100ProcentLizette
Ik ben Lizette Colaris - aangenaam!
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Altijd 100Procent op de hoogte blijven? Abonneer je hier!

Passievrucht

In 2016 publiceerde Lizette Colaris haar eerste dichtbundel met het thema 'Passie'. Een kleurrijke collectie warme en meertalige fragmenten van passie!

MO

In 2016 debuteerde Lizette met een korte thriller: MO. Geschreven in het Sittards, in dezelfde uitgave staat ook de Nederlandstalige versie.

Meer informatie: www.zittesjethriller.nl

Een dierbare vriend stelt mij een boek ter hand. Hij weet van mijn queeste, mijn zoektocht naar wat de mannen dan toch bezielt. Het boek gaat gehuld in een glanzende kaft, wit, met daarop een afbeelding van mooie damesbenen, gestoken in zwarte naaldhakken. Geschoten van achteren, met op de achtergrond, klein, ter hoogte van haar enkels, een lange speelgoedtrein. ‘ABSOLUT DARYA’, prijkt als titel op haar blote benen. Geschreven door een man:  Aaron Hetzler. Nog geen grote naam in de literaire wereld. Nog niet.

De kaft doet vermoeden dat er een reis beschreven gaat worden. Een reis naar aantrekkelijke damesbenen die genot beloven. Damesbenen die iemand toebehoren die het afleggen van een lange reis meer dan waard is. Ik begin te lezen. En eerlijk gezegd neemt het boek mij meteen in volle vaart mee. Tot ik vijf uur later de laatste pagina bereik en noodgedwongen afscheid moet nemen van het verhaal. De schrijver heeft besloten de lezer in verwarring achter te laten. Confuus en met slechts één vraag.

Maar voordat ik het over het einde ga hebben, eerst de reis die de woorden in het boek mij laten maken.  De schrijver neemt zichzelf als uitgangspunt. De vrienden die met hem in de kroeg zitten noemen hem bij zijn naam, Aaron. Dus dat doet vermoeden dat er autobiografische elementen verwerkt zijn in het boek. En wat er daarom meteen gebeurt, is dat er sympathie ontstaat tussen hem en mij. Ik kijk mee in zijn leven, en als onderzoekster van de mannelijke gedachtengang vind ik dat een genot.

Al vrij snel heb ik de indruk dat we hier te maken hebben met een (in goed Duits) Einzelgänger. Iemand die er (min of meer) bewust voor kiest zonder metgezel door het leven te gaan. Waarom? Bang geworden door ervaringen in de liefde die uitliepen op teleurstellingen, die diepe krassen in zijn hart hebben achtergelaten. De sympathie wordt alweer groter. Herkenbaar, meevoelbaar. Ik lees. En bedenk dat, als deze man als voorbeeld voor de mannelijkheid mag dienen, er dus mannen bestaan die net als sommige vrouwen, bang geworden zijn voor de liefde. Dat geeft vreemd genoeg hoop.

De hoofdpersoon leeft in de moderne tijd, de onze. Dus beschikt hij over internet en, u raadt het al, ondanks zijn angst voor de liefde, leeft de hoop op een gelukkig makend partnerschap toch nog in hem. Al doet hij pogingen dit te ontkennen. Aangespoord door familie en vrienden die hem eraan blijven herinneren dat hij, op 45-jarige leeftijd, nog steeds geen vaste partner heeft, begint hij aan zijn solistische bestaan te twijfelen. Herkenbaar? Uiteraard. Datingsites, wordt er dan geroepen. Probeer dat eens, er zijn voorbeelden genoeg van koppels die elkaar langs die weg hebben leren kennen en nu mateloos gelukkig zijn. Getrouwd en wel. Persoonlijk griezel ik er van. Een moderne vleesmarkt, waar de koopwaar glanzend uitgestald ligt maar ontegenzeggelijk niet vers meer is. Zo ook Aaron. Hem gebeurt wat schijnbaar veel mannen gebeurt: er verschijnen mails in zijn inbox die helemaal vanuit Rusland komen. En afkomstig zijn van mooie Russische dames, die op zoek zijn naar de ware en het Westerse geluk.

Heerlijk om als vrouw mee te kijken over Aaron’s schouder. Hij sleept me mee in zijn twijfels, zijn zoektocht naar de ware identiteit van Darya (de titel kwam niet uit de lucht vallen). Hij neemt mij mee als zijn gevoelens voor haar toenemen en onbedwingbaar worden. Passioneel omschrijft  hij de vele gevoelens die bezit van hem nemen.  Ik twijfel  nu. Ga ik u, mijn lezer, nog meer  vertellen? Bent u een man, dan is het boek ruimschoots de moeite waard lijkt mij. Om de reden dat er een ervaring omschreven wordt die voor velen van u bij een fantasie zal blijven. Of om de reden dat er meer dwazen zijn, behalve uzelf,  die zich steeds opnieuw verliezen in de mooie belofte van de liefde. En dat is ook meteen de reden waarom vrouwen dit boek zouden moeten lezen.

 

‘ABSOLUT DARYA’ werd uitgegeven in eigen beheer, zie www.aaronhetzler.nl voor verkoopadressen. 

