100ProcentLizette
Ik ben Lizette Colaris - aangenaam!
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Altijd 100Procent op de hoogte blijven? Abonneer je hier!

Passievrucht

In 2016 publiceerde Lizette Colaris haar eerste dichtbundel met het thema 'Passie'. Een kleurrijke collectie warme en meertalige fragmenten van passie!

MO

In 2016 debuteerde Lizette met een korte thriller: MO. Geschreven in het Sittards, in dezelfde uitgave staat ook de Nederlandstalige versie.

Meer informatie: www.zittesjethriller.nl

Mijn grootouders zijn alle vier al lang geleden overleden. Ze hadden allen een leven achter de rug dat gekenmerkt werd door eenvoud, door hard werken, geloven in een Lieve God en het verzorgen van de vele, vele kinderen (die met name door de invloed van meneer Pastoor talrijk waren – maar dat is een ander thema). Toentertijd was het normaal een gezin te hebben met elf, twaalf of veertien kinderen. Een huishouden waar de moderne man en vrouw op vandaag echt niet meer aan willen beginnen. Door de omstandigheden was er ook weinig tot geen tijd voor vertier, laat staan dat er geld was voor niet noodzakelijke feestelijkheden. Buren staken een helpende hand toe, als dat even kon, en vroegen daar niets anders voor terug dan een gelijkwaardige vorm van hulp.

Mijn oma waste de berg was die een gezin van dat formaat opleverde nog op de hand en legde die te drogen in de zon, als het weer dat toeliet. Mijn opa slachtte zelf het varken en zo kon het hele gezin weer een tijd vooruit. Natuurlijk was het een hard leven. Maar ook een leven dat duidelijk was. Vader werkte buitenshuis, moeder thuis, de kinderen hielpen mee en later kwam daar de aanhang bij, de kleinkinderen en nog later de achterkleinkinderen. Directe familie speelde een grote rol, en de buren waren de vriendenkring.

Hoe duidelijk is ons leven nu nog? Gezinsstructuren zijn niet vanzelfsprekend duidelijk meer. Behalve het gezin en ons werk hebben we bezigheden buiten de deur , want alle moderne apparatuur heeft ons het huishoudelijke werk uit handen genomen waardoor we veel vrije tijd krijgen die toch ook weer ingevuld dient te worden. We moeten voorkomen dat we ons gaan vervelen, dus moeten we wel iets blijven doen – al is het ‘maar’ het lezen van een boek, we moeten wel iets doen. Op zich niks mis mee, natuurlijk. Moeders werken buitenshuis, vaders thuis, gezinnen zijn samengesteld uit gebroken gezinnen en buren zijn vreemden.

Behalve de tastbare wereld waar wij in leven, kennen we inmiddels nog een wereld die niet tastbaar is. Ik zou het de Vierde Wereld willen noemen. De Wereld die internet heet, waar sociale kringen zijn ontstaan waar iedereen iemand is. Wie of wat je daar bent, bepaal je zelf. OF je daar bent, bepaal je ook zelf. Maar we kiezen er massaal voor deel te nemen aan deze Vierde Wereld, en sinds deze wereld ook beschikbaar is op mobiele telefoontoestellen lijkt de hel op aarde te zijn losgebarsten. We chatten en tweeten erop los, maken contact met alles en iedereen en hebben ‘vrienden’ bij de vleet. Betrouwbaar? In de Vierde Wereld is niet alles wat het lijkt (uitzonderingen daargelaten), maar het duurt lang voordat we daar achter komen.

Als mijn opa’s en oma’s zouden kunnen terugkeren naar onze moderne wereld, wat zouden ze dan zeggen? Wat zouden zij vinden van de manier waarop wij tegenwoordig leven? Ze zouden ongetwijfeld hoofdpijn krijgen van de voortdurende stroom aan informatie waaraan wij blootgesteld worden, het nieuws van de hele wereld is voortdurend en overal. Ze zouden duizelig worden van het tempo waarin wij ons leven draaien. En wat onze gezinnen betreft, kan ik me zo voorstellen dat ze zich hoofdschuddend zouden omdraaien en de weg naar vijftig jaar geleden op blote knieën zouden willen afleggen. En misschien ging ik dan wel mee.

Reacties

Kijk, die apen houden me nog steeds bezig. Laatst had ik er een discussie over. De stelling was iets in de zin van: misschien zouden mensenmannetjes hetzelfde moeten mogen doen als apenmannetjes. Dat zou wellicht een boel problemen doen verdwijnen. U begrijpt wat ik bedoel? Uiteraard werd deze stelling geponeerd door een mensenman. Dat begrijpt u aan de hand van de stelling vast al wel. Als mensenmannetjes niet gedwongen zouden worden zich te beperken tot één mensenvrouwtje, zou dat – aldus de stellige steller -  betekenen dat de mannetjesmens meer tevreden en minder gefrustreerd zou kunnen leven. Fluitend fladderend van bloem naar bloem. (Oh wacht, dat doen bijen. We waren bij de apen.)

Ik kon het niet laten deze stelling te weerleggen met een tégenstelling: mensenvrouwtjes zouden zich niet moeten beperken tot één mensenman. Maar dát gaat dan toch te ver. Dan is het mensenvrouwtje geen onschuldig ding meer. Dan verwordt het mensenvrouwtje al gauw tot een dame van lager allooij, die met rood kanten ondergoed de mannen verleidt tot het overspel.

