijd tikt. Niemand kan er iets aan doen: verwerking, trauma en chaos vergen tijd voor herstel. Maar de opleiding voelt de druk van het boetesysteem, en de student voelt de druk van de opleiding. Uiteindelijk ontstaat er een tendens om studenten die dreigen een zeer lange studievertraging te gaan oplopen, dan maar de deur uit te werken. Zonder diploma, hopelijk met enig soelaas van DUO met een verminderde studieschuld. 

Naar mijn mening deugt het systeem op dit punt niet, en is dit de hoofdoorzaak van veel ellende en stress bij alle partijen die bij onderwijs betrokken zijn. Lieve minister van Engelen. Misschien vindt u er zo snel niet de woorden voor (zoals ik lees in het artikel), maar u mag mijn woorden lenen. Al zijn ze dan misschien niet onderbouwd of doordacht, ik denk wel dat ze in de kern waar zijn.

Natuurlijk moet er een kader zijn. Voorwaarden mogen gesteld worden. Maar zo strak en op straf gericht als nu, dat is niet gezond. Voor niemand.

Reacties

Onze welvaart draait ons langzaamaan de nek om. Dat is een drastische gedachte, zult u denken. Misschien wat overtrokken. Maar toch. We hebben het als Nederlanders nog nooit zo goed gehad. De economie groeit, de meeste mensen kunnen elke dag een boterham met beleg eten (of een meergranen pain pistolet belegd met prosciutto op een bedje van rucola, gedragen door een laagje pesto), hebben een dak boven een hoofd (of vier keer per jaar andermans dak via AirBnB of een ‘goedkoop’ hotelletje via booking.com), de verwarming draait (of we gaan twee keer per maand lekker naar de sauna om op te warmen). We hebben tijd over, want allerlei apparaten doen de vervelende klusjes (er rijdt bij steeds meer Nederlanders een Roomba door de woonkamer om het stof op te zuigen), dus alles wat we nog hoeven doen is ons druk maken over onszelf. Zijn we wel wie we echt zijn? Hebben we wel alle gaten en hoeken van onszelf goed ontwikkeld? Kunnen we die droom die zo onbereikbaar leek, alsnog waarmaken?

Duizenden coaches van allerlei allooi bieden ons de kans onszelf te ontwikkelen tot onze uiterste Zelf, met succes en rijkdom in het verschiet die zelfs voorbij onze stoutste dromen gaan. We moeten dingen anders doen, ons leven anders inrichten, alles laten wijzen naar één ding: onze Zelfontplooiing. Kasten vol zelfhulpboeken wachten op ons, bieden alle lessen die nodig zijn om ons bestaan dan toch eindelijk zinvol te maken. Daar hebben we tijd en geld voor, dus wat zouden we anders doen? Het kan, dus we doen het. Massaal zitten we te navelstaren en de stilte te zoeken. Terwijl de stilte in onszelf allang aanwezig is maar sinds tientallen jaren overstemd wordt door nutteloze info die ons brein vervuilt.

We staren naar tijdlijnen vol non-informatie op Facebook, we profileren onze ‘succesvolste zelf’ op LinkedIn, we Instagrammen onze successen, Twitteren onze mening de ether in en kijken meer dan  goed voor ons is naar de oh zo mooi voorgestelde wereld door onze telefoon. Ons brein slibt dicht door de onzinnige informatie, verstopt in goed verborgen (of juist niet) betaalde berichten van bedrijven en instellingen. We denken dat we die informatie niet opslaan, maar ergens in onze inwendige bits en bytes blijft de spam wel hangen. Onze processor draait overuren, we verspillen veel energie aan het boven water houden van ons systeem om te kunnen focussen.

Mensen, en dus Nederlanders, hebben een zinvolle invulling van de dagen van het leven nodig om met voldoening te kunnen leven. Maar wanneer is het tegenwoordig nog genoeg? ‘Verleg je grenzen, kom uit je comfort zone!’ Ja, graag. Maar wanneer is die zone dan groot genoeg? Wanneer mogen we ons er bij neerleggen dat het volstaat? Wanneer is onze Zelf voldaan en doorontwikkeld? Volgens de inspirators van de 21ste eeuw moeten we gewoon doorgaan, blijven leren en ontwikkelen totdat de zes planken zich om ons heen sluiten. We boeken intussen een verblijf van twee weken naar een meditatieparadijs waar we op een berg ons brein proberen leeg te maken. Om daarna in volle vaart weer in de TGV van het moderne Nederlandse leven te stappen. En dat begint met een fotoverslag van de waanzinnig mooie en zo louterende ervaring op Facebook.

