100ProcentLizette
Ik ben Lizette Colaris - aangenaam!
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Altijd 100Procent op de hoogte blijven? Abonneer je hier!

Passievrucht

In 2016 publiceerde Lizette Colaris haar eerste dichtbundel met het thema 'Passie'. Een kleurrijke collectie warme en meertalige fragmenten van passie!

MO

In 2016 debuteerde Lizette met een korte thriller: MO. Geschreven in het Sittards, in dezelfde uitgave staat ook de Nederlandstalige versie.

Meer informatie: www.zittesjethriller.nl

Facebook heeft eigenlijk iets weg van verliefdheid. Je ziet elkaar voor het eerst of voor het eerst sinds lange tijd, en bent onder de indruk van al het mooie, nieuwe, glimmende van elkaar. Alles ziet eruit alsof het leven één groot feest is, al komen er ook kettingbrieven langs die vragen om medeleven met mensen die aan kanker lijden. Maar verder: alles goud wat er blinkt, een prachtige buitenkant die doet vermoeden dat iedereen waar je ‘vrienden’ mee bent geworden een leven heeft als uit een boekje. Wat een feest.

Veel relaties ontstaan tegenwoordig op die manier, via Facebook. Relatiebemiddelingssites zouden jaloers zijn op de flirtactiviteit die op Facebook plaatsvindt. De lust spat van het scherm af, voor mannen zijn de single vrouwen er snel uit te filteren. Andersom geldt dat voor de vrouwen natuurlijk ook, en er worden geen doekjes om gewonden. Niet alleen de jongeren zijn vrij expliciet aan het flirten, ook de wat oudere generatie Echtscheidingsgevallen is zwaar vertegenwoordigd. Mannen en vrouwen die op zoek zijn naar zichzelf, dingen doen die ze ‘vroeger’ altijd wilden maar nooit deden. Dat levert veelbelovende foto’s en verleidelijke uitspraken. De hoop op Een Ander Leven. Dat zegt genoeg.

Facebook is een openbaar toegankelijke site, waar inmiddels diverse ‘mantels der liefde’ ingebouwd zijn die maken dat niet alles wat er gezegd of geschreven wordt, perse openbaar gelezen moet worden. Men stuurt privé-berichten rond dat het een lieve lust is, van grootmoeders recepten tot minder eerbare voorstellen.. en dat zien de zogenaamde vrienden niet van elkaar.  Er kunnen ook berichten op het ‘zichtbare’ profiel geplaatst worden die alleen voor de eigenaar zichtbaar zijn, niet voor de ‘vrienden’. De eigenaren willen ook helemaal niet dat hun ‘vrienden’ het allemaal kunnen meelezen. Mooie vrienden zijn dat. Er wordt bedrogen en bedonderd, geroddeld en gekletst als ware het de marktplaats van een provinciaal middelgroot stadje.

Op Facebook doet iedereen een beetje alsof wat dat betreft. Nu doen veel mensen dat in het Werkelijke Leven ook wel, maar op Facebook lijkt het alsof iedereen zo trots is op zijn of haar eigen leven dat de hele wereld het moet weten. En als ze elkaar dan in de werkelijkheid wat beter leren kennen, blijkt die ‘vriend’ na een tijdje niets meer of minder te zijn dan dat wat iedereen werkelijk is: mens.  Een vat vol fouten, missers en deukjes. Maar wel met een warme hand. En die zal Facebook toch echt nooit hebben. 

Reacties

Het is 2014. Ik kan slecht wennen aan dat getal, het lijkt nog zo futuristisch. Iets uit jaren 80-films, die destijds waanzinnig populair waren omdat het zo uitzinnig fantastisch was wat er werd voorgesteld. Tijdreizen was geen enkel probleem, mensen hadden weinig zorgen want alles ging zo’n beetje vanzelf. En nu leven we dan in die eens zo fantastische tijd.

Fantastisch? We hebben een wereld gemaakt met zijn allen, waar we niet per definitie gelukkig van hoeven te worden. Sterker nog: het kost veel mensen moeite gelukkig te kunnen zijn in deze wereld. Temidden van het geraas van auto’s en overvliegende vliegtuigen zoeken steeds meer mensen naar allerlei manieren om de druk te verlichten. Mensen komen uren te kort, dagen te kort in de steeds langere werkweek. De ontwikkelingen van internetverbindingen en mediamachines zorgen ervoor dat men altijd en overal bereikbaar is, ook voor wat betreft het werk. Het werk is nooit klaar. Vroeger was het dat wel, zodra de wijzers van de klok aangaven dat het klaar was, was het ook klaar. Maar tegenwoordig nemen we dat werk mee naar huis. De wijzers van de klok lopen daar verder, als we e-mails beantwoorden en nog even dat telefoontje plegen. Geheel in het voordeel van de manager die de personeelsbudgetten mag beheren. Deze kan aan het einde van het jaar aan de boven hem functionerende manager rapporteren dat zijn mensen er in de geslaagd zijn binnen de gestelde tijd alles af te handelen en zelfs nog meer te doen! Wat de bovenmanager niet ziet en niet weet, is dat de werknemers dit resultaat in hun eigen tijd, thuis hebben weten te behalen. Buiten betaalde uren. Terwijl de kindertjes liepen te zeuren om aandacht zat papa op zijn papadag rapporten te schrijven over het project. Dat was belangrijker, want dringend. Zoals alles van het werk dringend is en voorrang behoeft. Het wrange hiervan is dan weer, dat de bovenmanager na het bekijken van de mooie resultaten van de personeelsmanager de conclusie trekt dat het aantal werknemers dus niet hoeft te worden uitgebreid, want het gaat toch perfect zo, met dit team. Sterker nog, er zou zelfs op uren beknibbeld kunnen worden! Rendementsverhoging, heet dat. En ziedaar, er wordt weer een contract niet verlengd. Raar hoor, hoe dat werkt…

