100ProcentLizette
Ik ben Lizette Colaris - aangenaam!
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Altijd 100Procent op de hoogte blijven? Abonneer je hier!

Passievrucht

In 2016 publiceerde Lizette Colaris haar eerste dichtbundel met het thema 'Passie'. Een kleurrijke collectie warme en meertalige fragmenten van passie!

MO

In 2016 debuteerde Lizette met een korte thriller: MO. Geschreven in het Sittards, in dezelfde uitgave staat ook de Nederlandstalige versie.

Meer informatie: www.zittesjethriller.nl

Kijk naar je kind en zie wie het is. 

Kijk niet naar wat je van jezelf herkent.

Kijk wat er van de ander in het kind aanwezig is.

Kijk naar hoe het zich gemengd heeft, alles van de èèn met dat van de ander.

Kijk, en zie en laat het dan los.

Laat los wat jij denkt dat het kind zou moeten zijn

Laat los wat jij herkent en pijnlijk vindt

Laat los wat jij negatief vindt maar positief kan zijn

Laat los wat jouw goedbedoelde verwachtingen zijn 

Laat los, want het is niet van jou

Het kind is de volgende in de rij van twee geslachten

Het kind zal altijd lijken op iemand van hen

Het kind zal gedrag laten zien dat herkenbaar is

Het kind zal niet altijd doen wat jij wenst

Het kind is wat het is

Zoals jij jezelf wilt zijn

Zoals jouw ouders dat zijn

Zoals jouw opa’s en oma’s dat waren

Zoals alles is wat het is

Zoals alles is wat het moet zijn.

 

Elk kind dat jij durft los te laten 

ondanks de pijn van de leegte

die het achterlaat

krijgt van jou 

de kans om te groeien

en volledig te worden

wat het moet zijn.

 

Heb vertrouwen. 

Heb alle vertrouwen. 

Vertel het kind elke dag 

dat jij vertrouwen hebt

in het kind

in het leven

in jouw leven en

in dat van het kind

Zo geef jij het kind de bodem

waarop het kan groeien

en alles kan worden

wat het moet zijn

 

 

* Lizette Colaris 09032018

Reacties

De smartphone bestaat sinds 1992. Dankzij internet is het een onmisbaar item geworden, voor iedereen is er wel een reden waarom een smartphone een uitkomst is. Communiceren en bereikbaar zijn is er veel eenvoudiger door geworden, we kunnen er mee navigeren en eten bestellen. Maar oei, wat is het moeilijk om dat ding weg te leggen.. De ontwikkeling van apps ging razendsnel en voordat we het wisten konden we middels Whatsapp en een internetverbinding oneindig veel met elkaar communiceren – praktisch gratis.

Het valt me op dat veel mensen sindsdien moeite hebben met –letterlijk-  afstand nemen. Ze ontvangen en verzenden berichten en foto’s aan de lopende band, zijn zich niet meer bewust van hun gedrag. Overal, maar ook echt óveral, is de smartphone te vinden in de hand. Als iemand het verzonden bericht gezien heeft (af te lezen aan de blauwe vinkjes in de app), dan wordt er vanuit gegaan dat er ook meteen gereageerd wordt. Oh wee als dat niet direct gebeurt. Groot ongeduld. Maar ook ontzettende ongerustheid. Hoe dan ook: onrust, in het algemeen. Tussen geliefden (die willen weten wat de ander aan het doen is, en vooral wat die doet op de ‘foon’), tussen werkgevers en werknemers (‘jij bent altijd bereikbaar wanneer ik jou nodig heb’) , tussen vrienden (‘hee, waarom geef je geen antwoord…!!’), en tussen ouders en kinderen (‘lieverd, gaat het wel goed daar?’). De blauwe vinkjes kunnen ook uit gezet worden, dan is dus niet waarneembaar of het bericht gelezen is. Dat verschaft de ontvanger wat respijt. Maar de zender krijgt er soms een punthoofd van. “Waarom antwoord je nou niet?!”

Hoe rustig was het in de jaren dat ik opgroeide, merk ik op. Op de middelbare school had ik wat vrienden, we praatten in de pauzes de oren van elkaars hoofd. Na school fietsten we naar huis, gingen daar onze eigen dingen doen. De volgende dag kwamen we dan weer naar school en daar waren onze vrienden dan ook weer. Als we thuis waren en we wilden even contact met die vrienden, dan moesten we onze ouders vragen of we even mochten bellen. Dat mocht, maar ‘hou je gesprek kort en bondig, de tikken kosten veel geld!’. Toen ik later ging studeren (in de periode kort vóór de introductie van internet en smartphones), was er op de gang in mijn studentenflat een gemeenschappelijke keuken, gemeenschappelijke toiletten, een gemeenschappelijke wasmachine én een gemeenschappelijke telefoon. Daar hing een blocnote naast en een potlood aan een touwtje, en op de blocnote stond een rijtje voornamen met daarachter een getal: de verbruikte tikken. De tikkenmeter hing in de meterkast, en daar las je vooraf het startgetal af, en na je gesprek het eindgetal. Aan het einde van de maand kwam de telefoonrekening, en één van de bewoners die als beheerder was aangewezen, ging dan met ieder afrekenen. Behalve dat het relatief duur was, was de privacy ook gering: de telefoon hing open en bloot in de gang, dus iedereen kon (als die daar interesse in had) meeluisteren met jouw gesprek. Zo ging dat, en dat was normaal. Eens per week belde ik naar huis, op woensdag om 20.00 uur stipt. Dan praatte ik mijn moeder snel even bij en hing weer op. Ik moest mijn problemen zelf zien op te lossen en kon niet voor elk wissewasje mijn ouders benaderen. Dat heeft me een zekere mate van zelfstandigheid opgeleverd, die me later vaak goed van pas is gekomen. Dat besef ik nu pas, hoor. Op dat moment vond ik de vrijheid en onafhankelijkheid werkelijk waar heerlijk. Even geen moeder die over mijn schouder meekeek of mijn spullen nakeek. Dat kon op die manier, omdat ik geen noemenswaardige problemen had, dat besef ik.