Een mensenmannetje dat vrouwtjes najaagt en er plezier in schept een verzameling aan te leggen, daar wordt eventueel nog besmuikt om gelachen. Hij kan misschien zelfs rekenen op jaloerse blikken van medemensenmannen (twee keer lezen, dat woord). Want de mensenman die krampachtig zijn best doet zich te beperken tot een monogame relatie, droomt waarschijnlijk om de andere nacht van andere vrouwen. En dat is beslist niet steeds dezelfde. Ik heb voorbeelden gezien van dergelijke mensenmannen, in levenden lijve. Een publiek geheim, gedragen door de gemeenschap die smiespelend toekeek maar nooit en te nimmer ingreep. Dat bewijst weer dat het niet hypothetisch is, maar harde werkelijkheid.

Als mensenvrouwtjes een dergelijk gedrag vertonen, worden ze tegenwoordig niet meer naar de brandstapel gesleurd. We doen niet meer aan heksenvervolging, nee dat stadium zijn we ver voorbij. Maar geaccepteerd is het zeker ook niet. Modern als we zijn sturen we de vrouwen zelfs uit werken, in een mannenmaatschappij. Maar zelfs als ze het niet bewust doen, koketteren ze (zonder dat zo te bedoelen) rond de bureaus van mannelijke collega’s – althans, zo wordt dat uitgelegd. Want áls er iets voorvalt, zal ZIJ er wel om gevraagd hebben. Nietwaar? En ja, we zien het gebeuren. Het moderne feminisme resulteert in echtscheidingen en overspel. Of andersom. Tenminste, de beschuldigende vinger richt zich vaak op de vrouwelijke helft. De mannelijke helft treft geen blaam, aangezien zij nou eenmaal bepaalde behoeftes heeft. Zo lijkt het toch in de meeste gevallen te worden uitgelegd, of rechtgesproken.

Het monogamisme is ons vanuit de geschiedenis opgelegd, door kerk en staat. De geschiedenisboeken verhalen over heksenjachten op vrouwen waarvan vermoed werd, niet eens bewezen, dat ze overspelig zouden zijn geweest. De brandstapel was nog te goed voor dergelijke slechte wijven. We worstelen er blijkbaar al eeuwen mee, dus waarom laten we het dan niet los? Mijn stellige steller werd even stil van mijn tegenstelling. Stel dat zijn mensenvrouw dezelfde frivole neigingen zou krijgen, zou hij het dan nog zo verantwoord vinden? Dat was een moeilijke, zelfs bijna pijnlijke vraag. En dat blijft het.

Reacties

Nog een paar nachten slapen en dan wordt mijn zoon 16 jaar oud. Geweldig, een feest. Want een gezonde jongen met een goed stel hersens en talent voor muziek, dat is natuurlijk al een zegen van jewelste. Het is alleen zo jammer dat ik hem op zijn verjaardag niet zal zien. Geen seconde, geen minuut kan ik in zijn ogen kijken en hem vertellen hoe van harte ik hem wel niet wil feliciteren, en hoe graag ik hem die dag tot in de grond zou verwennen. Die dag is namelijk vastgelegd in een zogenaamd ouderschapsplan: ‘elk even jaar vieren de kinderen hun verjaardag bij hun vader, elk oneven jaar vieren ze de verjaardag bij hun moeder’. Het staat er zwart op wit, dus we moeten ons er aan houden.. denk ik. Helaas is de verstandhouding met hun vader niet van dien aard dat we gezellig kopjes koffie kunnen drinken samen. Het is niet voorstelbaar hóe jammer ik dat vind. En dat het zo geworden is, is ook niet alleen maar mijn schuld.. Maar al is het dan naar en vervelend voor míj, het is vooral naar voor de kinderen zelf. Ze willen er niet teveel over zeggen, om te voorkomen dat de één of de ander er verdrietig van zou worden, maar ik voel en weet dat ze het ook ontzettend vervelend vinden dat deze verdeling bestaat. Ze doen dapper mee, en verbergen hun verlangen en hun verdriet zodat de ouders zich niet heel erg schuldig hoeven te voelen. Maar schuldig zijn ze natuurlijk wel. Beide. Ik ben er van overtuigd dat de vader het net als ik heel vervelend vindt dat hij de verjaardag van zijn zoon om de twee jaar moet missen. En niet te vergeten: die van onze dochter ook…

Ik vind het wel goed dat ik gescheiden ben. Het was duidelijk dat het idee over wat ‘goed leven’ is, totaal niet overeen kwam tussen hem en mij. Het idee dat er een huwelijk zou blijven bestaan waar de kinderen dagelijks geconfronteerd zouden moeten worden met kiftende of elkaar negerende ouders, was ook niet het vooruitzicht dat ik voor mijn kinderen wenste. Nu is er rust, wat dat betreft. Maar als ik mensen hoor uitspreken dat ze overwegen te gaan scheiden, gaan er bij mij wel wat nekharen overeind. Ik kan het niet laten dan te benadrukken wat het betekent voor de kinderen, en wat het betekent om je kind te moeten missen op belangrijke momenten zoals verjaardagen of – en dat komt er ook voor mij nog aan – diploma-uitreikingen of (godbetert) huwelijken. En zij missen jou, als ouder. Altijd ontbreekt er één.

