100ProcentLizette
Ik ben Lizette Colaris - aangenaam!
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Altijd 100Procent op de hoogte blijven? Abonneer je hier!

Passievrucht

In 2016 publiceerde Lizette Colaris haar eerste dichtbundel met het thema 'Passie'. Een kleurrijke collectie warme en meertalige fragmenten van passie!

MO

In 2016 debuteerde Lizette met een korte thriller: MO. Geschreven in het Sittards, in dezelfde uitgave staat ook de Nederlandstalige versie.

Meer informatie: www.zittesjethriller.nl

Onze welvaart draait ons langzaamaan de nek om. Dat is een drastische gedachte, zult u denken. Misschien wat overtrokken. Maar toch. We hebben het als Nederlanders nog nooit zo goed gehad. De economie groeit, de meeste mensen kunnen elke dag een boterham met beleg eten (of een meergranen pain pistolet belegd met prosciutto op een bedje van rucola, gedragen door een laagje pesto), hebben een dak boven een hoofd (of vier keer per jaar andermans dak via AirBnB of een ‘goedkoop’ hotelletje via booking.com), de verwarming draait (of we gaan twee keer per maand lekker naar de sauna om op te warmen). We hebben tijd over, want allerlei apparaten doen de vervelende klusjes (er rijdt bij steeds meer Nederlanders een Roomba door de woonkamer om het stof op te zuigen), dus alles wat we nog hoeven doen is ons druk maken over onszelf. Zijn we wel wie we echt zijn? Hebben we wel alle gaten en hoeken van onszelf goed ontwikkeld? Kunnen we die droom die zo onbereikbaar leek, alsnog waarmaken?

Duizenden coaches van allerlei allooi bieden ons de kans onszelf te ontwikkelen tot onze uiterste Zelf, met succes en rijkdom in het verschiet die zelfs voorbij onze stoutste dromen gaan. We moeten dingen anders doen, ons leven anders inrichten, alles laten wijzen naar één ding: onze Zelfontplooiing. Kasten vol zelfhulpboeken wachten op ons, bieden alle lessen die nodig zijn om ons bestaan dan toch eindelijk zinvol te maken. Daar hebben we tijd en geld voor, dus wat zouden we anders doen? Het kan, dus we doen het. Massaal zitten we te navelstaren en de stilte te zoeken. Terwijl de stilte in onszelf allang aanwezig is maar sinds tientallen jaren overstemd wordt door nutteloze info die ons brein vervuilt.

We staren naar tijdlijnen vol non-informatie op Facebook, we profileren onze ‘succesvolste zelf’ op LinkedIn, we Instagrammen onze successen, Twitteren onze mening de ether in en kijken meer dan  goed voor ons is naar de oh zo mooi voorgestelde wereld door onze telefoon. Ons brein slibt dicht door de onzinnige informatie, verstopt in goed verborgen (of juist niet) betaalde berichten van bedrijven en instellingen. We denken dat we die informatie niet opslaan, maar ergens in onze inwendige bits en bytes blijft de spam wel hangen. Onze processor draait overuren, we verspillen veel energie aan het boven water houden van ons systeem om te kunnen focussen.

Mensen, en dus Nederlanders, hebben een zinvolle invulling van de dagen van het leven nodig om met voldoening te kunnen leven. Maar wanneer is het tegenwoordig nog genoeg? ‘Verleg je grenzen, kom uit je comfort zone!’ Ja, graag. Maar wanneer is die zone dan groot genoeg? Wanneer mogen we ons er bij neerleggen dat het volstaat? Wanneer is onze Zelf voldaan en doorontwikkeld? Volgens de inspirators van de 21ste eeuw moeten we gewoon doorgaan, blijven leren en ontwikkelen totdat de zes planken zich om ons heen sluiten. We boeken intussen een verblijf van twee weken naar een meditatieparadijs waar we op een berg ons brein proberen leeg te maken. Om daarna in volle vaart weer in de TGV van het moderne Nederlandse leven te stappen. En dat begint met een fotoverslag van de waanzinnig mooie en zo louterende ervaring op Facebook.

Burnout en moe zijn we. Depressief en suïcidaal. Hoe dat kan? 

Reacties

De smartphone bestaat sinds 1992. Dankzij internet is het een onmisbaar item geworden, voor iedereen is er wel een reden waarom een smartphone een uitkomst is. Communiceren en bereikbaar zijn is er veel eenvoudiger door geworden, we kunnen er mee navigeren en eten bestellen. Maar oei, wat is het moeilijk om dat ding weg te leggen.. De ontwikkeling van apps ging razendsnel en voordat we het wisten konden we middels Whatsapp en een internetverbinding oneindig veel met elkaar communiceren – praktisch gratis.

Het valt me op dat veel mensen sindsdien moeite hebben met –letterlijk-  afstand nemen. Ze ontvangen en verzenden berichten en foto’s aan de lopende band, zijn zich niet meer bewust van hun gedrag. Overal, maar ook echt óveral, is de smartphone te vinden in de hand. Als iemand het verzonden bericht gezien heeft (af te lezen aan de blauwe vinkjes in de app), dan wordt er vanuit gegaan dat er ook meteen gereageerd wordt. Oh wee als dat niet direct gebeurt. Groot ongeduld. Maar ook ontzettende ongerustheid. Hoe dan ook: onrust, in het algemeen. Tussen geliefden (die willen weten wat de ander aan het doen is, en vooral wat die doet op de ‘foon’), tussen werkgevers en werknemers (‘jij bent altijd bereikbaar wanneer ik jou nodig heb’) , tussen vrienden (‘hee, waarom geef je geen antwoord…!!’), en tussen ouders en kinderen (‘lieverd, gaat het wel goed daar?’). De blauwe vinkjes kunnen ook uit gezet worden, dan is dus niet waarneembaar of het bericht gelezen is. Dat verschaft de ontvanger wat respijt. Maar de zender krijgt er soms een punthoofd van. “Waarom antwoord je nou niet?!”