Burnout en moe zijn we. Depressief en suïcidaal. Hoe dat kan? 

Reacties

Zo was het dus, toen ik als Limburgs meisje opgroeide. Zo zag de wereld van mijn toen nog jonge ouders er uit. De angst voor meneer pastoor en de kerk zat er nog goed in. Angst, hel en verdoemenis regeerden. Het noodlot wachtte eenieder die niet zuiver volgens het gebod van de Kerk leefde. En dat is generaties lang zo geweest. Ziedaar de verklaring voor het fenomeen ‘Limburgse baasangst’ dat ik jaren geleden voor het eerst hoorde. Een Brabander sprak het uit. Hij wees mij erop dat Limburgse werknemers zo bang zijn voor hun baas dat ze over hun klachten en ontevredenheid alleen met collega’s spraken. Nooit met hun baas. Uit angst dat hel en verdoemenis dan zouden neerdalen en er direct een ontslag zou volgen. De angst van de moeder voor baas en pastoor en het geloof dat bidden alle problemen zou verhelpen, het is zo herkenbaar dat ik er bang van word.

In den beginne was God Liefde. Het thema van de film wordt ontroerend mooi in beeld gebracht. De onmogelijke opgave die de 13-jarige Bart zichzelf oplegt, te leven volgens de regels van de Katholieke Kerk (in de persoon van zijn oom Sef, de pastoor van het dorp) om op die manier een Hemel op aarde te creëren, wordt pas echt onmogelijk als Peter in het dorp verschijnt. Zoon van een ondernemer in video’s, die de erotische sector een prominente plek in zijn bedrijf heeft gegeven. En broer van de ontzettend mooie en iets oudere Moniek.. wat een casting! Een engel op aarde… maar volgens de toen heersende normen een duivelskind. Ze rookt, heeft zelfvertrouwen en schaamt zich nergens voor. Ze legt zichzelf en haar wereld vast met een Polaroid-camera. Misschien om het vergankelijke tastbaar te maken, voor als ze er niet meer is. Flamboyante Peter laat Bart zien dat er meer is op aarde, dat het leven niet alleen maar veilig en goed is. Peter is de ondeugd zelf, en Bart laat zich steeds meer en steeds liever door hem meeslepen. Carjacking, winkeldiefstal, drinken en roken.. het maakt zijn entree in het leven van Bart.

Het beginsel dat God Liefde zou zijn, en dat daarom geen kwaad kan geschieden als de mens maar braaf binnen de lijntjes kleurt, strookt natuurlijk niet met de realiteit van ziekte en dood. De mooie Moniek is ziek en wordt zelfs zo ziek dat ze gaat sterven.  Onbegrijpelijk voor de jonge gelovige Bart. Die tot over zijn oren verliefd is geworden op de mooie deerne. Zijn eerste sexuele hoogtepunt mag hij met haar beleven. Mooi en respectvol in beeld gebracht, leven we met de jonge mensen mee, die beiden geen idee hebben van wat er gebeurt. Maar lust is zonde, dus Bart moet boete doen. Hij biecht het op en dat had hij niet moeten doen. Zijn biechtvader is tevens zijn oom, en het biechtgeheim wordt bij de eerste gelegenheid geschonden. Bewonderenswaardig hoe Bart het toch blijft proberen en uiteindelijk zijn vriendin de Bijbel kado doet. Ze leest het boek en als ze uiteindelijk in de laatste fase van haar ziekteproces komt, schraapt ze al haar energie bij elkaar en gaat met rolstoel en al naar de kerk. Bart ziet als misdienaar zijn liefde de kerk binnen komen, hij is de enige in de kerk die dit met liefde ziet. Voor de aanwezige gelovige katholieken is zij niet meer dan uitschot, heidens en onfatsoenlijk. Maar zij stelt de cruciale vraag: “Waarom wil jouw God dat ik doodga? Als jouw God Liefde is, waarom straft hij mij dan?” En het antwoord van meneer pastoor: “Misschien heb je dat verdiend!”

