100ProcentLizette
Ik ben Lizette Colaris - aangenaam!
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Altijd 100Procent op de hoogte blijven? Abonneer je hier!

Passievrucht

In 2016 publiceerde Lizette Colaris haar eerste dichtbundel met het thema 'Passie'. Een kleurrijke collectie warme en meertalige fragmenten van passie!

MO

In 2016 debuteerde Lizette met een korte thriller: MO. Geschreven in het Sittards, in dezelfde uitgave staat ook de Nederlandstalige versie.

Meer informatie: www.zittesjethriller.nl

Wat een ongelooflijk goed leven hebben wij, hier in Nederland. Kijk nou eens om je heen. Is het dan allemaal zo erg? Natuurlijk zijn er ziektes waardoor mensen erg moeten lijden - maar we hebben wel de mogelijkheden om hen zorg te bieden en hen de kans te bieden op genezing. Al lijken die mogelijkheden minder toegankelijk en duurder te worden: vergeleken met de zorg in andere landen, gaat het in Nederland nog goed. En mogen we daar blij mee zijn? Ja, daar mogen we blij mee zijn. Want in sommige zogenaamd welvarende landen kunnen mensen niet eens de benzine voor hun auto betalen die nodig is om naar het ziekenhuis te reizen voor hun chemo-behandeling. Wij bellen een taxi en dat wordt vergoed door de (weliswaar steeds duurdere) verzekering. In veel andere landen is een zorgverzekering gewoonweg onbetaalbaar. En dan houdt alles op.

Natuurlijk zijn er in Nederland mensen die balanceren op de rand van de afgrond, door armoede en gebrek aan mogelijkheden om daar uit te stappen. Maar nog steeds is het sociale systeem zo dat er een vangnet is. De situatie kan escaleren, maar als zwerver op straat landen - daar komt nog wel wat bij kijken in ons land. De financiële basis lijkt wel steeds dunner te worden, maar vergelijk het eens met een land als Amerika en je komt tot de conclusie dat het hier nog niet zo slecht geregeld is. Wij denken na over een basisinkomen, waardoor armoede bestreden kan worden. Het is een luxe als een land het zich kan permitteren haar minder kansrijke burgers een basisinkomen te gunnen. Met de aantekening dat ook de meest kansrijke burgers datzelfde basisinkomen zullen krijgen, volgens het principe.

Middelbare scholieren klagen over hun leraren en school in het algemeen. Dat is geen nieuws, dat is al decennia lang zo. Maar is het geen luxe dat ze allemaal de kans hebben om naar school te gaan? De tijd van de kolenmijnen is voorbij, jongens van veertien hoeven nu niets anders te doen dan hun kont elke werkdag naar de schoolbanken te verslepen. Maar soms is zelfs dat te veel gevraagd en klagen ze steen en been over de martelgang naar school. Landen genoeg in de wereld waar jongens van die leeftijd het vuilste werk moeten doen voor een ampel (of geen) loon. Kiezen? Liever niet.

Het is Kerstvakantie. Zelfs de hele week na Oud en Nieuw hoeft de helft van Nederland niet naar school of werk. Zich verheugend op de vakanties die dit jaar nog gaan volgen: voorjaar, zomer, herfst. We beseffen niet genoeg hoe bijzonder dat is. Ga maar werken in het beloofde land, Amerika. Dan heb je geen verlofdagen, alleen dagen dat je zonder betaald te worden ‚vrij’ neemt.

Het hoeft wat mij betreft niet anders. Wat er anders moet is dat we wat meer bewust mogen zijn van het enorme voorrecht dat we hier hebben op vrijwel elk gebied. Wij kunnen ons druk maken over of we wel ‚gelukkig’ zijn. Wij kunnen ons druk maken over of we onszelf wel zijn, of we ons optimaal ontwikkelen en alles uit het leven halen wat er in zit. Wij kunnen het ons zelfs permitteren om in bed te blijven liggen, zwelgend in zelfmedelijden, als het even tegen zit. We zijn depressief temidden van ontelbare mogelijkheden en weelde. En misschien veroorzaakt de weelde nou juist het gros van de depressies die Nederland rijk is. Waren we maar wat minder verwend, dan konden we misschien tevreden zijn. 

Het gegeven dat er schoon water door onze kranen stroomt als we ze open draaien, zou ons moeten doen dansen van geluk.

Reacties

Kijk naar je kind en zie wie het is. 

Kijk niet naar wat je van jezelf herkent.

Kijk wat er van de ander in het kind aanwezig is.

Kijk naar hoe het zich gemengd heeft, alles van de èèn met dat van de ander.

Kijk, en zie en laat het dan los.

Laat los wat jij denkt dat het kind zou moeten zijn

Laat los wat jij herkent en pijnlijk vindt

Laat los wat jij negatief vindt maar positief kan zijn

Laat los wat jouw goedbedoelde verwachtingen zijn 

Laat los, want het is niet van jou

Het kind is de volgende in de rij van twee geslachten

Het kind zal altijd lijken op iemand van hen

Het kind zal gedrag laten zien dat herkenbaar is

Het kind zal niet altijd doen wat jij wenst

Het kind is wat het is

Zoals jij jezelf wilt zijn

Zoals jouw ouders dat zijn

Zoals jouw opa’s en oma’s dat waren

Zoals alles is wat het is

Zoals alles is wat het moet zijn.