Tegenwoordig raken ouders al in paniek als hun studerende kind niet binnen 12 uur online is geweest en geen virtueel teken van leven geeft. Terwijl dat kind gewoon bezig is zijn of haar eigen leven te leiden. Tenslotte zijn ze dan al 18, 19 jaar oud.. dus een bepaalde mate van zelfstandigheid en onafhankelijkheid mag wel aanwezig zijn. Kinderen moeten zich nou eenmaal losmaken van het ouderlijk nest, uitvliegen om af en toe weer binnen te vallen. Uitpuffen en opnieuw vliegen.

Mensen hebben de rare neiging hun kinderen te willen vasthouden tot ze meer dan volwassen zijn. Begrijpelijk, wanneer dat kind ondersteuning nodig heeft. Maar in het geval dat uw kind eigenlijk reëel gezien geen zorgondersteuning behoeft: doe hem/haar en uzelf een plezier. Laat ze (ook per sociale media) met rust. U geeft ze de kans om te leren, vooral van hun fouten. En dat is echt ergens goed voor. U heeft het tenslotte zelf toch ook overleefd?

Reacties

Het nieuwe jaar is alweer ruim een maand oud, het Chinese Nieuwjaar is inmiddels zelfs ook alweer begonnen. Tijd is vluchtig, het glipt tussen onze vingers door als we even niet opletten. Dan is er weer een dag, een week, een maand voorbij. Onze agenda’s lopen vol, gewild en ongewild, met verplichte en minder verplichte afspraken. Ontmoetingen met mensen, besprekingen over zakelijke onderwerpen, lessen, cursussen, trainingen, seminars, bezigheden, niet alleen van onszelf maar ook van gezinsleden, kinderen of ouders. Het is tegenwoordig normaal om er niet één maar meerdere agenda’s op na te houden. Wat een geluk, toch, dat de techniek het allemaal mogelijk maakt?! En dat we daarnaast ook nog eens zonder onderbreking met elkaar in verbinding kunnen staan. Steeds. Altijd. Vijf emailboxen in de gaten houden en drie telefoonnummers voor een optimale dekking van de bereikbaarheid…

We krijgen er energie van, steeds in beweging te zijn, steeds onze agenda’s te checken en  de tijd volledig in te vullen. Op tijd zijn, de tijd vóór zijn, we willen toch absoluut het maximale uit de tijd halen. Hollen, rennen, draven. Onderwijl slikken we met regelmaat hoofdpijntabletten en antidepressiva, maken we een afspraak bij de fysiotherapeut vanwege rugklachten, zitten bij de psycholoog in de stoel om de stress te verwerken en tellen we af tot de volgende vakantie. We lezen berichten over onthaastende cursussen, we verzamelen quotes over wat het beste is wat je in dit leven kan doen, we leggen lijstjes aan van relaxmethodes en voornemens. Mits het allemaal in de agenda past, gaan we het ook echt doen. Maar dan mag het niet te lang duren en moet het wél het maximale effect bewerkstelligen. We betalen daar graag voor. Dat doe je tenslotte voor jezélf!

Eerlijk gezegd bekruipt mij een enorme vermoeidheid als ik dit schrijf. De laatste jaren word ik zo nu en dan bevangen door de vraag: ‚Waar zijn we nou helemaal mee bezig?’ We willen vanalles en doen heel veel. Maar wat we vergeten is de vraag of het allemaal wel echt nodig is. MOET die agenda zo vol staan? MOETEN we overal JA tegen zeggen? Sinds een jaar ga ik er af en toe uit. Alleen. Een week. Om de tijd eens te vertragen, om de agenda leeg te laten. En te ontdekken wat ik zelf ook alweer wil, waar ik mee worstel en wat ik kan doen om mijn leven meer kwalitijd te geven. Ik heb bewuste keuzes gemaakt, om niet meer zo druk te hoeven zijn. Ik laat flinke gaten in mijn agenda. Mijn leven is daarentegen voller dan ooit. Ik beleef mijn leven meer dan vroeger, hoewel ik minder actief ben geworden. Ik sta stil, en ik overweeg wat ik doe. Ja, ik werk fulltime. Ik heb het geluk dat ik een baan heb die mij bijzonder veel voldoening geeft, dus ik spreek wel vanuit een evenwichtige situatie. De balans zit hem in mijn avonduren en weekends. Hoe meer bewust ik mijn tijd verdeel, hoe beter het voelt. Dat levert energie op die alle bewegingen die ik vroeger dacht te moeten maken, mij nooit  geleverd hebben. Duurzame energie, noem ik het. Omdat de kwaliteit van deze energie, geboren in tijd, een meerwaarde heeft die onbetaalbaar is: leven met aandacht.