Hoe rustig was het in de jaren dat ik opgroeide, merk ik op. Op de middelbare school had ik wat vrienden, we praatten in de pauzes de oren van elkaars hoofd. Na school fietsten we naar huis, gingen daar onze eigen dingen doen. De volgende dag kwamen we dan weer naar school en daar waren onze vrienden dan ook weer. Als we thuis waren en we wilden even contact met die vrienden, dan moesten we onze ouders vragen of we even mochten bellen. Dat mocht, maar ‘hou je gesprek kort en bondig, de tikken kosten veel geld!’. Toen ik later ging studeren (in de periode kort vóór de introductie van internet en smartphones), was er op de gang in mijn studentenflat een gemeenschappelijke keuken, gemeenschappelijke toiletten, een gemeenschappelijke wasmachine én een gemeenschappelijke telefoon. Daar hing een blocnote naast en een potlood aan een touwtje, en op de blocnote stond een rijtje voornamen met daarachter een getal: de verbruikte tikken. De tikkenmeter hing in de meterkast, en daar las je vooraf het startgetal af, en na je gesprek het eindgetal. Aan het einde van de maand kwam de telefoonrekening, en één van de bewoners die als beheerder was aangewezen, ging dan met ieder afrekenen. Behalve dat het relatief duur was, was de privacy ook gering: de telefoon hing open en bloot in de gang, dus iedereen kon (als die daar interesse in had) meeluisteren met jouw gesprek. Zo ging dat, en dat was normaal. Eens per week belde ik naar huis, op woensdag om 20.00 uur stipt. Dan praatte ik mijn moeder snel even bij en hing weer op. Ik moest mijn problemen zelf zien op te lossen en kon niet voor elk wissewasje mijn ouders benaderen. Dat heeft me een zekere mate van zelfstandigheid opgeleverd, die me later vaak goed van pas is gekomen. Dat besef ik nu pas, hoor. Op dat moment vond ik de vrijheid en onafhankelijkheid werkelijk waar heerlijk. Even geen moeder die over mijn schouder meekeek of mijn spullen nakeek. Dat kon op die manier, omdat ik geen noemenswaardige problemen had, dat besef ik.

Tegenwoordig raken ouders al in paniek als hun studerende kind niet binnen 12 uur online is geweest en geen virtueel teken van leven geeft. Terwijl dat kind gewoon bezig is zijn of haar eigen leven te leiden. Tenslotte zijn ze dan al 18, 19 jaar oud.. dus een bepaalde mate van zelfstandigheid en onafhankelijkheid mag wel aanwezig zijn. Kinderen moeten zich nou eenmaal losmaken van het ouderlijk nest, uitvliegen om af en toe weer binnen te vallen. Uitpuffen en opnieuw vliegen.

Mensen hebben de rare neiging hun kinderen te willen vasthouden tot ze meer dan volwassen zijn. Begrijpelijk, wanneer dat kind ondersteuning nodig heeft. Maar in het geval dat uw kind eigenlijk reëel gezien geen zorgondersteuning behoeft: doe hem/haar en uzelf een plezier. Laat ze (ook per sociale media) met rust. U geeft ze de kans om te leren, vooral van hun fouten. En dat is echt ergens goed voor. U heeft het tenslotte zelf toch ook overleefd?

Reacties

Het nieuwe jaar is alweer ruim een maand oud, het Chinese Nieuwjaar is inmiddels zelfs ook alweer begonnen. Tijd is vluchtig, het glipt tussen onze vingers door als we even niet opletten. Dan is er weer een dag, een week, een maand voorbij. Onze agenda’s lopen vol, gewild en ongewild, met verplichte en minder verplichte afspraken. Ontmoetingen met mensen, besprekingen over zakelijke onderwerpen, lessen, cursussen, trainingen, seminars, bezigheden, niet alleen van onszelf maar ook van gezinsleden, kinderen of ouders. Het is tegenwoordig normaal om er niet één maar meerdere agenda’s op na te houden. Wat een geluk, toch, dat de techniek het allemaal mogelijk maakt?! En dat we daarnaast ook nog eens zonder onderbreking met elkaar in verbinding kunnen staan. Steeds. Altijd. Vijf emailboxen in de gaten houden en drie telefoonnummers voor een optimale dekking van de bereikbaarheid…

We krijgen er energie van, steeds in beweging te zijn, steeds onze agenda’s te checken en  de tijd volledig in te vullen. Op tijd zijn, de tijd vóór zijn, we willen toch absoluut het maximale uit de tijd halen. Hollen, rennen, draven. Onderwijl slikken we met regelmaat hoofdpijntabletten en antidepressiva, maken we een afspraak bij de fysiotherapeut vanwege rugklachten, zitten bij de psycholoog in de stoel om de stress te verwerken en tellen we af tot de volgende vakantie. We lezen berichten over onthaastende cursussen, we verzamelen quotes over wat het beste is wat je in dit leven kan doen, we leggen lijstjes aan van relaxmethodes en voornemens. Mits het allemaal in de agenda past, gaan we het ook echt doen. Maar dan mag het niet te lang duren en moet het wél het maximale effect bewerkstelligen. We betalen daar graag voor. Dat doe je tenslotte voor jezélf!