Reacties

Onze welvaart draait ons langzaamaan de nek om. Dat is een drastische gedachte, zult u denken. Misschien wat overtrokken. Maar toch. We hebben het als Nederlanders nog nooit zo goed gehad. De economie groeit, de meeste mensen kunnen elke dag een boterham met beleg eten (of een meergranen pain pistolet belegd met prosciutto op een bedje van rucola, gedragen door een laagje pesto), hebben een dak boven een hoofd (of vier keer per jaar andermans dak via AirBnB of een ‘goedkoop’ hotelletje via booking.com), de verwarming draait (of we gaan twee keer per maand lekker naar de sauna om op te warmen). We hebben tijd over, want allerlei apparaten doen de vervelende klusjes (er rijdt bij steeds meer Nederlanders een Roomba door de woonkamer om het stof op te zuigen), dus alles wat we nog hoeven doen is ons druk maken over onszelf. Zijn we wel wie we echt zijn? Hebben we wel alle gaten en hoeken van onszelf goed ontwikkeld? Kunnen we die droom die zo onbereikbaar leek, alsnog waarmaken?

Duizenden coaches van allerlei allooi bieden ons de kans onszelf te ontwikkelen tot onze uiterste Zelf, met succes en rijkdom in het verschiet die zelfs voorbij onze stoutste dromen gaan. We moeten dingen anders doen, ons leven anders inrichten, alles laten wijzen naar één ding: onze Zelfontplooiing. Kasten vol zelfhulpboeken wachten op ons, bieden alle lessen die nodig zijn om ons bestaan dan toch eindelijk zinvol te maken. Daar hebben we tijd en geld voor, dus wat zouden we anders doen? Het kan, dus we doen het. Massaal zitten we te navelstaren en de stilte te zoeken. Terwijl de stilte in onszelf allang aanwezig is maar sinds tientallen jaren overstemd wordt door nutteloze info die ons brein vervuilt.

We staren naar tijdlijnen vol non-informatie op Facebook, we profileren onze ‘succesvolste zelf’ op LinkedIn, we Instagrammen onze successen, Twitteren onze mening de ether in en kijken meer dan  goed voor ons is naar de oh zo mooi voorgestelde wereld door onze telefoon. Ons brein slibt dicht door de onzinnige informatie, verstopt in goed verborgen (of juist niet) betaalde berichten van bedrijven en instellingen. We denken dat we die informatie niet opslaan, maar ergens in onze inwendige bits en bytes blijft de spam wel hangen. Onze processor draait overuren, we verspillen veel energie aan het boven water houden van ons systeem om te kunnen focussen.

Mensen, en dus Nederlanders, hebben een zinvolle invulling van de dagen van het leven nodig om met voldoening te kunnen leven. Maar wanneer is het tegenwoordig nog genoeg? ‘Verleg je grenzen, kom uit je comfort zone!’ Ja, graag. Maar wanneer is die zone dan groot genoeg? Wanneer mogen we ons er bij neerleggen dat het volstaat? Wanneer is onze Zelf voldaan en doorontwikkeld? Volgens de inspirators van de 21ste eeuw moeten we gewoon doorgaan, blijven leren en ontwikkelen totdat de zes planken zich om ons heen sluiten. We boeken intussen een verblijf van twee weken naar een meditatieparadijs waar we op een berg ons brein proberen leeg te maken. Om daarna in volle vaart weer in de TGV van het moderne Nederlandse leven te stappen. En dat begint met een fotoverslag van de waanzinnig mooie en zo louterende ervaring op Facebook.

Burnout en moe zijn we. Depressief en suïcidaal. Hoe dat kan? 

Reacties

De smartphone bestaat sinds 1992. Dankzij internet is het een onmisbaar item geworden, voor iedereen is er wel een reden waarom een smartphone een uitkomst is. Communiceren en bereikbaar zijn is er veel eenvoudiger door geworden, we kunnen er mee navigeren en eten bestellen. Maar oei, wat is het moeilijk om dat ding weg te leggen.. De ontwikkeling van apps ging razendsnel en voordat we het wisten konden we middels Whatsapp en een internetverbinding oneindig veel met elkaar communiceren – praktisch gratis.

Het valt me op dat veel mensen sindsdien moeite hebben met –letterlijk-  afstand nemen. Ze ontvangen en verzenden berichten en foto’s aan de lopende band, zijn zich niet meer bewust van hun gedrag. Overal, maar ook echt óveral, is de smartphone te vinden in de hand. Als iemand het verzonden bericht gezien heeft (af te lezen aan de blauwe vinkjes in de app), dan wordt er vanuit gegaan dat er ook meteen gereageerd wordt. Oh wee als dat niet direct gebeurt. Groot ongeduld. Maar ook ontzettende ongerustheid. Hoe dan ook: onrust, in het algemeen. Tussen geliefden (die willen weten wat de ander aan het doen is, en vooral wat die doet op de ‘foon’), tussen werkgevers en werknemers (‘jij bent altijd bereikbaar wanneer ik jou nodig heb’) , tussen vrienden (‘hee, waarom geef je geen antwoord…!!’), en tussen ouders en kinderen (‘lieverd, gaat het wel goed daar?’). De blauwe vinkjes kunnen ook uit gezet worden, dan is dus niet waarneembaar of het bericht gelezen is. Dat verschaft de ontvanger wat respijt. Maar de zender krijgt er soms een punthoofd van. “Waarom antwoord je nou niet?!”