Sommige mensen worden zich er nu dan ook langzaam van bewust dat het gekkenwerk is. Dat het zinloos is om in die rattenmolen mee te blijven rennen. Het leven raast aan je voorbij. Je proeft niet meer wat zoet is of zout, je ziet niet meer wat groen is of rood, je hoort niet meer of er muziek is of stilte. Dan is het tijd om er eens uit te stappen. Men realiseert zich dat er vele jaren weggesmeten zijn, vergrabbeld aan het zoeken naar nootjes in het oerwoud van alledag. En gaat op zoek naar manieren om de molen tot stilstand te brengen. Of in elk geval een manier te vinden waarin de molen wel nog draait maar op een acceptabel tempo. Zonder werk, zonder inkomen, dat is onmogelijk. Tenslotte  wil men als deelnemer aan deze maatschappij toch ook een bijdrage leveren aan de kas die ervoor zorgt dat wegen begaanbaar blijven en zelfs treinen kunnen blijven rijden, zodat   de wereld bezocht kan worden.  Maar minder werk, minder inkomen, dat is zeker wel mogelijk. En als daarvoor in de plaats rust komt, en een grotere bewustwording van het leven, elke dag, dan is dat een kado dat zijn waarde uitbetaalt in genot en waardering voor alles wat er is. En komt er weer ruimte en aandacht voor de dingen die werkelijk belangrijk zijn en niet uit te drukken in geld: samenzijn en geluksbeleving. De molen draait door, maar er klinkt weer muziek en het leven smaakt zoeter dan ooit! Dat hadden ze in die gekke jaren 80-films niet kunnen bedenken…



Reacties

‘Bijen hebben geen tijd voor flauwekul.’ Dat bedoel ik! Als je zo druk bezig bent met overleven, met voedsel verzamelen en bouwen aan de voorraad (in dit geval honing), heb je geen tijd om bezig te zijn met het Grote Hoe of Waarom. En ook niet met Wat Als. Of met Ergens Anders. Je bent zo druk dat je niet even op een bloemetje kunt gaan zitten filosoferen over ‘of ik wel gelukkig ben’

De mens, daarentegen, heeft door de technologische vooruitgang steeds meer lege tijd. Bergen tijd om te vullen, want de natuur van de mens dringt aan op activiteit: je moet wel iets dóen om gelukkig te kunnen voelen. Maar is op een steen zitten nadenken over ‘of ik wel gelukkig ben’ dan genoeg?

Op TV en radio werd ik bestookt met lekkermakers voor het TV-programma ‘De wereld rond met 80-jarigen’, op SBS6. Hoewel ik niet hou van reality-tv, en al helemaal niet van zware sponsoring die voortdurend in beeld komt, vond ik dit wel intrigerend. Ik heb inmiddels de eerste twee afleveringen gezien, en ik vind het een aandoenlijk, hartverwarmend verhaal. Elke aflevering is een feest! Acht mensen van om en nabij het 80ste levensjaar (de oudste is 83 jaar) hadden in hun leven geen tijd gehad voor flauwekul, ze moesten werken als de bijen. Ze hebben simpelweg gedaan wat ze moesten doen: zorgen voor het levensonderhoud van henzelf en de kinderen, met in hun kielzog de kleinkinderen. Geen tijd voor malle toestanden, geen geld voor verre reizen. In hun hoofd weinig plek voor dromen. Hoewel.. nu gaan ze tijdens hun reis wel nog een droom waarmaken. Ieder voor zich.

Het is ontzettend mooi om te zien hoe de ouderen reageren op alles wat ze meemaken. Hoe ontwapenend rechtstreeks de reacties zijn: ‘Nou, ik vind het maar koud in Moskou. Het is Moskoud, wat mij betreft!’, ‘Oh jaaa, dat is een waterpijp.. nou, dan ga ik voor het eerst high worden!’ Ze spreken niet of nauwelijks Engels of welke andere taal dan ook behalve hun regionaal getinte Nederlands. Het allermooist is te mogen meekijken naar hun reacties als die ene droom waargemaakt wordt. Als de man die zijn hele leven een circusschool heeft gedreven, achter de schermen in het Russisch Staatscircus mag rondwandelen. Het genot en de tevredenheid spatten van zijn rood aangelopen gezicht af. De tranen stonden in zijn ogen, en hij had er geen woorden meer voor. De overige 7 bejaarden genoten van hoe híj genoot, ze voelden met hem mee. Na Moskou was Dubai een de beurt. Zwaar onder de indruk van de pracht en praal, onhandig vanaf de 70ste verdieping bellend naar de Room Service (‘ik wil twee witte boterhammen. En een gebakken ei.’- ‘Sorry Sir, I need you to order.’ – ‘Ja, dat zeg ik. Twee boterhammen en een gebakken ei!’). Het is vertederend. 

Maar ook: het verdriet van de dame die haar man verloren is, en hem al twee jaar elke dag mist. Ze huilt als ze alleen op de hotelkamer in Moskou ligt. Ze had het zo vreselijk graag met hem gedeeld. Ze had graag met hem samen al die landen bezocht en al die mooie momenten meegemaakt. Het leven kan hard zijn, wat dat betreft.

