100ProcentLizette
Ik ben Lizette Colaris - aangenaam!
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Altijd 100Procent op de hoogte blijven? Abonneer je hier!

Passievrucht

In 2016 publiceerde Lizette Colaris haar eerste dichtbundel met het thema 'Passie'. Een kleurrijke collectie warme en meertalige fragmenten van passie!

MO

In 2016 debuteerde Lizette met een korte thriller: MO. Geschreven in het Sittards, in dezelfde uitgave staat ook de Nederlandstalige versie.

Meer informatie: www.zittesjethriller.nl

Prestaties en faalangst: wat was er eerst? De kip of het ei? Zijn mensen faalangst gaan ontwikkelen omdat ze er stiekem van genoten zichzelf omlaag te halen? Lijkt me sterk. Veel meer zal het te maken hebben met verwachtingen die mensen creëren voor zichzelf maar die vaak ook vanuit het zogenaamde Umfeld (de directe sociale omgeving) worden opgelegd. Is de meestgestelde vraag bij een eerste kennismaking niet maar al te vaak: „En wat voor werk doe je?” Daar hoort dan een sociaal acceptabel antwoord op te volgen. Aan jongere mensen wordt gevraagd wat ze studeren of wat ze later willen worden. Dat vinden we normale vragen, nietwaar?

Met alle mogelijkheden die jongeren tegenwoordig lijken te hebben is het niet persé ook eenvoudiger geworden. In tegendeel: het is een hele opgave om door de schoolperiode heen te komen. Bepaalde schoolvakken dienen verplicht gevolgd te worden, dat heeft de overheid zo bepaald. Om een reden: de gemiddelde prestatie van Nederlanders op het gebied van rekenen en taal was abominabel, daar moest drastisch iets aan gedaan worden. Dus pijnigen duizenden scholieren zichzelf nu met voor hen onmogelijke opgaves. Rekenen tot je hoofd er pijn van doet, ook al is het totaal niet jouw ding en ben je ook niet van plan er ooit jouw ding van te gaan maken. Je moet presteren, of je wilt of niet.

De manier waarop deze gedwongen prestaties geleverd moeten worden, en de manier waarop scholieren hierin begeleid worden, kan bepalend zijn voor zoveel meer dan alleen het verbeteren van de prestatie. De leerling die uitsluitend beoordeeld wordt op het resultaat van de geleverde prestatie kan het uiteindelijk niet langer opbrengen de prestatie nog te leveren, laat staat  dat deze leerling enige aandrang zou voelen om tot een verbeterde prestatie te willen komen.

Bijvoorbeeld: een leerling oefent thuis hard op het onthouden van de tafeltjes. U kunt zich de tafeltjes wellicht nog herinneren: 1 x 1 = 1, 2 x 1 = 2 etcetera. Misschien heeft u nog persoonlijke herinneringen aan dit leerproces. In het tegenwoordige onderwijs worden goede leerlingen beloond met een heus diploma voor het memoriseren van tafeltjes. Naast het diploma voor veters strikken is het tafeltjesdiploma een ware mijlpaal in de schoolcarrière geworden. Een feest als het de leerling betreft die weinig moeite heeft met het onthouden van deze verder inhoudsloze informatie. Maar een ramp voor de leerling die het nut niet kan inzien en de vaardigheid ontbeert om dergelijke rijtjes voor langer dan een paar seconden te onthouden. Deze leerling maakt enkele fouten en ontvangt daarom geen diploma. Een afgang ten overstaan van de gehele klas. Waarna de leerling een terechte hekel aan het vak rekenen ontwikkelt en alleen al huivert bij de gedáchte aan wiskundelessen in het voortgezet onderwijs.

Welnu: het kan anders. De leerling zou niet een diploma moeten krijgen voor het foutloos memoreren van hele rijtjes sommen, maar een dikke beloning voor de gedane moeite tot dusver. Plus een motiverend begeleidend woord, dat hij of zij écht bijna aan de eisen kan voldoen en daarom alleen al een absolute kei is. Eens kijken of het lukt om er morgen nog één meer te onthouden. Spannend! Ook hier zullen niet alle leerlingen meteen gevoelig voor zijn, maar daar ligt dan de taak van de begeleider om uit te zoeken wat dan wél motiverend kan werken.

In deze tijd waarin we allemaal dagelijks aan de Grote Rekenmachine, ook wel computer, zitten, kan ik mezelf overigens niet meer helemaal overtuigen van het grote nut van het memoriseren van rekentafeltjes. Maar dat terzijde. In ons prestatiegerichte onderwijs worden zelfs de erg slimme kinderen niet gestimuleerd tot het leveren van nog grotere prestaties. Genoeg is genoeg, voldoende is voldoende, dus waarom dan nog proberen er een schepje bovenop te doen en nog verder door te denken? Het gaat om de beoordeling en verder nergens meer om. Naar mijn mening zou de weg naar de beoordeling toe vele malen belangrijker gemaakt moeten worden, en zouden kinderen al vanaf een erg jonge leeftijd geloofd en geprezen moeten worden bij iedere gefaalde poging tot het presteren van wat dan ook. Loof het falen, en laat het leren van deze gemaakte fouten toe! Op die manier zal er iets kunnen veranderen. De angst om te falen zal drastisch mogen afnemen en plaats maken voor innovatief denken, een leerhouding en leergedrag dat Nederland duizenden malen harder nodig heeft dan het apatisch presteren-om-het-presteren. Mocht u nog huiswerk moeten doornemen met dochter of zoon, probeer dan goed te kijken naar de manier waarop deze het wil gaan aanpakken en loof het initiatief en elke daarna gemaakte fout. Ga vooral niet zelf de fout in door al te vertellen wat de uitkomst zal moeten zijn. U zult versteld staan van wat er dan gebeurt!