Eerlijk gezegd bekruipt mij een enorme vermoeidheid als ik dit schrijf. De laatste jaren word ik zo nu en dan bevangen door de vraag: ‚Waar zijn we nou helemaal mee bezig?’ We willen vanalles en doen heel veel. Maar wat we vergeten is de vraag of het allemaal wel echt nodig is. MOET die agenda zo vol staan? MOETEN we overal JA tegen zeggen? Sinds een jaar ga ik er af en toe uit. Alleen. Een week. Om de tijd eens te vertragen, om de agenda leeg te laten. En te ontdekken wat ik zelf ook alweer wil, waar ik mee worstel en wat ik kan doen om mijn leven meer kwalitijd te geven. Ik heb bewuste keuzes gemaakt, om niet meer zo druk te hoeven zijn. Ik laat flinke gaten in mijn agenda. Mijn leven is daarentegen voller dan ooit. Ik beleef mijn leven meer dan vroeger, hoewel ik minder actief ben geworden. Ik sta stil, en ik overweeg wat ik doe. Ja, ik werk fulltime. Ik heb het geluk dat ik een baan heb die mij bijzonder veel voldoening geeft, dus ik spreek wel vanuit een evenwichtige situatie. De balans zit hem in mijn avonduren en weekends. Hoe meer bewust ik mijn tijd verdeel, hoe beter het voelt. Dat levert energie op die alle bewegingen die ik vroeger dacht te moeten maken, mij nooit  geleverd hebben. Duurzame energie, noem ik het. Omdat de kwaliteit van deze energie, geboren in tijd, een meerwaarde heeft die onbetaalbaar is: leven met aandacht.

Reacties

Mijn oudste zit op de middelbare school, en herleeft daar alles wat ik zelf ook meegemaakt heb. Ongelooflijk, hoe weinig er eigenlijk veranderd is. Daar had ik eigenlijk wel meer van verwacht.. met de huidige kennis over hoe informatieverwerking in de hersenen plaatsvindt, wordt kennelijk nog steeds weinig verrassends gedaan. Nog steeds is de docent er vooral om te vertellen wat er in het boek staat (!) en is er niets leuker voor de leerlingen dan uit te proberen waar de grens ligt bij de docent. ‘Es kijken hoe we hem/haar aan het huilen kunnen krijgen…’ is de grootste uitdaging van de dag. Nog steeds!

Iets anders waar die oudste van mij de laatste maand mee te maken kreeg, is de vermaledijde Beroepskeuzetest: de Ilias. Herinnert u zich die nog? Je bent amper 14 en krijgt een lange reeks vragen voorgeschoteld waar je nog niet de helft van begrijpt. ‘Vind je het leuk om offertes uit te brengen?’… geen idee. Wat is dat? Vaak hebben jongeren op die leeftijd nog geen enkel beeld van wie zij zijn, of wat er allemaal te doen is in de wereld. Ze moeten antwoord geven op vragen die voor hun gevoel over futuristische waanbeelden gaan. Het resultaat van de test levert onherkenbare algemeenheden op. Ik herinner me overigens dat mijn test destijds eindigde met op stip, als meest geschikte beroep voor ondergetekende: HOVENIER. U kent mij niet persoonlijk, maar als er iets is waar ik niks mee heb.. ik kon er dus helemaal niets mee.

Mijn oudste heeft wat dat betreft met zijn analyse de spijker op zijn kop geslagen. Het is namelijk zo: deze jongeman heeft al lang een vast voorgenomen toekomstbeeld. Hij is de uitzondering, ook wat dat betreft. Hij wil beroepsmuzikant worden. En dat wil hij met volle overtuiging. De beroepskeuzetest op school wilde hij aangrijpen om dat nog maar eens goed duidelijk te maken. Maar: in de hele lijst vragen kwamen slechts twee vragen voor die met zijn interesses te maken hadden. De rest van de vragen waren inhoudelijk voor hem niet duidelijk, of vaag. ‘Hoe kan ik nou als uitslag mijn voorkeur krijgen, met deze vragen?’, was zijn – naar mijn mening terechte – commentaar. Al met al dus nauwelijks een mogelijkheid om in de buurt van zijn werkelijke beroepswens te komen. De uitslag: met stip op 1 het meest geschikte beroep voor hem: advocaat. En laat dat nou juist het beroep zijn waar hij afkerig van is!

Zijn analyse zette mij wel aan het denken. De beroepskeuzetest die wijdverspreid wordt gebruikt in middelbare scholen is dus wel degelijk inzetbaar als direct invloedsmiddel voor de beroeps- en daarmee samenhangende opleidingskeuzes die jongeren maken. Door de samenstelling van de vragenlijst wordt de uitkomst voorspelbaar, en manipuleerbaar. Meer vragen met betrekking tot techniek? Dan krijgen naar verhouding meer jongeren een uitslag met beroepen in de technische sfeer. Hier kan de overheid er dus in een vroeg stadium al voor zorgen dat jongeren kiezen (of juist NIET kiezen) voor bepaalde sectoren. En voor de MBO en HBO opleidingen die daar bij horen.

