100ProcentLizette
Ik ben Lizette Colaris - aangenaam!
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Altijd 100Procent op de hoogte blijven? Abonneer je hier!

Passievrucht

In 2016 publiceerde Lizette Colaris haar eerste dichtbundel met het thema 'Passie'. Een kleurrijke collectie warme en meertalige fragmenten van passie!

MO

In 2016 debuteerde Lizette met een korte thriller: MO. Geschreven in het Sittards, in dezelfde uitgave staat ook de Nederlandstalige versie.

Meer informatie: www.zittesjethriller.nl

In de Rotterdamse haven draait men een proef met geautomatiseerde systemen. Het lossen van de vracht van grote schepen is deels nog wel mensenwerk, maar vanaf het moment dat de trossen vastgelegd zijn door de ruwe mensenhand, komt er geen mannetje meer aan te pas. Nou: ééntje dan. Die zit met de joystick in de hand in een leren zetel in de stuurkamer. Beneden, buiten, gebeurt alles verder geheel automatisch. Vlekkeloos glijdt de kraan naar het schip, takelt de containers er één voor één vanaf en zet ze neer op een vrachtwagen die (zonder bestuurder) gladjes de weg zoekt naar de opslagplek. Daar aangekomen doet weer een automatisch aangestuurde kraan de rest en tilt de container op de opslagplek. Glad en zonder hobbels verloopt het proces. Onder aansturing van één meneer. Prachtige vooruitgang, mogelijk gemaakt door de techniek. Toch?

Maar: waar zijn de andere havenwerkers gebleven? De haven van Rotterdam was in het verleden toch een bron van inkomsten voor vele arbeiders die, hoewel ongeschoold, zeker wel van wanten wisten? Waar zijn ze gebleven, de mannen met armen als staalkabels? Ik probeer mij een voorstelling te maken van wat er gebeurt als de techniek het overgenomen heeft en de arbeider overbodig geworden is.

In het eerste, meest onwaarschijnlijke scenario hebben de arbeiders een flinke bonus gekregen. Flink genoeg om het gezin eens in de vier maanden te trakteren op een prettige vakantie, een beduidend grotere woning aan te schaffen, elk volwassen lid van het gezin van een Audi te voorzien, de studies van de kinderen geheel te betalen en de vrouw des huizes te fêteren op een plastische behandeling die haar zo goed als nieuw maakt. Vanaf de dag dat de techniek zijn intrede deed heeft het de levens van de arbeiders werkelijk mooier gemaakt.  In dit fantastische scenario dan toch. Overigens lijkt dit scenario aardig op wat er gebeurt als bankdirecteuren de zaak noodgedwongen moeten verlaten. Dat terzijde.

Het tweede, meer waarschijnlijke scenario is helaas anders. De arbeiders zijn er met een jodenfooi uitgewerkt, hebben zogenaamde jobcoaching gehad die nergens toe geleid heeft en zitten over een paar jaar in de bijstand. Moeders zal een baantje er bij moeten zoeken, dan heeft ze er twee, als schoonmaakster. De kinderen hoeven niet eens te dénken aan doorstuderen. Dat wordt hamburgers bakken bij de MacDonalds of kiphormonenburgers bij de KFC. Een eigen auto zit er voorlopig niet in voor het gezin, laat staan voor de jongeren.  Vaders is zijn rol als kostwinnaar kwijt en vraagt zich dagelijks én nachtelijks af hoe het zo ver heeft kunnen komen. En ziet geen uitweg maar alleen robots om zich heen als hij een poging doet in de nacht tot rust te komen.

Laten we dan eens nadenken over een derde scenario. Hoe het óók kan. Mét technologische ontwikkelingen. In het derde scenario heeft elke Nederlander een basisinkomen. Laten we zeggen, 1000 euro per maand. Daar hangen geen voorwaarden aan vast zoals sollicitatieplicht of verantwoording. Dat geld krijgt elke Nederlander maandelijks op zijn rekening. Daarmee kan de huur betaald worden, voeding of kleding, elke Nederlander mag zelf beslissen waar hij dat geld aan spendeert. Te gek voor woorden, hoor ik u roepen. Onmogelijk! Toch zou dit betekenen dat de basisbehoeften (vandaar: basisinkomen) afgedekt zijn. Geen zorgen betreffende de primaire behoeften, al is het nog steeds geen vetpot als het bij 1000 euro per maand blijft. Een gemiddelde student heeft in Nederland zo’n 1200 euro per maand nodig om rond te komen. Zonder bachanale toestanden: gewoon rondkomen. Wil de arbeider uit de haven dus meer dan 2000 euro (want zijn vrouw krijgt ook het basisinkomen) per maand, of heeft hij meer nodig, dan zal hij in actie moeten komen. Laat die arbeider nou bedacht hebben dat hij samen met zijn vrouw een mobiel restaurant wil beginnen? Of een groententuin, waarvan hij de oogst gebruikt om potten pastasaus te maken die hij wil verkopen? Of een kleine auto wil aanschaffen om pakjes rond te brengen? Of.. of.. of…? Hij zal in elk geval mogen kijken naar wat hij wíl en wat hij kan doen, en daarnaast ook de rust hebben om bijvoorbeeld het gras van de lokale voetbalclub elke week te maaien. Ik noem maar iets. Ik hoop dat u, mijn lezer, zelf in staat bent positief te kijken naar de talloze mogelijkheden die onze arbeider heeft in deze constellatie.

Welk scenario  is het meest kansrijk, denkt u? De documentaire van VPRO’s Tegenlicht (zondag 26 april 2015) heeft de mogelijkheden van de automatisering mooi in beeld gebracht. Ik wacht op de sequel: Over-leven na het werk. En dan?