Deze mensen hebben hun leven lang gewerkt, als nijvere bijen hebben ze honing aangesleept voor hun Koninginnen. Ergens in hun hart leefde een droom, die ze al wilden vergeten, zo aan het einde van hun verhaal. Die dromen mogen nu alsnog beleefd worden. Hebben ze dan een rotleven gehad? Nee. Ze zijn allemaal blij met alles. Dankbaar, tevreden en (en dit woord is echt uit de mode geraakt): nederig. Ze zijn overdonderd door alle traktaties in deze reis. En nederig? Ja. Ze voelen zich klein in al die weelde. Hun Hollandse nuchterheid maakt dat ze denken dat ze het misschien niet waard zijn, al die luxe. 

We zijn allemaal zo gewend geraakt aan de weelde om ons heen. Geen vaatwasser? Oh jee..! Mijn oma’s hadden een paar dagen nodig om de was van het gezin te doen, elke week weer. Ik, daarentegen, zet de wasmachine aan en ga een boekje lezen. Dat had ik mijn oma’s ook wel gegund. En als ik had geweten wat hun dromen waren, had ik ze accuut aangemeld bij SBS6.. 

Voor jullie, oma’s! Goeie reis!

Reacties

Kiezen voor een opleiding is kiezen voor een beroep. Een keuze die al vroeg in de schoolcarrière gestuurd wordt: door middel van Cito-scores wordt zo rond het elfde of twaalfde (!) levensjaar bepaald welke voortzetting het onderwijs zal krijgen. Ouders hopen op een qua niveau zo hoog mogelijk vervolg, want hun kroost dient maatschappelijk succesvol te worden. Hierover kunnen we nog eens een boompje opzetten, want wat is dat: ‘maatschappelijk succes’?

Los daarvan: na het basisonderwijs wordt de opleiding vervolgd op een niveau dat aansluit op de Cito-scores. Niet lang daarna wordt de beroepskeuze-vraag gesteld. ‘Wat wil jij worden? Weet je dat nog niet?’ De scholier is een jaar of 14 als dit antwoord opgehoest moet kunnen worden. Je weet het niet? Dan volgen testen en gesprekken en onderzoeken. Want er móet iets gekozen worden als vervolg op het inmiddels voortgezette onderwijs. Uiterlijk op 18-jarige, maar vaak ook al op 16-jarige leeftijd, moet bekend zijn in welke richting deze adolescent zich wil gaan ontwikkelen. Een beroep ‘naar keuze’. Lukt het om met succes de eindstreep van het voortgezet onderwijs te behalen, dan kan begonnen worden met het kiezen van een Middelbare, maar liever nog een Hogere Beroepsopleiding.

Nu is de trend binnen de beroepsopleidingen geworden de volgende eis te stellen aan de vers binnengekomen studenten: een ‘professionele houding’. Een houding waarvan wordt aangenomen dat het bedrijfsleven deze wenst te zien van haar werknemers.

 

Valt u iets op in dit verhaal? Nee? Dan zal ik een parallel proberen te leggen met iets dat er op lijkt.

Als jong meisje, opgroeiend in een Limburgs gezin met een vader die zeer actief spelend lid was van fanfares en harmonie-orkesten, ging ik een Algemeen Muzikaal Vormende opleiding (kortweg: AMV)volgen. Dat kon al op 9-jarige leeftijd, en bestond uit twee jaar leren noten lezen en blokfluit spelen. Aan het einde van die twee jaren werd de inzet beloond met een diploma en werd mij een instrument overhandigd: een trompet. Niets had mij treuriger kunnen stemmen, want mijn zus speelde al trompet. En ik wilde graag saxofoon spelen, maar daar had de fanfare op dat moment geen oren naar. Ik wist niets af van het bespelen van een trompet, noch van een saxofoon of een xylofoon wat dat betreft. Ik had nog nooit een instrument aangeraakt (behalve de blokfluit), en er werd aan mij geen keuze gelaten. Er werd van mij verwacht dat ik een jaar of drie hard ging oefenen om dan in het orkest te mogen gaan meespelen op de trompet.  Later heeft mijn vader er voor gezorgd dat ik alsnog een saxofoon in handen kreeg, aangezien het tranendal van frustratie waarin ik terecht gekomen was, te diep was geworden. Daarnaast dreigde ik mijn motivatie om überhaupt nog een instrument te leren bespelen, te verliezen. Maar dit terzijde.

Mijn zoon heeft, de traditie voortzettend, óók AMV les gehad. Maar: deze opleiding duurde slechts 1 jaar, bestond uit zowel blokfluit- als keyboardles, en hij mocht elke twee maanden instrumenten beluisteren en bespelen. Hij mocht praten met ervaren spelers en beginnende spelers over hoe wel of niet moeilijk het bespelen van dit instrument was, enzovoort. Zo kreeg hij een duidelijk beeld van wat hij wel en niet interessante instrumenten vond. Zijn keuze mocht hij aangeven, een drietal, en daaruit werd in overleg met de vereniging bepaald op welk instrument hij zich verder zou gaan bekwamen. Nooit een traan gezien, nooit spijt gehad, nooit opnieuw hoeven te beginnen. Hij speelt nog steeds, en fanatiek ook.