 

(Gebaseerd op de theorie van Carol Dweck „Mindset for a succesful life”)

Reacties

Als de maatschappij verandert, verandert alles mee. De overheid stimuleerde vrouwen te gaan deelnemen aan het economische proces – met andere woorden: buitenshuis te gaan werken – en daarmee veranderde de wereld niet alleen voor de volwassenen. Waar niemand echt over had nagedacht is dat de wereld voor de kinderen ook drastisch zou veranderen. Sindsdien zijn we met zijn allen in een stroomversnelling terechtgekomen. Een stroomversnelling in het leven, in het werken en ook in het opvoeden.

Waar ooit de moeder thuis op de kinderen wachtte na school, om bij een kop thee te vragen hoe de dag was geweest, gaan veel kinderen nu naar een opvangadres waar vaak geschoolde leidsters hen opwachten – samen met in veel gevallen tientallen andere kinderen. Niet zoveel rust als thuis en andere regels die nagekomen moeten worden.

Kinderen worden meegenomen in de stroomversnelling. Ze hebben geen keus. Ze worden geconfronteerd met andere regels en hun levensritme is gehaast. Buiten de opvang gaan ze naar talloze clubs en lessen, want alles wat hun ouders hebben moeten missen in hun jeugd moet nou eenmaal ingehaald worden. En de ouders hebben financieel de ruimte om heel veel dingen mogelijk te maken. Dan heb ik het nog niet over de gevolgen die de talloze scheidingen hebben op het opvoedingsgedrag.

Leerkrachten merken de onrust in hun klassen maar al te goed. Ze doen hun best om regels op te stellen die de minimaatschappij van de klas leefbaar moeten maken en houden. Maar kinderen hebben veel moeite zich te houden aan de meest eenvoudige regels. Dat begint al met het blijven zitten op hun stoel, stil zijn en geconcentreerd werken. De meest basale voorwaarden om te komen tot gestructureerd onderwijs, zijn voor veel kinderen al een haast onmogelijke opgave.

Het geduld van de leerkracht wordt danig op de proef gesteld, en ook al doet de juf of meester haar of zijn best alle leerlingen van de nodige aandacht te voorzien: een leerkracht is ook maar een mens, met een grens aan het geduld, zoals ook alle ouders dat hebben. Maar o wee, als de leerkracht een leerling straf geeft of terecht wijst. Het is zo langzaam een gevaarlijk beroep aan het worden, waar een gevarenpremie op van toepassing zou moeten zijn.

Leerkrachten ontvangen tegenwoordig e-mails die doorspekt zijn met dreigementen, waarin de ouder de leerkracht ongelijk geeft en het kind gelijk. ‘Mijn kind zal het strafwerk niet maken, dat u het weet. Want mijn kind doet zoiets niet. En als u daar problemen mee heeft dan kom ik u wel even opzoeken en dan mag u naar het ziekenhuis.’ U gelooft niet dat leerkrachten dergelijke krachttaal ontvangen? Spreekt u een leerkracht eens aan, luistert u en huivert u. Kinderen zijn tegenwoordig te vaak ongekroonde prinsen en prinsessen, die in de ogen van hun ouders geen fouten maken en onfeilbaar zijn.

Helaas mensen, ook uw kinderen maken fouten en dienen terecht gewezen te worden. Dat heet OPVOEDEN en daar bent u mede verantwoordelijk voor. En opvoeden is niet hetzelfde als eindeloos gelijk geven. Opvoeden is vooral NEE zeggen, grenzen bepalen en deze consequent aanhouden.

Van leerkrachten en scholen wordt verwacht dat zij de kinderen opvoeden. Dat zij de kinderen de basisregels van onze samenleving aanleren. Maar wat voor nut heeft het voor leerkrachten om nog zoveel energie in onze kinderen te steken, als het thuisfront geen enkel respect meer heeft voor de leerkracht en de opvoeding die een school wil bieden?

Mijn vader en moeder kwamen zelden of nooit op mijn school. Ze kenden de naam van de leerkrachten wel, en eens per jaar vond er een gesprekje plaats tussen hen. Maar als de leerkrachten mij een reprimande hadden gegeven, of ik straf mee naar huis bracht, dan werd er geen moment aan het oordeel van de meester of juf getwijfeld, en ik moest mijn strafwerk maken of mijn nablijftijd uitzitten. Ik wist dat ik geen kans maakte op soelaas, en op de blaren moest zitten zelfs als ik ervan overtuigd was dat die ander het werkelijk schuld was geweest, en niet ik. Die ander kreeg een volgende keer wel weer op zijn donder. En ik denk echt dat we er allebei niet slechter van geworden zijn!