Ik kan alleen maar hopen dat wanneer de beslissing niet te vermijden is, en er gescheiden gaat worden, de ouders zo verstandig kunnen zijn de emoties opzij te zetten. De gekwetstheid, de jaloezie, de boosheid om het verdriet wat  hen aangedaan wordt. De kinderen kunnen er niets aan doen en hoeven niet gestraft te worden door geforceerd gescheiden leven. Praat met elkaar, zo goed als het kan, en durf samen de kinderverjaardagen te vieren zónder elkaar de aanwezigheid daarbij niet te gunnen. Voor de kinderen, voor hun gevoel en voor wat zij later zullen doorgeven aan hun eigen kinderen. Tegen nieuwe partners die zich in het spel willen mengen kan ik alleen maar zeggen: blijf er buiten. Steun jouw vriend(in), maar laat de kwestie waar ze hoort: bij hen. En respecteer de ex-partner, al vind je hem of haar nog zo’n (…).

Ik hoop van harte dat mijn zoon maandag een fantastische dag heeft, voorafgegaan door een waanzinnig weekend, waarin hij zich geliefd mag voelen. Dat ik van hem hou, dat weet hij. En ik vertel mezelf dat ik altijd bij hem ben, en dat ik de kaarsjes op de taart eigenlijk elke dag wel voor hem aansteek.. Ik koop een taartje en zal er van genieten. 16 jaar alweer moeder, dat is en blijft natuurlijk een bijzonder feit – en dat kan geen scheiding ooit veranderen.

Reacties

Er wordt in de publiciteit de laatste maanden steeds meer aandacht gegeven aan jongeren die overspannen of burnout zijn, depressief en zonder wil om te leven. Het is zeer triest dat jongeren deze ontwikkeling meemaken. De oorzaak van de ellende is een combinatie van de luxe omstandigheden waarin velen van ons verhoudingsgewijs leven, de sociale media die ‘geluk’ tot universeel streven hebben gebombardeerd, de ouders die qua opvoeding niet meer doen wat vorige generaties deden, het wegvallen van ‘ankers’ zoals geloof, en zo voorts.

Toch hoor ik ook een ánder geluid in de gesprekken die ik voer met studenten. Steeds vaker vertellen studenten dat ze het moe zijn, het nastreven van perfecte schoonheid en geluk. Ze zien heel goed wat de media proberen te doen, de beïnvloeding en de valse werkelijkheid. Ze bespeuren de ongemakken die ze naar aanleiding daarvan ervaren. Perfectionisme, faalangst, lage zelfbeelden. Ze worden er moe van en willen er eigenlijk niet meer aan mee doen. Ze gaan dan ook massaal ‘minderen’. Minder op alle fronten.

Snapchat viert hoogtij, Facebook is tanende. Waarom? Op snapchat kunnen foto’s geplaatst worden die slechts tijdelijk te zien zijn en ook niet met screenshots bewaard kunnen worden. Ze verdwijnen na een door de gebruiker zelf bepaald aantal seconden. Mijn kinderen (15 en 17 jaar) Snappen er lustig op los, en ik had het privilege eens te mogen meekijken. En wat blijkt? Er worden foto’s gedeeld van de minst mooie posities, de meest bleke gezichten en rare situaties. Het is de werkelijkheid die daar gedeeld wordt. Geen ‘altijd happy’ maar ook ‘gewoon zo’n dag als alle anderen’, daar op Snapchat.  Facebook zijn ze moe. ‘Daar staan alleen maar leugens op, ik weet best dat het niet zo goed met ze gaat als dat ze daar beweren..’ En de quotes zijn ook uitgemolken, zo lijkt het. ‘Be yourself!’ ‘Just be you!’ Hoe dan?

Ze realiseren zich ook steeds meer dat ze tijd winnen wanneer ze niet meer zoveel bezig zijn met onzinnige dingen. Dat ze ook meer focus hebben als ze de afleiding blokkeren. Steeds meer jongeren kopen mobiele telefoons waarmee ze echt alleen maar kunnen bellen en sms-en. Uit zelfbescherming tegen de negatieve invloeden die het internet heeft op hun tijdsbesteding én hun zelfbeeld, willen ze niet eens de optie Wifi meer op hun mobiel hebben. Steeds vaker hoor ik geluiden als: ‘ik doe niet meer mee met die onzin...’ en dat vind ik een positieve ontwikkeling.

Vanuit de jongeren zelf ontstaat er langzamerhand als vanzelf een afkeer van media. Niet alleen social media, ‘s maar ook commerciële TV-programma’s en sluikreclames kunnen steeds vaker rekenen op een druk op de ‘Off’-knop. Netflix daarentegen is populair: zelf kiezen waar je naar kijkt, én geen storende schreeuwerige reclames tussendoor – daar betaal je graag een tientje per maand voor. Wel weer uitkijken voor ‘binge-watching’, dan. Want teveel is nog steeds echt niet goed.