Reacties

Mijn oudste zit op de middelbare school, en herleeft daar alles wat ik zelf ook meegemaakt heb. Ongelooflijk, hoe weinig er eigenlijk veranderd is. Daar had ik eigenlijk wel meer van verwacht.. met de huidige kennis over hoe informatieverwerking in de hersenen plaatsvindt, wordt kennelijk nog steeds weinig verrassends gedaan. Nog steeds is de docent er vooral om te vertellen wat er in het boek staat (!) en is er niets leuker voor de leerlingen dan uit te proberen waar de grens ligt bij de docent. ‘Es kijken hoe we hem/haar aan het huilen kunnen krijgen…’ is de grootste uitdaging van de dag. Nog steeds!

Iets anders waar die oudste van mij de laatste maand mee te maken kreeg, is de vermaledijde Beroepskeuzetest: de Ilias. Herinnert u zich die nog? Je bent amper 14 en krijgt een lange reeks vragen voorgeschoteld waar je nog niet de helft van begrijpt. ‘Vind je het leuk om offertes uit te brengen?’… geen idee. Wat is dat? Vaak hebben jongeren op die leeftijd nog geen enkel beeld van wie zij zijn, of wat er allemaal te doen is in de wereld. Ze moeten antwoord geven op vragen die voor hun gevoel over futuristische waanbeelden gaan. Het resultaat van de test levert onherkenbare algemeenheden op. Ik herinner me overigens dat mijn test destijds eindigde met op stip, als meest geschikte beroep voor ondergetekende: HOVENIER. U kent mij niet persoonlijk, maar als er iets is waar ik niks mee heb.. ik kon er dus helemaal niets mee.

Mijn oudste heeft wat dat betreft met zijn analyse de spijker op zijn kop geslagen. Het is namelijk zo: deze jongeman heeft al lang een vast voorgenomen toekomstbeeld. Hij is de uitzondering, ook wat dat betreft. Hij wil beroepsmuzikant worden. En dat wil hij met volle overtuiging. De beroepskeuzetest op school wilde hij aangrijpen om dat nog maar eens goed duidelijk te maken. Maar: in de hele lijst vragen kwamen slechts twee vragen voor die met zijn interesses te maken hadden. De rest van de vragen waren inhoudelijk voor hem niet duidelijk, of vaag. ‘Hoe kan ik nou als uitslag mijn voorkeur krijgen, met deze vragen?’, was zijn – naar mijn mening terechte – commentaar. Al met al dus nauwelijks een mogelijkheid om in de buurt van zijn werkelijke beroepswens te komen. De uitslag: met stip op 1 het meest geschikte beroep voor hem: advocaat. En laat dat nou juist het beroep zijn waar hij afkerig van is!

Zijn analyse zette mij wel aan het denken. De beroepskeuzetest die wijdverspreid wordt gebruikt in middelbare scholen is dus wel degelijk inzetbaar als direct invloedsmiddel voor de beroeps- en daarmee samenhangende opleidingskeuzes die jongeren maken. Door de samenstelling van de vragenlijst wordt de uitkomst voorspelbaar, en manipuleerbaar. Meer vragen met betrekking tot techniek? Dan krijgen naar verhouding meer jongeren een uitslag met beroepen in de technische sfeer. Hier kan de overheid er dus in een vroeg stadium al voor zorgen dat jongeren kiezen (of juist NIET kiezen) voor bepaalde sectoren. En voor de MBO en HBO opleidingen die daar bij horen.

‘Ja, maar dat is toch juist goed,’hoor ik u denken. ‘Dan kiezen ze tenminste een beroep waar ze later ook werk mee kunnen krijgen!’. Niets is minder waar. Er bestaan geen zekerheden meer op dat gebied. Laat die gedachte maar los. We hobbelen inmiddels van het ene tijdelijke contract naar het andere, vaste aanstellingen zijn schaars en daarnaast ook al niet meer zo zeker. De sectoren waarin nog werk te krijgen is, worden met de dag minder groot. Meer krimp dan groei, behalve in medische techniek, logistiek en agrofood. En dat is nou eenmaal, zeg maar, niet iedereen zijn of haar ding. Denk groot, denk in mogelijkheden. En laat dat beginnen op die middelbare school, waar het invullen van beroepskeuzetesten beter acuut vervangen kan worden door kortdurende kennismakingsstages bij bedrijven en instellingen. Het keuzemoment moet zo laat mogelijk in de leerroute plaatsvinden. Of misschien zelfs daar buiten. Laat jongeren eerst eens beleven, groeien en uitproberen. Zeg nou zelf, wat wist u toen u 14 was over het werk dat u vandaag doet? Dat bedoel ik.

Reacties

Kiezen voor een opleiding is kiezen voor een beroep. Een keuze die al vroeg in de schoolcarrière gestuurd wordt: door middel van Cito-scores wordt zo rond het elfde of twaalfde (!) levensjaar bepaald welke voortzetting het onderwijs zal krijgen. Ouders hopen op een qua niveau zo hoog mogelijk vervolg, want hun kroost dient maatschappelijk succesvol te worden. Hierover kunnen we nog eens een boompje opzetten, want wat is dat: ‘maatschappelijk succes’?

Los daarvan: na het basisonderwijs wordt de opleiding vervolgd op een niveau dat aansluit op de Cito-scores. Niet lang daarna wordt de beroepskeuze-vraag gesteld. ‘Wat wil jij worden? Weet je dat nog niet?’ De scholier is een jaar of 14 als dit antwoord opgehoest moet kunnen worden. Je weet het niet? Dan volgen testen en gesprekken en onderzoeken. Want er móet iets gekozen worden als vervolg op het inmiddels voortgezette onderwijs. Uiterlijk op 18-jarige, maar vaak ook al op 16-jarige leeftijd, moet bekend zijn in welke richting deze adolescent zich wil gaan ontwikkelen. Een beroep ‘naar keuze’. Lukt het om met succes de eindstreep van het voortgezet onderwijs te behalen, dan kan begonnen worden met het kiezen van een Middelbare, maar liever nog een Hogere Beroepsopleiding.