Reacties

‚Waarom had ons team niet gewonnen?’, vroeg de student me in de bus op weg naar het station. ‚Ondanks jouw mooie presentatie als individu waren jullie helaas aan het doel voorbijgeschoten.’  ‚Welk doel dan?’ ‚Samenwerken. Een democratisch proces waarmee het onderwerp gekozen kon worden ontbrak volledig, de uitvoering werd door jou en een paar medestudenten gedaan en de overige twaalf deelnemers is lekker thuis in bed blijven liggen. Daarom dus.’

Schrijnend. Onze jongeren leven in een wereld die wordt bepaald door wat ze allemaal MOETEN. Ze moeten nadat ze een middelbare school-diploma behaald hebben, gaan studeren. Iets. Maakt niet eens zoveel uit wat, als het maar een garantie is voor een veilige toekomst. Brood op de plank, een huis en een auto van kaliber voor de deur. Veel jongeren doen het, braaf. Kiezen een ‚brede’  opleiding, dan zal er altijd wel ergens geld te verdienen zijn als het diploma eenmaal in de aktentas zit. Vervolgens melden ze zich aan voor de Studie, kopen de bijhorende boeken en de reis begint. Omdat het MOET. Te vaak niet omdat ze het willen.

Nog steeds, in deze moderne tijd, zijn er landen in deze wereld waar onderwijs en het deelnemen aan onderwijs helemaal geen vanzelfsprekende zaak zijn. Landen waar het regime bepaalt dat jonge kinderen beter ingezet kunnen worden om met hun kleine handjes fabriekswerk te doen, waar de religie bepaalt dat meisjes niet mogen leren lezen, waar kinderen geen school binnen bereik hebben omdat ze bijvoorbeeld midden in de woestijn leven. Het bestaat, nog steeds. Deze kinderen dromen er van te MOGEN leren. Zijn nieuwsgierig naar wat er in de wereld allemaal leeft, wat denkwijzen zijn, naar weten in het algemeen. Ze zouden er alles voor geven te mogen ontsnappen aan de opgelegde cultuur, er uit te kunnen breken en naar school te MOGEN gaan.

Nee, dan onze jonge, gezonde Nederlandse studenten. Volop mogelijkheden om zich te ontplooien, alle deuren van hogescholen en universiteiten staan uitnodigend open. Financieel is het ook niet onmogelijk, hoewel beperkter dan ooit. Maar toch: het KAN. In de praktijk hoor ik geluiden als: ‚Daar ga ik écht niet naartoe hoor, dat college is echt zó saai en nutteloos. En die man is écht irritant.’ ‚ Als jij niet gaat, ga ik ook niet!’ ‚Afgelopen week ben ik maar één dag geweest, ik had echt zó geen zin..’ Geen ZIN. Geen ZIN om te horen, te zien, te leren wat er te leren valt. Want het is niet LEUK. Het moet wel leuk zijn, natuurlijk. Daarom leren aankomende leraren tegenwoordig hoe ze de aandacht van studenten moeten richten, en geloof het of niet: er dient een heel arsenaal aan Disney-toestanden uit de kast getrokken te worden om de aandacht van de Nederlandse jongere langer dan tien minuten bij de les te kunnen houden. Doodvermoeiend voor de docent, maar alles om het de student naar de ZIN te maken. Het moet namelijk wel leuk blijven. Studeren wordt gezien als een vervelende opgave. Een hels karwei dat teveel tijd opslurpt met nutteloze bezigheden. Het thuisfront verwacht mooie resultaten en blije gezichten, dus die druk ligt er dan ook nog eens op.

Wanneer gaan we nou eens beseffen, dat we in dit land MOGEN studeren, maar niet MOETEN? Waarom denkt iedereen dat de Dienst Uitvoering Onderwijs iedereen verplicht als afnemer van de zogenaamde prestatiebeurs wil zien verschijnen? Je MAG studeren. Je MOET niet. En als je iets gaat doen omdat het MAG, kun je er wellicht ook met meer plezier aan deelnemen. Omdat het iets is waar je meer van wil weten, omdat het je interesseert en misschien omdat het, in het beste geval, je passie is. Studeren MOET echt niet. Voorbeelden genoeg van bevlogen mensen die zonder het behalen van een diploma zeer succesvol geworden zijn. Hun drijfveer was de passie die ze voelden, de gedachten en ideeën die ze hadden. En die stonden niet in de studieboeken die hen werden aangeboden. Die leefden in hun hoofd en in hun hart, en op die koers zijn ze gaan varen. Natuurlijk niet altijd met direct succes en watervallen aan geld. Maar met doorzettingsvermogen en volharding zijn velen er wel degelijk in geslaagd, en hebben meer bereikt dan ze konden bevroeden toen de reis begon.

Elke opdracht zien als een uitdaging, en niet als een last. Dat zou al een heel verschil zijn in opvatting en een begin van succes. Uit bed komen, naar school gaan, met het besef dat er elke dag wel degelijk iets moois te leren valt. Omdat het MAG. En omdat het KAN.