Ooit lieten Indianen zich verblinden door spiegeltjes die hen voorgehouden werden. Totdat ze beseften dat het slechts stukjes glas waren, die het licht van de zon weerkaatsten. Toen was de magie van de spiegels al snel voorbij, en lieten ze de prulletjes links liggen. Misschien is dat ook wat met Facebook (en andere media) is gebeurd: verblind door zoveel moois zijn we er massaal achteraan gelopen. Maar nu wordt langzaam duidelijk wat die sociale media nou eigenlijk met ons doen. En dan is de magie zo langzamerhand voorbij..

Afgaand op de geluiden die ik hoor vanuit de jongeren is de hoop op een generatie die rustig, zinvol en doelgericht bezig wil zijn met hun leven en met de wereld, toch niet vervlogen. Laten we vooral weer aandacht geven aan de positieve ontwikkelingen die er zijn. Initiatieven voor meer verbinding en rust duiken overal op, georganiseerd vanuit de jeugd zelf. Laten we dat vooral ZIEN en stimuleren, in plaats van het spotlicht steeds weer te richten op de negatieve ontwikkelingen.

‘Geluk is een stom streven,’ zei een studente laatst tegen mij, ‘ik ben gewoon tevreden. Dat is klein en overzichtelijk En dat is het beste wat me overkomen kan!’

Reacties

Mensen die nooit iets zeggen, niet hardop uitspreken wat ze ergens over denken, niet meedoen in een discussie, niet opstaan om ten overstaan van iedereen het woord te nemen en al helemaal niet hun gedachten in een blog delen, hebben beslist een makkelijker leven.

Dat stel ik dan maar eens zo. Want er is tegenwoordig wel wat lef voor nodig om je mening te geven. Iedereen heeft namelijk wél altijd een mening over wat de ander zegt of op één of andere manier uit. Dat dan weer wel. Alleen wordt die mening vaak niet rechtstreeks geuit tegen degene die het zou moeten horen. Men praat ‘achter de rug’, of appt, of mailt. Of zegt het gewoon bij de koffie. Het beste voorbeeld hiervan zijn social media, waar mensen in alle anonimiteit kunnen reageren naar hartenlust. En dat doen ze, volop en ongezouten. Ik vraag me wel eens af of dit soms zwijgers zijn die hun gram halen via Facebook? Normaal te bang om iets te zeggen, maar vanachter het scherm en via het keyboard de verbale held uithangend..

Het is van alle tijden, en het heet roddelen. Maar dat bedoel ik niet. Roddelen maakt meestal wel dat de roddelaar zich wat beter gaat voelen dan degene waar hij het over heeft, maar niet persé dat hij een makkelijker leven heeft. Tenzij de toehoorder niet instemt met de roddel en rechtstreeks uit dat hij het niet eens is met de roddel. Dan voelt de sprekende roddelaar zich meteen een stuk minder goed. Maar aangezien veel mensen niet in staat zijn hun mening rechtstreeks te geven, is de kans groot dat de luisteraar zijn mening over de roddel weer zal meenemen en bespreken met een ander. Dat roddelt dan zo lekker door.

Ik ken mensen die nooit hun mening lijken te geven. Die fietsen gewoon verder, knikken eens een keer meewarig. Maar zullen nooit betrapt worden op het uiten van hun echte, persoonlijke mening. Tenzij er sprake is van een verleden tijd. Dan zeggen ze: ‘Dat wilde ik tóen al zeggen!’ Maar verder kabbelt hun leven rustig verder. Schadevrij naar de eindstreep, zo lijkt het. Ik vermoed dat ze dagboeken bijhouden waarin ze hun mening ongezouten geven. Hoe houden ze dat anders vol?

Het is niet alleen van alle tijden maar ook van alle lagen in de bevolking. In families, in scholen en in bedrijven. Overal herken je de mens die het niet kan laten om zijn mening te poneren. En de mens die nooit een mening lijkt te hebben hoort dat aan en knikt bedachtzaam, of trekt een ‘nou, ik weet het nog niet zo’-gezicht. Daarnaast babbelen de meelopers vrolijk mee, de ene dag met de mening van Hans en de volgende dag met die van Petra. Sommige mensen antwoorden altijd met een wat ingehouden lachsalvo, waarna ze zenuwachtig hun haar gladstrijken.

Wanneer je nou uitgerekend zo iemand bent die het niet kan laten de mening uit de mond (pratend) of de vingers (al typend) te laten stromen, dan maak je het jezelf niet gemakkelijk. Want dan stel je je kwetsbaar op. Je geeft mensen de kans om op jouw mening te schieten, hem helemaal aan gort te schieten. En jij moet blijven staan. Met het risico dat je als een ware revolverheld in een duel terecht komt. Het is de kunst om de mening te geven met de hand op de holster. Zonder het geweer te trekken als er op jouw mening geschoten wordt. Dat is een kunst waarvan de zwijgers vermoeden dat ze die niet beheersen, maar die ook zeker niet vanzelfsprekend beheerst wordt door de praters.

Spreken is zilver, maar zwijgen is goud. Een spreekwoord waar sprekers mee worstelen. Want wat gebeurt er als iedereen zwijgt en niemand meer zijn echte mening uitspreekt, reageert, of schrijft, of überhaupt ventileert? Dan houdt de wereld toch langzaam op met draaien. Lijkt mij. Maar ik ben dan ook geen zwijger.