 

Elk kind dat jij durft los te laten 

ondanks de pijn van de leegte

die het achterlaat

krijgt van jou 

de kans om te groeien

en volledig te worden

wat het moet zijn.

 

Heb vertrouwen. 

Heb alle vertrouwen. 

Vertel het kind elke dag 

dat jij vertrouwen hebt

in het kind

in het leven

in jouw leven en

in dat van het kind

Zo geef jij het kind de bodem

waarop het kan groeien

en alles kan worden

wat het moet zijn

 

 

* Lizette Colaris 09032018

Reacties

Prestaties en faalangst: wat was er eerst? De kip of het ei? Zijn mensen faalangst gaan ontwikkelen omdat ze er stiekem van genoten zichzelf omlaag te halen? Lijkt me sterk. Veel meer zal het te maken hebben met verwachtingen die mensen creëren voor zichzelf maar die vaak ook vanuit het zogenaamde Umfeld (de directe sociale omgeving) worden opgelegd. Is de meestgestelde vraag bij een eerste kennismaking niet maar al te vaak: „En wat voor werk doe je?” Daar hoort dan een sociaal acceptabel antwoord op te volgen. Aan jongere mensen wordt gevraagd wat ze studeren of wat ze later willen worden. Dat vinden we normale vragen, nietwaar?

Met alle mogelijkheden die jongeren tegenwoordig lijken te hebben is het niet persé ook eenvoudiger geworden. In tegendeel: het is een hele opgave om door de schoolperiode heen te komen. Bepaalde schoolvakken dienen verplicht gevolgd te worden, dat heeft de overheid zo bepaald. Om een reden: de gemiddelde prestatie van Nederlanders op het gebied van rekenen en taal was abominabel, daar moest drastisch iets aan gedaan worden. Dus pijnigen duizenden scholieren zichzelf nu met voor hen onmogelijke opgaves. Rekenen tot je hoofd er pijn van doet, ook al is het totaal niet jouw ding en ben je ook niet van plan er ooit jouw ding van te gaan maken. Je moet presteren, of je wilt of niet.

De manier waarop deze gedwongen prestaties geleverd moeten worden, en de manier waarop scholieren hierin begeleid worden, kan bepalend zijn voor zoveel meer dan alleen het verbeteren van de prestatie. De leerling die uitsluitend beoordeeld wordt op het resultaat van de geleverde prestatie kan het uiteindelijk niet langer opbrengen de prestatie nog te leveren, laat staat  dat deze leerling enige aandrang zou voelen om tot een verbeterde prestatie te willen komen.

Bijvoorbeeld: een leerling oefent thuis hard op het onthouden van de tafeltjes. U kunt zich de tafeltjes wellicht nog herinneren: 1 x 1 = 1, 2 x 1 = 2 etcetera. Misschien heeft u nog persoonlijke herinneringen aan dit leerproces. In het tegenwoordige onderwijs worden goede leerlingen beloond met een heus diploma voor het memoriseren van tafeltjes. Naast het diploma voor veters strikken is het tafeltjesdiploma een ware mijlpaal in de schoolcarrière geworden. Een feest als het de leerling betreft die weinig moeite heeft met het onthouden van deze verder inhoudsloze informatie. Maar een ramp voor de leerling die het nut niet kan inzien en de vaardigheid ontbeert om dergelijke rijtjes voor langer dan een paar seconden te onthouden. Deze leerling maakt enkele fouten en ontvangt daarom geen diploma. Een afgang ten overstaan van de gehele klas. Waarna de leerling een terechte hekel aan het vak rekenen ontwikkelt en alleen al huivert bij de gedáchte aan wiskundelessen in het voortgezet onderwijs.

Welnu: het kan anders. De leerling zou niet een diploma moeten krijgen voor het foutloos memoreren van hele rijtjes sommen, maar een dikke beloning voor de gedane moeite tot dusver. Plus een motiverend begeleidend woord, dat hij of zij écht bijna aan de eisen kan voldoen en daarom alleen al een absolute kei is. Eens kijken of het lukt om er morgen nog één meer te onthouden. Spannend! Ook hier zullen niet alle leerlingen meteen gevoelig voor zijn, maar daar ligt dan de taak van de begeleider om uit te zoeken wat dan wél motiverend kan werken.