 

Reacties

Zeker, ik ben me er van bewust dat iedere generatie hetzelfde zegt over de jongeren. Elke generatie heeft iets te klagen over de jongeren. Tenslotte herhaalt de geschiedenis zich. Traditioneel zeggen ‘oudere’  mensen dat de jeugd lui is, niks nuttigs doet, en zich nergens iets van aantrekt. Toen ik een puber was hoorde ik ‘oudere’  mensen zulke dingen ook zeggen maar eerlijk gezegd dacht ik dan altijd dat ze het over de anderen hadden, want ik herkende mijzelf niet in hun kritiek.

Inmiddels ben ik zelf op weg een ‘oudere’  te worden, en ik kan het niet ontkennen: ook ik begin een mening te ontwikkelen over de zogenaamde Jeugd van Tegenwoordig. Jammer vind ik het. Echt heel jammer. Ik had zo graag afgeweken van de norm. Ik had zo graag willen zeggen dat de nieuwe generatie verfrissend anders is, vernieuwend en verbazingwekkend gemotiveerd om iets te veranderen, iets bij te dragen aan onze vileine wereld.

Helaas. Ik krijg er buikpijn van als ik hoor wat ze zeggen, als ik zie wat ze doen en als ik lees wat ze schrijven – met name op de ‘sociale’ media.. Deze mensen zijn op weg onderdeel te gaan uitmaken van onze maatschappij, ze moeten de in verval geraakte economie gaan opvijzelen, onze pensioenen enigszins veilig stellen en de wereld leefbaar houden en maken voor de alweer volgende generatie. In plaats daarvan maken ze zich met name druk om de materiele dingen die volgens hen nog ontbreken aan hun geluk. Talloze voorbeelden ken ik van jongere dames die echt niet gelukkig kunnen zijn als ze hun nagels niet elke week laten bijwerken en zich alleen maar druk lijken te maken om de kleur van hun haar. Ik zie en hoor jongens die het belachelijk vinden, een bijbaan, werken voor een minimumloon en doen wat de baas vraagt. Ronduit dom hoor, als je dat doet. Blijkbaar hebben zij een manier ontdekt om geld te krijgen die ik nog niet ken, want zij rijden rond in een te dure auto, dragen dure zonnebrillen en hebben niks zinnigers te doen dan op stap gaan, dronken worden en uitslapen. Heb ik toch ergens iets gemist en doe ik toch blijkbaar iets helemaal verkeerd. En ze gedragen zich op een bepaalde manier als peuters. Ze willen iets en ze willen het NU. Niet straks, niet later. NU. En als dat niet kan, dan wordt er een flink drama uit de kast getrokken waar ouders dusdanig van schrikken dat ze dan toch maar heel snel tegemoet komen aan de oh zo dringende wens van de dreinende puber.

Eerlijk is eerlijk: er zijn natuurlijk uitzonderingen. Godzijdank zijn er uitzonderingen! Jongens en meiden die wel lid zijn van een vereniging, die daar ook nog echt tijd voor vrij maken en meehelpen zonder dat daar geld tegenover moet staan. Jongeren die wel een baantje als vakkenvuller hebben (en dat in het gezelschap van andere jongeren liever niet vertellen – sinds wanneer mogen we er niet meer trots op zijn dat we werken voor ons geld?), die sparen voor zoiets als een opleiding voor het rijbewijs. Ouderwets, bijna. Maar is het daarom minder cool? Een bepaald deel van de generatie NU lijkt dat te denken. Zij leven vooral in het NU en helemaal nog niet in het LATER. En LATER zullen we dan wel zien hoe het verdergaat. En wat deze generatie, die dan weer de ‘oudere’  generatie is, van mening zal zijn over de dan weer aanstormende jongere generatie. Ik hoop het nog te mogen meemaken en dan te kunnen verzuchten tegen de klagende generatie: ‘De geschiedenis herhaalt zich, mensen, de geschiedenis herhaalt zich. En dat is alles.’ 

Reacties

Kiezen voor een opleiding is kiezen voor een beroep. Een keuze die al vroeg in de schoolcarrière gestuurd wordt: door middel van Cito-scores wordt zo rond het elfde of twaalfde (!) levensjaar bepaald welke voortzetting het onderwijs zal krijgen. Ouders hopen op een qua niveau zo hoog mogelijk vervolg, want hun kroost dient maatschappelijk succesvol te worden. Hierover kunnen we nog eens een boompje opzetten, want wat is dat: ‘maatschappelijk succes’?

Los daarvan: na het basisonderwijs wordt de opleiding vervolgd op een niveau dat aansluit op de Cito-scores. Niet lang daarna wordt de beroepskeuze-vraag gesteld. ‘Wat wil jij worden? Weet je dat nog niet?’ De scholier is een jaar of 14 als dit antwoord opgehoest moet kunnen worden. Je weet het niet? Dan volgen testen en gesprekken en onderzoeken. Want er móet iets gekozen worden als vervolg op het inmiddels voortgezette onderwijs. Uiterlijk op 18-jarige, maar vaak ook al op 16-jarige leeftijd, moet bekend zijn in welke richting deze adolescent zich wil gaan ontwikkelen. Een beroep ‘naar keuze’. Lukt het om met succes de eindstreep van het voortgezet onderwijs te behalen, dan kan begonnen worden met het kiezen van een Middelbare, maar liever nog een Hogere Beroepsopleiding.

Nu is de trend binnen de beroepsopleidingen geworden de volgende eis te stellen aan de vers binnengekomen studenten: een ‘professionele houding’. Een houding waarvan wordt aangenomen dat het bedrijfsleven deze wenst te zien van haar werknemers.

 

Valt u iets op in dit verhaal? Nee? Dan zal ik een parallel proberen te leggen met iets dat er op lijkt.