‘Ja, maar dat is toch juist goed,’hoor ik u denken. ‘Dan kiezen ze tenminste een beroep waar ze later ook werk mee kunnen krijgen!’. Niets is minder waar. Er bestaan geen zekerheden meer op dat gebied. Laat die gedachte maar los. We hobbelen inmiddels van het ene tijdelijke contract naar het andere, vaste aanstellingen zijn schaars en daarnaast ook al niet meer zo zeker. De sectoren waarin nog werk te krijgen is, worden met de dag minder groot. Meer krimp dan groei, behalve in medische techniek, logistiek en agrofood. En dat is nou eenmaal, zeg maar, niet iedereen zijn of haar ding. Denk groot, denk in mogelijkheden. En laat dat beginnen op die middelbare school, waar het invullen van beroepskeuzetesten beter acuut vervangen kan worden door kortdurende kennismakingsstages bij bedrijven en instellingen. Het keuzemoment moet zo laat mogelijk in de leerroute plaatsvinden. Of misschien zelfs daar buiten. Laat jongeren eerst eens beleven, groeien en uitproberen. Zeg nou zelf, wat wist u toen u 14 was over het werk dat u vandaag doet? Dat bedoel ik.

Reacties

Het is 2014. Ik kan slecht wennen aan dat getal, het lijkt nog zo futuristisch. Iets uit jaren 80-films, die destijds waanzinnig populair waren omdat het zo uitzinnig fantastisch was wat er werd voorgesteld. Tijdreizen was geen enkel probleem, mensen hadden weinig zorgen want alles ging zo’n beetje vanzelf. En nu leven we dan in die eens zo fantastische tijd.

Fantastisch? We hebben een wereld gemaakt met zijn allen, waar we niet per definitie gelukkig van hoeven te worden. Sterker nog: het kost veel mensen moeite gelukkig te kunnen zijn in deze wereld. Temidden van het geraas van auto’s en overvliegende vliegtuigen zoeken steeds meer mensen naar allerlei manieren om de druk te verlichten. Mensen komen uren te kort, dagen te kort in de steeds langere werkweek. De ontwikkelingen van internetverbindingen en mediamachines zorgen ervoor dat men altijd en overal bereikbaar is, ook voor wat betreft het werk. Het werk is nooit klaar. Vroeger was het dat wel, zodra de wijzers van de klok aangaven dat het klaar was, was het ook klaar. Maar tegenwoordig nemen we dat werk mee naar huis. De wijzers van de klok lopen daar verder, als we e-mails beantwoorden en nog even dat telefoontje plegen. Geheel in het voordeel van de manager die de personeelsbudgetten mag beheren. Deze kan aan het einde van het jaar aan de boven hem functionerende manager rapporteren dat zijn mensen er in de geslaagd zijn binnen de gestelde tijd alles af te handelen en zelfs nog meer te doen! Wat de bovenmanager niet ziet en niet weet, is dat de werknemers dit resultaat in hun eigen tijd, thuis hebben weten te behalen. Buiten betaalde uren. Terwijl de kindertjes liepen te zeuren om aandacht zat papa op zijn papadag rapporten te schrijven over het project. Dat was belangrijker, want dringend. Zoals alles van het werk dringend is en voorrang behoeft. Het wrange hiervan is dan weer, dat de bovenmanager na het bekijken van de mooie resultaten van de personeelsmanager de conclusie trekt dat het aantal werknemers dus niet hoeft te worden uitgebreid, want het gaat toch perfect zo, met dit team. Sterker nog, er zou zelfs op uren beknibbeld kunnen worden! Rendementsverhoging, heet dat. En ziedaar, er wordt weer een contract niet verlengd. Raar hoor, hoe dat werkt…

Sommige mensen worden zich er nu dan ook langzaam van bewust dat het gekkenwerk is. Dat het zinloos is om in die rattenmolen mee te blijven rennen. Het leven raast aan je voorbij. Je proeft niet meer wat zoet is of zout, je ziet niet meer wat groen is of rood, je hoort niet meer of er muziek is of stilte. Dan is het tijd om er eens uit te stappen. Men realiseert zich dat er vele jaren weggesmeten zijn, vergrabbeld aan het zoeken naar nootjes in het oerwoud van alledag. En gaat op zoek naar manieren om de molen tot stilstand te brengen. Of in elk geval een manier te vinden waarin de molen wel nog draait maar op een acceptabel tempo. Zonder werk, zonder inkomen, dat is onmogelijk. Tenslotte  wil men als deelnemer aan deze maatschappij toch ook een bijdrage leveren aan de kas die ervoor zorgt dat wegen begaanbaar blijven en zelfs treinen kunnen blijven rijden, zodat   de wereld bezocht kan worden.  Maar minder werk, minder inkomen, dat is zeker wel mogelijk. En als daarvoor in de plaats rust komt, en een grotere bewustwording van het leven, elke dag, dan is dat een kado dat zijn waarde uitbetaalt in genot en waardering voor alles wat er is. En komt er weer ruimte en aandacht voor de dingen die werkelijk belangrijk zijn en niet uit te drukken in geld: samenzijn en geluksbeleving. De molen draait door, maar er klinkt weer muziek en het leven smaakt zoeter dan ooit! Dat hadden ze in die gekke jaren 80-films niet kunnen bedenken…



Reacties

‘Bijen hebben geen tijd voor flauwekul.’ Dat bedoel ik! Als je zo druk bezig bent met overleven, met voedsel verzamelen en bouwen aan de voorraad (in dit geval honing), heb je geen tijd om bezig te zijn met het Grote Hoe of Waarom. En ook niet met Wat Als. Of met Ergens Anders. Je bent zo druk dat je niet even op een bloemetje kunt gaan zitten filosoferen over ‘of ik wel gelukkig ben’

De mens, daarentegen, heeft door de technologische vooruitgang steeds meer lege tijd. Bergen tijd om te vullen, want de natuur van de mens dringt aan op activiteit: je moet wel iets dóen om gelukkig te kunnen voelen. Maar is op een steen zitten nadenken over ‘of ik wel gelukkig ben’ dan genoeg?