Hoe rustig was het in de jaren dat ik opgroeide, merk ik op. Op de middelbare school had ik wat vrienden, we praatten in de pauzes de oren van elkaars hoofd. Na school fietsten we naar huis, gingen daar onze eigen dingen doen. De volgende dag kwamen we dan weer naar school en daar waren onze vrienden dan ook weer. Als we thuis waren en we wilden even contact met die vrienden, dan moesten we onze ouders vragen of we even mochten bellen. Dat mocht, maar ‘hou je gesprek kort en bondig, de tikken kosten veel geld!’. Toen ik later ging studeren (in de periode kort vóór de introductie van internet en smartphones), was er op de gang in mijn studentenflat een gemeenschappelijke keuken, gemeenschappelijke toiletten, een gemeenschappelijke wasmachine én een gemeenschappelijke telefoon. Daar hing een blocnote naast en een potlood aan een touwtje, en op de blocnote stond een rijtje voornamen met daarachter een getal: de verbruikte tikken. De tikkenmeter hing in de meterkast, en daar las je vooraf het startgetal af, en na je gesprek het eindgetal. Aan het einde van de maand kwam de telefoonrekening, en één van de bewoners die als beheerder was aangewezen, ging dan met ieder afrekenen. Behalve dat het relatief duur was, was de privacy ook gering: de telefoon hing open en bloot in de gang, dus iedereen kon (als die daar interesse in had) meeluisteren met jouw gesprek. Zo ging dat, en dat was normaal. Eens per week belde ik naar huis, op woensdag om 20.00 uur stipt. Dan praatte ik mijn moeder snel even bij en hing weer op. Ik moest mijn problemen zelf zien op te lossen en kon niet voor elk wissewasje mijn ouders benaderen. Dat heeft me een zekere mate van zelfstandigheid opgeleverd, die me later vaak goed van pas is gekomen. Dat besef ik nu pas, hoor. Op dat moment vond ik de vrijheid en onafhankelijkheid werkelijk waar heerlijk. Even geen moeder die over mijn schouder meekeek of mijn spullen nakeek. Dat kon op die manier, omdat ik geen noemenswaardige problemen had, dat besef ik.

Tegenwoordig raken ouders al in paniek als hun studerende kind niet binnen 12 uur online is geweest en geen virtueel teken van leven geeft. Terwijl dat kind gewoon bezig is zijn of haar eigen leven te leiden. Tenslotte zijn ze dan al 18, 19 jaar oud.. dus een bepaalde mate van zelfstandigheid en onafhankelijkheid mag wel aanwezig zijn. Kinderen moeten zich nou eenmaal losmaken van het ouderlijk nest, uitvliegen om af en toe weer binnen te vallen. Uitpuffen en opnieuw vliegen.

Mensen hebben de rare neiging hun kinderen te willen vasthouden tot ze meer dan volwassen zijn. Begrijpelijk, wanneer dat kind ondersteuning nodig heeft. Maar in het geval dat uw kind eigenlijk reëel gezien geen zorgondersteuning behoeft: doe hem/haar en uzelf een plezier. Laat ze (ook per sociale media) met rust. U geeft ze de kans om te leren, vooral van hun fouten. En dat is echt ergens goed voor. U heeft het tenslotte zelf toch ook overleefd?

Reacties

Facebook heeft eigenlijk iets weg van verliefdheid. Je ziet elkaar voor het eerst of voor het eerst sinds lange tijd, en bent onder de indruk van al het mooie, nieuwe, glimmende van elkaar. Alles ziet eruit alsof het leven één groot feest is, al komen er ook kettingbrieven langs die vragen om medeleven met mensen die aan kanker lijden. Maar verder: alles goud wat er blinkt, een prachtige buitenkant die doet vermoeden dat iedereen waar je ‘vrienden’ mee bent geworden een leven heeft als uit een boekje. Wat een feest.

Veel relaties ontstaan tegenwoordig op die manier, via Facebook. Relatiebemiddelingssites zouden jaloers zijn op de flirtactiviteit die op Facebook plaatsvindt. De lust spat van het scherm af, voor mannen zijn de single vrouwen er snel uit te filteren. Andersom geldt dat voor de vrouwen natuurlijk ook, en er worden geen doekjes om gewonden. Niet alleen de jongeren zijn vrij expliciet aan het flirten, ook de wat oudere generatie Echtscheidingsgevallen is zwaar vertegenwoordigd. Mannen en vrouwen die op zoek zijn naar zichzelf, dingen doen die ze ‘vroeger’ altijd wilden maar nooit deden. Dat levert veelbelovende foto’s en verleidelijke uitspraken. De hoop op Een Ander Leven. Dat zegt genoeg.

Facebook is een openbaar toegankelijke site, waar inmiddels diverse ‘mantels der liefde’ ingebouwd zijn die maken dat niet alles wat er gezegd of geschreven wordt, perse openbaar gelezen moet worden. Men stuurt privé-berichten rond dat het een lieve lust is, van grootmoeders recepten tot minder eerbare voorstellen.. en dat zien de zogenaamde vrienden niet van elkaar.  Er kunnen ook berichten op het ‘zichtbare’ profiel geplaatst worden die alleen voor de eigenaar zichtbaar zijn, niet voor de ‘vrienden’. De eigenaren willen ook helemaal niet dat hun ‘vrienden’ het allemaal kunnen meelezen. Mooie vrienden zijn dat. Er wordt bedrogen en bedonderd, geroddeld en gekletst als ware het de marktplaats van een provinciaal middelgroot stadje.