Nu is de trend binnen de beroepsopleidingen geworden de volgende eis te stellen aan de vers binnengekomen studenten: een ‘professionele houding’. Een houding waarvan wordt aangenomen dat het bedrijfsleven deze wenst te zien van haar werknemers.

 

Valt u iets op in dit verhaal? Nee? Dan zal ik een parallel proberen te leggen met iets dat er op lijkt.

Als jong meisje, opgroeiend in een Limburgs gezin met een vader die zeer actief spelend lid was van fanfares en harmonie-orkesten, ging ik een Algemeen Muzikaal Vormende opleiding (kortweg: AMV)volgen. Dat kon al op 9-jarige leeftijd, en bestond uit twee jaar leren noten lezen en blokfluit spelen. Aan het einde van die twee jaren werd de inzet beloond met een diploma en werd mij een instrument overhandigd: een trompet. Niets had mij treuriger kunnen stemmen, want mijn zus speelde al trompet. En ik wilde graag saxofoon spelen, maar daar had de fanfare op dat moment geen oren naar. Ik wist niets af van het bespelen van een trompet, noch van een saxofoon of een xylofoon wat dat betreft. Ik had nog nooit een instrument aangeraakt (behalve de blokfluit), en er werd aan mij geen keuze gelaten. Er werd van mij verwacht dat ik een jaar of drie hard ging oefenen om dan in het orkest te mogen gaan meespelen op de trompet.  Later heeft mijn vader er voor gezorgd dat ik alsnog een saxofoon in handen kreeg, aangezien het tranendal van frustratie waarin ik terecht gekomen was, te diep was geworden. Daarnaast dreigde ik mijn motivatie om überhaupt nog een instrument te leren bespelen, te verliezen. Maar dit terzijde.

Mijn zoon heeft, de traditie voortzettend, óók AMV les gehad. Maar: deze opleiding duurde slechts 1 jaar, bestond uit zowel blokfluit- als keyboardles, en hij mocht elke twee maanden instrumenten beluisteren en bespelen. Hij mocht praten met ervaren spelers en beginnende spelers over hoe wel of niet moeilijk het bespelen van dit instrument was, enzovoort. Zo kreeg hij een duidelijk beeld van wat hij wel en niet interessante instrumenten vond. Zijn keuze mocht hij aangeven, een drietal, en daaruit werd in overleg met de vereniging bepaald op welk instrument hij zich verder zou gaan bekwamen. Nooit een traan gezien, nooit spijt gehad, nooit opnieuw hoeven te beginnen. Hij speelt nog steeds, en fanatiek ook.

Wat is nou de parallel die ik bedoel? Wel, dat is de volgende: als we van (zeer) jong volwassenen verwachten dat ze een beroepshouding laten zien, waarom geven we ze dan niet eerst de kans kennis te maken met dat beroep, in de praktijk? Zodat ze een beeld hebben bij wat er dan bedoeld wordt met die ‘houding’? En niet alleen dat: kennis maken met wat dat woord ‘manager’ in de praktijk aan werk met zich meebrengt. Bijvoorbeeld. Naar mijn mening heeft een scholier die net het diploma HAVO op zak heeft, nog niet echt een concreet beeld van de praktijk in het bedrijfsleven: tot dat moment heeft hij/zij hopelijk wel een bijbaantje gehad, maar of daarmee al voldoende duidelijk is wat er nou precies van ze verwacht wordt in het HBO? Dat betwijfel ik. Ten zeerste. Vaak weten ze niet eens wat het werk van hun ouders precies inhoudt.

Studiekeuzetwijfels, studieswitch, studiestress.. Te vroeg wordt er een zelfkennis verlangd die er gewoonweg nog niet is. Zelfs neurologisch valt dat te verklaren: het brein is op die leeftijd nog niet zo ver ontwikkeld dat het dit zou kunnen. Maar de oplossingen moeten de jonge studenten zelf maar bedenken, want de trein rijdt gewoon verder en niemand wacht tot je een ervaring hebt opgedaan die helpend kan zijn. En dan ligt er tegenwoordig nog een sausje van het sociaal leenstelsel overheen.

Ik hoop dat we kunnen nadenken over een nieuwe inrichting van het systeem, het keuzemoment kan verlegd worden. Door invoering van een schakeljaar, een oriëntatiejaar, een reeks snuffelstages of andere manieren die de scholier (dus de aanstaande student) de kans kunnen geven aan beeldvorming te doe. En te komen tot keuzes die niet alleen meer succesvol zullen zijn, maar hopelijk ook bij kunnen dragen aan het persoonlijke levensgeluk in de nabije toekomst.

Reacties

Wandelend schroot. Jonge monden, oude monden. Allemaal schroot in de hoop op glorie.