Wat is nou de parallel die ik bedoel? Wel, dat is de volgende: als we van (zeer) jong volwassenen verwachten dat ze een beroepshouding laten zien, waarom geven we ze dan niet eerst de kans kennis te maken met dat beroep, in de praktijk? Zodat ze een beeld hebben bij wat er dan bedoeld wordt met die ‘houding’? En niet alleen dat: kennis maken met wat dat woord ‘manager’ in de praktijk aan werk met zich meebrengt. Bijvoorbeeld. Naar mijn mening heeft een scholier die net het diploma HAVO op zak heeft, nog niet echt een concreet beeld van de praktijk in het bedrijfsleven: tot dat moment heeft hij/zij hopelijk wel een bijbaantje gehad, maar of daarmee al voldoende duidelijk is wat er nou precies van ze verwacht wordt in het HBO? Dat betwijfel ik. Ten zeerste. Vaak weten ze niet eens wat het werk van hun ouders precies inhoudt.

Studiekeuzetwijfels, studieswitch, studiestress.. Te vroeg wordt er een zelfkennis verlangd die er gewoonweg nog niet is. Zelfs neurologisch valt dat te verklaren: het brein is op die leeftijd nog niet zo ver ontwikkeld dat het dit zou kunnen. Maar de oplossingen moeten de jonge studenten zelf maar bedenken, want de trein rijdt gewoon verder en niemand wacht tot je een ervaring hebt opgedaan die helpend kan zijn. En dan ligt er tegenwoordig nog een sausje van het sociaal leenstelsel overheen.

Ik hoop dat we kunnen nadenken over een nieuwe inrichting van het systeem, het keuzemoment kan verlegd worden. Door invoering van een schakeljaar, een oriëntatiejaar, een reeks snuffelstages of andere manieren die de scholier (dus de aanstaande student) de kans kunnen geven aan beeldvorming te doe. En te komen tot keuzes die niet alleen meer succesvol zullen zijn, maar hopelijk ook bij kunnen dragen aan het persoonlijke levensgeluk in de nabije toekomst.

Reacties

Wandelend schroot. Jonge monden, oude monden. Allemaal schroot in de hoop op glorie.

Mijn nog jonge dochter had als jong kind de neiging haar duim troostend in haar mond te zuigen. Nu is dat op zich aandoenlijk, en als ze daar troost bij kon vinden, soit. Helaas heeft het haar gebit geen goed gedaan. Er was na jaren van heerlijk zuigen een gapend gat ontstaan tussen haar bovenkaak en onderkaak. En dan bedoel ik niet de mondruimte waar het voedsel naar binnen gestoken wordt, maar de ruimte tussen haar tanden als zij dichtbijt. Onhandig, maar niet alleen dat. Naar de toekomst toe werd haar voorgehouden dat haar ondertanden zouden doorgroeien en op termijn zelfs uitvallen omdat ze geen contact konden maken met de bovenkaak. Dat was een overtuigende reden om over te gaan op het inzetten van een heel behandelplan bestaande uit alle voorkomende types tandbeugel die de industrie kan bedenken. De start van een eindeloze wandelroute richting orthodontiepraktijk. Het goede nieuws was dat, als het plan helemaal doorgelopen is, ze de rest van haar leven ’s nachts een bitje zal moeten dragen om het resultaat van de pijnlijke processen te kunnen behouden. Dat zal gezellig zijn als ze straks, ooit, haar eerste vriendje in de armen sluit…

Mijn zoon daarentegen had geen zuigneiging en dus ook geen overbeet. Maar volgens de mevrouw de orthospecialiste was het toch zeer noodzakelijk hem ook een beugel aan te  laten passen. Op mijn vraag naar de exacte reden daarvoor, antwoordde zij dat er toch wel een hoektand een tikkeltje scheef stond. Daarop vroeg ik wat daar dan precies zo problematisch aan zou zijn volgens haar. Nou ja, het zou wel moeilijk zijn met tandenpoetsen en dan zou er wel eens een gaatje kunnen ontstaan. Oh? Dat is het hele probleem? Ja. Eigenlijk wel. Dus dan zou mijn zoon drie jaar lang gekweld moeten worden met wederom een hele rij tandbeugels omdat hij niet in staat zou zijn met tandenpoetsen wat extra aandacht aan die ene scheve tand te geven? En dan heb ik het nog niet eens over de waanzinnige prijzen die betaald moeten worden aan de dames en heren orthodontisten! Ergo: mijn zoon heeft geen beugel.

In de wachtkamer bij ‘de ortho’ ben ik elke maand weer onaangenaam verrast door de enorme rij patiënten die in en uit lopen. Er wordt gewerkt met acht behandelstoelen tegelijk, de planning is strak, als in een fabriek wordt er geproduceerd. Patiënten zitten doorgaans niet langer dan vijf minuten in de stoel. Stel: de assistente werkt 6 uur per dag, 10 patiënten per uur af… tel maar na. Ik zie daar jonge kinderen van een jaar of zeven, ik zie ook vrouwen die de veertig gepasseerd zijn, en alles wat daartussen zit. Allemaal in de hoop op een rij rechte tanden.. zich blauw betalend aan premies en facturen om maar die Amerikaanse lach op hun gezicht te kunnen toveren. Alsof de garantie voor een gelukkig en succesvol leven in de stand van de tanden verankerd zit.

Naar mijn mening wordt de individuele identiteit mede bepaald door hoe het gezicht van de mens er uit ziet. De ogen, de oren, de neus, de vorm van de mond en ook de stand van de tanden. Dat ik twee scheven hoektanden heb, heeft mij nog nooit in noemenswaardige problemen gebracht. Dat ik geen geld zou hebben, zou mij eerder in de problemen kunnen brengen. Dus kies ik ervoor de scheve hoektand van mijn zoon te koesteren, hem aan te sporen op goed poetsgedrag en mijn geld te spenderen aan plezierige dingen waar dat kan.  