Op Facebook doet iedereen een beetje alsof wat dat betreft. Nu doen veel mensen dat in het Werkelijke Leven ook wel, maar op Facebook lijkt het alsof iedereen zo trots is op zijn of haar eigen leven dat de hele wereld het moet weten. En als ze elkaar dan in de werkelijkheid wat beter leren kennen, blijkt die ‘vriend’ na een tijdje niets meer of minder te zijn dan dat wat iedereen werkelijk is: mens.  Een vat vol fouten, missers en deukjes. Maar wel met een warme hand. En die zal Facebook toch echt nooit hebben. 

Reacties

‘Bijen hebben geen tijd voor flauwekul.’ Dat bedoel ik! Als je zo druk bezig bent met overleven, met voedsel verzamelen en bouwen aan de voorraad (in dit geval honing), heb je geen tijd om bezig te zijn met het Grote Hoe of Waarom. En ook niet met Wat Als. Of met Ergens Anders. Je bent zo druk dat je niet even op een bloemetje kunt gaan zitten filosoferen over ‘of ik wel gelukkig ben’

De mens, daarentegen, heeft door de technologische vooruitgang steeds meer lege tijd. Bergen tijd om te vullen, want de natuur van de mens dringt aan op activiteit: je moet wel iets dóen om gelukkig te kunnen voelen. Maar is op een steen zitten nadenken over ‘of ik wel gelukkig ben’ dan genoeg?

Op TV en radio werd ik bestookt met lekkermakers voor het TV-programma ‘De wereld rond met 80-jarigen’, op SBS6. Hoewel ik niet hou van reality-tv, en al helemaal niet van zware sponsoring die voortdurend in beeld komt, vond ik dit wel intrigerend. Ik heb inmiddels de eerste twee afleveringen gezien, en ik vind het een aandoenlijk, hartverwarmend verhaal. Elke aflevering is een feest! Acht mensen van om en nabij het 80ste levensjaar (de oudste is 83 jaar) hadden in hun leven geen tijd gehad voor flauwekul, ze moesten werken als de bijen. Ze hebben simpelweg gedaan wat ze moesten doen: zorgen voor het levensonderhoud van henzelf en de kinderen, met in hun kielzog de kleinkinderen. Geen tijd voor malle toestanden, geen geld voor verre reizen. In hun hoofd weinig plek voor dromen. Hoewel.. nu gaan ze tijdens hun reis wel nog een droom waarmaken. Ieder voor zich.

Het is ontzettend mooi om te zien hoe de ouderen reageren op alles wat ze meemaken. Hoe ontwapenend rechtstreeks de reacties zijn: ‘Nou, ik vind het maar koud in Moskou. Het is Moskoud, wat mij betreft!’, ‘Oh jaaa, dat is een waterpijp.. nou, dan ga ik voor het eerst high worden!’ Ze spreken niet of nauwelijks Engels of welke andere taal dan ook behalve hun regionaal getinte Nederlands. Het allermooist is te mogen meekijken naar hun reacties als die ene droom waargemaakt wordt. Als de man die zijn hele leven een circusschool heeft gedreven, achter de schermen in het Russisch Staatscircus mag rondwandelen. Het genot en de tevredenheid spatten van zijn rood aangelopen gezicht af. De tranen stonden in zijn ogen, en hij had er geen woorden meer voor. De overige 7 bejaarden genoten van hoe híj genoot, ze voelden met hem mee. Na Moskou was Dubai een de beurt. Zwaar onder de indruk van de pracht en praal, onhandig vanaf de 70ste verdieping bellend naar de Room Service (‘ik wil twee witte boterhammen. En een gebakken ei.’- ‘Sorry Sir, I need you to order.’ – ‘Ja, dat zeg ik. Twee boterhammen en een gebakken ei!’). Het is vertederend. 

Maar ook: het verdriet van de dame die haar man verloren is, en hem al twee jaar elke dag mist. Ze huilt als ze alleen op de hotelkamer in Moskou ligt. Ze had het zo vreselijk graag met hem gedeeld. Ze had graag met hem samen al die landen bezocht en al die mooie momenten meegemaakt. Het leven kan hard zijn, wat dat betreft.

Deze mensen hebben hun leven lang gewerkt, als nijvere bijen hebben ze honing aangesleept voor hun Koninginnen. Ergens in hun hart leefde een droom, die ze al wilden vergeten, zo aan het einde van hun verhaal. Die dromen mogen nu alsnog beleefd worden. Hebben ze dan een rotleven gehad? Nee. Ze zijn allemaal blij met alles. Dankbaar, tevreden en (en dit woord is echt uit de mode geraakt): nederig. Ze zijn overdonderd door alle traktaties in deze reis. En nederig? Ja. Ze voelen zich klein in al die weelde. Hun Hollandse nuchterheid maakt dat ze denken dat ze het misschien niet waard zijn, al die luxe. 