In deze tijd waarin we allemaal dagelijks aan de Grote Rekenmachine, ook wel computer, zitten, kan ik mezelf overigens niet meer helemaal overtuigen van het grote nut van het memoriseren van rekentafeltjes. Maar dat terzijde. In ons prestatiegerichte onderwijs worden zelfs de erg slimme kinderen niet gestimuleerd tot het leveren van nog grotere prestaties. Genoeg is genoeg, voldoende is voldoende, dus waarom dan nog proberen er een schepje bovenop te doen en nog verder door te denken? Het gaat om de beoordeling en verder nergens meer om. Naar mijn mening zou de weg naar de beoordeling toe vele malen belangrijker gemaakt moeten worden, en zouden kinderen al vanaf een erg jonge leeftijd geloofd en geprezen moeten worden bij iedere gefaalde poging tot het presteren van wat dan ook. Loof het falen, en laat het leren van deze gemaakte fouten toe! Op die manier zal er iets kunnen veranderen. De angst om te falen zal drastisch mogen afnemen en plaats maken voor innovatief denken, een leerhouding en leergedrag dat Nederland duizenden malen harder nodig heeft dan het apatisch presteren-om-het-presteren. Mocht u nog huiswerk moeten doornemen met dochter of zoon, probeer dan goed te kijken naar de manier waarop deze het wil gaan aanpakken en loof het initiatief en elke daarna gemaakte fout. Ga vooral niet zelf de fout in door al te vertellen wat de uitkomst zal moeten zijn. U zult versteld staan van wat er dan gebeurt!

 

(Gebaseerd op de theorie van Carol Dweck „Mindset for a succesful life”)

Reacties

Je zult maar 16 zijn en geen idee hebben van wat je later worden wilt. Je zult die eindstreep van de middelbare school maar zien naderen, elke dag weer een beetje dichterbij. En dan? Dan moet je HET dus weten. HET. Wat je worden wilt, later.. Al sinds je veertiende worden er testen voor je neus gelegd, met rare vragen waarvan jij al begrijpt waar dat heen gaat, en waar je dus niet te wenselijk op wilt antwoorden. De uitslagen van die testen zeggen je ook al niks, want de beroepen in dat lijstje daar kun je je al helemaal niks bij voorstellen. En dan je ouders, die steeds weer met een mening komen en jou vooral de keuze willen laten. Welke keuze? Je kunt niet kiezen als je niet weet waar je heen wilt gaan. Je zult maar 16 zijn, met geen enkel idee.

Ooit waren we allemaal 16. En eerlijk? Wie van ons hadden er wel een duidelijk beeld van wat ze later wilden worden? Wel ook even echt terug gaan in dat geheugen: je was 16 en… je had je eerste baantje, misschien. Of je eerste vriendinnetje. Je mocht voor het eerst op stap, uitgaan. Je was relatief veel bezig met de vraag: ‘Wat vinden ze van mij?’ Ze, dat kon zo’n beetje iedereen wel zijn. Het laatste wat je dacht was: ‘Wie ben ik?’ En al helemaal niet: ‘Wat kan ik?’ Laat staan: ‘Wat wil ik?’ Dat zijn ‘ouders-vragen’. Geen ‘16-vragen’. Uitzonderingen daargelaten, want een sporadische enkeling wist het verdomde goed en liet zich daar niet vanaf brengen, met wisselend succes zoals later zou blijken. Hoewel daar ook uitzonderlijke succesverhalen uit voortgekomen zijn, laat dat duidelijk zijn.

Ooit waren we allemaal 16. Reddeloos en radeloos verloren in verwachtingen die anderen van ons hadden, en die we ook van onszelf hadden. We zijn toen een weg ingeslagen, een opleiding gaan volgen (of niet!). En wat daarna kwam? Vaak genoeg een kronkelende weg die we ‘carrière’  zijn gaan noemen. Een CV vol bochten. In elk geval zien CV’s er in het gros van de gevallen een beetje wisselend uit. En dat zal voor de 16-jarigen van nu nog veel meer het geval zijn. Want een baan waar je na 40 jaar nog een lintje voor krijgt wegens volgehouden dapperheid, die bestaat niet meer. Ze zullen flexibel moeten zijn, onze jongeren. En creatief in het bedenken van wat zij met hun kwaliteiten kunnen betekenen voor de maatschappij. De maatschappij, dat is meer dan bedrijven. Want ze zullen meer dan ooit zelfstandig een manier moeten kunnen bedenken om hun kost te verdienen.

Weet jij nog wat je vroeger wilde worden, toen je 16 was? En ben je dat ook werkelijk geworden? Hoe heb jij dan gekozen, destijds? Jeetje hè. Als je daar even bij stil gaat staan, besef je ineens weer hoe moeilijk dat eigenlijk was, 16 zijn. En je weet inmiddels ook dat het achteraf wel meevalt. En dat de reis niet lijnrecht van A naar B gaat. En dat is maar goed ook, want hoe mooi was jouw uitzicht, onderweg?

Reacties

Een paar jaar geleden zag ik een documentaire over een leraar in Japan*. De man had een stralende reputatie, was een zeer geliefd meester. En waarom? Omdat hij lesgaf met hart en ziel, met open ogen, open oren en een open hart. En vooral: omdat hij de leerlingen zijn vertrouwen gaf. Het vertrouwen dat ze alles zouden kunnen leren, als ze dat wilden. En dat de kracht nu juist in het vertrouwen lag, en in de band tussen de klasgenoten. De leerlingen leken zich te verheugen op elke dag dat ze weer naar school mochten gaan. Ze voelden zich gezien, gehoord en geliefd. Er was een grote vertrouwensband niet alleen tussen leerkracht en leerlingen maar ook tussen de leerlingen onderling. 