Reacties

Je zult maar 16 zijn en geen idee hebben van wat je later worden wilt. Je zult die eindstreep van de middelbare school maar zien naderen, elke dag weer een beetje dichterbij. En dan? Dan moet je HET dus weten. HET. Wat je worden wilt, later.. Al sinds je veertiende worden er testen voor je neus gelegd, met rare vragen waarvan jij al begrijpt waar dat heen gaat, en waar je dus niet te wenselijk op wilt antwoorden. De uitslagen van die testen zeggen je ook al niks, want de beroepen in dat lijstje daar kun je je al helemaal niks bij voorstellen. En dan je ouders, die steeds weer met een mening komen en jou vooral de keuze willen laten. Welke keuze? Je kunt niet kiezen als je niet weet waar je heen wilt gaan. Je zult maar 16 zijn, met geen enkel idee.

Ooit waren we allemaal 16. En eerlijk? Wie van ons hadden er wel een duidelijk beeld van wat ze later wilden worden? Wel ook even echt terug gaan in dat geheugen: je was 16 en… je had je eerste baantje, misschien. Of je eerste vriendinnetje. Je mocht voor het eerst op stap, uitgaan. Je was relatief veel bezig met de vraag: ‘Wat vinden ze van mij?’ Ze, dat kon zo’n beetje iedereen wel zijn. Het laatste wat je dacht was: ‘Wie ben ik?’ En al helemaal niet: ‘Wat kan ik?’ Laat staan: ‘Wat wil ik?’ Dat zijn ‘ouders-vragen’. Geen ‘16-vragen’. Uitzonderingen daargelaten, want een sporadische enkeling wist het verdomde goed en liet zich daar niet vanaf brengen, met wisselend succes zoals later zou blijken. Hoewel daar ook uitzonderlijke succesverhalen uit voortgekomen zijn, laat dat duidelijk zijn.

Ooit waren we allemaal 16. Reddeloos en radeloos verloren in verwachtingen die anderen van ons hadden, en die we ook van onszelf hadden. We zijn toen een weg ingeslagen, een opleiding gaan volgen (of niet!). En wat daarna kwam? Vaak genoeg een kronkelende weg die we ‘carrière’  zijn gaan noemen. Een CV vol bochten. In elk geval zien CV’s er in het gros van de gevallen een beetje wisselend uit. En dat zal voor de 16-jarigen van nu nog veel meer het geval zijn. Want een baan waar je na 40 jaar nog een lintje voor krijgt wegens volgehouden dapperheid, die bestaat niet meer. Ze zullen flexibel moeten zijn, onze jongeren. En creatief in het bedenken van wat zij met hun kwaliteiten kunnen betekenen voor de maatschappij. De maatschappij, dat is meer dan bedrijven. Want ze zullen meer dan ooit zelfstandig een manier moeten kunnen bedenken om hun kost te verdienen.

Weet jij nog wat je vroeger wilde worden, toen je 16 was? En ben je dat ook werkelijk geworden? Hoe heb jij dan gekozen, destijds? Jeetje hè. Als je daar even bij stil gaat staan, besef je ineens weer hoe moeilijk dat eigenlijk was, 16 zijn. En je weet inmiddels ook dat het achteraf wel meevalt. En dat de reis niet lijnrecht van A naar B gaat. En dat is maar goed ook, want hoe mooi was jouw uitzicht, onderweg?

Reacties

Een paar jaar geleden zag ik een documentaire over een leraar in Japan*. De man had een stralende reputatie, was een zeer geliefd meester. En waarom? Omdat hij lesgaf met hart en ziel, met open ogen, open oren en een open hart. En vooral: omdat hij de leerlingen zijn vertrouwen gaf. Het vertrouwen dat ze alles zouden kunnen leren, als ze dat wilden. En dat de kracht nu juist in het vertrouwen lag, en in de band tussen de klasgenoten. De leerlingen leken zich te verheugen op elke dag dat ze weer naar school mochten gaan. Ze voelden zich gezien, gehoord en geliefd. Er was een grote vertrouwensband niet alleen tussen leerkracht en leerlingen maar ook tussen de leerlingen onderling. 

Een paar jaar geleden ontdekte ik ook het één en ander over het Finse onderwijssysteem. Inmiddels hebben veel media hier verslag over gedaan, mogelijk heeft u er zelf ook al iets over gehoord. Wat mij frappeerde in het hele systeem is dat het allemaal draait om (alweer) vertrouwen.  Er is geen onderwijsinspectie, men vertrouwt erop dat de docenten er alles aan doen om de leerlingen op de meest doeltreffende, juiste wijze te begeleiden. Docenten zijn universitair geschoold, en hebben aanzien. Dat betekent dat ouders erop kunnen vertrouwen dat deze mensen hun kinderen op de best mogelijke manier onderwijzen.

Zo langzamerhand kom ik er achter dat VERTROUWEN het sleutelwoord is. Wanneer mensen het vertrouwen krijgen, zelfvertrouwen maar ook het vertrouwen van een ander, dan gaan de prestaties de betere kant op. In het onderwijs met name, omdat hier met jonge mensen gewerkt wordt die volop in ontwikkeling zijn. En juist zij hebben vertrouwen nodig: ze moeten allereerst de onderwijzers kunnen vertrouwen - en op de kennis van de onderwijzers. Daarnaast moet er vertrouwen in de (jonge) leerlingen zijn. Het vertrouwen dat ze daadwerkelijk de wil hebben en in staat zijn te leren, veel te leren van wat ze nodig hebben om een zinvol leven te leiden. Wat dat zinvolle leven dan inhoudt, zullen ze gaandeweg gaan ontdekken wanneer ze met vertrouwen en in vertrouwen, op eigen wijze hun levenslessen mogen leren.