We zijn allemaal zo gewend geraakt aan de weelde om ons heen. Geen vaatwasser? Oh jee..! Mijn oma’s hadden een paar dagen nodig om de was van het gezin te doen, elke week weer. Ik, daarentegen, zet de wasmachine aan en ga een boekje lezen. Dat had ik mijn oma’s ook wel gegund. En als ik had geweten wat hun dromen waren, had ik ze accuut aangemeld bij SBS6.. 

Voor jullie, oma’s! Goeie reis!

Reacties

Mijn grootouders zijn alle vier al lang geleden overleden. Ze hadden allen een leven achter de rug dat gekenmerkt werd door eenvoud, door hard werken, geloven in een Lieve God en het verzorgen van de vele, vele kinderen (die met name door de invloed van meneer Pastoor talrijk waren – maar dat is een ander thema). Toentertijd was het normaal een gezin te hebben met elf, twaalf of veertien kinderen. Een huishouden waar de moderne man en vrouw op vandaag echt niet meer aan willen beginnen. Door de omstandigheden was er ook weinig tot geen tijd voor vertier, laat staan dat er geld was voor niet noodzakelijke feestelijkheden. Buren staken een helpende hand toe, als dat even kon, en vroegen daar niets anders voor terug dan een gelijkwaardige vorm van hulp.

Mijn oma waste de berg was die een gezin van dat formaat opleverde nog op de hand en legde die te drogen in de zon, als het weer dat toeliet. Mijn opa slachtte zelf het varken en zo kon het hele gezin weer een tijd vooruit. Natuurlijk was het een hard leven. Maar ook een leven dat duidelijk was. Vader werkte buitenshuis, moeder thuis, de kinderen hielpen mee en later kwam daar de aanhang bij, de kleinkinderen en nog later de achterkleinkinderen. Directe familie speelde een grote rol, en de buren waren de vriendenkring.

Hoe duidelijk is ons leven nu nog? Gezinsstructuren zijn niet vanzelfsprekend duidelijk meer. Behalve het gezin en ons werk hebben we bezigheden buiten de deur , want alle moderne apparatuur heeft ons het huishoudelijke werk uit handen genomen waardoor we veel vrije tijd krijgen die toch ook weer ingevuld dient te worden. We moeten voorkomen dat we ons gaan vervelen, dus moeten we wel iets blijven doen – al is het ‘maar’ het lezen van een boek, we moeten wel iets doen. Op zich niks mis mee, natuurlijk. Moeders werken buitenshuis, vaders thuis, gezinnen zijn samengesteld uit gebroken gezinnen en buren zijn vreemden.

Behalve de tastbare wereld waar wij in leven, kennen we inmiddels nog een wereld die niet tastbaar is. Ik zou het de Vierde Wereld willen noemen. De Wereld die internet heet, waar sociale kringen zijn ontstaan waar iedereen iemand is. Wie of wat je daar bent, bepaal je zelf. OF je daar bent, bepaal je ook zelf. Maar we kiezen er massaal voor deel te nemen aan deze Vierde Wereld, en sinds deze wereld ook beschikbaar is op mobiele telefoontoestellen lijkt de hel op aarde te zijn losgebarsten. We chatten en tweeten erop los, maken contact met alles en iedereen en hebben ‘vrienden’ bij de vleet. Betrouwbaar? In de Vierde Wereld is niet alles wat het lijkt (uitzonderingen daargelaten), maar het duurt lang voordat we daar achter komen.

Als mijn opa’s en oma’s zouden kunnen terugkeren naar onze moderne wereld, wat zouden ze dan zeggen? Wat zouden zij vinden van de manier waarop wij tegenwoordig leven? Ze zouden ongetwijfeld hoofdpijn krijgen van de voortdurende stroom aan informatie waaraan wij blootgesteld worden, het nieuws van de hele wereld is voortdurend en overal. Ze zouden duizelig worden van het tempo waarin wij ons leven draaien. En wat onze gezinnen betreft, kan ik me zo voorstellen dat ze zich hoofdschuddend zouden omdraaien en de weg naar vijftig jaar geleden op blote knieën zouden willen afleggen. En misschien ging ik dan wel mee.

Reacties

Er wordt in de publiciteit de laatste maanden steeds meer aandacht gegeven aan jongeren die overspannen of burnout zijn, depressief en zonder wil om te leven. Het is zeer triest dat jongeren deze ontwikkeling meemaken. De oorzaak van de ellende is een combinatie van de luxe omstandigheden waarin velen van ons verhoudingsgewijs leven, de sociale media die ‘geluk’ tot universeel streven hebben gebombardeerd, de ouders die qua opvoeding niet meer doen wat vorige generaties deden, het wegvallen van ‘ankers’ zoals geloof, en zo voorts.

Toch hoor ik ook een ánder geluid in de gesprekken die ik voer met studenten. Steeds vaker vertellen studenten dat ze het moe zijn, het nastreven van perfecte schoonheid en geluk. Ze zien heel goed wat de media proberen te doen, de beïnvloeding en de valse werkelijkheid. Ze bespeuren de ongemakken die ze naar aanleiding daarvan ervaren. Perfectionisme, faalangst, lage zelfbeelden. Ze worden er moe van en willen er eigenlijk niet meer aan mee doen. Ze gaan dan ook massaal ‘minderen’. Minder op alle fronten.