Kan me voorstellen dat het best lekker moet zijn om een zwijger te zijn.. al zou ik dan echt wel diepblauwe vingers krijgen. Al die dagboeken die ik dan moest vullen!

Reacties

Slachtoffer als ik ben van de commerciële tijd waarin wij leven, constateerde ik dat het abonnement van mijn mobiele telefoon alweer aan verlenging toe was. En dat betekent tegenwoordig bijna vanzelfsprekend dat je een nieuw telefoontoestel mag uitkiezen. Mag, want het is volgens de mensen die de telefoons leveren een voorrecht. Bovenaan de pagina met mijn telefoongegevens stond het: ‘U MAG VERLENGEN!’ Oh, nou, wat een feest! Volgens mij hoort daar MOET te staan, maar dat ter zijde.

Opgetogen surfte ik op de internetzee naar de pagina’s waar de nieuwe toestellen mij aanglansden. De een nog mooier dan de ander, en met veelbelovende namen. Galaxy, Xperia, Lumia, Optimus, Nexus en, nog mooier en nieuwer: The Life Companion! Ja, dat is hem! Daar heb je wat aan, een vriend voor het leven! Iemand die je begeleidt door de wilde, verwarrende tijd die je hier op aarde hebt. Een steun en toeverlaat in bizarre tijden. Een Life Companion. Dát leek me wel wat. Ik zag het al voor me. Wunschlos glücklich met mijn Life Companion in de hand probleemloos door het leven zweven. Wetend dat hij er altijd voor mij zal zijn. Wat een warm gevoel!

Opeens kwam er een melding in beeld, een zogenaamde pop-up. Dat vind ik grappig omdat dit nou eens een woord is dat direct duidelijk maakt wat het doet: het popt inderdaad up. In die pop-up stond dat ik gebruik kon maken van een chat-functie, zodat ik hulp van een medewerker kon krijgen. Chatten, met een echte persoon! Ja, natuurlijk.. als ik al op zoek was naar een Life Companion wilde ik zeer zeker ook graag met iemand kunnen chatten. Dus klikte ik op de pop-up. Er verscheen per direct een mededeling. Maikel ging mij helpen, hij zou zo een persoonlijk bericht typen. En al gauw kon ik zien dat hij aan het typen was. Maikel is aan het typen… Spannend! Wat zou hij typen? Hallo, mijn naam is Maikel. Heeft u misschien behoefte aan contact? Uhm ja.. Maikel. Eigenlijk wel. Ik had al binnenpret voordat Maikel zijn eerste zin getypt had.

Uiteraard was Maikel een goed getrainde professional die gerichte vragen stelde. Vragen die ik met ja en nee kon beantwoorden. En of ik zelf nog vragen had. Ik beschreef de twee toestellen waartussen ik twijfelde en vroeg wat nou het verschil was tussen beide. Maikel schreef terug. De Life Companion kon voelen. Schreef hij. Ik zakte bijna van mijn stoel. Een mobiele telefoon die kon voelen?! ‘Ja,’ schreef Maikel, ‘echt waar. Deze telefoon herkent uw lichaamswarmte.’   Dat is prima voer voor mijn fantasie. En zeker nu de hittegolf zijn hoogtepunt bereikt en ik het al warm heb als ik adem haal. In mijn gedachten kon deze telefoon nu echt iets anders dan de anderen: ik zag een ventilator eruit pop-uppen, een opblaasbaar-zwembad-pop-up, een frisse-verwencocktail-pop-up. En dat vroeg ik dan ook aan Maikel, of dat was wat de telefoon deed als reactie op mijn warmte. Maar helaas was het antwoord veel minder ludiek. Wat het dan wél was ben ik eigenlijk zelfs alweer vergeten.

Wat er wel gebeurde was dat Maikel en ik een heel prettig en lollig gesprek hadden. Gewoon, omdat lachen nou eenmaal gezond is en het leven al veel te vaak veel te serieus genomen wordt. Maikel wist niet wat hij meemaakte en vertelde me dat hij nog niet vaak zo gelachen had tijdens een chat. Dat vond ik dan toch wel weer erg triest. Zijn baan bestaat met name uit het te woord staan van grommende,  mopperende mensen die niet tevreden te stellen zijn. Dit zijn niet Maikels woorden hoor, mensen. Maikel is een heuse professional, die niet uit de school klapt. Maar een goede verstaander heeft slechts een half woord nodig om de inhoud te begrijpen. Treurig vond ik het.

Maikel bedankte me voor het prettige einde van zijn dienst. Alles wat ik geschreven had, had zijn dag goed gemaakt. Ik heb Maikel gezegd dat hij daar maar één ding voor terug hoefde te doen. En dat was zelf ook iemand eens aan het lachen brengen. Bij het tankstation, aan de kassa, overal zitten er mensen hun werk te doen en alle mensen hebben behoefte aan een vriendelijk woord of een lach. Geef het door, Maikel, zei ik. Dat is alles wat je hoeft te doen.