Een paar jaar geleden ontdekte ik ook het één en ander over het Finse onderwijssysteem. Inmiddels hebben veel media hier verslag over gedaan, mogelijk heeft u er zelf ook al iets over gehoord. Wat mij frappeerde in het hele systeem is dat het allemaal draait om (alweer) vertrouwen.  Er is geen onderwijsinspectie, men vertrouwt erop dat de docenten er alles aan doen om de leerlingen op de meest doeltreffende, juiste wijze te begeleiden. Docenten zijn universitair geschoold, en hebben aanzien. Dat betekent dat ouders erop kunnen vertrouwen dat deze mensen hun kinderen op de best mogelijke manier onderwijzen.

Zo langzamerhand kom ik er achter dat VERTROUWEN het sleutelwoord is. Wanneer mensen het vertrouwen krijgen, zelfvertrouwen maar ook het vertrouwen van een ander, dan gaan de prestaties de betere kant op. In het onderwijs met name, omdat hier met jonge mensen gewerkt wordt die volop in ontwikkeling zijn. En juist zij hebben vertrouwen nodig: ze moeten allereerst de onderwijzers kunnen vertrouwen - en op de kennis van de onderwijzers. Daarnaast moet er vertrouwen in de (jonge) leerlingen zijn. Het vertrouwen dat ze daadwerkelijk de wil hebben en in staat zijn te leren, veel te leren van wat ze nodig hebben om een zinvol leven te leiden. Wat dat zinvolle leven dan inhoudt, zullen ze gaandeweg gaan ontdekken wanneer ze met vertrouwen en in vertrouwen, op eigen wijze hun levenslessen mogen leren.

Een onderwijssysteem dat gebaseerd is op vertrouwen kent geen inspecties, geen onnodige (stressvolle) audits, geen afrekensysteem. Een vertrouwenrijk systeem stoelt op kwaliteit van leerkrachten, op normen en waarden en op een positieve visie ten aanzien van de mogelijkheden die elk mens heeft om zich te ontwikkelen - op welk niveau dan ook. 

In Nederland heerst helaas nog teveel de Calvinistische mentaliteit. We moeten bloed, zweet en tranen zien voordat we geloven dat iets goed is. Docenten en directies zijn door de angst voor de controlewaanzin en rendementsdruk tot het uiterste gedreven en hebben tot overmaat van ramp het vertrouwen verloren in het leeuwendeel van de aanstormende jeugd die door prestatiedruk ook niet meer weet waar ze het moet zoeken. Het tij moet keren, en snel ook. De toekomst waarin Artificial Intelligence ons als mensen overbodig dreigt te maken, schreeuwt om vertrouwen. Mensen zullen een berg vertrouwen nodig hebben in zichzelf en het leven, om een weg te vinden in een wereld waarin de baangaranties niet langer bestaan. Onze kinderen kunnen namelijk niet allemaal ICT-er worden. Een flexibele, creatieve manier van denken en leven is wat de toekomstige generaties nodig zullen hebben. En wanneer is een mens het meest flexibel en creatief? Juist. Wanneer hij bulkt van het vertrouwen!

 

* De Japanse Levensles - de klas van Mr. Toshiro Kanamori (Youtube)

 

Reacties

“Mijn vader heeft al Engels gestudeerd maar die doet nu iets heel anders, die is webdesigner..”, zo onderbouwde de 18-jarige studente haar besluit om na afloop van de middelbare school toch niet te kiezen voor een WO studie Engelse Taal- en Letterkunde. “Dus, als ik het goed begrijp, vind jij dat jouw vader in zijn studiekeuze gefaald heeft. Want nu doet hij iets heel anders dan waarvoor hij gestudeerd heeft?” “Ja, eigenlijk wel.” Daarom heeft zij gekozen voor een meer gerichte beroepskeuze: Vertaler. Nog steeds vindt ze Engels het leukst, Spaans niet zo, het vertalen niet per sé. Maar om nou een studie te kiezen waarin je je uitsluitend richt op één taal, zoals haar vader gedaan heeft... De beroepsontwikkeling van haar vader toont in haar ogen aan dat dit geen goede gang van zaken zou opleveren: dan blijf je niet bij je eerste keuze. En heb je dus eigenlijk gefaald.

Een voorbeeld uit mijn praktijk als studentendecaan: eerstejaars studenten die halverwege het studiejaar niet helemaal zeker meer zijn van hun studiekeuze. Om allerlei redenen, overigens. Maar dat de ontwikkeling van het beroepsleven van de ouders op deze manier de studiekeuze kan beïnvloeden, dat had ik zelf nog niet bedacht. Op open dagen vraag ik ouders vaak of ze nu nog werken in het beroep waarvoor ze ooit gestudeerd hadden. Elke keer weer wordt dan bevestigd dat het merendeel van de ouders na het afstuderen iets heel anders is gaan doen. Dat het beroepsleven zich door de jaren heen in andere richtingen ontwikkeld heeft. Tenzij ze arts of verpleger zijn, die zijn in de wieg gelegd om te doen wat ze doen en blijven dat doen. Waar ik mij nog niet zo van bewust was is het aspect dat de kinderen het veranderen van beroep dus blijkbaar zien als een manier van falen: de eerste keuze heeft duidelijk niet gewerkt. En dat was toch wel de bedoeling?