Een onderwijssysteem dat gebaseerd is op vertrouwen kent geen inspecties, geen onnodige (stressvolle) audits, geen afrekensysteem. Een vertrouwenrijk systeem stoelt op kwaliteit van leerkrachten, op normen en waarden en op een positieve visie ten aanzien van de mogelijkheden die elk mens heeft om zich te ontwikkelen - op welk niveau dan ook. 

In Nederland heerst helaas nog teveel de Calvinistische mentaliteit. We moeten bloed, zweet en tranen zien voordat we geloven dat iets goed is. Docenten en directies zijn door de angst voor de controlewaanzin en rendementsdruk tot het uiterste gedreven en hebben tot overmaat van ramp het vertrouwen verloren in het leeuwendeel van de aanstormende jeugd die door prestatiedruk ook niet meer weet waar ze het moet zoeken. Het tij moet keren, en snel ook. De toekomst waarin Artificial Intelligence ons als mensen overbodig dreigt te maken, schreeuwt om vertrouwen. Mensen zullen een berg vertrouwen nodig hebben in zichzelf en het leven, om een weg te vinden in een wereld waarin de baangaranties niet langer bestaan. Onze kinderen kunnen namelijk niet allemaal ICT-er worden. Een flexibele, creatieve manier van denken en leven is wat de toekomstige generaties nodig zullen hebben. En wanneer is een mens het meest flexibel en creatief? Juist. Wanneer hij bulkt van het vertrouwen!

 

* De Japanse Levensles - de klas van Mr. Toshiro Kanamori (Youtube)

 

Reacties

“Mijn vader heeft al Engels gestudeerd maar die doet nu iets heel anders, die is webdesigner..”, zo onderbouwde de 18-jarige studente haar besluit om na afloop van de middelbare school toch niet te kiezen voor een WO studie Engelse Taal- en Letterkunde. “Dus, als ik het goed begrijp, vind jij dat jouw vader in zijn studiekeuze gefaald heeft. Want nu doet hij iets heel anders dan waarvoor hij gestudeerd heeft?” “Ja, eigenlijk wel.” Daarom heeft zij gekozen voor een meer gerichte beroepskeuze: Vertaler. Nog steeds vindt ze Engels het leukst, Spaans niet zo, het vertalen niet per sé. Maar om nou een studie te kiezen waarin je je uitsluitend richt op één taal, zoals haar vader gedaan heeft... De beroepsontwikkeling van haar vader toont in haar ogen aan dat dit geen goede gang van zaken zou opleveren: dan blijf je niet bij je eerste keuze. En heb je dus eigenlijk gefaald.

Een voorbeeld uit mijn praktijk als studentendecaan: eerstejaars studenten die halverwege het studiejaar niet helemaal zeker meer zijn van hun studiekeuze. Om allerlei redenen, overigens. Maar dat de ontwikkeling van het beroepsleven van de ouders op deze manier de studiekeuze kan beïnvloeden, dat had ik zelf nog niet bedacht. Op open dagen vraag ik ouders vaak of ze nu nog werken in het beroep waarvoor ze ooit gestudeerd hadden. Elke keer weer wordt dan bevestigd dat het merendeel van de ouders na het afstuderen iets heel anders is gaan doen. Dat het beroepsleven zich door de jaren heen in andere richtingen ontwikkeld heeft. Tenzij ze arts of verpleger zijn, die zijn in de wieg gelegd om te doen wat ze doen en blijven dat doen. Waar ik mij nog niet zo van bewust was is het aspect dat de kinderen het veranderen van beroep dus blijkbaar zien als een manier van falen: de eerste keuze heeft duidelijk niet gewerkt. En dat was toch wel de bedoeling?

De ouders hebben hun beroepskeuze veranderd door de jaren heen. Dat bevestigt voor de jonge kiezers dat de studiekeuze die aan de eerste beroepskeuze vooraf ging dus niet goed was. De beroepskeuze wordt immers aan onze 14- en 15-jarigen voorgesteld als iets definitiefs: als je kiest voor een opleiding, kies je definitief ook voor dat beroep. De werkelijkheid is echter weerbarstig: de koers van het leven, de ontwikkelingen in de economie, de persoonlijke groei – allemaal factoren die er toe kunnen leiden dat de eerste beroepskeuze gaandeweg herzien wordt. En dan kan een Taal- en Letterkundige twintig jaar later zomaar veranderd zijn in een webdesigner. Een ontwikkeling die dus inderdaad vrij ‘normaal’ te noemen is.

Daarmee is de studiekeuze en de twijfel over deze eerste keuze onmiddellijk te relativeren: je kunt nu een keuze maken, maar dat betekent niet dat je voor de rest van je leven in dat métier actief zult blijven. Gaandeweg stuur je bij, om allerlei redenen waarvan ‘ervaring’ geen onbelangrijke is. Dat is een normaal gegeven, dat is geen falen. Dat is ontwikkeling. Met deze insteek vermindert de druk van de eerste studiekeuze ook drastisch: je eerste studie is een beginpunt, en geen eindpunt. Het einde van het loopbaankeuzeproces is na ja afstuderen nog lang niet in zicht!