Hoe nodig is het in de huidige maatschappij te voldoen aan perfecte plaatjes? En waarom lopen mensen gedachteloos en kritiekloos achter de massa aan? Waarom zien zoveel mensen niet dat er eigenlijk niets anders achter zit dan een verlangen naar het verwerven en bezitten van geld? U denkt toch niet werkelijk dat de stand van de tanden de hoofdzorg is van de vele orthopraktijken? Alsof de supermarkt u voorziet van voedingsmiddelen enkel en alleen omdat u voeding nodig heeft… natuurlijk niet. Het draait om geld. Wat er toch niet allemaal kan veranderen in dertig jaar, nietwaar?

Mijn tandarts weigerde mij een beugelbekkie, dertig jaar geleden. Hij vond het een verspilling van geld en middelen om die twee tanden recht te zetten. Destijds was ik teleurgesteld: het was op school vrij uniek als je een beugel had en ik wilde ook wel eens iets hebben wat een ander niet had. Tegenwoordig ben je de uitzondering als je géén beugel draagt… Ik ben mijn tandarts werkelijk nog steeds dankbaar voor zijn wijsheid.

Reacties

Vacature na vacature vult mijn beeldscherm. Ik lees, kijk, overweeg en meer nog dan dat bekijk ik als het ware ook steeds opnieuw mijzelf. Pas ik in dat plaatje? Werkgevers vragen nogal wat van kandidaten, en ook al denk ik zelf dat ik aan het grootste deel van de criteria zondermeer voldoe: de werkgevers denken er schijnbaar anders over. Want na het indienen van mijn CV en een beredeneerde motivatie volgt enkele weken later een koel bericht van afwijzing. Waar gaat het mis? Ik schets een beeld vanuit mijn ervaringen.

Allereerst: in de economie van vandaag vullen de rekken met gegevens van werkloze werkzoekenden zich in rap tempo. De nood is in veel sectoren aan de man, en dus kunnen werkgevers die een aantrekkelijke vacature te melden hebben, zich verheugen: ettelijke honderden reacties vliegen binnen  na de melding dat er een vacature bestaat binnen het bedrijf. Zwetend en zuchtend werken de Chefs Personeelszaken zich door de stapels brieven heen en maken grofweg een soepele selectie, waardoor de eerste honderd kandidaten al in een vroeg stadium uit de race gezet worden. Zonder veel oog voor detail, want dat zou een onmogelijke opgave zijn gezien de tijdsdruk waaronder ook zij hun taak moeten verrichten. Dus is het devies: creëer een CV dat opvalt! Oké. Dat heb ik gedaan: een Engelstalig en een Nederlandstalig, en een driedimensionaal bewegend CV gemaakt waardoor werkgevers mijn persoon beter kunnen leren kennen. Vinkje dus.

Ten tweede: in de economie van vandaag telt je ervaring best zwaar – of juist niet. Bedrijven kunnen het zich niet permitteren iemand in dienst te nemen die onervaren is, want dat zou betekenen dat zij in die persoon zouden moeten investeren in de vorm van opleidingen. En daar wordt juist nu, juist NU, op bezuinigd. Maar als de functie niet te zwaar is, of de kandidaat voldoende opleiding heeft gehad, dan telt de laagte van het salaris waarvoor men wil werken. Oké. Ervaring heb ik genoeg, op allerlei vlakken. Levenservaring nog veel meer. Ik laat me niet uit het veld slaan, sta mijn mannetje (zelfs als vrouw) en leer vrij snel – ook zonder duurbetaalde cursussen. Mijn opleidingsachtergrond is universitair, breed genoeg om op allerlei gebieden goed mee te kunnen functioneren. En ik ben (nog steeds) leergierig! Vinkje wat mij betreft.

Ten derde: personeel moet flexibel zijn, en kneedbaar. Oudere werkzoekenden zijn dat niet, zegt ‘men’. Met name vrouwen van middelbare leeftijd met kinderen zijn dat niet, zegt ‘men’. Althans, dat lijkt de heersende opinie te zijn. Oké. Maar ik heb een prachtig stel kinderen die mij steeds minder nodig hebben, een opvangnetwerk dat naadloos is (dat bewijzen we al jaren!), en ik heb mij in mijn leven al zo vaak moeten aanpassen aan nieuwe situaties dat ik denk dat er niemand is die zo flexibel kan omgaan met situaties, dan ik. Kneedbaar? Natuurlijk ben ik kneedbaar! Ik wil zo graag weer aan de slag in een ‘volwassen’ functie, ik zou wel gek zijn als ik me dan niet kneedbaar zou opstellen als ik de kans kreeg! Nog een vinkje, is mijn mening.

Drie vinkjes op een rij… Ik begrijp alle tegenwerpingen die Chefs Personeelszaken kunnen en zullen hebben, en geneigd zijn een kandidaat met mijn kenmerken al in de eerste ronde buiten de race te zetten. Maar ik moet erop vertrouwen dat er ergens een Chef Personeelszaken is die mijn kenmerken ziet zoals ik ze zie: de meerwaarde van een kandidaat met een bijzonder goed stel hersenen, een motivatie die onbegrensd is, doelgericht kan werken en zich met een gezonde mate van humor ook door de grootste tegenslagen heen werkt. Ik ben wat je noemt een Carrièrebeest. Als ik de kans krijg, zal ik dat bewijzen! 

Reacties

Echtscheiding viert hoogtij. Iedereen lijkt op zoek te willen gaan naar de ultieme vervulling van het leven. Natuurlijk, mensen maken verkeerde keuzes en komen er veel later achter dat het niet gezond voor hen is, of er is sprake van fysieke of emotionele mishandeling. Soit, de redenen waarom zullen bekend zijn veronderstel ik. De gevolgen die het heeft voor de kinderen, die ongewild betrokken zijn geraakt in vaak gruwelijk nare situaties, zijn vaak schrijnend.