Mijn nog jonge dochter had als jong kind de neiging haar duim troostend in haar mond te zuigen. Nu is dat op zich aandoenlijk, en als ze daar troost bij kon vinden, soit. Helaas heeft het haar gebit geen goed gedaan. Er was na jaren van heerlijk zuigen een gapend gat ontstaan tussen haar bovenkaak en onderkaak. En dan bedoel ik niet de mondruimte waar het voedsel naar binnen gestoken wordt, maar de ruimte tussen haar tanden als zij dichtbijt. Onhandig, maar niet alleen dat. Naar de toekomst toe werd haar voorgehouden dat haar ondertanden zouden doorgroeien en op termijn zelfs uitvallen omdat ze geen contact konden maken met de bovenkaak. Dat was een overtuigende reden om over te gaan op het inzetten van een heel behandelplan bestaande uit alle voorkomende types tandbeugel die de industrie kan bedenken. De start van een eindeloze wandelroute richting orthodontiepraktijk. Het goede nieuws was dat, als het plan helemaal doorgelopen is, ze de rest van haar leven ’s nachts een bitje zal moeten dragen om het resultaat van de pijnlijke processen te kunnen behouden. Dat zal gezellig zijn als ze straks, ooit, haar eerste vriendje in de armen sluit…

Mijn zoon daarentegen had geen zuigneiging en dus ook geen overbeet. Maar volgens de mevrouw de orthospecialiste was het toch zeer noodzakelijk hem ook een beugel aan te  laten passen. Op mijn vraag naar de exacte reden daarvoor, antwoordde zij dat er toch wel een hoektand een tikkeltje scheef stond. Daarop vroeg ik wat daar dan precies zo problematisch aan zou zijn volgens haar. Nou ja, het zou wel moeilijk zijn met tandenpoetsen en dan zou er wel eens een gaatje kunnen ontstaan. Oh? Dat is het hele probleem? Ja. Eigenlijk wel. Dus dan zou mijn zoon drie jaar lang gekweld moeten worden met wederom een hele rij tandbeugels omdat hij niet in staat zou zijn met tandenpoetsen wat extra aandacht aan die ene scheve tand te geven? En dan heb ik het nog niet eens over de waanzinnige prijzen die betaald moeten worden aan de dames en heren orthodontisten! Ergo: mijn zoon heeft geen beugel.

In de wachtkamer bij ‘de ortho’ ben ik elke maand weer onaangenaam verrast door de enorme rij patiënten die in en uit lopen. Er wordt gewerkt met acht behandelstoelen tegelijk, de planning is strak, als in een fabriek wordt er geproduceerd. Patiënten zitten doorgaans niet langer dan vijf minuten in de stoel. Stel: de assistente werkt 6 uur per dag, 10 patiënten per uur af… tel maar na. Ik zie daar jonge kinderen van een jaar of zeven, ik zie ook vrouwen die de veertig gepasseerd zijn, en alles wat daartussen zit. Allemaal in de hoop op een rij rechte tanden.. zich blauw betalend aan premies en facturen om maar die Amerikaanse lach op hun gezicht te kunnen toveren. Alsof de garantie voor een gelukkig en succesvol leven in de stand van de tanden verankerd zit.

Naar mijn mening wordt de individuele identiteit mede bepaald door hoe het gezicht van de mens er uit ziet. De ogen, de oren, de neus, de vorm van de mond en ook de stand van de tanden. Dat ik twee scheven hoektanden heb, heeft mij nog nooit in noemenswaardige problemen gebracht. Dat ik geen geld zou hebben, zou mij eerder in de problemen kunnen brengen. Dus kies ik ervoor de scheve hoektand van mijn zoon te koesteren, hem aan te sporen op goed poetsgedrag en mijn geld te spenderen aan plezierige dingen waar dat kan.  

Hoe nodig is het in de huidige maatschappij te voldoen aan perfecte plaatjes? En waarom lopen mensen gedachteloos en kritiekloos achter de massa aan? Waarom zien zoveel mensen niet dat er eigenlijk niets anders achter zit dan een verlangen naar het verwerven en bezitten van geld? U denkt toch niet werkelijk dat de stand van de tanden de hoofdzorg is van de vele orthopraktijken? Alsof de supermarkt u voorziet van voedingsmiddelen enkel en alleen omdat u voeding nodig heeft… natuurlijk niet. Het draait om geld. Wat er toch niet allemaal kan veranderen in dertig jaar, nietwaar?

Mijn tandarts weigerde mij een beugelbekkie, dertig jaar geleden. Hij vond het een verspilling van geld en middelen om die twee tanden recht te zetten. Destijds was ik teleurgesteld: het was op school vrij uniek als je een beugel had en ik wilde ook wel eens iets hebben wat een ander niet had. Tegenwoordig ben je de uitzondering als je géén beugel draagt… Ik ben mijn tandarts werkelijk nog steeds dankbaar voor zijn wijsheid.

Reacties

De generatie studenten die tegenwoordig de banken bezet is niet te vergelijken met de studenten van dertig jaar geleden. Ik spreek nu in het algemeen, en dat is natuurlijk altijd lastig als je bedenkt dat ik werk in het HBO en dus alleen op basis van die ervaring kan redeneren. Zie het dan maar een beetje vanuit dat perspectief. Wat ik bedoel te zeggen, is dat er een discrepantie lijkt te zijn ontstaan in de verwachtingspatronen. U bedoelt?

Nou, van de ene kant verwachten studenten vaak iets anders dan de opleiding aanbiedt. En anderzijds verwacht de opleiding iets anders van de studenten dan zij te bieden hebben. De generatie die nu studeert, lijkt steeds vaker te maken hebben met sociale angst. Angst om in contact te treden met andere mensen (of het nou studenten of docenten zijn), bang om in een groep de aandacht op zichzelf te vestigen. Dat uit zich in slecht werkende samenwerking bij gezamenlijke projecten, in pijnlijke stiltes na een vraag van de docent in de klas, en al te vaak in helemaal niet meer naar school durven te gaan. Uit angst dat je iets verkeerd zou kunnen doen ook, faalangst dus. Zou dat misschien het resultaat kunnen zijn van de prachtige internetwereld waar zij in leven, denkt u?