Op TV en radio werd ik bestookt met lekkermakers voor het TV-programma ‘De wereld rond met 80-jarigen’, op SBS6. Hoewel ik niet hou van reality-tv, en al helemaal niet van zware sponsoring die voortdurend in beeld komt, vond ik dit wel intrigerend. Ik heb inmiddels de eerste twee afleveringen gezien, en ik vind het een aandoenlijk, hartverwarmend verhaal. Elke aflevering is een feest! Acht mensen van om en nabij het 80ste levensjaar (de oudste is 83 jaar) hadden in hun leven geen tijd gehad voor flauwekul, ze moesten werken als de bijen. Ze hebben simpelweg gedaan wat ze moesten doen: zorgen voor het levensonderhoud van henzelf en de kinderen, met in hun kielzog de kleinkinderen. Geen tijd voor malle toestanden, geen geld voor verre reizen. In hun hoofd weinig plek voor dromen. Hoewel.. nu gaan ze tijdens hun reis wel nog een droom waarmaken. Ieder voor zich.

Het is ontzettend mooi om te zien hoe de ouderen reageren op alles wat ze meemaken. Hoe ontwapenend rechtstreeks de reacties zijn: ‘Nou, ik vind het maar koud in Moskou. Het is Moskoud, wat mij betreft!’, ‘Oh jaaa, dat is een waterpijp.. nou, dan ga ik voor het eerst high worden!’ Ze spreken niet of nauwelijks Engels of welke andere taal dan ook behalve hun regionaal getinte Nederlands. Het allermooist is te mogen meekijken naar hun reacties als die ene droom waargemaakt wordt. Als de man die zijn hele leven een circusschool heeft gedreven, achter de schermen in het Russisch Staatscircus mag rondwandelen. Het genot en de tevredenheid spatten van zijn rood aangelopen gezicht af. De tranen stonden in zijn ogen, en hij had er geen woorden meer voor. De overige 7 bejaarden genoten van hoe híj genoot, ze voelden met hem mee. Na Moskou was Dubai een de beurt. Zwaar onder de indruk van de pracht en praal, onhandig vanaf de 70ste verdieping bellend naar de Room Service (‘ik wil twee witte boterhammen. En een gebakken ei.’- ‘Sorry Sir, I need you to order.’ – ‘Ja, dat zeg ik. Twee boterhammen en een gebakken ei!’). Het is vertederend. 

Maar ook: het verdriet van de dame die haar man verloren is, en hem al twee jaar elke dag mist. Ze huilt als ze alleen op de hotelkamer in Moskou ligt. Ze had het zo vreselijk graag met hem gedeeld. Ze had graag met hem samen al die landen bezocht en al die mooie momenten meegemaakt. Het leven kan hard zijn, wat dat betreft.

Deze mensen hebben hun leven lang gewerkt, als nijvere bijen hebben ze honing aangesleept voor hun Koninginnen. Ergens in hun hart leefde een droom, die ze al wilden vergeten, zo aan het einde van hun verhaal. Die dromen mogen nu alsnog beleefd worden. Hebben ze dan een rotleven gehad? Nee. Ze zijn allemaal blij met alles. Dankbaar, tevreden en (en dit woord is echt uit de mode geraakt): nederig. Ze zijn overdonderd door alle traktaties in deze reis. En nederig? Ja. Ze voelen zich klein in al die weelde. Hun Hollandse nuchterheid maakt dat ze denken dat ze het misschien niet waard zijn, al die luxe. 

We zijn allemaal zo gewend geraakt aan de weelde om ons heen. Geen vaatwasser? Oh jee..! Mijn oma’s hadden een paar dagen nodig om de was van het gezin te doen, elke week weer. Ik, daarentegen, zet de wasmachine aan en ga een boekje lezen. Dat had ik mijn oma’s ook wel gegund. En als ik had geweten wat hun dromen waren, had ik ze accuut aangemeld bij SBS6.. 

Voor jullie, oma’s! Goeie reis!

Reacties

De generatie studenten die tegenwoordig de banken bezet is niet te vergelijken met de studenten van dertig jaar geleden. Ik spreek nu in het algemeen, en dat is natuurlijk altijd lastig als je bedenkt dat ik werk in het HBO en dus alleen op basis van die ervaring kan redeneren. Zie het dan maar een beetje vanuit dat perspectief. Wat ik bedoel te zeggen, is dat er een discrepantie lijkt te zijn ontstaan in de verwachtingspatronen. U bedoelt?