De ouders hebben hun beroepskeuze veranderd door de jaren heen. Dat bevestigt voor de jonge kiezers dat de studiekeuze die aan de eerste beroepskeuze vooraf ging dus niet goed was. De beroepskeuze wordt immers aan onze 14- en 15-jarigen voorgesteld als iets definitiefs: als je kiest voor een opleiding, kies je definitief ook voor dat beroep. De werkelijkheid is echter weerbarstig: de koers van het leven, de ontwikkelingen in de economie, de persoonlijke groei – allemaal factoren die er toe kunnen leiden dat de eerste beroepskeuze gaandeweg herzien wordt. En dan kan een Taal- en Letterkundige twintig jaar later zomaar veranderd zijn in een webdesigner. Een ontwikkeling die dus inderdaad vrij ‘normaal’ te noemen is.

Daarmee is de studiekeuze en de twijfel over deze eerste keuze onmiddellijk te relativeren: je kunt nu een keuze maken, maar dat betekent niet dat je voor de rest van je leven in dat métier actief zult blijven. Gaandeweg stuur je bij, om allerlei redenen waarvan ‘ervaring’ geen onbelangrijke is. Dat is een normaal gegeven, dat is geen falen. Dat is ontwikkeling. Met deze insteek vermindert de druk van de eerste studiekeuze ook drastisch: je eerste studie is een beginpunt, en geen eindpunt. Het einde van het loopbaankeuzeproces is na ja afstuderen nog lang niet in zicht!

Eigenlijk is de studiekeuze of beroepskeuze die op de middelbare schoolleeftijd gemaakt wordt beter te zien als de eerste stap in een ‘loopbaankeuzeproces’, dat zich vanaf dan nog tientallen jaren zal blijven ontwikkelen. Steeds weer volgen er nieuwe stappen, nieuwe keuzes en komen er nieuwe opleidingen en trainingen op het levenspad. Pas na vele, vele jaren kan iemand dan hopelijk zeggen dat hij of zij zich steeds meer ontwikkeld heeft in een richting die echt goed past. Om dat al van iemand te verwachten die pas 16 of 17 jaar is, dat is wel heel erg veel.

“Heb jij jouw vader al eens gevraagd hoe het kan dat hij nu webdesigner is geworden?” “Nee, eigenlijk niet.” “Begin daar eens mee. En vraag dan ook je ooms en tantes maar eens wat ze doen en wat ze gestudeerd hadden, ooit.” De studente zucht. “Dit lucht wel op zeg. Ik ga hier eens goed over nadenken, mevrouw.” De Vertaalacademie lijkt plotseling toch niet zo’n slechte keuze, geeft ze aan. Misschien kan ze van daaruit ook nog andere dingen gaan doen, straks..  Waarom ook niet. Het leven is één groot groeiproces, met bochten en kronkels die ‘ontwikkeling’ heten. Ze is pas 18 jaar. Wie weet..

Reacties

Hoe welvarend een land is, en hoe verwend haar mensen zijn, is af te lezen aan een groot aantal zaken. Opgroeiend in welvaart, verliest het individu het gevoel voor wat ‘normaal’ is. En ik kan het weten. Zonder schroom deel ik met u het bewustwordingsmoment dat ik recentelijk beleefde en dat mij daar direct mee confronteerde. 

 

Het grote moment speelde zich af op het toilet van een hotel dat ik geboekt had voor een lekker weekendje weg met mijn grote liefde. Niet in een ver weg buitenland, niet in een metropool ergens in Europa, maar in een kleine Brabantse stad bevond zich onze herberg. Mooi hotel, ruime kamer, alles prima in orde. De dagelijkse behoefte om zo nu en dan gebruik te moeten maken van de sanitaire voorzieningen gaat ook niet aan mij voorbij, dus daar zat ik dan. Op het mooie badkamertje, op de fraaie toiletpot. En wat mij toen opviel, tot mijn grote opluchting, was dat zelfs het toiletpapier in orde was! Geen goedkope ‘ecologisch verantwoorde’ crèpepapier-variant. Geen 1-laags papiertje waar volgens mij echt íedereen meteen met de vingers doorheen drukt tijdens de onhygiënische handeling die we verplicht zijn uit te voeren.  Nee, dit hotel was zó in orde dat de uitbaatster gekozen had voor de zeer luxe 4-laagse variant! Wat een feest! Gelukkig nog net niet de geparfumeerde variant, want dat gaat zelfs mij te ver.

 

En toen besefte ik plots hoe vreselijk verwend ik ben. Schandalig zelfs. Dat ik de luxe heb om me druk te mogen maken over de kwaliteit van het toiletpapier in mijn hotel. In een wereld waar de contrasten tussen arm en rijk met de dag groter worden, wil ik niet geconfronteerd worden met schuurpapier aan de muur van het toilet. Nee, ik wil dons. Overal en altijd warmte en gezelligheid. Hoe absurd is dat eigenlijk?