 

'n Hemel op Aarde - Regie Pieter Kuijpers, Cast Bram van Schie, Jeroen van Koningsbrugge, Huub Stapel, Lies Visschedijk

Reacties

De smartphone bestaat sinds 1992. Dankzij internet is het een onmisbaar item geworden, voor iedereen is er wel een reden waarom een smartphone een uitkomst is. Communiceren en bereikbaar zijn is er veel eenvoudiger door geworden, we kunnen er mee navigeren en eten bestellen. Maar oei, wat is het moeilijk om dat ding weg te leggen.. De ontwikkeling van apps ging razendsnel en voordat we het wisten konden we middels Whatsapp en een internetverbinding oneindig veel met elkaar communiceren – praktisch gratis.

Het valt me op dat veel mensen sindsdien moeite hebben met –letterlijk-  afstand nemen. Ze ontvangen en verzenden berichten en foto’s aan de lopende band, zijn zich niet meer bewust van hun gedrag. Overal, maar ook echt óveral, is de smartphone te vinden in de hand. Als iemand het verzonden bericht gezien heeft (af te lezen aan de blauwe vinkjes in de app), dan wordt er vanuit gegaan dat er ook meteen gereageerd wordt. Oh wee als dat niet direct gebeurt. Groot ongeduld. Maar ook ontzettende ongerustheid. Hoe dan ook: onrust, in het algemeen. Tussen geliefden (die willen weten wat de ander aan het doen is, en vooral wat die doet op de ‘foon’), tussen werkgevers en werknemers (‘jij bent altijd bereikbaar wanneer ik jou nodig heb’) , tussen vrienden (‘hee, waarom geef je geen antwoord…!!’), en tussen ouders en kinderen (‘lieverd, gaat het wel goed daar?’). De blauwe vinkjes kunnen ook uit gezet worden, dan is dus niet waarneembaar of het bericht gelezen is. Dat verschaft de ontvanger wat respijt. Maar de zender krijgt er soms een punthoofd van. “Waarom antwoord je nou niet?!”

Hoe rustig was het in de jaren dat ik opgroeide, merk ik op. Op de middelbare school had ik wat vrienden, we praatten in de pauzes de oren van elkaars hoofd. Na school fietsten we naar huis, gingen daar onze eigen dingen doen. De volgende dag kwamen we dan weer naar school en daar waren onze vrienden dan ook weer. Als we thuis waren en we wilden even contact met die vrienden, dan moesten we onze ouders vragen of we even mochten bellen. Dat mocht, maar ‘hou je gesprek kort en bondig, de tikken kosten veel geld!’. Toen ik later ging studeren (in de periode kort vóór de introductie van internet en smartphones), was er op de gang in mijn studentenflat een gemeenschappelijke keuken, gemeenschappelijke toiletten, een gemeenschappelijke wasmachine én een gemeenschappelijke telefoon. Daar hing een blocnote naast en een potlood aan een touwtje, en op de blocnote stond een rijtje voornamen met daarachter een getal: de verbruikte tikken. De tikkenmeter hing in de meterkast, en daar las je vooraf het startgetal af, en na je gesprek het eindgetal. Aan het einde van de maand kwam de telefoonrekening, en één van de bewoners die als beheerder was aangewezen, ging dan met ieder afrekenen. Behalve dat het relatief duur was, was de privacy ook gering: de telefoon hing open en bloot in de gang, dus iedereen kon (als die daar interesse in had) meeluisteren met jouw gesprek. Zo ging dat, en dat was normaal. Eens per week belde ik naar huis, op woensdag om 20.00 uur stipt. Dan praatte ik mijn moeder snel even bij en hing weer op. Ik moest mijn problemen zelf zien op te lossen en kon niet voor elk wissewasje mijn ouders benaderen. Dat heeft me een zekere mate van zelfstandigheid opgeleverd, die me later vaak goed van pas is gekomen. Dat besef ik nu pas, hoor. Op dat moment vond ik de vrijheid en onafhankelijkheid werkelijk waar heerlijk. Even geen moeder die over mijn schouder meekeek of mijn spullen nakeek. Dat kon op die manier, omdat ik geen noemenswaardige problemen had, dat besef ik.