Als jong meisje, opgroeiend in een Limburgs gezin met een vader die zeer actief spelend lid was van fanfares en harmonie-orkesten, ging ik een Algemeen Muzikaal Vormende opleiding (kortweg: AMV)volgen. Dat kon al op 9-jarige leeftijd, en bestond uit twee jaar leren noten lezen en blokfluit spelen. Aan het einde van die twee jaren werd de inzet beloond met een diploma en werd mij een instrument overhandigd: een trompet. Niets had mij treuriger kunnen stemmen, want mijn zus speelde al trompet. En ik wilde graag saxofoon spelen, maar daar had de fanfare op dat moment geen oren naar. Ik wist niets af van het bespelen van een trompet, noch van een saxofoon of een xylofoon wat dat betreft. Ik had nog nooit een instrument aangeraakt (behalve de blokfluit), en er werd aan mij geen keuze gelaten. Er werd van mij verwacht dat ik een jaar of drie hard ging oefenen om dan in het orkest te mogen gaan meespelen op de trompet.  Later heeft mijn vader er voor gezorgd dat ik alsnog een saxofoon in handen kreeg, aangezien het tranendal van frustratie waarin ik terecht gekomen was, te diep was geworden. Daarnaast dreigde ik mijn motivatie om überhaupt nog een instrument te leren bespelen, te verliezen. Maar dit terzijde.

Mijn zoon heeft, de traditie voortzettend, óók AMV les gehad. Maar: deze opleiding duurde slechts 1 jaar, bestond uit zowel blokfluit- als keyboardles, en hij mocht elke twee maanden instrumenten beluisteren en bespelen. Hij mocht praten met ervaren spelers en beginnende spelers over hoe wel of niet moeilijk het bespelen van dit instrument was, enzovoort. Zo kreeg hij een duidelijk beeld van wat hij wel en niet interessante instrumenten vond. Zijn keuze mocht hij aangeven, een drietal, en daaruit werd in overleg met de vereniging bepaald op welk instrument hij zich verder zou gaan bekwamen. Nooit een traan gezien, nooit spijt gehad, nooit opnieuw hoeven te beginnen. Hij speelt nog steeds, en fanatiek ook.

Wat is nou de parallel die ik bedoel? Wel, dat is de volgende: als we van (zeer) jong volwassenen verwachten dat ze een beroepshouding laten zien, waarom geven we ze dan niet eerst de kans kennis te maken met dat beroep, in de praktijk? Zodat ze een beeld hebben bij wat er dan bedoeld wordt met die ‘houding’? En niet alleen dat: kennis maken met wat dat woord ‘manager’ in de praktijk aan werk met zich meebrengt. Bijvoorbeeld. Naar mijn mening heeft een scholier die net het diploma HAVO op zak heeft, nog niet echt een concreet beeld van de praktijk in het bedrijfsleven: tot dat moment heeft hij/zij hopelijk wel een bijbaantje gehad, maar of daarmee al voldoende duidelijk is wat er nou precies van ze verwacht wordt in het HBO? Dat betwijfel ik. Ten zeerste. Vaak weten ze niet eens wat het werk van hun ouders precies inhoudt.

Studiekeuzetwijfels, studieswitch, studiestress.. Te vroeg wordt er een zelfkennis verlangd die er gewoonweg nog niet is. Zelfs neurologisch valt dat te verklaren: het brein is op die leeftijd nog niet zo ver ontwikkeld dat het dit zou kunnen. Maar de oplossingen moeten de jonge studenten zelf maar bedenken, want de trein rijdt gewoon verder en niemand wacht tot je een ervaring hebt opgedaan die helpend kan zijn. En dan ligt er tegenwoordig nog een sausje van het sociaal leenstelsel overheen.

Ik hoop dat we kunnen nadenken over een nieuwe inrichting van het systeem, het keuzemoment kan verlegd worden. Door invoering van een schakeljaar, een oriëntatiejaar, een reeks snuffelstages of andere manieren die de scholier (dus de aanstaande student) de kans kunnen geven aan beeldvorming te doe. En te komen tot keuzes die niet alleen meer succesvol zullen zijn, maar hopelijk ook bij kunnen dragen aan het persoonlijke levensgeluk in de nabije toekomst.

Reacties

Vacature na vacature vult mijn beeldscherm. Ik lees, kijk, overweeg en meer nog dan dat bekijk ik als het ware ook steeds opnieuw mijzelf. Pas ik in dat plaatje? Werkgevers vragen nogal wat van kandidaten, en ook al denk ik zelf dat ik aan het grootste deel van de criteria zondermeer voldoe: de werkgevers denken er schijnbaar anders over. Want na het indienen van mijn CV en een beredeneerde motivatie volgt enkele weken later een koel bericht van afwijzing. Waar gaat het mis? Ik schets een beeld vanuit mijn ervaringen.

Allereerst: in de economie van vandaag vullen de rekken met gegevens van werkloze werkzoekenden zich in rap tempo. De nood is in veel sectoren aan de man, en dus kunnen werkgevers die een aantrekkelijke vacature te melden hebben, zich verheugen: ettelijke honderden reacties vliegen binnen  na de melding dat er een vacature bestaat binnen het bedrijf. Zwetend en zuchtend werken de Chefs Personeelszaken zich door de stapels brieven heen en maken grofweg een soepele selectie, waardoor de eerste honderd kandidaten al in een vroeg stadium uit de race gezet worden. Zonder veel oog voor detail, want dat zou een onmogelijke opgave zijn gezien de tijdsdruk waaronder ook zij hun taak moeten verrichten. Dus is het devies: creëer een CV dat opvalt! Oké. Dat heb ik gedaan: een Engelstalig en een Nederlandstalig, en een driedimensionaal bewegend CV gemaakt waardoor werkgevers mijn persoon beter kunnen leren kennen. Vinkje dus.

Ten tweede: in de economie van vandaag telt je ervaring best zwaar – of juist niet. Bedrijven kunnen het zich niet permitteren iemand in dienst te nemen die onervaren is, want dat zou betekenen dat zij in die persoon zouden moeten investeren in de vorm van opleidingen. En daar wordt juist nu, juist NU, op bezuinigd. Maar als de functie niet te zwaar is, of de kandidaat voldoende opleiding heeft gehad, dan telt de laagte van het salaris waarvoor men wil werken. Oké. Ervaring heb ik genoeg, op allerlei vlakken. Levenservaring nog veel meer. Ik laat me niet uit het veld slaan, sta mijn mannetje (zelfs als vrouw) en leer vrij snel – ook zonder duurbetaalde cursussen. Mijn opleidingsachtergrond is universitair, breed genoeg om op allerlei gebieden goed mee te kunnen functioneren. En ik ben (nog steeds) leergierig! Vinkje wat mij betreft.