Nou, van de ene kant verwachten studenten vaak iets anders dan de opleiding aanbiedt. En anderzijds verwacht de opleiding iets anders van de studenten dan zij te bieden hebben. De generatie die nu studeert, lijkt steeds vaker te maken hebben met sociale angst. Angst om in contact te treden met andere mensen (of het nou studenten of docenten zijn), bang om in een groep de aandacht op zichzelf te vestigen. Dat uit zich in slecht werkende samenwerking bij gezamenlijke projecten, in pijnlijke stiltes na een vraag van de docent in de klas, en al te vaak in helemaal niet meer naar school durven te gaan. Uit angst dat je iets verkeerd zou kunnen doen ook, faalangst dus. Zou dat misschien het resultaat kunnen zijn van de prachtige internetwereld waar zij in leven, denkt u?

De opleiding kijkt verbaasd toe. Begrijpt niet dat studenten zo weinig actief zijn, zo passief in de bank hangen en niet kunnen samenwerken. Docenten blijven dezelfde opdrachten van dertig jaar geleden als norm hanteren. Ze zien het probleem vaak niet, omdat ze zelf wél assertief zijn, en wél kunnen samenwerken. Er zijn ideeën genoeg over innovatie, over flipping the classroom en andere trends. Maar daarmee wordt de sociale angst niet perse minder. Docenten die als mentor worden ingezet, schrikken steeds vaker van de verhalen die de jonge studenten hen vertellen. Over hun thuissituaties, hun financiële omstandigheden, hun angsten en hun kwalen. Docenten voelen zich er niet prettig bij, en worden bijna in een vader- of moederrol gedrukt. En dat willen ze eigenlijk niet: ze willen lesgeven, kennis overdragen maar de rol van docent behouden. Kom zeg.

Sociologisch bekeken, is deze generatie studenten voor een deel (want heus, er bestaan ook nog heel gelukkige studenten die gewoon lekker studeren!) aan hun lot overgelaten. Met name door hun ouders, als we het goed gaan bekijken. De gescheiden ouders zijn talrijk, de moeders die niet meer goed als moeder functioneren zijn talrijk, de vaders die niet meebetalen aan de studiekosten zijn talrijk, en de depressieve klachten onder jongeren zijn net zo talrijk. De vroege jeugd wordt doorgebracht in een wereld ver van hun huis, in iPads, telefoons, laptops en tablets, die Game heet, of Whatsapp. Als ze maar niemand hoeven aan te kijken.. Eenmaal op kamers, wenden de studenten zich in het beste geval tot mentoren en studentendecanen, op zoek naar warmte en begrip. Gezien worden. Dat willen ze. En het vertrouwen krijgen dat ze oké zijn en dat het ook oké is als het niet lukt. In het slechtste geval is er geen mentor of durven ze niemand aan te spreken. Wat er dan volgt, is isolement.

Misschien zie ik het niet helemaal goed. Misschien is mijn blik teveel gekleurd door mijn dagelijkse praktijk. Eerlijk gezegd: ik hoop het van harte. Want ik wens dat elke jongere, elke student en ook elke docent, een mooi en vervuld leven kan hebben, met een opleiding waar ze enthousiast aan kunnen deelnemen. Kunnen we met zijn allen de verwachtingen misschien wat bijstellen, denkt u?

Reacties

Nog een paar nachten slapen en dan wordt mijn zoon 16 jaar oud. Geweldig, een feest. Want een gezonde jongen met een goed stel hersens en talent voor muziek, dat is natuurlijk al een zegen van jewelste. Het is alleen zo jammer dat ik hem op zijn verjaardag niet zal zien. Geen seconde, geen minuut kan ik in zijn ogen kijken en hem vertellen hoe van harte ik hem wel niet wil feliciteren, en hoe graag ik hem die dag tot in de grond zou verwennen. Die dag is namelijk vastgelegd in een zogenaamd ouderschapsplan: ‘elk even jaar vieren de kinderen hun verjaardag bij hun vader, elk oneven jaar vieren ze de verjaardag bij hun moeder’. Het staat er zwart op wit, dus we moeten ons er aan houden.. denk ik. Helaas is de verstandhouding met hun vader niet van dien aard dat we gezellig kopjes koffie kunnen drinken samen. Het is niet voorstelbaar hóe jammer ik dat vind. En dat het zo geworden is, is ook niet alleen maar mijn schuld.. Maar al is het dan naar en vervelend voor míj, het is vooral naar voor de kinderen zelf. Ze willen er niet teveel over zeggen, om te voorkomen dat de één of de ander er verdrietig van zou worden, maar ik voel en weet dat ze het ook ontzettend vervelend vinden dat deze verdeling bestaat. Ze doen dapper mee, en verbergen hun verlangen en hun verdriet zodat de ouders zich niet heel erg schuldig hoeven te voelen. Maar schuldig zijn ze natuurlijk wel. Beide. Ik ben er van overtuigd dat de vader het net als ik heel vervelend vindt dat hij de verjaardag van zijn zoon om de twee jaar moet missen. En niet te vergeten: die van onze dochter ook…

Ik vind het wel goed dat ik gescheiden ben. Het was duidelijk dat het idee over wat ‘goed leven’ is, totaal niet overeen kwam tussen hem en mij. Het idee dat er een huwelijk zou blijven bestaan waar de kinderen dagelijks geconfronteerd zouden moeten worden met kiftende of elkaar negerende ouders, was ook niet het vooruitzicht dat ik voor mijn kinderen wenste. Nu is er rust, wat dat betreft. Maar als ik mensen hoor uitspreken dat ze overwegen te gaan scheiden, gaan er bij mij wel wat nekharen overeind. Ik kan het niet laten dan te benadrukken wat het betekent voor de kinderen, en wat het betekent om je kind te moeten missen op belangrijke momenten zoals verjaardagen of – en dat komt er ook voor mij nog aan – diploma-uitreikingen of (godbetert) huwelijken. En zij missen jou, als ouder. Altijd ontbreekt er één.