Tegenwoordig raken ouders al in paniek als hun studerende kind niet binnen 12 uur online is geweest en geen virtueel teken van leven geeft. Terwijl dat kind gewoon bezig is zijn of haar eigen leven te leiden. Tenslotte zijn ze dan al 18, 19 jaar oud.. dus een bepaalde mate van zelfstandigheid en onafhankelijkheid mag wel aanwezig zijn. Kinderen moeten zich nou eenmaal losmaken van het ouderlijk nest, uitvliegen om af en toe weer binnen te vallen. Uitpuffen en opnieuw vliegen.

Mensen hebben de rare neiging hun kinderen te willen vasthouden tot ze meer dan volwassen zijn. Begrijpelijk, wanneer dat kind ondersteuning nodig heeft. Maar in het geval dat uw kind eigenlijk reëel gezien geen zorgondersteuning behoeft: doe hem/haar en uzelf een plezier. Laat ze (ook per sociale media) met rust. U geeft ze de kans om te leren, vooral van hun fouten. En dat is echt ergens goed voor. U heeft het tenslotte zelf toch ook overleefd?

Reacties

Het nieuwe jaar is alweer ruim een maand oud, het Chinese Nieuwjaar is inmiddels zelfs ook alweer begonnen. Tijd is vluchtig, het glipt tussen onze vingers door als we even niet opletten. Dan is er weer een dag, een week, een maand voorbij. Onze agenda’s lopen vol, gewild en ongewild, met verplichte en minder verplichte afspraken. Ontmoetingen met mensen, besprekingen over zakelijke onderwerpen, lessen, cursussen, trainingen, seminars, bezigheden, niet alleen van onszelf maar ook van gezinsleden, kinderen of ouders. Het is tegenwoordig normaal om er niet één maar meerdere agenda’s op na te houden. Wat een geluk, toch, dat de techniek het allemaal mogelijk maakt?! En dat we daarnaast ook nog eens zonder onderbreking met elkaar in verbinding kunnen staan. Steeds. Altijd. Vijf emailboxen in de gaten houden en drie telefoonnummers voor een optimale dekking van de bereikbaarheid…

We krijgen er energie van, steeds in beweging te zijn, steeds onze agenda’s te checken en  de tijd volledig in te vullen. Op tijd zijn, de tijd vóór zijn, we willen toch absoluut het maximale uit de tijd halen. Hollen, rennen, draven. Onderwijl slikken we met regelmaat hoofdpijntabletten en antidepressiva, maken we een afspraak bij de fysiotherapeut vanwege rugklachten, zitten bij de psycholoog in de stoel om de stress te verwerken en tellen we af tot de volgende vakantie. We lezen berichten over onthaastende cursussen, we verzamelen quotes over wat het beste is wat je in dit leven kan doen, we leggen lijstjes aan van relaxmethodes en voornemens. Mits het allemaal in de agenda past, gaan we het ook echt doen. Maar dan mag het niet te lang duren en moet het wél het maximale effect bewerkstelligen. We betalen daar graag voor. Dat doe je tenslotte voor jezélf!

Eerlijk gezegd bekruipt mij een enorme vermoeidheid als ik dit schrijf. De laatste jaren word ik zo nu en dan bevangen door de vraag: ‚Waar zijn we nou helemaal mee bezig?’ We willen vanalles en doen heel veel. Maar wat we vergeten is de vraag of het allemaal wel echt nodig is. MOET die agenda zo vol staan? MOETEN we overal JA tegen zeggen? Sinds een jaar ga ik er af en toe uit. Alleen. Een week. Om de tijd eens te vertragen, om de agenda leeg te laten. En te ontdekken wat ik zelf ook alweer wil, waar ik mee worstel en wat ik kan doen om mijn leven meer kwalitijd te geven. Ik heb bewuste keuzes gemaakt, om niet meer zo druk te hoeven zijn. Ik laat flinke gaten in mijn agenda. Mijn leven is daarentegen voller dan ooit. Ik beleef mijn leven meer dan vroeger, hoewel ik minder actief ben geworden. Ik sta stil, en ik overweeg wat ik doe. Ja, ik werk fulltime. Ik heb het geluk dat ik een baan heb die mij bijzonder veel voldoening geeft, dus ik spreek wel vanuit een evenwichtige situatie. De balans zit hem in mijn avonduren en weekends. Hoe meer bewust ik mijn tijd verdeel, hoe beter het voelt. Dat levert energie op die alle bewegingen die ik vroeger dacht te moeten maken, mij nooit  geleverd hebben. Duurzame energie, noem ik het. Omdat de kwaliteit van deze energie, geboren in tijd, een meerwaarde heeft die onbetaalbaar is: leven met aandacht.