Ten derde: personeel moet flexibel zijn, en kneedbaar. Oudere werkzoekenden zijn dat niet, zegt ‘men’. Met name vrouwen van middelbare leeftijd met kinderen zijn dat niet, zegt ‘men’. Althans, dat lijkt de heersende opinie te zijn. Oké. Maar ik heb een prachtig stel kinderen die mij steeds minder nodig hebben, een opvangnetwerk dat naadloos is (dat bewijzen we al jaren!), en ik heb mij in mijn leven al zo vaak moeten aanpassen aan nieuwe situaties dat ik denk dat er niemand is die zo flexibel kan omgaan met situaties, dan ik. Kneedbaar? Natuurlijk ben ik kneedbaar! Ik wil zo graag weer aan de slag in een ‘volwassen’ functie, ik zou wel gek zijn als ik me dan niet kneedbaar zou opstellen als ik de kans kreeg! Nog een vinkje, is mijn mening.

Drie vinkjes op een rij… Ik begrijp alle tegenwerpingen die Chefs Personeelszaken kunnen en zullen hebben, en geneigd zijn een kandidaat met mijn kenmerken al in de eerste ronde buiten de race te zetten. Maar ik moet erop vertrouwen dat er ergens een Chef Personeelszaken is die mijn kenmerken ziet zoals ik ze zie: de meerwaarde van een kandidaat met een bijzonder goed stel hersenen, een motivatie die onbegrensd is, doelgericht kan werken en zich met een gezonde mate van humor ook door de grootste tegenslagen heen werkt. Ik ben wat je noemt een Carrièrebeest. Als ik de kans krijg, zal ik dat bewijzen! 

Reacties

De apenmaatschappij is door de heldere hiërarchie relatief rustig. Iedereen weet waar hij of zij als aap aan toe is. Normaalgesproken kabbelen de dagen lekker door. Er wordt gezocht naar bladeren en fruit, de jonge aapjes krijgen les in het leven als aap, mannetjes en vrouwtjes hebben elkaar nodig maar ieder doet zijn ding. Alles verandert echter, als er een dreiging van buitenaf komt. Dat kan van alles zijn, laat ik het deze keer erop houden dat het mooie oerwoud waarin ze wonen door brute, brullende, grote machines gesloopt wordt. De waarde van het regenwoudhout is vele malen belangrijker dan de woning van de apen.

Stelt u zich eens voor wat dat met uzelf zou doen. U leeft, met of zonder vrouw of kinderen, een redelijk rustig bestaan. U gaat buitenshuis werken, elke zaterdag boodschappen doen, u onderhoudt uw voortuintje, u geeft misschien zelfs feestjes in uw achtertuin om het leven te vieren. Want het leven is best mooi, als alles een beetje vanzelf loopt. Al gaat het natuurlijk nooit helemaal vanzelf, dat zou te saai zijn. Maar dan, op een dag, wordt u zonder verdere aankondiging uw bed (of noem het ‘nest’) uitgedenderd door het brullende lawaai van sloopmachines. Die zonder vraag of twijfel meteen beginnen. Een dikke sloopkogel ramt de voorgevel van uw woning, die meteen half instort. Want ook uw huis had hier even geen rekening mee gehouden.

Iemand in de wereld, die ook de uwe is, had blijkbaar een besluit genomen. Uw woning stond in de weg, en de grond waarop het huis staat is vele malen meer waard dan de woning zelf. Dus wordt er gesloopt. Wat dat verder voor u, uw partner, kinderen en de buren, betekent, daar heeft zo iemand geen boodschap aan. Slopen die handel, het volk verdrijven, opnieuw bouwen en verkopen. De portemonnee van de opdrachtgever lijkt al gevuld. Niemand die zich afvraagt hoe de portemonnee van de haveloze achterblijvers zich nog gaat vullen. Geen dak boven het hoofd. Stel het u even voor. Dat is pijnlijk.

Zo ook voor onze apen. Apen leveren echter in zo’n geval luidruchtig protest! Ze schreeuwen het uit, rennen door elkaar en tonen hun paniek met lijf en leden. Ze grijpen hun kleine apenkindjes bij de kladden, die zich ook direct intuïtief vastklampen aan het moederapenlijf.  Mensen hebben dit soort gedrag afgeleerd. Ik weet niet of ik daar zo blij mee ben. Want door de paniek niet te uiten, raken we gefrustreerd. En dat is vele malen erger. Vele psychologen hebben er baat bij, want vroeg of laat komt de frustratie boven en neemt het functioneren over. Dan worden mensen depressief, willen het leven dan maar verlaten omdat ze het allemaal niet meer aankunnen. Erover  praten, lang nadat de situatie zich heeft voorgedaan, lijkt dan de enige oplossing te zijn. Te laat, zeg ik. Veel te laat.

Naar mijn mening zouden we gewoon af en toe, als er in ons leven iets ingrijpends verandert, een rondje moeten rennen. Hard schreeuwend, huilend, en zwaaiend met alle ledematen. Het ongeremd loslaten van de intens pijnlijke gevoelens. Het uiten van de angst, de reddeloosheid. Daarmee ook meteen een duidelijk signaal afgevend naar de mensen en de maatschappij om ons heen. Die dan duidelijk kunnen zien dat hulp dringend noodzakelijk is. Hulp hoeft geen psycholoog te zijn. Een arm om iemand heen kan als een dikke pleister zijn op de mentale wonden.