Ik kan alleen maar hopen dat wanneer de beslissing niet te vermijden is, en er gescheiden gaat worden, de ouders zo verstandig kunnen zijn de emoties opzij te zetten. De gekwetstheid, de jaloezie, de boosheid om het verdriet wat  hen aangedaan wordt. De kinderen kunnen er niets aan doen en hoeven niet gestraft te worden door geforceerd gescheiden leven. Praat met elkaar, zo goed als het kan, en durf samen de kinderverjaardagen te vieren zónder elkaar de aanwezigheid daarbij niet te gunnen. Voor de kinderen, voor hun gevoel en voor wat zij later zullen doorgeven aan hun eigen kinderen. Tegen nieuwe partners die zich in het spel willen mengen kan ik alleen maar zeggen: blijf er buiten. Steun jouw vriend(in), maar laat de kwestie waar ze hoort: bij hen. En respecteer de ex-partner, al vind je hem of haar nog zo’n (…).

Ik hoop van harte dat mijn zoon maandag een fantastische dag heeft, voorafgegaan door een waanzinnig weekend, waarin hij zich geliefd mag voelen. Dat ik van hem hou, dat weet hij. En ik vertel mezelf dat ik altijd bij hem ben, en dat ik de kaarsjes op de taart eigenlijk elke dag wel voor hem aansteek.. Ik koop een taartje en zal er van genieten. 16 jaar alweer moeder, dat is en blijft natuurlijk een bijzonder feit – en dat kan geen scheiding ooit veranderen.

Reacties

Er wordt in de publiciteit de laatste maanden steeds meer aandacht gegeven aan jongeren die overspannen of burnout zijn, depressief en zonder wil om te leven. Het is zeer triest dat jongeren deze ontwikkeling meemaken. De oorzaak van de ellende is een combinatie van de luxe omstandigheden waarin velen van ons verhoudingsgewijs leven, de sociale media die ‘geluk’ tot universeel streven hebben gebombardeerd, de ouders die qua opvoeding niet meer doen wat vorige generaties deden, het wegvallen van ‘ankers’ zoals geloof, en zo voorts.

Toch hoor ik ook een ánder geluid in de gesprekken die ik voer met studenten. Steeds vaker vertellen studenten dat ze het moe zijn, het nastreven van perfecte schoonheid en geluk. Ze zien heel goed wat de media proberen te doen, de beïnvloeding en de valse werkelijkheid. Ze bespeuren de ongemakken die ze naar aanleiding daarvan ervaren. Perfectionisme, faalangst, lage zelfbeelden. Ze worden er moe van en willen er eigenlijk niet meer aan mee doen. Ze gaan dan ook massaal ‘minderen’. Minder op alle fronten.

Snapchat viert hoogtij, Facebook is tanende. Waarom? Op snapchat kunnen foto’s geplaatst worden die slechts tijdelijk te zien zijn en ook niet met screenshots bewaard kunnen worden. Ze verdwijnen na een door de gebruiker zelf bepaald aantal seconden. Mijn kinderen (15 en 17 jaar) Snappen er lustig op los, en ik had het privilege eens te mogen meekijken. En wat blijkt? Er worden foto’s gedeeld van de minst mooie posities, de meest bleke gezichten en rare situaties. Het is de werkelijkheid die daar gedeeld wordt. Geen ‘altijd happy’ maar ook ‘gewoon zo’n dag als alle anderen’, daar op Snapchat.  Facebook zijn ze moe. ‘Daar staan alleen maar leugens op, ik weet best dat het niet zo goed met ze gaat als dat ze daar beweren..’ En de quotes zijn ook uitgemolken, zo lijkt het. ‘Be yourself!’ ‘Just be you!’ Hoe dan?

Ze realiseren zich ook steeds meer dat ze tijd winnen wanneer ze niet meer zoveel bezig zijn met onzinnige dingen. Dat ze ook meer focus hebben als ze de afleiding blokkeren. Steeds meer jongeren kopen mobiele telefoons waarmee ze echt alleen maar kunnen bellen en sms-en. Uit zelfbescherming tegen de negatieve invloeden die het internet heeft op hun tijdsbesteding én hun zelfbeeld, willen ze niet eens de optie Wifi meer op hun mobiel hebben. Steeds vaker hoor ik geluiden als: ‘ik doe niet meer mee met die onzin...’ en dat vind ik een positieve ontwikkeling.

Vanuit de jongeren zelf ontstaat er langzamerhand als vanzelf een afkeer van media. Niet alleen social media, ‘s maar ook commerciële TV-programma’s en sluikreclames kunnen steeds vaker rekenen op een druk op de ‘Off’-knop. Netflix daarentegen is populair: zelf kiezen waar je naar kijkt, én geen storende schreeuwerige reclames tussendoor – daar betaal je graag een tientje per maand voor. Wel weer uitkijken voor ‘binge-watching’, dan. Want teveel is nog steeds echt niet goed.

Ooit lieten Indianen zich verblinden door spiegeltjes die hen voorgehouden werden. Totdat ze beseften dat het slechts stukjes glas waren, die het licht van de zon weerkaatsten. Toen was de magie van de spiegels al snel voorbij, en lieten ze de prulletjes links liggen. Misschien is dat ook wat met Facebook (en andere media) is gebeurd: verblind door zoveel moois zijn we er massaal achteraan gelopen. Maar nu wordt langzaam duidelijk wat die sociale media nou eigenlijk met ons doen. En dan is de magie zo langzamerhand voorbij..