Snapchat viert hoogtij, Facebook is tanende. Waarom? Op snapchat kunnen foto’s geplaatst worden die slechts tijdelijk te zien zijn en ook niet met screenshots bewaard kunnen worden. Ze verdwijnen na een door de gebruiker zelf bepaald aantal seconden. Mijn kinderen (15 en 17 jaar) Snappen er lustig op los, en ik had het privilege eens te mogen meekijken. En wat blijkt? Er worden foto’s gedeeld van de minst mooie posities, de meest bleke gezichten en rare situaties. Het is de werkelijkheid die daar gedeeld wordt. Geen ‘altijd happy’ maar ook ‘gewoon zo’n dag als alle anderen’, daar op Snapchat.  Facebook zijn ze moe. ‘Daar staan alleen maar leugens op, ik weet best dat het niet zo goed met ze gaat als dat ze daar beweren..’ En de quotes zijn ook uitgemolken, zo lijkt het. ‘Be yourself!’ ‘Just be you!’ Hoe dan?

Ze realiseren zich ook steeds meer dat ze tijd winnen wanneer ze niet meer zoveel bezig zijn met onzinnige dingen. Dat ze ook meer focus hebben als ze de afleiding blokkeren. Steeds meer jongeren kopen mobiele telefoons waarmee ze echt alleen maar kunnen bellen en sms-en. Uit zelfbescherming tegen de negatieve invloeden die het internet heeft op hun tijdsbesteding én hun zelfbeeld, willen ze niet eens de optie Wifi meer op hun mobiel hebben. Steeds vaker hoor ik geluiden als: ‘ik doe niet meer mee met die onzin...’ en dat vind ik een positieve ontwikkeling.

Vanuit de jongeren zelf ontstaat er langzamerhand als vanzelf een afkeer van media. Niet alleen social media, ‘s maar ook commerciële TV-programma’s en sluikreclames kunnen steeds vaker rekenen op een druk op de ‘Off’-knop. Netflix daarentegen is populair: zelf kiezen waar je naar kijkt, én geen storende schreeuwerige reclames tussendoor – daar betaal je graag een tientje per maand voor. Wel weer uitkijken voor ‘binge-watching’, dan. Want teveel is nog steeds echt niet goed.

Ooit lieten Indianen zich verblinden door spiegeltjes die hen voorgehouden werden. Totdat ze beseften dat het slechts stukjes glas waren, die het licht van de zon weerkaatsten. Toen was de magie van de spiegels al snel voorbij, en lieten ze de prulletjes links liggen. Misschien is dat ook wat met Facebook (en andere media) is gebeurd: verblind door zoveel moois zijn we er massaal achteraan gelopen. Maar nu wordt langzaam duidelijk wat die sociale media nou eigenlijk met ons doen. En dan is de magie zo langzamerhand voorbij..

Afgaand op de geluiden die ik hoor vanuit de jongeren is de hoop op een generatie die rustig, zinvol en doelgericht bezig wil zijn met hun leven en met de wereld, toch niet vervlogen. Laten we vooral weer aandacht geven aan de positieve ontwikkelingen die er zijn. Initiatieven voor meer verbinding en rust duiken overal op, georganiseerd vanuit de jeugd zelf. Laten we dat vooral ZIEN en stimuleren, in plaats van het spotlicht steeds weer te richten op de negatieve ontwikkelingen.

‘Geluk is een stom streven,’ zei een studente laatst tegen mij, ‘ik ben gewoon tevreden. Dat is klein en overzichtelijk En dat is het beste wat me overkomen kan!’

Reacties

Online als we tegenwoordig zijn, moet ook het onderwijs mee in de vaart der dingen. Steeds meer scholen stappen dan ook over op het gebruik van e-books, en opdrachten worden al lang via mail of interne online systemen ingeleverd. Papier verdwijnt, dat schijnt zo te moeten. Direct gevolg hiervan is dat leerlingen in de lessen verschijnen met iPads, laptops en notebooks, inloggen op het wifi-netwerk van de school en dan aan de slag kunnen. Tot zover het plaatje zoals het bedoeld was: efficiënt en effectief.

En dan nu het plaatje zoals het er in de praktijk uitziet. Scholieren verschijnen op school (omdat dat nou eenmaal verplicht is), ploffen neer op hun plek, trekken hun iPad uit de tas en loggen in. Dan roepen ze naar hun vriend aan de andere kant van het klaslokaal welk spelletje ze gaan doen, en de pret kan beginnen. De docent begint de les, dat wil zeggen: begint stoïcijns het verhaal af te steken dat hoort bij de te behandelen stof, onaangedaan door het rumoer in de klas en houdt dat vol totdat het signaal komt dat de les beëindigd mag worden. Een handvol leerlingen doet een poging te begrijpen wat de docent zegt, maar heeft daar duidelijk moeite mee omdat het rumoer het betoog van de docent overstemt. De docent heeft door ervaring geleerd dat het geen enkele zin heeft de rumoermakers te willen afremmen: dat versterkt de strijdlust der opstandigen alleen maar. De docent kan het gedrag in de klas niet meer corrigeren, aangezien de leerlingen geen respect voor hem of haar hebben. Dat laten ze dag na dag opnieuw zien door hun ongeïnteresseerde gedrag en lakse houding.

Waar zijn we dan in godsnaam mee bezig? Dit is geen efficiënt lesgeven, dit is geen gebruik maken van de mogelijkheden maar een halfslachtige poging de middelen te gebruiken die er zijn.