In de apenmaatschappij wordt intuïtief direct uiting gegeven aan de panische gevoelens. Een kakofonie aan geluid overstemt de brullende motoren van de zaagmachines. Daarna bedaren de apen weer. Zoeken elkaar op, nasnikkend van de inspanning, en gaan elkaar geruststellend zitten vlooien. Ze lijken samen na te denken over oplossingen. Hoe gaan we dit aanpakken? Weet iemand nog een ander bos, met hoge bomen, waar we naartoe kunnen? Rustig maar. Alles komt goed. Als ze dan vermoeid tegen elkaar aankruipen en in slaap vallen, lijkt het inmiddels al niet zo erg meer. Morgen is er weer een dag, en er gloort alweer hoop aan de horizon. Soms is verandering, hoe pijnlijk ook, nou eenmaal nodig om tot een hoger plan te komen. Of een betere, hogere en hopelijk veiligere boom te kunnen vinden. De apenmaatschappij wordt opnieuw ingericht, en na een tijdje kunnen ze concluderen dat de verandering een verbetering teweeg gebracht heeft die niet tot stand zou zijn gekomen als alles eeuwig bij hetzelfde was gebleven. Laten we daar dan maar eens een voorbeeld aan nemen.

Reacties

Weer even terug naar de apen. U bent ze al tegengekomen in mijn columns̽, en hoe meer ik erover nadenk hoe meer ik er over kan vertellen. Apen trouwen dus niet, en ze zouden koffie moeten drinken. Maar dat doen ze niet. De apenmaatschappij is nou eenmaal zoals zij is. De evolutie van de apen is in zekere zin stil blijven staan waar die van de mens is doorgegaan – of doorgeslagen, daar ben ik nog niet uit.

Apinnen, bijvoorbeeld, hebben al eeuwen dezelfde taak. Ze verzamelen vruchten en bladeren, bouwen nesten en baren jonge aapjes. Ze zijn in zekere zin gedienstig aan de apenmannen. Meerdere, dat hadden we al geconstateerd. Niet trouw, wel vruchtbaar. Dat is zo’n beetje de regel in apenland. De vrouwelijke mens was van huis uit ook bedoeld zo te zijn, denk ik. Een beetje op het huis passen (nest bouwen), boodschappen doen (vruchten verzamelen), jonge mensjes baren (bevallen – maar of dat bevalt?). Maar dan hadden bepaalde mensenmannen wel bedacht dat de mensenvrouw altijd en alleen trouw zou zijn aan die ene uitverkoren mensenman.

Om trouw te kunnen blijven zou de mensenvrouw niet teveel de deur uit moeten gaan. Ter voorkoming van, laat ik zeggen, afleidingsmanoeuvres van andere mannen. Of ter voorkoming van het aanwakkeren van de vlam die nagenoeg gedoofd zou kunnen zijn na (bijvoorbeeld) 20 jaar trouw aan de Uitverkorene. Maar: de mensenmaatschappij is verder geëvolueerd dan die van de apen, en het meest belangrijke verschil is dat de mensenvrouw niet langer kan volstaan met het zoeken naar vruchtjes. De mensenvrouw dient in de moderne mensenmaatschappij ook te gaan voor de grote jachttrofeeën. Er moet vlees op tafel komen, grote lompe stukken weldadig vlees. Dus moet ook de mensenvrouw gaan jagen.

De mensenvrouw is door de emancipatie geïntroduceerd in de hogere opleidingen en daarop voortbordurend in wat vroeger nog het unieke jachtterrein voor mensenmannen was. De reeds aanwezige mannen zagen het enerzijds met vreugde gebeuren. Er was niks op tegen om wat fleurig vrouwelijk schoon binnen de kantoormuren te zien stralen. Gezellig, iemand die af en toe vraagt of je ook een kopje koffie lust en dat met een charmant vrouwelijk gebaar op je bureau neervleit. Anderzijds bleek dat de mensenvrouwen de plekjes van de mensenmannen daar boven op die apenrots als trofee beschouwden en onverbiddelijk begonnen aan de jacht naar de top. Het imperium van de mensenman wankelde. En hoe.

En dat was voor de mensenmannen toch wel een beetje moeilijk. Want hun ‘eigen’ mensenvrouwen waren eveneens enthousiast geworden over de trofeeënjacht en hadden de eerste plekjes op weg naar de top van de apenrots al gezet voordat de mensenman drie keer met de ogen had kunnen knipperen. En het eerstvolgende dat zij voorstelde was dat hij dan een dag minder op de rots zou blijven zitten en in plaats daarvan voor het nest en de jongen zou zorgen, zodat zij ongestoord haar jacht kon voortzetten op diezelfde rots. Oei. Dat was minder. (Niet voor alle mensenmannen, hoor, ik ken voorbeelden van mensenmannen die bijna opgelucht waren dat ze een paar dagen van die rots afmochten. Dat komt een volgende keer aan bod. Beloofd.)

Nu vraag ik me af waarom de apenmaatschappij niet verder geëvolueerd is. Waarom hebben apen geen auto’s, huizen en hypotheken? Ja, wij stammen naar mijn mening wel af van de apen. Maar er is een deel van de apenpopulatie gewoon ‘aap’ gebleven. Waarom? Misschien wel om ons te laten zien hoe het ook had kunnen zijn, als we niet zo nodig verder hadden willen evolueren.

Zorgeloos zwieren de apenmannen van liaan naar liaan. Ze plukken terloops een banaan uit de boom en gaan er eens goed voor zitten. Heerlijk, genieten, zo’n banaan. Er eens echt de tijd voor nemen. In de verte horen ze de geluiden van spelende jonge aapjes, af en toe een korte kreet van de apenvrouwen die de jonge aapjes gebieden binnen het afgebakende territorium te blijven. De apenvrouwen kijken uit over het dal, de jonge aapjes spelen vlakbij tikkertje. De vrouwen hebben de besjes al geplukt, en de bananenbladeren gevuld met de mango’s. Ze kijken uit over hun wereld, de apenmannen en de apenvrouwen, en hebben maar één gedachte: het is goed, vandaag en altijd. Simpel, eigenlijk.  