De opleiding kijkt verbaasd toe. Begrijpt niet dat studenten zo weinig actief zijn, zo passief in de bank hangen en niet kunnen samenwerken. Docenten blijven dezelfde opdrachten van dertig jaar geleden als norm hanteren. Ze zien het probleem vaak niet, omdat ze zelf wél assertief zijn, en wél kunnen samenwerken. Er zijn ideeën genoeg over innovatie, over flipping the classroom en andere trends. Maar daarmee wordt de sociale angst niet perse minder. Docenten die als mentor worden ingezet, schrikken steeds vaker van de verhalen die de jonge studenten hen vertellen. Over hun thuissituaties, hun financiële omstandigheden, hun angsten en hun kwalen. Docenten voelen zich er niet prettig bij, en worden bijna in een vader- of moederrol gedrukt. En dat willen ze eigenlijk niet: ze willen lesgeven, kennis overdragen maar de rol van docent behouden. Kom zeg.

Sociologisch bekeken, is deze generatie studenten voor een deel (want heus, er bestaan ook nog heel gelukkige studenten die gewoon lekker studeren!) aan hun lot overgelaten. Met name door hun ouders, als we het goed gaan bekijken. De gescheiden ouders zijn talrijk, de moeders die niet meer goed als moeder functioneren zijn talrijk, de vaders die niet meebetalen aan de studiekosten zijn talrijk, en de depressieve klachten onder jongeren zijn net zo talrijk. De vroege jeugd wordt doorgebracht in een wereld ver van hun huis, in iPads, telefoons, laptops en tablets, die Game heet, of Whatsapp. Als ze maar niemand hoeven aan te kijken.. Eenmaal op kamers, wenden de studenten zich in het beste geval tot mentoren en studentendecanen, op zoek naar warmte en begrip. Gezien worden. Dat willen ze. En het vertrouwen krijgen dat ze oké zijn en dat het ook oké is als het niet lukt. In het slechtste geval is er geen mentor of durven ze niemand aan te spreken. Wat er dan volgt, is isolement.

Misschien zie ik het niet helemaal goed. Misschien is mijn blik teveel gekleurd door mijn dagelijkse praktijk. Eerlijk gezegd: ik hoop het van harte. Want ik wens dat elke jongere, elke student en ook elke docent, een mooi en vervuld leven kan hebben, met een opleiding waar ze enthousiast aan kunnen deelnemen. Kunnen we met zijn allen de verwachtingen misschien wat bijstellen, denkt u?

Reacties

Gisteren attendeerde een student me op een artikel van de NOS, over de aansluiting van de studies die gevolgd worden op de banen die te vinden zijn. Studeren we wel voor de baan van de toekomst? Vinden we wel werk in het beroepsveld van de gevolgde opleiding?

Tijdens Open Dagen verzorgen mijn collega-decanen en ik een voorlichting voor ouders. Daarin gaat het over de studiekeuze en wat het betekent om in het HBO te studeren. Mijn vraag aan de aanwezige ouders is dan: "Wie van u werkt vandaag nog in het beroep waarvoor u 20 à 30 jaar geleden bent opgeleid?" Persoonlijk vind ik dat het leukste moment van de presentatie, want ik zie mensen fronsen en blozen. Gemiddeld zijn er zo'n 80 ouders aanwezig bij mijn presentatie. Daarvan steken er na deze vraag 2 of 3 de hand in de lucht, en ik kan dan met gemak hun beroep raden: verpleger, arts, verzorgende, verloskundige. Mensen met een beroep dat bij hun roeping past. Bij de overige aanwezigen lijkt er dan een lampje te gaan branden. Inderdaad, we gaan na het afronden van de eerste studie het loopbaanpad op en nemen bochten en afslagen, waardoor we soms in beroepen en taken terecht komen die helemaal niets meer te maken hebben met onze eerste studie- of beroepskeuze. Maar zijn wel blij met wat we doen, omdat dit veel beter bij ons past: we hebben onszelf leren kennen - en hebben door de jaren heen steeds weer opleidingen, workshops en trainingen gevolgd om de nieuwe taken te kunnen uitoefenen.

Dus: hoe zwaar weegt dan die eerste studiekeuze? En hoe belangrijk is het dan dat de eerste baan die we vinden exact aansluit bij de gevolgde studie? Mijn ervaring is dat het werk- en denkniveau, naast athenticiteit, uiteindelijk de doorslag geeft - als het tenminste een baan betreft die geen specifieke (technische) kennis vraagt. De banen van de toekomst lijken dit wel te vragen - dus moeten er meer mensen geboren worden die aanleg en talent hebben voor techniek. Want dat heeft nou eenmaal niet iedereen.

Wat de toekomst betreft zal er rekening gehouden moeten worden met de opkomst van robotica en de toenemende inzet van humanoids. Een deel van ons menskrachten dreigt uiteindelijk een beetje overbodig te worden. ICT en techniek zijn vakgebieden waar het nog een tijdje goed zal gaan, maar helaas is dus niet iedereen gezegend met de aanleg om hier een bestaan mee op te kunnen bouwen. Niet leuk om te lezen misschien, maar binnen enkele tientallen jaren zal een deel van de mensheid een andere reden van bestaan moeten zien te vinden dan zijn of haar 'werk'. Om met die nieuwe omstandigheden om te kunnen gaan, zullen de nieuwe generaties steeds flexibeler en creatiever moeten worden. Tenslotte heeft de mens een zinvolle invulling van tijd nodig om zich enigszins gelukkig (of op zijn minst: tevreden) te kunnen voelen. Daarnaast zal er toch echt hard nagedacht moeten worden over de manier waarop inkomen gegenereerd en verdeeld wordt. Want als robots het 24/7 van ons kunnen overnemen zonder ziek te worden of zich te beklagen over arbeidsomstandigheden, waarom zouden werkgevers ons, dure mensen, dan onder contract houden?