Eigenlijk is de studiekeuze of beroepskeuze die op de middelbare schoolleeftijd gemaakt wordt beter te zien als de eerste stap in een ‘loopbaankeuzeproces’, dat zich vanaf dan nog tientallen jaren zal blijven ontwikkelen. Steeds weer volgen er nieuwe stappen, nieuwe keuzes en komen er nieuwe opleidingen en trainingen op het levenspad. Pas na vele, vele jaren kan iemand dan hopelijk zeggen dat hij of zij zich steeds meer ontwikkeld heeft in een richting die echt goed past. Om dat al van iemand te verwachten die pas 16 of 17 jaar is, dat is wel heel erg veel.

“Heb jij jouw vader al eens gevraagd hoe het kan dat hij nu webdesigner is geworden?” “Nee, eigenlijk niet.” “Begin daar eens mee. En vraag dan ook je ooms en tantes maar eens wat ze doen en wat ze gestudeerd hadden, ooit.” De studente zucht. “Dit lucht wel op zeg. Ik ga hier eens goed over nadenken, mevrouw.” De Vertaalacademie lijkt plotseling toch niet zo’n slechte keuze, geeft ze aan. Misschien kan ze van daaruit ook nog andere dingen gaan doen, straks..  Waarom ook niet. Het leven is één groot groeiproces, met bochten en kronkels die ‘ontwikkeling’ heten. Ze is pas 18 jaar. Wie weet..

Reacties

Tegenwoordig is er in het basisonderwijs een ontwikkeling gaande die positief genoemd mag worden maar haar doel voorbij lijkt te schieten. In de tijd dat ik op de basisschool zat (langer geleden dan mij lief is) was elke leerling gelijk. Althans: er werd een gemiddelde aangehouden en wie daar boven of beneden zat kreeg nauwelijks meer of minder aandacht dan de gemiddelde leerling. Bij hoogste uitzondering mocht ik het schrijf- en leesboekje van de volgende klas al doorwerken, dat herinner ik me nog goed. Wat een eer!

Op vandaag wordt van de leraren verwacht dat ze de ‘groep’ (het woord ‘klas’ is inmiddels hopeloos ouderwets) op drie niveaus aanspreken: de leerlingen die het tempo niet bij kunnen houden dienen ander lesmateriaal aangeboden te krijgen dan de leerlingen die het gemiddelde tempo weten bij te benen, en de leerlingen die sneller kunnen werken horen dan ook weer ander, bij voorkeur compacter materiaal aangeboden te krijgen. Zowel voor rekenen als voor taal als voor lezen als voor spelling als voor aardrijkskunde als voor geschiedenis als voor biologie. Pfoeh. Ga er maar aan staan: lesvoorbereidingen maken voor lessen die op deze manier opgebouwd dienen te zijn. En het corrigeren van de werkboekjes, een tijdverslindende maar belangrijke bezigheid, wordt daardoor ook verdriedubbeld.

Leerlingen lesstof aanbieden op persoonlijk niveau. Een prachtige gedachte, elk kind dat  te kunnen bieden wat aan de persoonlijke capaciteiten voldoet. Maar in de praktijk zie ik leerkrachten met het zweet op hun voorhoofd lange dagen maken, in de hoop aan alle wensen te kunnen voldoen. Met de beste wil van de wereld kunnen ze de dagen niet langer maken dan de 24 uur die ze nou eenmaal zijn en dus wordt het weekend regelmatig opgeofferd om de voorbereidingen tot in de puntjes voor elkaar te krijgen.

Een klaagzang? Nee. Wel een beschrijving van de praktijk. Als deze mensen niet zoveel hart voor de leerlingen hadden, zouden ze het bijltje er al lang bij neergelegd hebben. Ze ploeteren verder, in de hoop leerlingen naar het middelbare onderwijs te kunnen laten doorstromen die blaken van zelfvertrouwen, wetend dat zij op hun eigen persoonlijke niveau goed kunnen presteren.

Helaas volgt dan weldra de teleurstelling, als aan de poort van de middelbare school al geroepen wordt dat er weinig tot geen ruimte is voor de persoonlijke aanpak waaraan de leerlingen en hun ouders zo gewend waren geraakt. Op de gemiddelde middelbare school regeert de middenmoot. De zesjescultuur waar Nederland zo onder schijnt te lijden (getuige de berichtgeving in de actuele pers) wordt op de middelbare scholen gecultiveerd. Gymnasia die bij de kennismaking roepen dat een gemiddelde 8 het streven is, blijken in de praktijk niet in staat leerlingen die in de eerste twee semesters 29 tienen weten te scoren, een individueel uitdagend programma aan te bieden. Ik bedoel maar.

Dus wat is er nou precies zoveel verbeterd sinds we basisschoolleerlingen op drie niveaus zijn gaan benaderen? We kweken een cultuur waarin zowel leerlingen als ouders gewend raken aan (of eigenlijk zelfs ‘verwend’ raken door) de persoonlijke aanpak van de leerling. Des te harder komt de werkelijkheid dan aan, als blijkt dat deze cultuur niet voortgezet wordt in het voortgezet onderwijs. Wat is wijsheid?