 

 ̽Eerdere columns over apen: ‘Waarom apen nooit trouwen’, ‘Apen zouden koffie moeten drinken’.

Reacties

Gisteren attendeerde een student me op een artikel van de NOS, over de aansluiting van de studies die gevolgd worden op de banen die te vinden zijn. Studeren we wel voor de baan van de toekomst? Vinden we wel werk in het beroepsveld van de gevolgde opleiding?

Tijdens Open Dagen verzorgen mijn collega-decanen en ik een voorlichting voor ouders. Daarin gaat het over de studiekeuze en wat het betekent om in het HBO te studeren. Mijn vraag aan de aanwezige ouders is dan: "Wie van u werkt vandaag nog in het beroep waarvoor u 20 à 30 jaar geleden bent opgeleid?" Persoonlijk vind ik dat het leukste moment van de presentatie, want ik zie mensen fronsen en blozen. Gemiddeld zijn er zo'n 80 ouders aanwezig bij mijn presentatie. Daarvan steken er na deze vraag 2 of 3 de hand in de lucht, en ik kan dan met gemak hun beroep raden: verpleger, arts, verzorgende, verloskundige. Mensen met een beroep dat bij hun roeping past. Bij de overige aanwezigen lijkt er dan een lampje te gaan branden. Inderdaad, we gaan na het afronden van de eerste studie het loopbaanpad op en nemen bochten en afslagen, waardoor we soms in beroepen en taken terecht komen die helemaal niets meer te maken hebben met onze eerste studie- of beroepskeuze. Maar zijn wel blij met wat we doen, omdat dit veel beter bij ons past: we hebben onszelf leren kennen - en hebben door de jaren heen steeds weer opleidingen, workshops en trainingen gevolgd om de nieuwe taken te kunnen uitoefenen.

Dus: hoe zwaar weegt dan die eerste studiekeuze? En hoe belangrijk is het dan dat de eerste baan die we vinden exact aansluit bij de gevolgde studie? Mijn ervaring is dat het werk- en denkniveau, naast athenticiteit, uiteindelijk de doorslag geeft - als het tenminste een baan betreft die geen specifieke (technische) kennis vraagt. De banen van de toekomst lijken dit wel te vragen - dus moeten er meer mensen geboren worden die aanleg en talent hebben voor techniek. Want dat heeft nou eenmaal niet iedereen.

Wat de toekomst betreft zal er rekening gehouden moeten worden met de opkomst van robotica en de toenemende inzet van humanoids. Een deel van ons menskrachten dreigt uiteindelijk een beetje overbodig te worden. ICT en techniek zijn vakgebieden waar het nog een tijdje goed zal gaan, maar helaas is dus niet iedereen gezegend met de aanleg om hier een bestaan mee op te kunnen bouwen. Niet leuk om te lezen misschien, maar binnen enkele tientallen jaren zal een deel van de mensheid een andere reden van bestaan moeten zien te vinden dan zijn of haar 'werk'. Om met die nieuwe omstandigheden om te kunnen gaan, zullen de nieuwe generaties steeds flexibeler en creatiever moeten worden. Tenslotte heeft de mens een zinvolle invulling van tijd nodig om zich enigszins gelukkig (of op zijn minst: tevreden) te kunnen voelen. Daarnaast zal er toch echt hard nagedacht moeten worden over de manier waarop inkomen gegenereerd en verdeeld wordt. Want als robots het 24/7 van ons kunnen overnemen zonder ziek te worden of zich te beklagen over arbeidsomstandigheden, waarom zouden werkgevers ons, dure mensen, dan onder contract houden?

Misschien zie ik het te zwart/wit of ben ik te negatief, maar laten we de druk van de studiekeuze nou eens afhalen door te beseffen dat de eerste studie niet meer dan een startpunt is en geen eindpunt. Dat om te beginnen. En als de intrinsieke motivatie bij de scholier ontbreekt om te gaan studeren, laat hem of haar dan de tijd nemen om te ontdekken wat de drijfveren voor het leven dan wél zijn. De gedachte dat het diploma zaligmakend is, is niet de hele waarheid. Ja, een diploma helpt op weg naar werk en inkomen. Maar wélk diploma? Uiteindelijk beslissen werkgevers bij de aanname voor een groot deel ook op basis van de uitstraling en (zoals gezegd) authenticiteit van de sollicitant. Wie jij bent, en of je goed in je 'pak' zit, dat kan het verschil maken in een wereld waar iedereen met minimaal 1 masterdiploma op zak naar dezelfde baantjes vist. Of jouw eerste baan dan exact past binnen de kaders van dat behaalde diploma? Who cares. De realiteit is dat je werk hebt, en je eigen inkomen verdient, en gestart bent met een loopbaanpad waarvan je nog niet alle kronkels kent. En je gaat jezelf en jouw talenten dan pas echt leren kennen. En dat is dan voorlopig dat - totdat de volgende bocht of afslag zich aandient.

Reacties

Carrièrebeest als ik ben, ga ik opnieuw op zoek naar een baan. Tegenwoordig noemen we dat ‘een nieuwe uitdaging’, althans die kreet zie ik bij bijna alle andere kandidaten langskomen. Men prijst zichzelf aan als gemotiveerd, enthousiast, op zoek naar een uitdaging. En dat zal beslist zo zijn. Ik ben ook gemotiveerd, enthousiast, en op zoek naar een uitdaging. Alweer. Want een contract voor langere duur, dat zit er tegenwoordig toch echt niet meer in. Drie maanden, een half jaar, een jaar – langer duurt de arbeidsrelatie tegenwoordig vaak niet meer, althans niet voor nieuwe werknemers.

Waar dat aan ligt mag duidelijk zijn: het is voor werkgevers niet aantrekkelijk om mensen voor langere tijd in dienst te nemen. Om diverse redenen, waarvan de meeste toch belastingtechnisch getint zijn. Een publiek geheim, dat met instemming ontvangen wordt als het op feestjes en partijen aan de kaak gesteld wordt. Iedereen weet dat de kosten van het hebben van een personeelsbestand exorbitant geworden zijn. Dus werken steeds meer mensen als freelancer of zzp-er of iets anders – maar niet als medewerker-in-dienst.