Oh ja, en hij heeft daarnaast ook nog een prima toestel met een voordelig abonnement voor mij geregeld. Over twee jaar ‘mag’ ik weer. En ik hoop dat Maikel dan nog aan de chatfunctie zit. Zijn chatgesprekken worden namelijk door zijn meerderen nagelezen, vertelde hij. Ik hoop dat zij daar, net als Maikel, een leuke dag aan over gehouden hebben. En Maikel? Nadat hij mij verteld had dat de gesprekken nagelezen worden, heb ik mij al typend persoonlijk tot zijn baas gericht, en Maikel de hemel ingeprezen. Omdat ik toch bezig was, heb ik maar meteen om een salarisverhoging voor die knul gevraagd.  Gewoon, omdat het kan. 

Reacties

Een paar jaar geleden zag ik een documentaire over een leraar in Japan*. De man had een stralende reputatie, was een zeer geliefd meester. En waarom? Omdat hij lesgaf met hart en ziel, met open ogen, open oren en een open hart. En vooral: omdat hij de leerlingen zijn vertrouwen gaf. Het vertrouwen dat ze alles zouden kunnen leren, als ze dat wilden. En dat de kracht nu juist in het vertrouwen lag, en in de band tussen de klasgenoten. De leerlingen leken zich te verheugen op elke dag dat ze weer naar school mochten gaan. Ze voelden zich gezien, gehoord en geliefd. Er was een grote vertrouwensband niet alleen tussen leerkracht en leerlingen maar ook tussen de leerlingen onderling. 

Een paar jaar geleden ontdekte ik ook het één en ander over het Finse onderwijssysteem. Inmiddels hebben veel media hier verslag over gedaan, mogelijk heeft u er zelf ook al iets over gehoord. Wat mij frappeerde in het hele systeem is dat het allemaal draait om (alweer) vertrouwen.  Er is geen onderwijsinspectie, men vertrouwt erop dat de docenten er alles aan doen om de leerlingen op de meest doeltreffende, juiste wijze te begeleiden. Docenten zijn universitair geschoold, en hebben aanzien. Dat betekent dat ouders erop kunnen vertrouwen dat deze mensen hun kinderen op de best mogelijke manier onderwijzen.

Zo langzamerhand kom ik er achter dat VERTROUWEN het sleutelwoord is. Wanneer mensen het vertrouwen krijgen, zelfvertrouwen maar ook het vertrouwen van een ander, dan gaan de prestaties de betere kant op. In het onderwijs met name, omdat hier met jonge mensen gewerkt wordt die volop in ontwikkeling zijn. En juist zij hebben vertrouwen nodig: ze moeten allereerst de onderwijzers kunnen vertrouwen - en op de kennis van de onderwijzers. Daarnaast moet er vertrouwen in de (jonge) leerlingen zijn. Het vertrouwen dat ze daadwerkelijk de wil hebben en in staat zijn te leren, veel te leren van wat ze nodig hebben om een zinvol leven te leiden. Wat dat zinvolle leven dan inhoudt, zullen ze gaandeweg gaan ontdekken wanneer ze met vertrouwen en in vertrouwen, op eigen wijze hun levenslessen mogen leren.

Een onderwijssysteem dat gebaseerd is op vertrouwen kent geen inspecties, geen onnodige (stressvolle) audits, geen afrekensysteem. Een vertrouwenrijk systeem stoelt op kwaliteit van leerkrachten, op normen en waarden en op een positieve visie ten aanzien van de mogelijkheden die elk mens heeft om zich te ontwikkelen - op welk niveau dan ook. 

In Nederland heerst helaas nog teveel de Calvinistische mentaliteit. We moeten bloed, zweet en tranen zien voordat we geloven dat iets goed is. Docenten en directies zijn door de angst voor de controlewaanzin en rendementsdruk tot het uiterste gedreven en hebben tot overmaat van ramp het vertrouwen verloren in het leeuwendeel van de aanstormende jeugd die door prestatiedruk ook niet meer weet waar ze het moet zoeken. Het tij moet keren, en snel ook. De toekomst waarin Artificial Intelligence ons als mensen overbodig dreigt te maken, schreeuwt om vertrouwen. Mensen zullen een berg vertrouwen nodig hebben in zichzelf en het leven, om een weg te vinden in een wereld waarin de baangaranties niet langer bestaan. Onze kinderen kunnen namelijk niet allemaal ICT-er worden. Een flexibele, creatieve manier van denken en leven is wat de toekomstige generaties nodig zullen hebben. En wanneer is een mens het meest flexibel en creatief? Juist. Wanneer hij bulkt van het vertrouwen!

 

* De Japanse Levensles - de klas van Mr. Toshiro Kanamori (Youtube)

 

Reacties

 

Om één of andere reden zijn we er de hele dag mee bezig. En als we er zelf niet mee bezig zijn dan zien we het op televisie, lezen het in de krant of horen het op de radio. Voor sommigen is het een beroepsafwijking, voor anderen een manier om zich beter of sterker te voelen, voor weer een ander heeft het zelfs (misschien onbewust) te maken met macht en heersen over het zelfbewustzijn van de anderen in zijn of haar omgeving. We beoordelen. Continu, steeds en overal. Beoordelen of veroordelen, de scheidslijn daartussen is erg vaag.