Mijn bassisschooltijd herinner ik mij als een tijd waarin mijn leerkrachten ook buiten de lesstof aandacht voor mij hadden. Waarin ze het goed in de gaten hadden als ik niet lekker in mijn vel zat, en er tijd en ruimte was voor een goed gesprek. Nu zie ik hoe leerkrachten vechten tegen de klok, niet weten waar ze het eerst moeten kijken en moe zijn van alles wat er van hen geëist wordt. Als dat wijsheid is, dan weet ik het ook niet meer.

Reacties

Halverwege mijn drie weken durende detox-periode maak ik de balans op. Facebook, Messenger en Instagram heb ik verbannen uit mijn leven. Waar ze het eerste waren wat ik op een dag bekeek, en het laatste waar ik maar al te vaak mee afsloot, zijn ze nu heel ver op de achtergrond geraakt in mijn dagelijkse leven.

Wat levert een SM-loze periode op? Men voorspelde mij dat ik me veel beter zou gaan voelen, dat ik meer rust zou gaan ervaren en dat ik meer focus zou gaan krijgen bij de dingen die ik doe. En ik kan je vertellen: dat klopt. Allemaal. Al na anderhalve week merkt mijn omgeving dat ik rustiger ben en met meer aandacht gesprekken volg. Ik moet bekennen dat ik niet ‘handy-free’ ben. Mijn mobiel is nog steeds aanwezig en ik gebruik het ding om te Whatsappen, mails te zien en te beantwoorden, en een paar vermaledijde spelletjes te spelen. Wordfeud en CandyCrush, zeg ik met schaamrood op mijn kaken. Een leven zonder mobiele telefoon, dat is een stap die mij tegenwoordig te ver gaat. En dat is op zich dan ook wel weer vreemd. Want ooit waren we helemaal niet altijd bereikbaar, en werden telefoontikken geteld want bellen was duur. Daarom mocht ik als kind alleen bellen als het echt dringend was. Dus niet om zomaar een lusteloos “Enne?” in de hoorn te fluisteren, zoals mijn kinderen nu “Hoestie?” naar elkaar tikken in Whatsapp. Of wat het dan ook is dat ze de godganselijke dag door appen.

Geen berichten, weinig tot geen nieuwsberichten ook, geen ruis op mijn kanaal. Ik moet zeggen dat het leven zonder al die invloeden best goed is. Ik hoef er geen last van te hebben dat er in de verre en nabije wereld allerlei ellendigheid is. Die is er ook als ik er niet van af weet, en ik me niet aangesproken voel door zoveel leed. Ik voel me niet schuldig, niet medeplichtig, ik ben geen voyeur. Ik ben gewoon bezig met mijn eigen kleine leven en dat van de mensen die dicht bij mij staan. Meer niet.

Ik lees trouwens nu, in al die tijd die ik mezelf cadeau gegeven heb, een boek over de invloed van muziek op het brein, geschreven door Oliver Sacks. Een dikke pil, kan ik je zeggen. Het bracht mij op een gedachte. Als muziek al zo’n grote invloed heeft op het brein (gewild én ongewild), wat doet de voortdurende berichtenstroom via de diverse media, die overal om ons heen, en zomaar in onze hand is, dan met ons?

Mijn detox-periode duurt nog anderhalve week. Of ik daarna de draad weer oppak? Eigenlijk weet ik dat nu nog niet. De stilte, de rust, eigenlijk bevalt dat wel. We zullen zien wat de komende week aan ervaringen brengt..

 

PS. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik wel 1 keer op Facebook geweest ben. Om tags te verwijderen uit berichten waar ik niet om gevraagd had. Oh ja. Dat doen mensen op Facebook. Zucht.

Reacties

Anno 2013 zie ik een kort filmpje op het videokanaal dat Youtube heet. Ik zie een paar jongens van Marokkaanse afkomst tegen hun scooter en fiets geleund staan praten. Ze spreken een soort Nederlands dat vermengd is met onder andere Marokkaans. Wat ik er van begrijp is dat zij zich beklagen over de aanwezigheid van Poolse werknemers in ons land. Poolse werknemers die niet veel loon vragen, en al het werk ‘afnemen’ van de andere mensen in Nederland die ook geld moeten verdienen. Een schande, dat is het.

Op de middelbare beroepsopleiding waar ik een tijdje les heb gegeven, had ik te maken met een klas die de richting Ondernemer volgde. Naar mijn mening is het bijna onmogelijk om dat te kunnen leren – ondernemersbloed heb je of je hebt het niet. Ik vroeg de aanwezige, voornamelijk mannelijke, klas op een dag het volgende: wie van jullie heeft er naast de opleiding al een bijbaan of misschien zelfs een eigen bedrijfje? Een vraag die me toch gerechtvaardigd leek, aangezien ik te maken had met 19 tot 20-jarige jonge mannen die tenslotte Ondernemer wilden worden. Van de 24 leerlingen staken er twee hun hand op. De één was aspergesteker in het weekend, de ander werkte in een kas als bijverdienste. De twee werden smakelijk uitgelachen door de overige 22 mannen. Mijn bange vermoeden werd bevestigd. De reacties waren toch vooral: mijn vader heeft een bedrijf en dat ga ik overnemen, dus ik hoef eigenlijk niet eens dat diploma te halen. (Buiten, voor de deur van de school, stond een glimmende blauwe BMW cabrio – van een leerling, gekregen van vader) Dat ze niet in staat zouden zijn het werk van hun secretaresse te beoordelen, leek hen ook geen noemenswaardig probleem. Die secretaresse moest gewoon een goede opleiding hebben gehad en dat zou dan wel goed zitten. Dat er jongens in de klas zaten die werkelijk hun handen vuil maakten in de aarde, dat was hoe dan ook ronduit belachelijk.