Maar wat er dan gebeurt, na het pijnlijke afscheid. Dat is variabel. In het beste geval had men reeds voor de scheiding een geschikte nieuwe partner gevonden, en blijkt dat de zogenaamde soulmate te zijn waar de rest van het leven mee gedeeld kan worden zonder noemenswaardige problemen. In de meeste gevallen echter begint er een lange weg, een zoektocht naar een partner die de opgelopen kwetsuren kan en wil helen.

Op zich kan dat best spannend en leuk zijn, maar al gauw is het spannende eraf en ontdekt men een andere wereld. Een wereld waarin alleenstaande vrouwen als beschikbare geisha’s gezien worden (en dan formuleer ik het heel netjes) en alleenstaande mannen graag de geneugten willen proeven maar echt geen zin meer hebben in de lasten (met andere woorden: als er kinderen in beeld komen is de lol er gauw vanaf, en de vrouw moet liefst financieel zelfstandig zijn want de man heeft al een torenhoge alimentatie te voldoen).

Cupido draait overuren, schiet lukraak pijlen in het rond en raakt harten keer op keer heel diep. De roze wolken drijven door de ruimte en de eenzame man of vrouw drijft heel graag mee. Het gebeurt, dat Cupido de juiste harten raakt en er een ‘happily ever after’ ontstaat. Geweldig als dat gebeurt. Maar te vaak blijken de nieuwgevonden liefdes toch niet houdbaar. De wonden die achtergebleven zijn na de scheiding van de persoon die Cupido het eerst geraakt had, moeten helen. En dat duurt langer dan de alleenstaande man of vrouw zou willen. Men zoekt de perfecte partner, die de eigen imperfectie liefdevol accepteert. Eindeloos.      

Reacties

De apenmaatschappij is door de heldere hiërarchie relatief rustig. Iedereen weet waar hij of zij als aap aan toe is. Normaalgesproken kabbelen de dagen lekker door. Er wordt gezocht naar bladeren en fruit, de jonge aapjes krijgen les in het leven als aap, mannetjes en vrouwtjes hebben elkaar nodig maar ieder doet zijn ding. Alles verandert echter, als er een dreiging van buitenaf komt. Dat kan van alles zijn, laat ik het deze keer erop houden dat het mooie oerwoud waarin ze wonen door brute, brullende, grote machines gesloopt wordt. De waarde van het regenwoudhout is vele malen belangrijker dan de woning van de apen.

Stelt u zich eens voor wat dat met uzelf zou doen. U leeft, met of zonder vrouw of kinderen, een redelijk rustig bestaan. U gaat buitenshuis werken, elke zaterdag boodschappen doen, u onderhoudt uw voortuintje, u geeft misschien zelfs feestjes in uw achtertuin om het leven te vieren. Want het leven is best mooi, als alles een beetje vanzelf loopt. Al gaat het natuurlijk nooit helemaal vanzelf, dat zou te saai zijn. Maar dan, op een dag, wordt u zonder verdere aankondiging uw bed (of noem het ‘nest’) uitgedenderd door het brullende lawaai van sloopmachines. Die zonder vraag of twijfel meteen beginnen. Een dikke sloopkogel ramt de voorgevel van uw woning, die meteen half instort. Want ook uw huis had hier even geen rekening mee gehouden.

Iemand in de wereld, die ook de uwe is, had blijkbaar een besluit genomen. Uw woning stond in de weg, en de grond waarop het huis staat is vele malen meer waard dan de woning zelf. Dus wordt er gesloopt. Wat dat verder voor u, uw partner, kinderen en de buren, betekent, daar heeft zo iemand geen boodschap aan. Slopen die handel, het volk verdrijven, opnieuw bouwen en verkopen. De portemonnee van de opdrachtgever lijkt al gevuld. Niemand die zich afvraagt hoe de portemonnee van de haveloze achterblijvers zich nog gaat vullen. Geen dak boven het hoofd. Stel het u even voor. Dat is pijnlijk.

Zo ook voor onze apen. Apen leveren echter in zo’n geval luidruchtig protest! Ze schreeuwen het uit, rennen door elkaar en tonen hun paniek met lijf en leden. Ze grijpen hun kleine apenkindjes bij de kladden, die zich ook direct intuïtief vastklampen aan het moederapenlijf.  Mensen hebben dit soort gedrag afgeleerd. Ik weet niet of ik daar zo blij mee ben. Want door de paniek niet te uiten, raken we gefrustreerd. En dat is vele malen erger. Vele psychologen hebben er baat bij, want vroeg of laat komt de frustratie boven en neemt het functioneren over. Dan worden mensen depressief, willen het leven dan maar verlaten omdat ze het allemaal niet meer aankunnen. Erover  praten, lang nadat de situatie zich heeft voorgedaan, lijkt dan de enige oplossing te zijn. Te laat, zeg ik. Veel te laat.

Naar mijn mening zouden we gewoon af en toe, als er in ons leven iets ingrijpends verandert, een rondje moeten rennen. Hard schreeuwend, huilend, en zwaaiend met alle ledematen. Het ongeremd loslaten van de intens pijnlijke gevoelens. Het uiten van de angst, de reddeloosheid. Daarmee ook meteen een duidelijk signaal afgevend naar de mensen en de maatschappij om ons heen. Die dan duidelijk kunnen zien dat hulp dringend noodzakelijk is. Hulp hoeft geen psycholoog te zijn. Een arm om iemand heen kan als een dikke pleister zijn op de mentale wonden.