Natuurlijk denk ik wel dat ik het verdien om af en toe verwend te mogen worden. Ik werk hard, voed twee pubers op, probeer iets bij te dragen aan de maatschappij op één of andere manier. Maar toch. Het gaat wel erg ver. Aan de andere kant van de wereld wast een vrouw haar haren met rioolwater waar haar buurman net in gepoept had. Bah? Jazeker bah. Maar dat is haar ‘normale’ werkelijkheid. Mijlenver verwijderd van de mijne. Nu voel ik geen behoefte mijn haren te gaan wassen in het badwater van een ander, maar ik werd me wel ineens erg bewust van de absurditeit van de luxe waar ik in leef. 

We hebben het zo goed voor elkaar, dat we het zicht verloren zijn op wat ‘normaal’ is. Het is mij ook niet duidelijk wie de norm in ‘normaal’ bepaalt, wat dat betreft. Is ‘arm’ normaal? Is ‘rijk’ normaal? Mijn oma zei altijd dat alles waar ‘te’ voor staat niet goed is. Ergens in het midden zal de waarheid wel weer liggen, neem ik aan. Maar welk midden is dat? Het midden van de vrouw in India, of het midden van de vrouw in Nederland? Wie zal het zeggen, zeg ik dan maar.

 

In elk geval heb ik na mijn ‘aha-moment’ netjes mijn handen gewassen (met het schoonste water van Nederland) en daarna mijn weg vervolgd. Maar elke keer dat ik buitenshuis gebruik maak van het toilet, ben ik tegenwoordig gewoon al blij dát er papier aanwezig is. 

Zal ik het daar voorlopig maar op houden? 



Reacties

U leest het goed. Maar is het wat het lijkt te zijn? Dat is altijd maar de vraag!

Ik beken. Ik ben een fanatieke gebruiker van Social Media. Altijd geweest, sinds het begin van Hyves en alles wat daarna kwam, ik was er bij en deelde vrolijk mee. Te vrolijk, soms, dat geef ik toe. De laatste jaren echter met steeds meer twijfels. Het begon langzaamaan te jeuken. Ik kreeg allergische reacties, mijn haren stonden regelmatig overeind.

Hoog tijd voor een Detox. Een paar weken ‘ontslakken’, ‘onthaasten’. Want ik hoorde mijzelf te vaak zeggen dat ik geen tijd had om te lezen (of te schrijven), of om af te spreken, terwijl ik zo ongeveer chronisch naar het scherm van mijn mobiele telefoon zat te staren. En (en dat is ook een signaal dat er iets niet goed gaat: ) ik vond het echt vervelend als mijn vriend zei dat ik ongezellig bezig was zo, met mijn ogen steeds op dat schermpje gericht.

Een jaar of vijf geleden ben ik ’cold turkey’ gestopt met roken. Zonder hulpmiddelen, van de ene dag op de andere. Een apotheker had mij destijds aangeraden drie weken niet te roken en mijn kaken op elkaar te houden, daarna zou ik van mijn verslaving af zijn. Dat heeft geweldig gewerkt! Ik ben sindsdien echt van mijn nicotineverslaving af, en overigens ook niet veel dikker geworden. ‘Als ik dát kon, kan ik ook van mijn SM-verslaving afkomen’, dacht ik. En zo begon mijn drieweekse Detox! Niet om voor altijd van mijn SM-verslaving af te komen, maar wel om uiteindelijk de balans te gaan vinden. Hopelijk.

SM-Detox dus. Hoe doe je dat?

Stap 1: verwijder de SM-apps van je telefoon. Dat ruimt lekker op: Facebook, Instagram, Messenger en Twitter staan niet meer op mijn scherm. Geen rode bolletjes met cijfers erin die mij willen verleiden om toch even te kijken wie er gereageerd heeft! Alleen LinkedIn bewaar ik nog even, maar daar gebeurt toch niet zo veel.

Stap 2: ga dingen doen die je te weinig doet, en die voor afleiding zorgen. Wandelen, lezen, familie en vrienden bezoeken. Dus meteen een flinke wandeling met de hond gemaakt, met een opgelucht gevoel de wereld in. Tijdens de wandeling de eerste confrontatie: ‘Goh, wat ziet de wereld er weer geweldig uit, ik zal een foto maken en die delen..’ Niet, dus. De volgende ochtend, in de auto, toch maar de radio aan in plaats van een cd, zodat ik iets van de wereld zou kunnen volgen. Blijkt er een incident te hebben plaatsgevonden waarbij een homosexueel stel is aangevallen door Marokkaanse jongeren. Automatisch denk ik: ‘Daar kan ik zo kwaad van worden, dat zal ik op Facebook delen..’ Niet, dus.