Op de basisschool vraag ik leerlingen ook naar hun toekomstbeeld. Wat wil jij worden, hoe denk je dat het eruit zal zien, wat wordt je beroep? Dan hoor ik toch vooral ‘iets met computers’, ‘iets op een kantoor’, en ‘iets met een stoere auto van de zaak’. Niemand die er zelfs maar aan denkt timmerman, metselaar of schilder te worden. Kom op zeg, we gaan onze handen niet vuil maken….

Dus. Hoe moet dat dan, over twintig jaar? Wie bouwt er dan de huizen die door goed opgeleide architecten en ontwerpers vanachter hun bureau bedacht zijn? Wie gaan er dan voor zorgen dat er riolering aangelegd wordt?

Waarschijnlijk niet de Marokkaanse jongens, en waarschijnlijk ook niet de ondernemerszonen. Alle kinderen studeren door, volgen opleidingen tot iets dat niets met vuile handen te maken heeft. Maar dan mogen we ook niet zeuren als er Oostblokkers met werkhanden zonder zeuren en hard werkend hun intrede doen. Dat ze onze taal niet spreken en graag aan Bacchus offeren, dat is een andere zaak. Maar onze stoere jongens zijn toch echt geen haar beter.

 

Deze column werd eerder gepubliceerd op www.columnschrijven.nl

Reacties (1)

“Soms word ik moe van de wereld. Ik wil alleen maar rust, een rustig leven met een parttime baan en een kleine woning en natuur om me heen. Maar de wereld wil dat ik veel meer doe. Ik moet veel geld verdienen en belasting betalen als ik straks afgestudeerd ben. Maar eigenlijk wil ik gewoon een rustig leven. Meer niet.”

Zomaar een dag als studentendecaan. Ik spreek gemiddeld 8 jonge mensen per dag. Ik werk fulltime, dus gemiddeld spreek ik 40 jonge mensen per week. Van die jonge mensen wil de helft graag met mij praten omdat  ik de persoon ben die de tijd heeft om te luisteren. Ik hoor aan wat er door ze heen gaat, waar ze mee worstelen – of juist niet. Velen van hen zijn depressief, komen hun huis en hun bed niet uit. Voelen zich overspoeld door alles wat er van ze verwacht en gevraagd wordt, kunnen dat niet  aan en komen uiteindelijk helemaal niet meer tot handelen. Uit overmacht van alles wat er volgens hen, van hen verwacht en verlangd wordt. Dan heb ik het toch wel over zo’n 8 studenten per week die dit bij mij melden.

De quote hierboven komt van een dergelijke student. Eerstejaars, pas begonnen aan een uitdagende studie. Op de middelbare school (HAVO) een goede leerling, hij kon de lesstof makkelijk aan en was altijd de beste. Maar wel een jongen met  een kwetsbaarheid. Hij had al vroeg last van depressieve klachten en heeft therapie doorlopen bij een psycholoog. Nu is hij verhuisd naar Maastricht en zijn familie is trots op hem, reuze trots. ‘Onze jongen studeert in Maastricht!’ Dat maakt wel indruk op een verjaardagsfeestje van familie. Die jongen zit radeloos in zijn kamer en durft niet naar buiten. Buiten wordt er namelijk van alles van hem verwacht waarvan hij betwijfelt of hij dat allemaal wel kán. En dat verlamt hem volledig.

Niet alle studenten zijn zo kwetsbaar, natuurlijk en gelúkkig niet. Maar er is sprake van een behoorlijke toename in het aantal studenten met depressieve klachten. De verwijzingen naar psychologen die decanen per week doen, vertonen een stijgende lijn. Zijn we nog wel goed bezig als iedereen móet studeren, vraag ik me af? Is dit de bedoeling?

Een ouderejaars student deelde een andere zorg met mij. Hij zou graag een afstudeerstage doen, maar moet nu voor een premaster gaan kiezen, ‘want zonder Master maak ik al helemaal geen kans meer op werk!’ Is dit écht de bedoeling, vraag ik me af?

Zonder Masterdiploma zijn kansen op werk geringer aan het worden. HBO alleen is als opleidingsachtergrond geen garantie meer voor een baan. Maar wat als er straks alleen nog maar mensen met Masterdiploma’s zijn? Er is geen wetenschappelijk onderzoek voor nodig om te bedenken dat het aantal Masterbanen op een gegeven moment ook op is, toch?

Gaan we dan al die mensen een bijstandsuitkering geven? En ze daar vertellen dat ze niet voldoen en meer moeten solliciteren? Of ze wasknijpers in elkaar laten draaien als alternatief? Moe van de wereld.. wat gaan we daar met zijn allen aan doen?

Reacties
..en meer!

Mens&Taal

Mens-en-taal

Sittard
E-mailadres: menstaal@gmail.com
Mens: coaching, begeleiding & Taal: tekst, voordracht, opinie