In de apenmaatschappij wordt intuïtief direct uiting gegeven aan de panische gevoelens. Een kakofonie aan geluid overstemt de brullende motoren van de zaagmachines. Daarna bedaren de apen weer. Zoeken elkaar op, nasnikkend van de inspanning, en gaan elkaar geruststellend zitten vlooien. Ze lijken samen na te denken over oplossingen. Hoe gaan we dit aanpakken? Weet iemand nog een ander bos, met hoge bomen, waar we naartoe kunnen? Rustig maar. Alles komt goed. Als ze dan vermoeid tegen elkaar aankruipen en in slaap vallen, lijkt het inmiddels al niet zo erg meer. Morgen is er weer een dag, en er gloort alweer hoop aan de horizon. Soms is verandering, hoe pijnlijk ook, nou eenmaal nodig om tot een hoger plan te komen. Of een betere, hogere en hopelijk veiligere boom te kunnen vinden. De apenmaatschappij wordt opnieuw ingericht, en na een tijdje kunnen ze concluderen dat de verandering een verbetering teweeg gebracht heeft die niet tot stand zou zijn gekomen als alles eeuwig bij hetzelfde was gebleven. Laten we daar dan maar eens een voorbeeld aan nemen.

Reacties

Weer even terug naar de apen. U bent ze al tegengekomen in mijn columns̽, en hoe meer ik erover nadenk hoe meer ik er over kan vertellen. Apen trouwen dus niet, en ze zouden koffie moeten drinken. Maar dat doen ze niet. De apenmaatschappij is nou eenmaal zoals zij is. De evolutie van de apen is in zekere zin stil blijven staan waar die van de mens is doorgegaan – of doorgeslagen, daar ben ik nog niet uit.

Apinnen, bijvoorbeeld, hebben al eeuwen dezelfde taak. Ze verzamelen vruchten en bladeren, bouwen nesten en baren jonge aapjes. Ze zijn in zekere zin gedienstig aan de apenmannen. Meerdere, dat hadden we al geconstateerd. Niet trouw, wel vruchtbaar. Dat is zo’n beetje de regel in apenland. De vrouwelijke mens was van huis uit ook bedoeld zo te zijn, denk ik. Een beetje op het huis passen (nest bouwen), boodschappen doen (vruchten verzamelen), jonge mensjes baren (bevallen – maar of dat bevalt?). Maar dan hadden bepaalde mensenmannen wel bedacht dat de mensenvrouw altijd en alleen trouw zou zijn aan die ene uitverkoren mensenman.

Om trouw te kunnen blijven zou de mensenvrouw niet teveel de deur uit moeten gaan. Ter voorkoming van, laat ik zeggen, afleidingsmanoeuvres van andere mannen. Of ter voorkoming van het aanwakkeren van de vlam die nagenoeg gedoofd zou kunnen zijn na (bijvoorbeeld) 20 jaar trouw aan de Uitverkorene. Maar: de mensenmaatschappij is verder geëvolueerd dan die van de apen, en het meest belangrijke verschil is dat de mensenvrouw niet langer kan volstaan met het zoeken naar vruchtjes. De mensenvrouw dient in de moderne mensenmaatschappij ook te gaan voor de grote jachttrofeeën. Er moet vlees op tafel komen, grote lompe stukken weldadig vlees. Dus moet ook de mensenvrouw gaan jagen.

De mensenvrouw is door de emancipatie geïntroduceerd in de hogere opleidingen en daarop voortbordurend in wat vroeger nog het unieke jachtterrein voor mensenmannen was. De reeds aanwezige mannen zagen het enerzijds met vreugde gebeuren. Er was niks op tegen om wat fleurig vrouwelijk schoon binnen de kantoormuren te zien stralen. Gezellig, iemand die af en toe vraagt of je ook een kopje koffie lust en dat met een charmant vrouwelijk gebaar op je bureau neervleit. Anderzijds bleek dat de mensenvrouwen de plekjes van de mensenmannen daar boven op die apenrots als trofee beschouwden en onverbiddelijk begonnen aan de jacht naar de top. Het imperium van de mensenman wankelde. En hoe.

En dat was voor de mensenmannen toch wel een beetje moeilijk. Want hun ‘eigen’ mensenvrouwen waren eveneens enthousiast geworden over de trofeeënjacht en hadden de eerste plekjes op weg naar de top van de apenrots al gezet voordat de mensenman drie keer met de ogen had kunnen knipperen. En het eerstvolgende dat zij voorstelde was dat hij dan een dag minder op de rots zou blijven zitten en in plaats daarvan voor het nest en de jongen zou zorgen, zodat zij ongestoord haar jacht kon voortzetten op diezelfde rots. Oei. Dat was minder. (Niet voor alle mensenmannen, hoor, ik ken voorbeelden van mensenmannen die bijna opgelucht waren dat ze een paar dagen van die rots afmochten. Dat komt een volgende keer aan bod. Beloofd.)

Nu vraag ik me af waarom de apenmaatschappij niet verder geëvolueerd is. Waarom hebben apen geen auto’s, huizen en hypotheken? Ja, wij stammen naar mijn mening wel af van de apen. Maar er is een deel van de apenpopulatie gewoon ‘aap’ gebleven. Waarom? Misschien wel om ons te laten zien hoe het ook had kunnen zijn, als we niet zo nodig verder hadden willen evolueren.