Allereerst: waarom zijn studenten nog verplicht naar school te komen? (let wel: ik heb het niet over de middelbare scholieren, maar over MBO/HBO/universitair onderwijs). Ze zijn uiteindelijk toch zelf verantwoordelijk voor hun resultaten en moeten ook zelf kunnen inschatten of ze instructie nodig hebben, of ondersteuning. Laat studenten daarom intekenen op de cursus (het vak, nu even niet de schoolse ‘les’). Inschrijving betekent dat ze zichzelf verplichten te verschijnen in de lessen. Na inschrijving niet verschijnen? Dan geen examen. Niet inschrijven? Oke, dan mag je wel examen doen maar dan ben je zelf verantwoordelijk voor het hoe en wat van het studeerproces. Op deze manier houdt de docent zijn betoog vervolgens wellicht slechts voor een handvol studenten. Maar dat zijn dan wel de studenten die enigszins gemotiveerd zijn, waar misschien nog iets van een discussie mee aan te gaan is. Deze docent zal fluitend naar zijn of haar werk kunnen gaan, dat kan niet anders. Sterker nog: de docent zal aangezet worden om zelf ook meer energie in de toelichting van de lesstof te steken. En dat is precies wat echte docenten leuk vinden. Mooi meegenomen dus. Medestudenten zullen ook respectvoller met elkaar omgaan. Het is tenslotte hun bewuste keuze daar aanwezig te zijn, en wel allemaal met hetzelfde doel: een examen met (zeer) goed gevolg afleggen.

Dus geen aanwezigheidsplicht maar een aanwezigheidsrecht. Een recht waar je gebruik van kunt maken, maar wel met daaraan verbonden de plicht om te verschijnen en actief mee te doen. Dat uiteraard wel.

Op deze manier worden er uiteindelijk misschien minder studenten actief opgeleid, maar zal het kwalitatieve niveau van de studenten die afstuderen vele malen hoger kunnen zijn.

Waarom zou een docent de aantekeningen bij de stof niet online beschikbaar kunnen stellen? Mooie powerpoint, hupsakee. Youtube is beschikbaar voor een toelichtingsfilmpje, mogelijk ingesproken door de docent zelf.  De docent hoeft niet persee naar school te komen om les te geven. De vijf werkelijk gemotiveerde studenten kunnen met hem of haar skypen, facetimen, wanneer het maar uitkomt. En dan hebben we een plaatje zoals het bedoeld was: effectief en efficiënt.

Reacties

Mensen die nooit iets zeggen, niet hardop uitspreken wat ze ergens over denken, niet meedoen in een discussie, niet opstaan om ten overstaan van iedereen het woord te nemen en al helemaal niet hun gedachten in een blog delen, hebben beslist een makkelijker leven.

Dat stel ik dan maar eens zo. Want er is tegenwoordig wel wat lef voor nodig om je mening te geven. Iedereen heeft namelijk wél altijd een mening over wat de ander zegt of op één of andere manier uit. Dat dan weer wel. Alleen wordt die mening vaak niet rechtstreeks geuit tegen degene die het zou moeten horen. Men praat ‘achter de rug’, of appt, of mailt. Of zegt het gewoon bij de koffie. Het beste voorbeeld hiervan zijn social media, waar mensen in alle anonimiteit kunnen reageren naar hartenlust. En dat doen ze, volop en ongezouten. Ik vraag me wel eens af of dit soms zwijgers zijn die hun gram halen via Facebook? Normaal te bang om iets te zeggen, maar vanachter het scherm en via het keyboard de verbale held uithangend..

Het is van alle tijden, en het heet roddelen. Maar dat bedoel ik niet. Roddelen maakt meestal wel dat de roddelaar zich wat beter gaat voelen dan degene waar hij het over heeft, maar niet persé dat hij een makkelijker leven heeft. Tenzij de toehoorder niet instemt met de roddel en rechtstreeks uit dat hij het niet eens is met de roddel. Dan voelt de sprekende roddelaar zich meteen een stuk minder goed. Maar aangezien veel mensen niet in staat zijn hun mening rechtstreeks te geven, is de kans groot dat de luisteraar zijn mening over de roddel weer zal meenemen en bespreken met een ander. Dat roddelt dan zo lekker door.

Ik ken mensen die nooit hun mening lijken te geven. Die fietsen gewoon verder, knikken eens een keer meewarig. Maar zullen nooit betrapt worden op het uiten van hun echte, persoonlijke mening. Tenzij er sprake is van een verleden tijd. Dan zeggen ze: ‘Dat wilde ik tóen al zeggen!’ Maar verder kabbelt hun leven rustig verder. Schadevrij naar de eindstreep, zo lijkt het. Ik vermoed dat ze dagboeken bijhouden waarin ze hun mening ongezouten geven. Hoe houden ze dat anders vol?

Het is niet alleen van alle tijden maar ook van alle lagen in de bevolking. In families, in scholen en in bedrijven. Overal herken je de mens die het niet kan laten om zijn mening te poneren. En de mens die nooit een mening lijkt te hebben hoort dat aan en knikt bedachtzaam, of trekt een ‘nou, ik weet het nog niet zo’-gezicht. Daarnaast babbelen de meelopers vrolijk mee, de ene dag met de mening van Hans en de volgende dag met die van Petra. Sommige mensen antwoorden altijd met een wat ingehouden lachsalvo, waarna ze zenuwachtig hun haar gladstrijken.