Reacties

Mijn oudste zit op de middelbare school, en herleeft daar alles wat ik zelf ook meegemaakt heb. Ongelooflijk, hoe weinig er eigenlijk veranderd is. Daar had ik eigenlijk wel meer van verwacht.. met de huidige kennis over hoe informatieverwerking in de hersenen plaatsvindt, wordt kennelijk nog steeds weinig verrassends gedaan. Nog steeds is de docent er vooral om te vertellen wat er in het boek staat (!) en is er niets leuker voor de leerlingen dan uit te proberen waar de grens ligt bij de docent. ‘Es kijken hoe we hem/haar aan het huilen kunnen krijgen…’ is de grootste uitdaging van de dag. Nog steeds!

Iets anders waar die oudste van mij de laatste maand mee te maken kreeg, is de vermaledijde Beroepskeuzetest: de Ilias. Herinnert u zich die nog? Je bent amper 14 en krijgt een lange reeks vragen voorgeschoteld waar je nog niet de helft van begrijpt. ‘Vind je het leuk om offertes uit te brengen?’… geen idee. Wat is dat? Vaak hebben jongeren op die leeftijd nog geen enkel beeld van wie zij zijn, of wat er allemaal te doen is in de wereld. Ze moeten antwoord geven op vragen die voor hun gevoel over futuristische waanbeelden gaan. Het resultaat van de test levert onherkenbare algemeenheden op. Ik herinner me overigens dat mijn test destijds eindigde met op stip, als meest geschikte beroep voor ondergetekende: HOVENIER. U kent mij niet persoonlijk, maar als er iets is waar ik niks mee heb.. ik kon er dus helemaal niets mee.

Mijn oudste heeft wat dat betreft met zijn analyse de spijker op zijn kop geslagen. Het is namelijk zo: deze jongeman heeft al lang een vast voorgenomen toekomstbeeld. Hij is de uitzondering, ook wat dat betreft. Hij wil beroepsmuzikant worden. En dat wil hij met volle overtuiging. De beroepskeuzetest op school wilde hij aangrijpen om dat nog maar eens goed duidelijk te maken. Maar: in de hele lijst vragen kwamen slechts twee vragen voor die met zijn interesses te maken hadden. De rest van de vragen waren inhoudelijk voor hem niet duidelijk, of vaag. ‘Hoe kan ik nou als uitslag mijn voorkeur krijgen, met deze vragen?’, was zijn – naar mijn mening terechte – commentaar. Al met al dus nauwelijks een mogelijkheid om in de buurt van zijn werkelijke beroepswens te komen. De uitslag: met stip op 1 het meest geschikte beroep voor hem: advocaat. En laat dat nou juist het beroep zijn waar hij afkerig van is!

Zijn analyse zette mij wel aan het denken. De beroepskeuzetest die wijdverspreid wordt gebruikt in middelbare scholen is dus wel degelijk inzetbaar als direct invloedsmiddel voor de beroeps- en daarmee samenhangende opleidingskeuzes die jongeren maken. Door de samenstelling van de vragenlijst wordt de uitkomst voorspelbaar, en manipuleerbaar. Meer vragen met betrekking tot techniek? Dan krijgen naar verhouding meer jongeren een uitslag met beroepen in de technische sfeer. Hier kan de overheid er dus in een vroeg stadium al voor zorgen dat jongeren kiezen (of juist NIET kiezen) voor bepaalde sectoren. En voor de MBO en HBO opleidingen die daar bij horen.