Hierdoor worden ook de arbeidsjubilea schaars. Wie op vandaag nog een 40-jarig jubileum bij de baas kan vieren, mag zich vrijwel zeker één der laatsten der Mohikanen noemen. Een 40-jarig jubileum betekent dat de arbeidsrelatie is aangegaan in 1973, mensen. 1973, toen nog niet iedereen twee auto’s, een groot huis en drie vakanties per jaar had. Toen moeders nog thuis waren als de kinderen uit school kwamen, en buren elkaars voornamen nog kenden. Toen vaders als ze op zondag goed gezind waren, het gezin meenamen naar de speeltuin om te schommelen tot ze misselijk van de limonade en de koekjes waren. Oei. Ik realiseer me net dat ik in 1973 nog een vrolijke peuter was. Dat is ook pijnlijk.

Sinds 1973 heeft alles een grote vlucht genomen. Meisjes werden gestudeerde vrouwen, moeders met banen. En dat is prima, al is naar mijn idee de balans in de thuissituatie onder druk komen te staan. Kinderen hebben heel ouderwets dingen nodig die met een R beginnen (Rust, Reinheit, Regelmaat), maar dat is een ander onderwerp. En vaders worden door de baas vaak genoeg nog geacht fulltime aanwezig te zijn. Terwijl ze graag meer betrokken zouden zijn bij de opvoeding van hun kroost. Daar kom ik graag in een andere column uitgebreid op terug. Deze keer gaat het even over mij en mijn queeste naar werk.

Ik ga dus opnieuw op zoek naar een nieuwe baan, een veelgevraagde uitdaging. Ik zet mijzelf in de etalage van diverse ‘winkels’, met namen als LinkedIn, naast alle andere lotgenoten die hetzelfde zoeken als ik. Ik poets mijn imago op middels een herschreven CV en probeer overtuigend uit te stralen dat ik gemotiveerd ben en een zaligmakende uitdaging zoek. En ik hoop dat de werkgever die de winkelstraat van sollicitanten afstruint, zich realiseert dat ik hem of haar in staat stel nog eens iets unieks te realiseren. Ik kan namelijk met het grootste gemak nog een 25-jaar-bij-de-baas- jubileum halen! Zal mij benieuwen wie die uitdaging nog eens echt aan wil gaan…

 

Reacties

Wat een ongelooflijk goed leven hebben wij, hier in Nederland. Kijk nou eens om je heen. Is het dan allemaal zo erg? Natuurlijk zijn er ziektes waardoor mensen erg moeten lijden - maar we hebben wel de mogelijkheden om hen zorg te bieden en hen de kans te bieden op genezing. Al lijken die mogelijkheden minder toegankelijk en duurder te worden: vergeleken met de zorg in andere landen, gaat het in Nederland nog goed. En mogen we daar blij mee zijn? Ja, daar mogen we blij mee zijn. Want in sommige zogenaamd welvarende landen kunnen mensen niet eens de benzine voor hun auto betalen die nodig is om naar het ziekenhuis te reizen voor hun chemo-behandeling. Wij bellen een taxi en dat wordt vergoed door de (weliswaar steeds duurdere) verzekering. In veel andere landen is een zorgverzekering gewoonweg onbetaalbaar. En dan houdt alles op.

Natuurlijk zijn er in Nederland mensen die balanceren op de rand van de afgrond, door armoede en gebrek aan mogelijkheden om daar uit te stappen. Maar nog steeds is het sociale systeem zo dat er een vangnet is. De situatie kan escaleren, maar als zwerver op straat landen - daar komt nog wel wat bij kijken in ons land. De financiële basis lijkt wel steeds dunner te worden, maar vergelijk het eens met een land als Amerika en je komt tot de conclusie dat het hier nog niet zo slecht geregeld is. Wij denken na over een basisinkomen, waardoor armoede bestreden kan worden. Het is een luxe als een land het zich kan permitteren haar minder kansrijke burgers een basisinkomen te gunnen. Met de aantekening dat ook de meest kansrijke burgers datzelfde basisinkomen zullen krijgen, volgens het principe.

Middelbare scholieren klagen over hun leraren en school in het algemeen. Dat is geen nieuws, dat is al decennia lang zo. Maar is het geen luxe dat ze allemaal de kans hebben om naar school te gaan? De tijd van de kolenmijnen is voorbij, jongens van veertien hoeven nu niets anders te doen dan hun kont elke werkdag naar de schoolbanken te verslepen. Maar soms is zelfs dat te veel gevraagd en klagen ze steen en been over de martelgang naar school. Landen genoeg in de wereld waar jongens van die leeftijd het vuilste werk moeten doen voor een ampel (of geen) loon. Kiezen? Liever niet.

Het is Kerstvakantie. Zelfs de hele week na Oud en Nieuw hoeft de helft van Nederland niet naar school of werk. Zich verheugend op de vakanties die dit jaar nog gaan volgen: voorjaar, zomer, herfst. We beseffen niet genoeg hoe bijzonder dat is. Ga maar werken in het beloofde land, Amerika. Dan heb je geen verlofdagen, alleen dagen dat je zonder betaald te worden ‚vrij’ neemt.

Het hoeft wat mij betreft niet anders. Wat er anders moet is dat we wat meer bewust mogen zijn van het enorme voorrecht dat we hier hebben op vrijwel elk gebied. Wij kunnen ons druk maken over of we wel ‚gelukkig’ zijn. Wij kunnen ons druk maken over of we onszelf wel zijn, of we ons optimaal ontwikkelen en alles uit het leven halen wat er in zit. Wij kunnen het ons zelfs permitteren om in bed te blijven liggen, zwelgend in zelfmedelijden, als het even tegen zit. We zijn depressief temidden van ontelbare mogelijkheden en weelde. En misschien veroorzaakt de weelde nou juist het gros van de depressies die Nederland rijk is. Waren we maar wat minder verwend, dan konden we misschien tevreden zijn. 