Zorgeloos zwieren de apenmannen van liaan naar liaan. Ze plukken terloops een banaan uit de boom en gaan er eens goed voor zitten. Heerlijk, genieten, zo’n banaan. Er eens echt de tijd voor nemen. In de verte horen ze de geluiden van spelende jonge aapjes, af en toe een korte kreet van de apenvrouwen die de jonge aapjes gebieden binnen het afgebakende territorium te blijven. De apenvrouwen kijken uit over het dal, de jonge aapjes spelen vlakbij tikkertje. De vrouwen hebben de besjes al geplukt, en de bananenbladeren gevuld met de mango’s. Ze kijken uit over hun wereld, de apenmannen en de apenvrouwen, en hebben maar één gedachte: het is goed, vandaag en altijd. Simpel, eigenlijk.  

 

 ̽Eerdere columns over apen: ‘Waarom apen nooit trouwen’, ‘Apen zouden koffie moeten drinken’.

Reacties

Het principe is zo oud als Methusalem, en hoe teleurgesteld ben ik in mezelf als ik mij erop betrap dat dit principe onherroepelijk de kop opsteekt als ik ermee geconfronteerd word.

Het was een zonnige dag en we trokken er met een stel  mensen op uit om de wereld te verkennen. Mijn dochter ging mee, altijd nieuwsgierig als zij is. Om de wereld te kunnen zien vertrokken we met auto’s, de zon tegemoet. Onder de reisgenoten bevond zich een aardige, aantrekkelijke jongeman die de avond ervoor de aandacht van mijn (nog veel te jonge) dochtertje had getrokken met zijn gitaarspel. Ze was geboeid, gebiologeerd eerder. Van een afstand had ik het allemaal gade geslagen en ik was gefascineerd. In mijn ogen was mijn dochter nog een kuikentje met donsveertjes, maar zij gedroeg zich plots als een jonge hen met praalverendek. Diep in mij begon er iets te rommelen. Een gevoel dat ik maar zelden ervaar, en dat nog het meest weg heeft van paniek. Mijn moederlijke instinct begon de alarmbellen in stelling te brengen, aangevuld met sirenes en zwaailampen. De rode knop ter activering lag glanzend te wachten op het moment dat ik erop zou drukken en de romance voortijdig zou beëindigen. Die avond was dat moment nog niet gearriveerd.

Nu gingen we op pad met auto’s, de zon tegemoet zoals gezegd. De verdeling van het aantal mensen over de auto’s werd gemaakt, en mijn dochter had binnen enkele ogenblikken geregeld dat zij bij de gitaarjongen in de auto terecht kwam. Geen probleem, dat zou ik ook willen als ik haar was. Zo gingen we op weg. De gitaarknul reed achter mijn auto aan, onwetend van mijn rommelende binnenkant. In de achteruitkijkspiegel zag ik mijn dochter naast hem zitten. Haar helblonde krullen glommen in de zon, haar zonnebril maakte dat ze er nog minstens vijf jaar ouder uitzag. En ik zag hoe ze geanimeerd in gesprek waren. Eerlijk gezegd zag het eruit alsof er een verliefd stel in de auto zat, dat elkaar veel te vertellen had. En weer zag ik achter mijn oogleden die glanzende rode knop klaarliggen. Terwijl ik de andere auto’s van het gezelschap vóór mij volgde, mijmerde ik over mijn dochter en haar toekomstige vriendjes.

En dat was het moment waarop ik mijzelf erop betrapte. Het aloude principe stak onverbiddelijk de kop op. Mij confronterend met alles waarvan ik dacht dat ik mijzelf er van los gemaakt had. Het WHA-principe. Een keurmerk waaraan jongens die liefde willen delen moeten voldoen. Althans, zo wordt het sinds eeuwen toegepast. De gulden regel voor een succesvolle relatie en een langdurend huwelijk: WHA. Werk, Huis, Auto. Voldoet de jongeling aan deze voorwaarden? Heeft hij Werk, met een verdienstelijk salaris? Heeft hij een Huis, opgeruimd, en met een gecultiveerd gazon? Heeft hij een Auto? Van de zaak? Drie vinkjes voor akkoord, minder is niet voldoende.

Schokkend. Ik, de vrouw die zich losgemaakt heeft, die zelf verantwoordelijk is voor de invulling van haar leven en dat als voorbeeld voor haar dochter wil stellen. Ik, die materie afgezworen heeft en er van overtuigd is dat minder, meer is. Kwaliteit, geen kwantiteit. Ik, die niet op zoek is naar een partner die zo nodig aan de WHA-regels voldoet. Ik voel jegens mijn dochter wat mijn ouders jegens mij voelen: ze heeft bescherming nodig. Een nest dat bekleed is met fluwelen veren en donzige kussens, met een uitpuilende voorraadkast en een zorgeloze bankrekening. Een mooie auto om in rondgeparadeerd te worden, en elke week luxe kado’s ter verwenning. Minder is niet genoeg voor mijn dochter. Gruwelijk.

Blijkbaar bestaat er dus een soort APK voor jongens. Ik ben benieuwd welk principe er de kop gaat opsteken als mijn zoon zover is dat hij zijn oog laat vallen op een jonge hen. Waarschijnlijk zal dan de rode knop om geheel andere redenen in stelling gebracht worden. Want hoe vooruitstrevend ik ook ben, ik vermoed op basis van de zo plotseling opgedoken WHA, dat het dan om zoiets als deugd en degelijkheid zal gaan. Ik ben er nu al kapot van.

Reacties
..en meer!

Mens&Taal

Mens-en-taal

Sittard
E-mailadres: menstaal@gmail.com
Mens: coaching, begeleiding & Taal: tekst, voordracht, opinie