‘Ja, maar dat is toch juist goed,’hoor ik u denken. ‘Dan kiezen ze tenminste een beroep waar ze later ook werk mee kunnen krijgen!’. Niets is minder waar. Er bestaan geen zekerheden meer op dat gebied. Laat die gedachte maar los. We hobbelen inmiddels van het ene tijdelijke contract naar het andere, vaste aanstellingen zijn schaars en daarnaast ook al niet meer zo zeker. De sectoren waarin nog werk te krijgen is, worden met de dag minder groot. Meer krimp dan groei, behalve in medische techniek, logistiek en agrofood. En dat is nou eenmaal, zeg maar, niet iedereen zijn of haar ding. Denk groot, denk in mogelijkheden. En laat dat beginnen op die middelbare school, waar het invullen van beroepskeuzetesten beter acuut vervangen kan worden door kortdurende kennismakingsstages bij bedrijven en instellingen. Het keuzemoment moet zo laat mogelijk in de leerroute plaatsvinden. Of misschien zelfs daar buiten. Laat jongeren eerst eens beleven, groeien en uitproberen. Zeg nou zelf, wat wist u toen u 14 was over het werk dat u vandaag doet? Dat bedoel ik.

Reacties

Apen zullen nooit trouwen. Dat had ik al eens gezegd. Maar apen zullen hun dochter ook nooit wijsmaken dat er ergens in de jungle een aap rondloopt die enkel en alleen van haar zal houden en haar nooit en te nimmer zal bedriegen met een andere aap. Waarom doen wij mensen dat dan wél?

Wij zijn het resultaat van generaties die met name vanuit diverse religies en bijbelse boeken zijn opgevoed met het idee dat man en vrouw elkaar zullen vinden en elkaar dan eeuwig trouw zullen beloven. Een prachtig, romantisch idee waar menig sprookje een mooi einde aan heeft overgehouden (‘…en zij leefden nog lang en gelukkig!’). Maar waar komen dan, om maar een voorbeeld te noemen, al die prostituees vandaan? Als alle mannen een vrouw zouden hebben gevonden die hen eeuwig gelukkig zou kunnen maken, dan waren er geen prostituees nodig op deze wereld. Of ze zouden allemaal baarlijk werkloos in de bar zitten, verveeld sigaretten rokend en snakkend naar een flesje bubbels.

Mijn ervaring als alleenstaande vrouw is dat mannen, getrouwd of in welke relatie dan ook, het gewoonweg niet kunnen laten. Een praatje is genoeg. Drank is niet eens nodig. Of de partner in dezelfde ruimte aanwezig is, maakt schijnbaar ook niets uit. Een korte kennismaking en al vrij gauw wordt het mij duidelijk dat er binnen die kortdurende tijdsspanne een behoefte bij de man is ontstaan die buiten zijn trouwbelofte gaat. En het is ook mijn ervaring dat dit in het uitgaansleven een heel normaal, en ook geaccepteerd fenomeen is. De eerste keren dat ik dit meemaakte, was ik geschokt. Ik dacht toch echt dat ik in een slechte film terecht was gekomen. Maar als ik dat uitte, werd ik voor gek verklaard. Ik moest me niet zo aanstellen, het was toch normaal!

Een goede vriend, een wereldburger die momenteel in Frankrijk woont, verklaarde mij onomwonden dat mannen net als apen, in staat zijn de daad te plegen zonder daar verder duidelijke liefdesgevoelens bij te hebben. Ontegenzeggelijk kunnen mannen, net als apen, na de daad weglopen, hun haar glad strijken en terugkeren naar het nest van de vaste levenspartner. Hij wees mij erop dat de verstandige levenspartner vervolgens de geur van de ‘vreemde aap’ zou moeten negeren en een eenvoudigweg zou moeten overgaan tot de orde van de dag. ‘Ook een kopje koffie, lieverd?’ En dan, dan leven alle apen nog lang en gelukkig..

(Overigens, ik geloof er nog steeds heilig in dat er wel degelijk apen bestaan die geen enkele behoefte hebben aan een vreemde aap in de bijt. Maar die kom ik natuurlijk nooit tegen.) 

Reacties
..en meer!

Mens&Taal

Mens-en-taal

Sittard
E-mailadres: menstaal@gmail.com
Mens: coaching, begeleiding & Taal: tekst, voordracht, opinie