Het gegeven dat er schoon water door onze kranen stroomt als we ze open draaien, zou ons moeten doen dansen van geluk.

Reacties

Slachtoffer als ik ben van de commerciële tijd waarin wij leven, constateerde ik dat het abonnement van mijn mobiele telefoon alweer aan verlenging toe was. En dat betekent tegenwoordig bijna vanzelfsprekend dat je een nieuw telefoontoestel mag uitkiezen. Mag, want het is volgens de mensen die de telefoons leveren een voorrecht. Bovenaan de pagina met mijn telefoongegevens stond het: ‘U MAG VERLENGEN!’ Oh, nou, wat een feest! Volgens mij hoort daar MOET te staan, maar dat ter zijde.

Opgetogen surfte ik op de internetzee naar de pagina’s waar de nieuwe toestellen mij aanglansden. De een nog mooier dan de ander, en met veelbelovende namen. Galaxy, Xperia, Lumia, Optimus, Nexus en, nog mooier en nieuwer: The Life Companion! Ja, dat is hem! Daar heb je wat aan, een vriend voor het leven! Iemand die je begeleidt door de wilde, verwarrende tijd die je hier op aarde hebt. Een steun en toeverlaat in bizarre tijden. Een Life Companion. Dát leek me wel wat. Ik zag het al voor me. Wunschlos glücklich met mijn Life Companion in de hand probleemloos door het leven zweven. Wetend dat hij er altijd voor mij zal zijn. Wat een warm gevoel!

Opeens kwam er een melding in beeld, een zogenaamde pop-up. Dat vind ik grappig omdat dit nou eens een woord is dat direct duidelijk maakt wat het doet: het popt inderdaad up. In die pop-up stond dat ik gebruik kon maken van een chat-functie, zodat ik hulp van een medewerker kon krijgen. Chatten, met een echte persoon! Ja, natuurlijk.. als ik al op zoek was naar een Life Companion wilde ik zeer zeker ook graag met iemand kunnen chatten. Dus klikte ik op de pop-up. Er verscheen per direct een mededeling. Maikel ging mij helpen, hij zou zo een persoonlijk bericht typen. En al gauw kon ik zien dat hij aan het typen was. Maikel is aan het typen… Spannend! Wat zou hij typen? Hallo, mijn naam is Maikel. Heeft u misschien behoefte aan contact? Uhm ja.. Maikel. Eigenlijk wel. Ik had al binnenpret voordat Maikel zijn eerste zin getypt had.

Uiteraard was Maikel een goed getrainde professional die gerichte vragen stelde. Vragen die ik met ja en nee kon beantwoorden. En of ik zelf nog vragen had. Ik beschreef de twee toestellen waartussen ik twijfelde en vroeg wat nou het verschil was tussen beide. Maikel schreef terug. De Life Companion kon voelen. Schreef hij. Ik zakte bijna van mijn stoel. Een mobiele telefoon die kon voelen?! ‘Ja,’ schreef Maikel, ‘echt waar. Deze telefoon herkent uw lichaamswarmte.’   Dat is prima voer voor mijn fantasie. En zeker nu de hittegolf zijn hoogtepunt bereikt en ik het al warm heb als ik adem haal. In mijn gedachten kon deze telefoon nu echt iets anders dan de anderen: ik zag een ventilator eruit pop-uppen, een opblaasbaar-zwembad-pop-up, een frisse-verwencocktail-pop-up. En dat vroeg ik dan ook aan Maikel, of dat was wat de telefoon deed als reactie op mijn warmte. Maar helaas was het antwoord veel minder ludiek. Wat het dan wél was ben ik eigenlijk zelfs alweer vergeten.

Wat er wel gebeurde was dat Maikel en ik een heel prettig en lollig gesprek hadden. Gewoon, omdat lachen nou eenmaal gezond is en het leven al veel te vaak veel te serieus genomen wordt. Maikel wist niet wat hij meemaakte en vertelde me dat hij nog niet vaak zo gelachen had tijdens een chat. Dat vond ik dan toch wel weer erg triest. Zijn baan bestaat met name uit het te woord staan van grommende,  mopperende mensen die niet tevreden te stellen zijn. Dit zijn niet Maikels woorden hoor, mensen. Maikel is een heuse professional, die niet uit de school klapt. Maar een goede verstaander heeft slechts een half woord nodig om de inhoud te begrijpen. Treurig vond ik het.

Maikel bedankte me voor het prettige einde van zijn dienst. Alles wat ik geschreven had, had zijn dag goed gemaakt. Ik heb Maikel gezegd dat hij daar maar één ding voor terug hoefde te doen. En dat was zelf ook iemand eens aan het lachen brengen. Bij het tankstation, aan de kassa, overal zitten er mensen hun werk te doen en alle mensen hebben behoefte aan een vriendelijk woord of een lach. Geef het door, Maikel, zei ik. Dat is alles wat je hoeft te doen.

Oh ja, en hij heeft daarnaast ook nog een prima toestel met een voordelig abonnement voor mij geregeld. Over twee jaar ‘mag’ ik weer. En ik hoop dat Maikel dan nog aan de chatfunctie zit. Zijn chatgesprekken worden namelijk door zijn meerderen nagelezen, vertelde hij. Ik hoop dat zij daar, net als Maikel, een leuke dag aan over gehouden hebben. En Maikel? Nadat hij mij verteld had dat de gesprekken nagelezen worden, heb ik mij al typend persoonlijk tot zijn baas gericht, en Maikel de hemel ingeprezen. Omdat ik toch bezig was, heb ik maar meteen om een salarisverhoging voor die knul gevraagd.  Gewoon, omdat het kan. 

Reacties
..en meer!

Mens&Taal

Mens-en-taal

Sittard
E-mailadres: menstaal@gmail.com
Mens: coaching, begeleiding & Taal: tekst, voordracht, opinie