Stap 3: zoek iemand op die jou goed kent en liefheeft om af en toe te ‘ontladen’, als het even moeilijk wordt. Gefrustreerd bel ik met mijn vriend, want ik wil mijn mening kwijt. Die wijst me er fijntjes op dat ook als ik mijn mening niet ventileer, er al voldoende geprotesteerd wordt tegen dit onzinnige geweld. En daarmee wordt mij iets belangrijks duidelijk.

Wie ben ik geworden, dat ik denk dat mijn mening zo belangrijk is? Vanwege mijn afkickverschijnselen praat ik regelmatig met mensen over mijn detox. Een collega vertelt dat ze weinig tot niets met Social Media doet, en de keer dát ze haar ‘tijdlijn’ bekijkt, valt haar telkens op dat iedereen aan grootheidswaanzin lijkt te lijden (dat zijn haar woorden). Auwa. Dat deed zeer. Lijd ik aan grootheidswaanzin? En mijn 728 ‘Facebookvrienden’ ook?

Stap 4: ontspan. En hou vol. Ik ben nu 4 dagen van de voorgenomen 21 niet meer bezig met Social Media. En ik heb weer eens een tijdschrift gelezen, ik heb gewandeld, en zoals je nu kunt lezen: ik schrijf weer. Er is al een beetje meer rust in mijn donder.

Maar toch voel ik ook een bepaalde ‘afwezigheid’. Is het iemand daar op Facebook opgevallen dat ik afwezig ben? Daarom deel ik deze column dan toch maar op dat medium. Wie weet, word ik gemist..

Over twee en een halve week zal ik mijn Facebook tijdlijn pas weer zien. Dat is de bedoeling. Wie iets met mij wil delen, of wil reageren, kan mailen naar menstaal@gmail.com.  Ik ben benieuwd..!

Reacties

Halverwege mijn drie weken durende detox-periode maak ik de balans op. Facebook, Messenger en Instagram heb ik verbannen uit mijn leven. Waar ze het eerste waren wat ik op een dag bekeek, en het laatste waar ik maar al te vaak mee afsloot, zijn ze nu heel ver op de achtergrond geraakt in mijn dagelijkse leven.

Wat levert een SM-loze periode op? Men voorspelde mij dat ik me veel beter zou gaan voelen, dat ik meer rust zou gaan ervaren en dat ik meer focus zou gaan krijgen bij de dingen die ik doe. En ik kan je vertellen: dat klopt. Allemaal. Al na anderhalve week merkt mijn omgeving dat ik rustiger ben en met meer aandacht gesprekken volg. Ik moet bekennen dat ik niet ‘handy-free’ ben. Mijn mobiel is nog steeds aanwezig en ik gebruik het ding om te Whatsappen, mails te zien en te beantwoorden, en een paar vermaledijde spelletjes te spelen. Wordfeud en CandyCrush, zeg ik met schaamrood op mijn kaken. Een leven zonder mobiele telefoon, dat is een stap die mij tegenwoordig te ver gaat. En dat is op zich dan ook wel weer vreemd. Want ooit waren we helemaal niet altijd bereikbaar, en werden telefoontikken geteld want bellen was duur. Daarom mocht ik als kind alleen bellen als het echt dringend was. Dus niet om zomaar een lusteloos “Enne?” in de hoorn te fluisteren, zoals mijn kinderen nu “Hoestie?” naar elkaar tikken in Whatsapp. Of wat het dan ook is dat ze de godganselijke dag door appen.

Geen berichten, weinig tot geen nieuwsberichten ook, geen ruis op mijn kanaal. Ik moet zeggen dat het leven zonder al die invloeden best goed is. Ik hoef er geen last van te hebben dat er in de verre en nabije wereld allerlei ellendigheid is. Die is er ook als ik er niet van af weet, en ik me niet aangesproken voel door zoveel leed. Ik voel me niet schuldig, niet medeplichtig, ik ben geen voyeur. Ik ben gewoon bezig met mijn eigen kleine leven en dat van de mensen die dicht bij mij staan. Meer niet.

Ik lees trouwens nu, in al die tijd die ik mezelf cadeau gegeven heb, een boek over de invloed van muziek op het brein, geschreven door Oliver Sacks. Een dikke pil, kan ik je zeggen. Het bracht mij op een gedachte. Als muziek al zo’n grote invloed heeft op het brein (gewild én ongewild), wat doet de voortdurende berichtenstroom via de diverse media, die overal om ons heen, en zomaar in onze hand is, dan met ons?

Mijn detox-periode duurt nog anderhalve week. Of ik daarna de draad weer oppak? Eigenlijk weet ik dat nu nog niet. De stilte, de rust, eigenlijk bevalt dat wel. We zullen zien wat de komende week aan ervaringen brengt..

 

PS. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik wel 1 keer op Facebook geweest ben. Om tags te verwijderen uit berichten waar ik niet om gevraagd had. Oh ja. Dat doen mensen op Facebook. Zucht.

Reacties

Dagelijks voer ik gesprekken met jonge, meestal gezonde mensen. Helaas gaan teveel van die gesprekken over een voornemen tot zelfdoding. De afgelopen week was het in bijna de helft van de gesprekken een thema. Wat maakt nou toch dat jongeren de gedachte ontwikkelen dat het een goed idee zou zijn om een einde aan het jonge leven te maken?