Gelooft u niet dat u beoordeelt? Kijkt u ook wel eens (net als een massa mede-Nederlanders) naar de shows op televisie, waar talent beoordeeld wordt (– of veroordeeld, het is maar hoe men het bekijkt)? En betrapt u zichzelf er dan niet op dat u onwillekeurig ook uw mening uitspreekt? Misschien zelfs hardop, terwijl er verder niemand in de betreffende ruimte aanwezig is? Om één of andere reden vinden we het aangenaam, het bekijken van andere mensen en dan beoordelen. Maar vinden we het óók fijn om beoordeeld te worden? Als deelnemer aan een dergelijke show, mogelijk wel. Deze mensen zijn op zoek naar een Oordeel. Ben ik goed of ben ik slecht? In het eerste geval is dat een glorieus moment, in het tweede een openbare afgang van formaat. Waar overigens een week later ook niemand meer over spreekt, maar dit terzijde.

Los van wat er op grote schaal in de media aan beoordeling plaatsvindt, zijn we allemaal steeds de criticus. We beoordelen de mensen om ons heen, onze vrienden, familieleden en ook onze partners. En door deze kritische houding heen verwachten wij dan van onze omgeving dat zij er geen bezwaar tegen hebben, de kritiek zelfs opvatten als een Grote Les en onmiddellijk hun gedrag of hun manier van doen aanpassen naar onze wensen. Is dat reëel? Wie bepaalt er eigenlijk wat de norm is. Ik hoor u denken: ‘Dat bepaal ik nog altijd zelf!’ En terecht. Knap als u dat weet vast te houden in deze überkritische maatschappij, mijn hoed af voor uw rechte rug.

Op dit moment zijn de mooiste beoordelingsshows in televisieland de zang- en dansshows van de commerciële zenders. Daar wordt veel geld verdiend aan het beoordelen van ‘talent’. Het is op een bepaalde manier ook nog ‘emo-tv’, met name op het moment dat de beoordeling uitgesproken wordt en het doek al dan niet zal vallen voor de kandidaat. Persoonlijk geniet ik dan nog het allermeest als een kandidaat afgewezen wordt, en reageert met de woorden: ‘Prima, dat is jullie mening. Maar ik ga gewoon door waar ik gebleven was en jullie zullen mij dan nog wel zien’. Dat zouden meer mensen moeten zeggen.

Reacties

“Mijn vader heeft al Engels gestudeerd maar die doet nu iets heel anders, die is webdesigner..”, zo onderbouwde de 18-jarige studente haar besluit om na afloop van de middelbare school toch niet te kiezen voor een WO studie Engelse Taal- en Letterkunde. “Dus, als ik het goed begrijp, vind jij dat jouw vader in zijn studiekeuze gefaald heeft. Want nu doet hij iets heel anders dan waarvoor hij gestudeerd heeft?” “Ja, eigenlijk wel.” Daarom heeft zij gekozen voor een meer gerichte beroepskeuze: Vertaler. Nog steeds vindt ze Engels het leukst, Spaans niet zo, het vertalen niet per sé. Maar om nou een studie te kiezen waarin je je uitsluitend richt op één taal, zoals haar vader gedaan heeft... De beroepsontwikkeling van haar vader toont in haar ogen aan dat dit geen goede gang van zaken zou opleveren: dan blijf je niet bij je eerste keuze. En heb je dus eigenlijk gefaald.

Een voorbeeld uit mijn praktijk als studentendecaan: eerstejaars studenten die halverwege het studiejaar niet helemaal zeker meer zijn van hun studiekeuze. Om allerlei redenen, overigens. Maar dat de ontwikkeling van het beroepsleven van de ouders op deze manier de studiekeuze kan beïnvloeden, dat had ik zelf nog niet bedacht. Op open dagen vraag ik ouders vaak of ze nu nog werken in het beroep waarvoor ze ooit gestudeerd hadden. Elke keer weer wordt dan bevestigd dat het merendeel van de ouders na het afstuderen iets heel anders is gaan doen. Dat het beroepsleven zich door de jaren heen in andere richtingen ontwikkeld heeft. Tenzij ze arts of verpleger zijn, die zijn in de wieg gelegd om te doen wat ze doen en blijven dat doen. Waar ik mij nog niet zo van bewust was is het aspect dat de kinderen het veranderen van beroep dus blijkbaar zien als een manier van falen: de eerste keuze heeft duidelijk niet gewerkt. En dat was toch wel de bedoeling?

De ouders hebben hun beroepskeuze veranderd door de jaren heen. Dat bevestigt voor de jonge kiezers dat de studiekeuze die aan de eerste beroepskeuze vooraf ging dus niet goed was. De beroepskeuze wordt immers aan onze 14- en 15-jarigen voorgesteld als iets definitiefs: als je kiest voor een opleiding, kies je definitief ook voor dat beroep. De werkelijkheid is echter weerbarstig: de koers van het leven, de ontwikkelingen in de economie, de persoonlijke groei – allemaal factoren die er toe kunnen leiden dat de eerste beroepskeuze gaandeweg herzien wordt. En dan kan een Taal- en Letterkundige twintig jaar later zomaar veranderd zijn in een webdesigner. Een ontwikkeling die dus inderdaad vrij ‘normaal’ te noemen is.