Afgaand op de geluiden die ik hoor vanuit de jongeren is de hoop op een generatie die rustig, zinvol en doelgericht bezig wil zijn met hun leven en met de wereld, toch niet vervlogen. Laten we vooral weer aandacht geven aan de positieve ontwikkelingen die er zijn. Initiatieven voor meer verbinding en rust duiken overal op, georganiseerd vanuit de jeugd zelf. Laten we dat vooral ZIEN en stimuleren, in plaats van het spotlicht steeds weer te richten op de negatieve ontwikkelingen.

‘Geluk is een stom streven,’ zei een studente laatst tegen mij, ‘ik ben gewoon tevreden. Dat is klein en overzichtelijk En dat is het beste wat me overkomen kan!’

Reacties

Mensen die nooit iets zeggen, niet hardop uitspreken wat ze ergens over denken, niet meedoen in een discussie, niet opstaan om ten overstaan van iedereen het woord te nemen en al helemaal niet hun gedachten in een blog delen, hebben beslist een makkelijker leven.

Dat stel ik dan maar eens zo. Want er is tegenwoordig wel wat lef voor nodig om je mening te geven. Iedereen heeft namelijk wél altijd een mening over wat de ander zegt of op één of andere manier uit. Dat dan weer wel. Alleen wordt die mening vaak niet rechtstreeks geuit tegen degene die het zou moeten horen. Men praat ‘achter de rug’, of appt, of mailt. Of zegt het gewoon bij de koffie. Het beste voorbeeld hiervan zijn social media, waar mensen in alle anonimiteit kunnen reageren naar hartenlust. En dat doen ze, volop en ongezouten. Ik vraag me wel eens af of dit soms zwijgers zijn die hun gram halen via Facebook? Normaal te bang om iets te zeggen, maar vanachter het scherm en via het keyboard de verbale held uithangend..

Het is van alle tijden, en het heet roddelen. Maar dat bedoel ik niet. Roddelen maakt meestal wel dat de roddelaar zich wat beter gaat voelen dan degene waar hij het over heeft, maar niet persé dat hij een makkelijker leven heeft. Tenzij de toehoorder niet instemt met de roddel en rechtstreeks uit dat hij het niet eens is met de roddel. Dan voelt de sprekende roddelaar zich meteen een stuk minder goed. Maar aangezien veel mensen niet in staat zijn hun mening rechtstreeks te geven, is de kans groot dat de luisteraar zijn mening over de roddel weer zal meenemen en bespreken met een ander. Dat roddelt dan zo lekker door.

Ik ken mensen die nooit hun mening lijken te geven. Die fietsen gewoon verder, knikken eens een keer meewarig. Maar zullen nooit betrapt worden op het uiten van hun echte, persoonlijke mening. Tenzij er sprake is van een verleden tijd. Dan zeggen ze: ‘Dat wilde ik tóen al zeggen!’ Maar verder kabbelt hun leven rustig verder. Schadevrij naar de eindstreep, zo lijkt het. Ik vermoed dat ze dagboeken bijhouden waarin ze hun mening ongezouten geven. Hoe houden ze dat anders vol?

Het is niet alleen van alle tijden maar ook van alle lagen in de bevolking. In families, in scholen en in bedrijven. Overal herken je de mens die het niet kan laten om zijn mening te poneren. En de mens die nooit een mening lijkt te hebben hoort dat aan en knikt bedachtzaam, of trekt een ‘nou, ik weet het nog niet zo’-gezicht. Daarnaast babbelen de meelopers vrolijk mee, de ene dag met de mening van Hans en de volgende dag met die van Petra. Sommige mensen antwoorden altijd met een wat ingehouden lachsalvo, waarna ze zenuwachtig hun haar gladstrijken.

Wanneer je nou uitgerekend zo iemand bent die het niet kan laten de mening uit de mond (pratend) of de vingers (al typend) te laten stromen, dan maak je het jezelf niet gemakkelijk. Want dan stel je je kwetsbaar op. Je geeft mensen de kans om op jouw mening te schieten, hem helemaal aan gort te schieten. En jij moet blijven staan. Met het risico dat je als een ware revolverheld in een duel terecht komt. Het is de kunst om de mening te geven met de hand op de holster. Zonder het geweer te trekken als er op jouw mening geschoten wordt. Dat is een kunst waarvan de zwijgers vermoeden dat ze die niet beheersen, maar die ook zeker niet vanzelfsprekend beheerst wordt door de praters.

Spreken is zilver, maar zwijgen is goud. Een spreekwoord waar sprekers mee worstelen. Want wat gebeurt er als iedereen zwijgt en niemand meer zijn echte mening uitspreekt, reageert, of schrijft, of überhaupt ventileert? Dan houdt de wereld toch langzaam op met draaien. Lijkt mij. Maar ik ben dan ook geen zwijger.

Kan me voorstellen dat het best lekker moet zijn om een zwijger te zijn.. al zou ik dan echt wel diepblauwe vingers krijgen. Al die dagboeken die ik dan moest vullen!

Reacties
..en meer!

Mens&Taal

Mens-en-taal

Sittard
E-mailadres: menstaal@gmail.com
Mens: coaching, begeleiding & Taal: tekst, voordracht, opinie