Misschien zie ik het te zwart/wit of ben ik te negatief, maar laten we de druk van de studiekeuze nou eens afhalen door te beseffen dat de eerste studie niet meer dan een startpunt is en geen eindpunt. Dat om te beginnen. En als de intrinsieke motivatie bij de scholier ontbreekt om te gaan studeren, laat hem of haar dan de tijd nemen om te ontdekken wat de drijfveren voor het leven dan wél zijn. De gedachte dat het diploma zaligmakend is, is niet de hele waarheid. Ja, een diploma helpt op weg naar werk en inkomen. Maar wélk diploma? Uiteindelijk beslissen werkgevers bij de aanname voor een groot deel ook op basis van de uitstraling en (zoals gezegd) authenticiteit van de sollicitant. Wie jij bent, en of je goed in je 'pak' zit, dat kan het verschil maken in een wereld waar iedereen met minimaal 1 masterdiploma op zak naar dezelfde baantjes vist. Of jouw eerste baan dan exact past binnen de kaders van dat behaalde diploma? Who cares. De realiteit is dat je werk hebt, en je eigen inkomen verdient, en gestart bent met een loopbaanpad waarvan je nog niet alle kronkels kent. En je gaat jezelf en jouw talenten dan pas echt leren kennen. En dat is dan voorlopig dat - totdat de volgende bocht of afslag zich aandient.

Reacties

Nog een paar nachten slapen en dan wordt mijn zoon 16 jaar oud. Geweldig, een feest. Want een gezonde jongen met een goed stel hersens en talent voor muziek, dat is natuurlijk al een zegen van jewelste. Het is alleen zo jammer dat ik hem op zijn verjaardag niet zal zien. Geen seconde, geen minuut kan ik in zijn ogen kijken en hem vertellen hoe van harte ik hem wel niet wil feliciteren, en hoe graag ik hem die dag tot in de grond zou verwennen. Die dag is namelijk vastgelegd in een zogenaamd ouderschapsplan: ‘elk even jaar vieren de kinderen hun verjaardag bij hun vader, elk oneven jaar vieren ze de verjaardag bij hun moeder’. Het staat er zwart op wit, dus we moeten ons er aan houden.. denk ik. Helaas is de verstandhouding met hun vader niet van dien aard dat we gezellig kopjes koffie kunnen drinken samen. Het is niet voorstelbaar hóe jammer ik dat vind. En dat het zo geworden is, is ook niet alleen maar mijn schuld.. Maar al is het dan naar en vervelend voor míj, het is vooral naar voor de kinderen zelf. Ze willen er niet teveel over zeggen, om te voorkomen dat de één of de ander er verdrietig van zou worden, maar ik voel en weet dat ze het ook ontzettend vervelend vinden dat deze verdeling bestaat. Ze doen dapper mee, en verbergen hun verlangen en hun verdriet zodat de ouders zich niet heel erg schuldig hoeven te voelen. Maar schuldig zijn ze natuurlijk wel. Beide. Ik ben er van overtuigd dat de vader het net als ik heel vervelend vindt dat hij de verjaardag van zijn zoon om de twee jaar moet missen. En niet te vergeten: die van onze dochter ook…

Ik vind het wel goed dat ik gescheiden ben. Het was duidelijk dat het idee over wat ‘goed leven’ is, totaal niet overeen kwam tussen hem en mij. Het idee dat er een huwelijk zou blijven bestaan waar de kinderen dagelijks geconfronteerd zouden moeten worden met kiftende of elkaar negerende ouders, was ook niet het vooruitzicht dat ik voor mijn kinderen wenste. Nu is er rust, wat dat betreft. Maar als ik mensen hoor uitspreken dat ze overwegen te gaan scheiden, gaan er bij mij wel wat nekharen overeind. Ik kan het niet laten dan te benadrukken wat het betekent voor de kinderen, en wat het betekent om je kind te moeten missen op belangrijke momenten zoals verjaardagen of – en dat komt er ook voor mij nog aan – diploma-uitreikingen of (godbetert) huwelijken. En zij missen jou, als ouder. Altijd ontbreekt er één.

Ik kan alleen maar hopen dat wanneer de beslissing niet te vermijden is, en er gescheiden gaat worden, de ouders zo verstandig kunnen zijn de emoties opzij te zetten. De gekwetstheid, de jaloezie, de boosheid om het verdriet wat  hen aangedaan wordt. De kinderen kunnen er niets aan doen en hoeven niet gestraft te worden door geforceerd gescheiden leven. Praat met elkaar, zo goed als het kan, en durf samen de kinderverjaardagen te vieren zónder elkaar de aanwezigheid daarbij niet te gunnen. Voor de kinderen, voor hun gevoel en voor wat zij later zullen doorgeven aan hun eigen kinderen. Tegen nieuwe partners die zich in het spel willen mengen kan ik alleen maar zeggen: blijf er buiten. Steun jouw vriend(in), maar laat de kwestie waar ze hoort: bij hen. En respecteer de ex-partner, al vind je hem of haar nog zo’n (…).