Daarmee is de studiekeuze en de twijfel over deze eerste keuze onmiddellijk te relativeren: je kunt nu een keuze maken, maar dat betekent niet dat je voor de rest van je leven in dat métier actief zult blijven. Gaandeweg stuur je bij, om allerlei redenen waarvan ‘ervaring’ geen onbelangrijke is. Dat is een normaal gegeven, dat is geen falen. Dat is ontwikkeling. Met deze insteek vermindert de druk van de eerste studiekeuze ook drastisch: je eerste studie is een beginpunt, en geen eindpunt. Het einde van het loopbaankeuzeproces is na ja afstuderen nog lang niet in zicht!

Eigenlijk is de studiekeuze of beroepskeuze die op de middelbare schoolleeftijd gemaakt wordt beter te zien als de eerste stap in een ‘loopbaankeuzeproces’, dat zich vanaf dan nog tientallen jaren zal blijven ontwikkelen. Steeds weer volgen er nieuwe stappen, nieuwe keuzes en komen er nieuwe opleidingen en trainingen op het levenspad. Pas na vele, vele jaren kan iemand dan hopelijk zeggen dat hij of zij zich steeds meer ontwikkeld heeft in een richting die echt goed past. Om dat al van iemand te verwachten die pas 16 of 17 jaar is, dat is wel heel erg veel.

“Heb jij jouw vader al eens gevraagd hoe het kan dat hij nu webdesigner is geworden?” “Nee, eigenlijk niet.” “Begin daar eens mee. En vraag dan ook je ooms en tantes maar eens wat ze doen en wat ze gestudeerd hadden, ooit.” De studente zucht. “Dit lucht wel op zeg. Ik ga hier eens goed over nadenken, mevrouw.” De Vertaalacademie lijkt plotseling toch niet zo’n slechte keuze, geeft ze aan. Misschien kan ze van daaruit ook nog andere dingen gaan doen, straks..  Waarom ook niet. Het leven is één groot groeiproces, met bochten en kronkels die ‘ontwikkeling’ heten. Ze is pas 18 jaar. Wie weet..

Reacties

Er zijn periodes in mijn leven geweest dat ik een fervent roker was. De reden dat ik er ooit mee begon, was de reden die zoveel jongeren ongewild hebben. Ongewild, want onbewust. Je wilt er graag bijhoren, en hebt helaas nog te weinig zelfkennis om te beseffen dat roken daar helemaal niks mee te maken zou moeten hebben. Daarbij was het roken in die tijd nog niet taboe, het was normaal. Zo normaal zelfs, dat mijn opa doordeweeks voor mij zijn sigarenbandjes bewaarde. Op zondag werden mij deze in een houten sigarenkistje met een plechtig gebaar overhandigd. “Ik heb iets voor je, kind..” Wat een kado! En ik kon niet genoeg krijgen van de geur van tabak vermengd met een lichte houtgeur, ik snoof het op en inhaleerde op die manier voor het eerst over mijn longen. Denk  ik. Mijn leeftijd toen? Een jaar of acht, negen.

Mijn eerste verslaving was dus feitelijk al vroeg geboren. Later kwamen daar nog andere, misschien minder schadelijke verslavingen bij. Chocolade, koffie, het bekende werk. Wijn, in bepaalde periodes van mijn leven ook wel. Gelukkig wist ik de genoemde verslavingen enigszins onder controle te houden. Genieten, maar met mate.

Maar er komen nieuwe verslavingen bij. Nieuwetijdsverslavingen, noem ik dat. Mensen zijn tegenwoordig verslaafd aan Dingen.  Was het zo’n twintig jaar geleden nog puur het materialisme waaraan men verslaafd kon zijn (het hebben om het hebben), tegenwoordig zijn het Dingen van een andere aard. Liefst dingen die per internet verbonden zijn. U weet wat ik bedoel?

Te pas en te onpas worden deze Dingen in de hand gehouden, geopend en gebruikt, zelfs als de situatie dat eigenlijk niet toelaat. Op de fiets, in de auto, tijdens een wandeling, tijdens het boodschappen doen, tijdens het babysitten, tijdens het tv-kijken, tijdens het koken, tijdens het strijken, tijdens het werken-voor-de-baas, tijdens het poepen, tijdens het eten… Ik kan het zo gek niet bedenken of ik heb meegemaakt dat mensen toch nog een hand (of twee!) vrij hebben om het Ding te gebruiken. U weet wat ik bedoel.

Zelf ben ik ook niet schadevrij natuurlijk. Maar ik ben bekend met het fenomeen ‘verslaving’, doordat ik gerookt heb. Ik weet dus wat het is om met een verslaving te beginnen, het eerst een beetje vies en raar te vinden, het dan volledig heerlijk te vinden en er van te genieten, maar het dan toch ook weer aardig beu te worden. Om het dan weer zo verdomd moeilijk te vinden er vanaf te komen.

Het Ding loslaten. Het Ding geluiden te horen maken die door de jaren heen al een Pavlov-effect gekweekt hebben. De verhoogde hartslag negeren bij het horen van dat ene bepaalde geluidje dat Contact betekent. Allemaal ontwenningsverschijnselen waar geen pilletje tegen helpt. Dus ik ga afkicken, zoals ik ook van het roken afgekickt ben. Cold turkey, op karakter. U weet wat ik bedoel.

Reacties
..en meer!

Mens&Taal

Mens-en-taal

Sittard
E-mailadres: menstaal@gmail.com
Mens: coaching, begeleiding & Taal: tekst, voordracht, opinie