Wanneer je nou uitgerekend zo iemand bent die het niet kan laten de mening uit de mond (pratend) of de vingers (al typend) te laten stromen, dan maak je het jezelf niet gemakkelijk. Want dan stel je je kwetsbaar op. Je geeft mensen de kans om op jouw mening te schieten, hem helemaal aan gort te schieten. En jij moet blijven staan. Met het risico dat je als een ware revolverheld in een duel terecht komt. Het is de kunst om de mening te geven met de hand op de holster. Zonder het geweer te trekken als er op jouw mening geschoten wordt. Dat is een kunst waarvan de zwijgers vermoeden dat ze die niet beheersen, maar die ook zeker niet vanzelfsprekend beheerst wordt door de praters.

Spreken is zilver, maar zwijgen is goud. Een spreekwoord waar sprekers mee worstelen. Want wat gebeurt er als iedereen zwijgt en niemand meer zijn echte mening uitspreekt, reageert, of schrijft, of überhaupt ventileert? Dan houdt de wereld toch langzaam op met draaien. Lijkt mij. Maar ik ben dan ook geen zwijger.

Kan me voorstellen dat het best lekker moet zijn om een zwijger te zijn.. al zou ik dan echt wel diepblauwe vingers krijgen. Al die dagboeken die ik dan moest vullen!

Reacties

Carrièrebeest als ik ben, ga ik opnieuw op zoek naar een baan. Tegenwoordig noemen we dat ‘een nieuwe uitdaging’, althans die kreet zie ik bij bijna alle andere kandidaten langskomen. Men prijst zichzelf aan als gemotiveerd, enthousiast, op zoek naar een uitdaging. En dat zal beslist zo zijn. Ik ben ook gemotiveerd, enthousiast, en op zoek naar een uitdaging. Alweer. Want een contract voor langere duur, dat zit er tegenwoordig toch echt niet meer in. Drie maanden, een half jaar, een jaar – langer duurt de arbeidsrelatie tegenwoordig vaak niet meer, althans niet voor nieuwe werknemers.

Waar dat aan ligt mag duidelijk zijn: het is voor werkgevers niet aantrekkelijk om mensen voor langere tijd in dienst te nemen. Om diverse redenen, waarvan de meeste toch belastingtechnisch getint zijn. Een publiek geheim, dat met instemming ontvangen wordt als het op feestjes en partijen aan de kaak gesteld wordt. Iedereen weet dat de kosten van het hebben van een personeelsbestand exorbitant geworden zijn. Dus werken steeds meer mensen als freelancer of zzp-er of iets anders – maar niet als medewerker-in-dienst.

Hierdoor worden ook de arbeidsjubilea schaars. Wie op vandaag nog een 40-jarig jubileum bij de baas kan vieren, mag zich vrijwel zeker één der laatsten der Mohikanen noemen. Een 40-jarig jubileum betekent dat de arbeidsrelatie is aangegaan in 1973, mensen. 1973, toen nog niet iedereen twee auto’s, een groot huis en drie vakanties per jaar had. Toen moeders nog thuis waren als de kinderen uit school kwamen, en buren elkaars voornamen nog kenden. Toen vaders als ze op zondag goed gezind waren, het gezin meenamen naar de speeltuin om te schommelen tot ze misselijk van de limonade en de koekjes waren. Oei. Ik realiseer me net dat ik in 1973 nog een vrolijke peuter was. Dat is ook pijnlijk.

Sinds 1973 heeft alles een grote vlucht genomen. Meisjes werden gestudeerde vrouwen, moeders met banen. En dat is prima, al is naar mijn idee de balans in de thuissituatie onder druk komen te staan. Kinderen hebben heel ouderwets dingen nodig die met een R beginnen (Rust, Reinheit, Regelmaat), maar dat is een ander onderwerp. En vaders worden door de baas vaak genoeg nog geacht fulltime aanwezig te zijn. Terwijl ze graag meer betrokken zouden zijn bij de opvoeding van hun kroost. Daar kom ik graag in een andere column uitgebreid op terug. Deze keer gaat het even over mij en mijn queeste naar werk.

Ik ga dus opnieuw op zoek naar een nieuwe baan, een veelgevraagde uitdaging. Ik zet mijzelf in de etalage van diverse ‘winkels’, met namen als LinkedIn, naast alle andere lotgenoten die hetzelfde zoeken als ik. Ik poets mijn imago op middels een herschreven CV en probeer overtuigend uit te stralen dat ik gemotiveerd ben en een zaligmakende uitdaging zoek. En ik hoop dat de werkgever die de winkelstraat van sollicitanten afstruint, zich realiseert dat ik hem of haar in staat stel nog eens iets unieks te realiseren. Ik kan namelijk met het grootste gemak nog een 25-jaar-bij-de-baas- jubileum halen! Zal mij benieuwen wie die uitdaging nog eens echt aan wil gaan…

 

Reacties
..en meer!

Mens&Taal

Mens-en-taal

Sittard
E-mailadres: menstaal@gmail.com
Mens: coaching, begeleiding & Taal: tekst, voordracht, opinie