Ik hoop van harte dat mijn zoon maandag een fantastische dag heeft, voorafgegaan door een waanzinnig weekend, waarin hij zich geliefd mag voelen. Dat ik van hem hou, dat weet hij. En ik vertel mezelf dat ik altijd bij hem ben, en dat ik de kaarsjes op de taart eigenlijk elke dag wel voor hem aansteek.. Ik koop een taartje en zal er van genieten. 16 jaar alweer moeder, dat is en blijft natuurlijk een bijzonder feit – en dat kan geen scheiding ooit veranderen.

Reacties

Nou, daar gaan we dan. Ik heb mijn best gedaan het thema te negeren, het te omzeilen en te ontwijken. Ik had er niet op in willen gaan, omdat er al zoveel over geschreven wordt. Helaas. Ik kan er niet meer omheen.  Gezien alle foto’s van dames en heren, individueel of met zijn allen, die mij aanstaren vanaf karton waar ik ook maar ga of sta. Gezien de in felgekleurde jacks gehulde ploegjes die mij al rozen en snoepgoed uitdelend staan op te wachten als ik mijn dagelijkse boodschap poog binnen te slepen. Gezien de stapel oud papier ook, die ondanks mijn ‘Nee-Nee’-sticker ongevraagd aanzienlijk gegroeid is.

Ik heb vroeger lessen lang aangehoord hoe het allemaal in elkaar zit, waarom het er is en waar het vandaan komt. Geschiedenis was al niet mijn meest favoriete vak, en staatsinrichting was voor mij iets zeer stoffigs waar geen touw aan vast te knopen viel. Ver-van-mijn-bed show, Den Haag was mijlen ver weg, het Torenkamertje iets uit een sprookje. Als de meester of juf geduldig wilde toelichten hoe het Nederlandse staatsbestel in elkaar zit, zag ik in gedachten balzalen vol pruiken en nertsmantels, hoge heren met witte kousen die dure woorden bezigden waar een doorsnee burger geen rijstebrij van kon brouwen. Zelf hadden deze heren geen gebrek aan rijstebrij natuurlijk. Te zien aan hun welgevormde buitenproportionele ‘buikje’. Investeren kun je leren. Of zoiets.

Als kind was het een vaag sprookjesverhaal. Nu ben ik volwassen en mag ik zogezegd gebruik maken van mijn stemrecht. Ik vind ook wel dat ik er gebruik van MOET maken, aangezien het een verworven recht is waar in het verre verleden heftige strijd om geleverd is. Her en der hoor ik mensen het onderwerp bespreken. Bij de bushalte, in de trein, in kantines en wachtruimten. Dan bedoel ik de ‘burgers’. Niet de presentatoren en commentatoren die ons hoofd vol proberen te tetteren met meningen en opinies die alleen al door hun tegenstrijdigheid niet te volgen zijn. Nee, de ‘gewone’ mens  in de straat bespreekt de strijd die gevoerd wordt , en maar al te vaak hoor ik dan hoe men niet langer van plan is gebruik te maken van het stemrecht. Want: wat maakt het eigenlijk uit?

Nou ben ik een positief ingesteld mens. Ik ga er vanuit dat de mensen die het schoppen tot op de kartonnen posters de beste bedoelingen hebben. Wie zijn ze, die mensen die op de posters staan? Aanstaande volksvertegenwoordigers, die hun plakkaatportret min of meer hebben verdiend. Mensen die jaar in jaar uit inspanningen leveren als vrijwilliger (bestuurslid van de voetbalclub, de fanfare, de naaikrans en het bejaardenwerk) hebben vaak als bijkomend voordeel een kennissenkring opgebouwd die alleen al door de goodwill goed is voor een zetel in de gemeenteraad.

Feitelijk solliciteren deze mensen naar een baan bij de gemeente. Er staat nergens omschreven welke opleidingseis er gesteld wordt, hoeveel ervaring men dient te hebben, en aan de leeftijd wordt ook geen maximum gesteld. Hilarisch, als je er bij bedenkt dat je dit in het bedrijfsleven eens zou moeten proberen: een baan verwerven zonder fatsoenlijk schooldiploma op zak, geen enkele ervaring met gemeentelijke bestuurstaken, de pensioengerechtigde leeftijd in zicht of al jaren geleden bereikt en uiteindelijk alleen maar aangenomen worden omdat je zoveel vrienden en kennissen hebt die het vakje achter jouw naam rood willen kleuren.

Natuurlijk vlieg ik er in de eerste bocht uit. Ik ben geen politica, geen geschiedkundige en al helemaal geen staatkundige. Ik claim ook niet dat wel te zijn. Maar als ik mensen hoor zeggen dat ze nog liever niet gaan stemmen dan wel, dan krijg ik toch spontaan een allergische reactie. Generaties lang heeft het geduurd om de burger een STEM te geven, en dan zouden wij nu de arrogantie hebben te zeggen dat we die stem niet nodig hebben. Sorry? Natuurlijk is er van alles mis, en natuurlijk kan het allemaal veel beter. Maar verandert er dan iets als er niet meer gestemd wordt? Misschien is dat dan een idee: niemand gaat meer stemmen, het circus kan naar huis. Wat achter blijft is de troosteloze aanblik van een platgetrapt grasveldje. En daar groeit vanzelf wel weer onkruid op. Maar ik heb geen zin daar te moeten gaan wieden. Dus stuur ik mijn fiets over een paar dagen toch maar naar het stemhok, vanwege de geschiedenis van mijn recht en omdat ik een gruwelijke rothekel heb aan onkruid wieden. 

Reacties
..en meer!

Mens&Taal

Mens-en-taal

Sittard
E-mailadres: menstaal@gmail.com
Mens: coaching, begeleiding & Taal: tekst, voordracht, opinie