‘De Instagram-generatie, hè..’, zegt een collega. ‘Ze zijn teveel gepamperd!’, zegt weer een ander. Beide zullen voor een deel gelijk hebben. Verschillende oorzaken spelen een rol.

Ik kan me herinneren dat ik als kind aan tafel zat met mijn ouders, en dat ze spraken over iemand die zich had opgehangen. Dat werd in zeer bedekte termen gedaan. Ik kon alleen maar raden wat de ware toedracht zou zijn geweest. Het was ‘not done’ om in detail over zelfdoding te praten, het thema werd gemeden. Een taboe. Want zelfdoding is heus van alle tijden. Wat nieuw is, is dat we er openlijk over spreken. Dat we op tv in een Netflix-serie letterlijk in beeld gebracht zien hoe de zelfdoding effectief uitgevoerd kan worden. In talkshows (Pauw, 1 juni 2017) komen ‘ervaringsdeskundigen’ (dames die het – godzijdank – niet gelukt is zichzelf te doden) uitgebreid aan het woord. Alle aandacht. Wanneer iemand zichzelf doodt door zich voor de trein te werpen, wordt er omgeroepen dat de trein stilstaat ‘wegens een aanrijding met een persoon’. Waarom? Waarom wordt er niet gezegd dat de trein stilstaat ‘wegens een aanrijding’? Wat is de meerwaarde er van dat iedereen in de trein dan hoort dat het om een mens gaat?

Ik ben een groot voorstander van het bespreekbaar maken van problemen. Maar waar ligt de grens? Misschien wordt jongeren door alle aandacht voor het thema getoond dat het wel eens een snelle, en voor henzelf relatief gemakkelijke oplossing voor hun problemen zou kunnen zijn. ‘Ik stap er uit, dan hoef ik het niet meer te proberen..’ Als ik hen confronteer met wat er ná zo’n daad gebeurt, het verdriet van de nabestaanden, de problemen die vrienden er psychisch mee krijgen, dan is het een goed teken dat hen dat aangrijpt. Want ze willen niemand verdriet aandoen, of een ander in problemen brengen. De problemen waar ze mee kampen (meestal afwijzing, falen) lijken onoverkomelijk, ze weten niet hoe ze het moeten aanpakken en – en daar zit een deel van de clou – ze kunnen niet of durven niet om hulp te vragen. Voelen zich niet gehoord of gezien. Of de hulp is niet direct beschikbaar. Dat is tegenwoordig een groeiend probleem: wachtlijsten in de  psychische hulpverlening. Het één veroorzaakt het ander, of de kip nou eerder was dan het ei blijft de vraag. Welke wegen kunnen er naast professionele hulpverlening bewandeld worden? Met wie kunnen ze in gesprek, zonder be- of veroordeeld te worden?

Had ik maar de Oplossing voor de twijfels van de jongeren. Kon ik maar iets zeggen waardoor ze zich minder onmachtig hoeven te voelen ten opzichte van het leven. Hun problemen zijn niet zo groot zijn dan ze nu lijken. Ik vertel soms delen van mijn eigen levensverhaal om te laten zien dat periodes waarin alles tegen lijkt te zitten niet het einde hoeven te betekenen. Dat deze periodes juist levenslessen bevatten, ervaring opleveren die gebruikt kan worden om uiteindelijk positiever in het leven te staan en meer te genieten dan ooit. Dat vergt moed en hard werken. En uiteindelijk moet iedereen het zélf doen. Therapeuten kunnen zich urenlang met iemand bezighouden, maar als die persoon niet zelf de noodzakelijke stappen onderneemt, door de pijn heen gaat om te groeien, dan heeft de hele therapie geen enkel nut.

Zelf doen. Hulp vragen. Kijken naar wat er allemaal wél is. Praten over wat je bezighoudt. Je kwetsbaar opstellen. Werkelijk iets doen met de adviezen die je krijgt. Laten we de media gebruiken om te laten zien dat problemen overwonnen kunnen worden, hoe je dat kunt doen en wat er jou na moeilijke fases allemaal voor moois in het leven kan overkomen!

Ik wil benadrukken dat er uiteraard mensen zijn die door hun fysieke beperking, verslaving of ernstige psychiatrische aandoening, helemaal niets hebben aan mijn kijk op de zaak. Deze mensen hebben werkelijk behoefte aan intensieve hulpverlening. Maar wanneer mensen niet in deze categorie thuishoren dan hoop ik dat een positievere, open aanpak een verschil kan maken.

Ik wens iedereen een zonnige dag. Stap er in, in dat leven.. Geniet van wat er wél is, allemaal!

PS. Ben jij of ken jij iemand die gedachten heeft over zelfdoding? 113online staat voor je klaar, 24/7! Kijk op www.113online.nl of bel 0900 – 0113.

Reacties
..en meer!

Mens&Taal

Mens-en-taal

Sittard
E-mailadres: menstaal@gmail.com
Mens: coaching, begeleiding & Taal: tekst, voordracht, opinie